Dinsdag 27/07/2021

Land van de rijzende literatuur

Je kunt Haruki Murakami zowel een zegen als een vloek voor de Japanse literatuur noemen, stelt vertaler Luk Van Haute. Aan oorspronkelijke stemmen geen gebrek in het land van de rijzende zon, maar precies door het succes van Murakami worden die misschien te weinig gehoord in het Westen.

Er was een tijd dat Japanse literatuur in België en Nederland vrijwel uitsluitend werd gelezen door mensen met een zekere belangstelling voor Japan en zijn cultuur in het algemeen. Rond de eeuwwisseling kwam daar echter verandering in. Toen ontdekte het grote publiek Haruki Murakami.

Sindsdien zijn diverse andere Japanse boeken in het Nederlands vertaald, waarbij op de omslag of in recensies bijna per definitie een verwijzing naar Murakami opdook ('Voor de fans van Murakami' is de meest voor de hand liggende). Contradictorisch genoeg krijgt diezelfde auteur haast even onvermijdelijk het etiket 'on-Japans' opgeplakt (zijn personages eten spaghetti en luisteren naar The Beatles, weet u wel). In feite zijn beide etiketten, elk op hun manier, misplaatst.

Bestaat er zoiets als typisch Japanse literatuur? Je zou kunnen stellen: een Japanner schrijft in het Japans een verhaal met Japanse personages dat zich in Japan afspeelt; dat is dan Japanse literatuur. Maar als je, zelfs bij de kleine fractie die in het Nederlands verschijnt, ziet hoe verscheiden het aanbod is, zowel thematisch als stilistisch, dan houdt elke verdere vergelijking daar in feite zowat op.

In de jaren zeventig en tachtig zorgde vooral Meulenhoff voor vertalingen, en de 'grote' namen waren toen Yasunari Kawabata, Junichiro Tanizaki, Yukio Mishima en Kenzaburo Oë. De jongere Oë, nou ja, die werd gemakshalve 'de stem van een nieuwe generatie' genoemd, maar bij de eerste drie hoorde je steevast te zeggen hoe 'Japans' hun proza wel was, al bleek dat om uiteenlopende redenen zo te zijn.

Kawabata (die in 1968 de Nobelprijs won) schreef over sneeuwlandschappen en kraanvogels, wat associaties opriep met exotische, verre oorden. Tanizaki toonde in De sleutel en Dagboek van een oude dwaas hoe de Japanners er een eigen, losbandige moraal op nahielden. En Mishima worstelde met het vergankelijke van de schoonheid en was de erfgenaam van de stoere samoerai. Zo klonk het tenminste. Maar het niveau van clichés en stereotypen overstijgen die uitspraken niet. Ze gaan voorbij aan de diversiteit in de (niet-vertaalde) rest van het oeuvre van de respectieve auteurs en van de Japanse literatuur in haar geheel.

Hype

De keuze voor wat werd vertaald, was vaak ook, al dan niet bewust, selectief. Men wilde die zogeheten 'Japansheid' terugvinden. En wellicht bleef ook daardoor het lezerspubliek beperkt tot de liefhebbers van dat 'genre'.

Hoe beperkt ondervond ik persoonlijk na Oë's Nobelprijs in 1994 (hij was de tweede en voorlopig laatste Japanse winnaar). Toevallig had ik even daarvoor, in het kader van mijn doctoraat, twee novellen van Oë vertaald. Toen ik het manuscript ervan opstuurde naar Meulenhoff, kreeg ik eerst te horen dat de verhalen 'te bizar' waren. Toegegeven: Seventeen ging over een onzekere puber die tijdens zijn masturbatiefantasieën de keizer voor zich ziet, en in Homo sexualis bereikt het hoofdpersonage zijn orgasmes door zich op volle treinen tegen vrouwenlichamen aan te drukken.

Maar door die Nobelprijs wilde Meulenhoff de verhalen toch uitbrengen. De verkoopcijfers waren echter ontnuchterend genoeg om me te doen beseffen dat met literair vertalen geen fortuinen te verdienen waren.

