Zaterdag 08/08/2020

Land in tweestrijd

In Duizend-en-één-dromen schetst journaliste Ann De Craemer een kleurrijk beeld van een land met mensen die zich bewust zijn van hun grootse verleden, vaak vastzitten in culturele en religieuze tradities, maar ook hunkeren naar een betere toekomst.

en fotograaf

doorkruisen Iran per spoor

Door Dirk Verhofstadt

Intussen houden de geestelijke leiders de teugels stevig in handen. Dat bleek ook bij de presidentsverkiezingen van juni 2009, waarbij Ahmadinejad tegen alle verwachtingen in (door verkiezingsfraude) meer stemmen haalde dan de hervormingsgezinde Mousavi. Hierop braken in Teheran hevige rellen uit. In die woelige periode voor, tijdens en na de verkiezingen bracht de Vlaamse freelancejournaliste en schrijfster Ann De Craemer, samen met fotograaf Pieter-Jan De Pue, een bezoek aan het land. Zij verdiepte zich in de Perzische cultuur en politiek, en leerde op eigen kracht het Farsi (de Perzische taal). Haar bedoeling was niet zozeer om deze ophefmakende verkiezingen te volgen, maar wel om het land van dichtbij te leren kennen. Het resultaat is een intrigerend reisboek geworden.

Ann De Craemer volgde grotendeels de 1.394 kilometer lange Trans-Iraanse Spoorlijn, die van de Kaspische Zee in het noorden, over Teheran, tot in de Perzische Golf loopt in het zuiden. De trein is immers het geschikte vervoermiddel om er mensen uit alle lagen van de bevolking te ontmoeten. Ze startte in Teheran, de enorme hoofdstad van Iran, die meer dan welke andere stad ook de botsing tussen traditie en moderniteit in het land weerspiegelt. Er hingen enorme portretten van de ayatollahs Khomeini en Khamenei en van president Ahmadinejad, als symbolen van de traditie, maar blijkbaar nog veel meer affiches van de hervormingsgezinde tegenkandidaat Mousavi. Die tegenstelling blijkt ook in de wijken van Teheran. Moderne wijken, met trendy winkels “waar rode lingerie in de etalages hangt en parfum wordt aangeprezen” tot arme buurten waar mensen in krotten wonen, en waar juist Ahmadinejad de grootste aanhang heeft. Ann De Craemer beschrijft ook goed de innerlijke tweestrijd bij de Iraanse vrouwen, die wel zwarte chadors dragen maar daaronder sexy ondergoed.

De schrijfster, die er tijdens haar verblijf gesluierd bijloopt, wordt zelf ook geconfronteerd met de strikte kledingvoorschriften die de geestelijken opleggen aan vrouwen. Zo blijken haar tien centimeter blote armen te weinig islamitisch om het graf van Khomeini te mogen bezoeken. Maar op een andere plek ziet ze dan weer jonge paartjes hand in hand wandelen en zelfs in het openbaar zoenen, wat eigenlijk niet mag. De religieuze politie controleert immers of vrouwen zich in het openbaar wel aan de islamitische kledingvoorschriften houden en zich ‘zedelijk’ gedragen. Dat is in de streng religieuze stad Qom nog een stuk erger. Daar vertonen vrouwen zich nooit op straat zonder hun zwarte chador, aldus Ann De Craemer. Ook hier heeft ze het over een “roemrijk verleden” en een “verkommerd heden”, een beeld dat ze meermaals gebruikt om haar indruk over het land weer te geven. De schrijfster ervaart ook heel wat hypocrisie. “Liegen is een voorwaarde om te overleven”, zegt ze. En dat beseffen een aantal van haar gesprekspartners ook, die zeggen dat de ayatollahs het land kapot hebben gemaakt.

