Dinsdag 22/09/2020

Lamiya overleefde de IS-hel: "Ofwel moest ik dood, ofwel moest mijn voet afgehakt worden"

Lamiya Haji Bashar stond zelfverzekerd in het beklaagdenbankje. Het bloed liep uit haar mond en neus, haar lichaam zat onder de blauwe plekken. Het resultaat van een stevige rammeling, nadat ze weer maar eens proberen ontsnappen had uit de klauwen van haar IS-beulen. "De sharia-rechter in Mosoel oordeelde dat ik gedood moest worden of dat mijn voet afgehakt moest worden. Ik antwoordde dat ik in dat geval de andere voet zou gebruiken om te vluchten. Nooit zou ik opgeven. Ze beslisten uiteindelijk dat ze me zouden blijven martelen als ik nog iets probeerde." Met haar beklijvende verhaal wil ze nu de wereld wakker schudden.

Lamiya was een van de duizenden yezidi-vrouwen die misbruikt werden door barbaarse fanatiekelingen. De tiener hoorde hoe haar vader en broers doodgeschoten werden. Ze zag hoe meisjes verkocht werden aan oude mannen als seksslavin, zelf werd ze op een dag verkracht door veertig mannen. "Ze waren nog erger dan monsters. Maar ik besloot dapper te blijven, ik lééfde tenminste nog."

Tijdens haar ontsnapping raakte Lamiya bij een explosie verminkt aan het gezicht. De psychologische littekens snijden helaas nog veel dieper. Praten over de horror doet ze openlijk, in een poging om de wereld wakker te schudden: nog steeds gaan duizenden lotgenotes door dezelfde hel die zij meegemaakt heeft. Omdat ze zo hard blijft strijden voor mensenrechten kreeg ze vorige maand in het Europese Parlement de Sacharovprijs.

"Dacht eerst aan een nieuwe diersoort"
"Toen ik voor het eerst van Daesh (een andere term voor IS; nvdr) hoorde, dacht ik dat het een nieuwe diersoort was. Ik wist niet dat het een terreurorganisatie was", beklemtoont Lamiya haar jeugdige leeftijd. In augustus 2014 kwam daar echter op bruuske wijze verandering in. Twee auto's met IS-strijders reden het Irakese dorpje Kocho binnen. "Ze vroegen om ons te bekeren en beloofden dat ze ons geen kwaad zouden doen."

Enkele dagen later volgde een ware invasie. Iedereen moest naar de lokale school komen en alle bezittingen afgeven. De vrouwen werden naar de eerste verdieping gebracht. "Ik was enorm bang. Ik dacht aan mijn vader en mijn twee broers." Het zou de laatste keer zijn dat ze hen levend gezien had. "Tien minuten later hoorden we hoe al onze mannen geëxecuteerd werden."

"Woorden schieten tekort"
De vrouwen werden vervolgens opgedeeld: getrouwde dames en de jongste kinderen gingen naar Tal Afar, meisjes zonder partner en tieners vertrokken richting Mosoel. Oudere vrouwen die 'geen nut' meer hadden, werden de volgende dag zonder pardon doodgeschoten.

Lamiya en drie van haar zussen kregen ook meteen een ranzig voorsmaakje van wat hen te wachten stond. "De mannen begonnen ons aan te randen en te kussen. We werden met honderden naar een groot gebouw gebracht dat dienst deed als slavinnenmarkt. Constant kwamen er kerels om meisjes uit te kiezen. Wie weigerde mee te gaan, werd geslagen met kabels. Het was hartverscheurend om die oude mannen -monsters eigenlijk- hun gangen te zien gaan. Zelfs meisjes van negen en tien jaar smeekten huilend om gerust gelaten te worden. Woorden schieten tekort om de horror te beschrijven."