In die jaren negentig leek de belangstelling trouwens weg te ebben. Even was er Banana Yoshimoto, die wat aandacht kreeg met haar roman Kitchen, maar bij haar volgende verhalen was die aandacht er veel minder. Toen kwam dus Haruki Murakami. Met enige vertraging weliswaar, want in Engelse vertaling was de hype al een paar jaar aan de gang, en in Japan zelf was Murakami al sinds halverwege de jaren tachtig een fenomeen, vooral dan na het verschijnen van Norwegian Wood, dat alle verkooprecords brak.

Het dient wel gezegd dat uitgeverij Bert Bakker begin jaren negentig al een eerste poging deed om Murakami in het Nederlands te lanceren. Maar Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld (nog via het Engels vertaald) en De jacht op het verloren schaap (vertaling Jacques Westerhoven) braken geen potten en Murakami werd in de koelkast gestopt.

In 2001 deed Atlas een nieuwe poging met Ten zuiden van de grens (vertaling Elbrich Fennema), en toen sloeg de motor wel aan. Meteen begon de uitgeverij aan een inhaalbeweging. Murakami had op dat moment al een tiental romans uit en ook een paar verhalenbundels. Er was dus werk aan de winkel. Het verkoopsucces groeide en de boeken volgden elkaar snel op; zowat om het halfjaar lag er weer een Murakami in de boekhandel.

Het resultaat was dat zijn naam bekendraakte bij een veel ruimer publiek dan dat van de voorgaande 'grote namen' en ook lezers aantrok zonder verdere interesse voor of kennis van Japan. Helaas gold dat ook voor nogal wat recensenten, die in Murakami's verhalen vergeefs zochten naar geisha's en shamisen-getokkel, wat dus leidde tot de wijdverspreide misvatting dat die boeken erg 'on-Japans' waren. Dat ze gewoon het hedendaagse (en nu eenmaal sterk verwesterde Japan) beschrijven, ging even aan hen voorbij.

Heterogeen plaatje

Maar goed, door dat commerciële succes van Murakami kwam er ook een zoektocht naar 'de nieuwe Murakami' op gang, waarbij men dus andere Japanse auteurs in zijn zog probeerde mee te zuigen. De tijd leek rijp. In Frankrijk en Duitsland verscheen de ene na de andere Japanse roman in vertaling, en in de VS werd in 2004 met Vertical zelfs een uitgeverij opgericht die exclusief aan Japanse literatuur was gewijd.

Ondertussen had ikzelf nog een boek van Kawabata vertaald voor Meulenhoff (Schoonheid en verdriet) en had ik de smaak van het literair vertalen weer te pakken. Daarom besloot ik het heft in eigen handen te nemen en op zoek te gaan naar nieuwe opdrachten.

In 2007 stuurde ik een lijstje met suggesties naar uitgeverijen die al eerder vertalingen van Japanse literatuur hadden gepubliceerd. Atlas reageerde als enige met een uitnodiging om langs te komen. Emile Brugman, de directeur, schoof mijn lijstje evenwel terzijde en stelde me twee andere opdrachten voor: een roman vertalen van Murakami (Dans dans dans) omdat mijn collega's Westerhoven en Fennema het tempo niet konden bijhouden, en een bloemlezing met korte verhalen samenstellen die een staalkaart moest bieden van de moderne Japanse literatuur.

Uiteraard vond ik beide opdrachten prima. De tweede zag ik ook als een uitgelezen kans om een brede waaier van auteurs voor te stellen aan het Nederlandstalige publiek, in de hoop zo meer vertalingen van hun werk te kunnen doen. Aan die verhalenbundel werkte ik zeven jaar, tussen andere boeken door, en hij verscheen uiteindelijk in maart 2014 onder de titel Liefdesdood in Kamara. Zoals ik ook in mijn nawoord schreef, was het mijn grote betrachting aan te tonen hoe verscheiden die Japanse literatuur wel is. De beste auteurs weten een eigen stijl te distilleren uit hun (klassiek) Japanse, Chinese en westerse invloeden, maar ze doen dat wel elk op hun unieke manier. Je kunt er niet langer in veralgemenende termen over praten, voor zover dat ooit mogelijk was.