Tegelijk beschrijft Ann De Craemer de intrinsieke schoonheid van Iran en dompelt de lezer onder in de befaamde Perzische poëzie. In Kashan, een van de oudste steden ter wereld, staat ze aan de grafsteen van Sohrab Sepehri, een van de grootste moderne Perzische dichters en schilders. Ze beschrijft de manuele fabricatie van de befaamde Perzische tapijten. In Isfahan voelt ze zich niet langer in Iran, maar helemaal in Perzië, waarbij ze stilstaat bij het beroemde gedicht ‘De tuinman en de dood’ van de Nederlandse dichter Pieter Nicolaas van Eyck dat zoveel kinderen op school moesten aanleren. Waarop ze het weer heeft over de verkiezingscampagne, die als een rode draad door haar verslag heen loopt. In Kashan en ook in Isfahan voeren ze campagne voor de hervormingsgezinde Mousavi. Ze hoort stemmen van hoop op verandering want het is “niets dan ellende met die ayatollahs” en “Iran had ooit de grootste beschaving ter wereld. Maar toen kwam de islam, en die heeft alles kapotgemaakt”, zo klinkt het. Maar ze hoort ook berusting: “Wat maakt mijn stem uit? Het is toch de Opperste leider die bepaalt wie wint. Er zijn trouwens nu al geruchten over fraude.” Met veel gevoel voor empathie beschrijft Ann De Craemer de uitgelaten sfeer tijdens de stemdag en het algemene gevoel dat de hervormers gaan winnen. Tot ze de eerste resultaten op de televisie ziet die Ahmadinejad verrassend gewonnen geven.

De volgende stopplaats is Yadz, “de bruid van de woestijn”, het centrum van het zoroastrisme dat zoveel impact zou hebben op de geopenbaarde godsdiensten (maar dat later moest wijken voor de islam die zich keerde tegen alle andere religies, tegen vrouwen en tegen genot). De lokale bewoners blijven geloven dat hun beschaving, die meer dan 6.000 jaar oud is, ook dit zal overleven. Intussen dringt steeds meer door dat de verkiezingen vervalst werden. Er breken rellen uit en Ann De Craemer en haar fotograaf worden door de Belgische ambassade aangemaand het land te verlaten, maar ze weigeren en trekken verder naar Bandar Abbas, in de Straat van Hormuz, aan de Perzische Golf, waar de schrijfster in het water gaat en lyrisch wordt: “Ik ben een druppel en een oceaan, mijn lichaam trilt van hitte en vreugde en op mijn lippen proef ik zoute tranen.” Waarna een bezoek volgt aan Shiraz, de bakermat van het Perzische Rijk onder Cyrus de Grote. In tegenstelling tot andere heersers stond Cyrus tolerant tegenover de religieuze gebruiken en de talen van de volkeren die hij overwon. “Hij respecteerde zijn onderdanen en zorgde voor hen alsof zij zijn eigen kinderen waren; en zij op hun beurt bewonderden Cyrus als hun vader”, schreef Xenophon in de 4de eeuw voor Christus. Ann De Craemer trekt naar het mausoleum van Saaidi en het graf van Hafez, twee bekende dichters die de Perzische poëzie tot een hoogtepunt brachten.

Uiteindelijk keren Ann en haar fotograaf terug naar Teheran, die nu een totaal andere stad lijkt dan toen ze er aankwamen. Met langs de weg de overblijfselen van stenen die bij een betoging gebruikt werden. De avond voor ze vertrekken, zien ze op hun hotelkamer hoe een jonge vrouw in een betoging wordt neergeschoten en sterft. De 27-jarige Neda Sultan groeit al snel uit tot de stem van Iran en het symbool van de Iraanse protestbeweging. Het is een bitter einde, waarmee voorlopig ook een einde komt aan de hoop op verandering die blijkbaar zozeer leeft bij de bevolking, zeker bij jongeren. De obscurantisten hebben het heft opnieuw in handen, maar het zaad van het verzet is voorgoed gezaaid. Ann De Craemer blijft alvast geloven in dit land, in zijn veerkracht, zijn vechtlust, zijn schoonheid, en in de bewoners met hun duizend-en-één-dromen. Dit boek is meer dan een gewoon roadbook. Het is tegelijk een historische momentopname, een spannende thriller, een adequaat geschiedenisboek, een waardevolle reisgids en een stuk poëzie over een land en een volk met een rijke traditie en, zonder twijfel, met nog een grote toekomst.

Een bijzonder boeiend boek, met treffende foto’s van Pieter-Jan De Pue.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234