Als je kijkt naar wat er, naast Murakami, recentelijk aan moderne en hedendaagse Japanse literatuur in het Nederlands is vertaald, krijg je dan ook een heel heterogeen plaatje. Een strategie of visie op de lange termijn lijkt er niet noodzakelijk achter te zitten, zo kon ik in de loop der jaren vaststellen.

Uitgeverijen wagen zich overigens liever niet aan Japanse boeken die nog niet in een andere West-Europese taal zijn vertaald. Dat is natuurlijk niet onbegrijpelijk. Redacteurs zijn de Japanse taal niet machtig, maar willen toch zelf kunnen lezen wat voor vlees ze in de kuip hebben alvorens ze de rechten van een boek kopen, hoe enthousiast een vertaler het ook aanprijst.

Richting ramsj

Bovendien kunnen ze zo eerst kijken of een bepaald werk goed verkoopt in Engelse (of Franse of Duitse) vertaling. In deze moeilijke boekentijden is het kennelijk trouwens een algemenere trend om minder in te zetten op vertaalde literatuur (die tenslotte de meeste kosten met zich brengt). Het geduld om echt langdurig in een auteur te investeren lijkt dan ook op te raken.

Dat was bijvoorbeeld het geval met het werk van Hiromi Kawakami, van wie ik drie romans vertaalde voor Atlas. De eerste, De tas van de leraar (2009), stond al op mijn lijstje met aanbevelingen dat ik destijds opstelde. Maar pas toen een paar jaar later de Duitse vertaling verscheen, toonde Atlas interesse. Het boek, over de langzaam ontluikende gevoelens tussen een vrouw van eind dertig en haar vroegere leraar, werd positief onthaald (het werd erg 'Japans' genoemd vanwege de ingetogen emoties, en tevens vanwege de vele heerlijke gerechten). Het verkocht ook vrij goed, en dus werden nog twee boeken van Kawakami aangekocht.

Het tweede, Nakano's handel in oude rommel (2011), deed het minder en het derde, Manazuru (2012), verscheen toen de Nederlandse boekhandels in volle crisis waren. Atlas, waar na Emile Brugmans pensioen ook nog de fusie met Contact had plaatsgevonden, probeerde in een soort wanhoopspoging het Murakami-publiek aan te spreken door de omslag een 'Murakami-look' mee te geven. Dat het boek vijf euro duurder was dan soortgelijke paperbacks was nog een opmerkelijke zet. De verkoopresultaten waren dan ook bijzonder matig en al snel volgde de ramsj.

Een vergelijkbare evolutie deed zich voor met Keigo Higashino, momenteel de populairste thrillerauteur in Japan. Bij De Geus probeerde men hem voor de verandering te verkopen als 'de nieuwe Stieg Larsson', maar dat dekte al evenmin de lading als de Murakami-verwijzingen elders. Ook nu verkocht het eerste boek (De fatale toewijding van verdachte X, 2012) behoorlijk zij het niet spectaculair, en liep het tweede en het derde een stuk minder. Maar dan geldt de vraag van de kip en het ei: is er minder inspanning voor promotie door tegenvallende verkoop of valt de verkoop tegen door een gebrek aan promotie?

Bij Sijthof kozen ze voor een andere thrillerauteur, Natsuo Kirino, maar ook dat bleef bij drie boeken. Dat ze die om onverklaarbare redenen via het Engels lieten vertalen, was natuurlijk niet bevorderlijk voor de kwaliteit (er zijn veel vertaalopvattingen, maar over eentje is iedereen het eens: vertaal bij voorkeur rechtstreeks uit de brontaal).

Voor een literair vertaler is het meestal zoals bij een acteur die op een rol wacht. Doorgaans is het hopen dat je iets moois wordt aangeboden (en het liefst niet twee dingen tegelijk maar netjes na elkaar). Voor Japans zijn, behalve ikzelf, drie vertalers op min of meer regelmatige basis aan de slag. Jacques Westerhoven en Elbrich Fennema nemen in principe de Murakami's voor hun rekening, en Jos Vos houdt zich voornamelijk bezig met de klassieke literatuur (zoals Het verhaal van Genji en de lijvige bloemlezing Eeuwige reizigers). Zo is die taart min of meer verdeeld.

Manga en anime

Wordt de taart groter, zoals ik hoopte teweeg te brengen met mijn bloemlezing korte verhalen? Over de ontvangst bij recensenten en het lezerspubliek kan ik alvast niet klagen. Er is waardering voor de verscheidenheid en de kwaliteit in Liefdesdood in Kamara, en in februari, minder dan een jaar na publicatie, verschijnt de vijfde druk. Kanttekening is wel dat de oplages steeds beperkt zijn, mondjesmaat bijna. Echt geloof in het verkooppotentieel lijkt er bij de vernieuwde uitgeverij nooit te zijn geweest, en tussen de drukken door bleef het boek telkens wekenlang niet beschikbaar, zodat bij de presentatie zelfs even moest worden gevreesd dat er geen exemplaren zouden zijn. Het zal bij de boeken van Murakami niet zo gauw gebeuren.

Deze aarzeling om vol voor een risicoproduct te gaan, is typerend. Maar ze staat ook haaks op een andere trend: de belangstelling voor populaire Japanse cultuur is onmiskenbaar toegenomen, met manga en anime op kop. Dat merk je bijvoorbeeld als je naar de beweegreden vraagt van het stijgend aantal studenten japanologie aan de universiteiten. En zo krijg je dus ook een ruimer lezerspubliek, dat bovendien niet meer de vroegere verwachtingen koestert over traditionele 'Japansheid'.

Mede door veranderende economische omstandigheden of directiewissels worden inspanningen dus niet altijd volgehouden, ook al bewees de doorbraak van Murakami dat de aanhouder wel degelijk kan winnen. Toch wordt risico nemen wel eens beloond. Bij Lebowski kwam mijn eerste opdracht naar aanleiding van een dichtbundel van een Japanse debutante van 99, Toyo Shibata. Dat is op zich natuurlijk een verhaal dat verkoopt. Oscar van Gelderen durfde het in 2011 dan ook aan het boek aan te kopen voor er vertalingen in andere westerse talen waren, en dat bleek een goede zet. Geef de moed niet op haalde de top tien van best verkopende dichtbundels van het jaar.

Er kwam nog een opvolger, toepasselijk Honderd jaar getiteld, maar daar bleef het helaas bij, want Toyo Shibata overleed op de leeftijd van 101. In zijn aanhoudende zoektocht naar moderne klassiekers stootte Van Gelderen vervolgens op een Japans boek van honderd jaar geleden, de psychologische roman Kokoro van Soseki Natsume, zowat het bekendste werk van de twintigste eeuw in Japan. Dit verhaal over wroeging en innerlijke tweestrijd bleek ook een eeuw later nog aan te slaan bij een westers publiek. Stoner van John Williams evenaren deed het vooralsnog niet, maar er zijn toch plannen voor meer Soseki.

Kruisbestuiving

Meulenhoff vroeg me onlangs dan weer de intimistische ik-roman De kat van Takashi Hiraide te vertalen. De indringende oogjes op de omslag wijzen er duidelijk op dat ze met dit boek niet alleen op japanofielen mikken maar op het veel ruimere publiek van de kattenliefhebbers. De eerste verkoopresultaten laten vermoeden dat het wel eens zou kunnen lukken ook. Amper twee weken na publicatie komt er al een tweede druk.

Dankzij de culturele kruisbestuiving sinds de modernisering van Japan bestaat er een erg vruchtbare voedingsbodem voor werk dat het beste van de eigen traditie en de westerse literatuur verenigt. In die bodem zitten nog heel wat onontgonnen schatten. Men moet durven graven (zou Murakami zeggen).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234