"Twee kleine meisjes in handen van zo veel monsters"
Een veertiger uit Saoedi-Arabië kocht uiteindelijk Lamiya en een van haar zussen. Hij nam hen mee naar Raqqa, waar ze bijna de hele tijd geboeid moesten rondlopen. "Hij was een heel slechte man. Tijdens de drie dagen dat we bij hem waren, heeft hij ons constant geslagen. Hij probeerde me zelfs eens te wurgen omdat ik niet op zijn avances wilde ingaan."

Om hen volledig murw te slaan, nam de bruut hen mee naar een kamer waar veertig IS-strijders hen opwachtten. "Zoiets kun je je niet voorstellen. Twee kleine meisjes in de handen van zo veel monsters. We hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt."

"Ik werd er sterker door"
De zussen werden nadien aan twee verschillende strijders verkocht. Lamiya werd in een kamer opgesloten, maar toch wist ze op een gegeven moment uit een raam te springen. Ze smeekte om hulp bij een lokale inwoner en die bood haar onderdak. "Zijn familie vroeg of ik een familielid kon verwittigen, maar ik kende niemand meer die op vrije voeten was. Ze waren zo bang van IS dat ze mij na drie dagen verraden hebben."

En zo kwam Lamiya weer in handen van haar vorige 'eigenaar' terecht. De wraak volgde onmiddellijk: zes mannen martelden haar, waarna hij haar zelf ook nog een fikse afranseling gaf. Toch zou er nog een tweede ontsnappingspoging volgen. "Telkens wanneer ik probeerde te vluchten, hebben ze mij gemarteld. Maar ik werd er sterker door, ik gaf nooit op. Ik had al zo veel erge dingen gezien, dat gaf me de kracht om te blijven vechten tegen hen."

"Ik was ongelovige"
Omdat ze hem het leven te zuur maakte, werd ze doorverkocht aan een man met grijze haren in Mosoel. "Hij was getrouwd. Ik zei tegen hem dat hij me in zijn gezin niet als slavin mocht gebruiken. Daarop heeft hij me meteen verkracht. Ik vroeg aan zijn vrouw en moeder om me te helpen, maar ze antwoordden dat hij niets verkeerds deed. Ik was immers een ongelovige."

Lamiya ontdekte dat hij nog een tweede 'echtgenote' had: een blonde, jongere vrouw met blauwe ogen die Duits sprak. "Zij was heel lief, ik kon niet geloven dat ze hém als man aanvaard had."

Bommenmaker
Na een nieuwe ontsnappingspoging werd ze doorgegeven aan een belangrijk IS-kopstuk. "Elke man was erger dan de vorige. Iedereen zei dat ik een lastige was, dus kreeg ik van in het begin al slaag. Het misbruik stopte nooit."

Haar nieuwe 'baas' bleek een bommenmaker te zijn, met een grote kelder vol wagens, vloeibare explosieven en elektronisch materiaal. Lamiya moest nu zelfmoordvesten helpen maken, intussen hoorde ze buiten raketten inslaan. "Ik hoopte dat ze ons zouden treffen en dat we zouden sterven. Ik wou niet alleen dat er een einde kwam aan mijn lijden, maar ook dat die vreselijke plek vernietigd zou worden."

Gsm brengt redding
Samen met enkele andere meisjes probeerde Lamiya nog een keer te ontsnappen, het leidde tot een veroordeling in de sharia-rechtbank. Daarop belandde ze in handen van een chirurg, die haar verplichtte mee te helpen in het ziekenhuis. Hij gaf haar een gsm waardoor hij haar altijd kon bereiken. Het zou haar redding betekenen, eindelijk kon ze een oom in Koerdistan contacteren.

In het holst van de nacht vluchtte Lamiya een laatste keer, in het gezelschap van een negenjarig meisje en een tiener. Het noodlot sloeg echter toe: Katherine trapte op een mijn, met de dood tot gevolg. Ook Almas overleefde de explosie niet, Lamiya raakte zwaar verminkt.

Van dat moment -nu negen maanden geleden- herinnert het meisje zich niet veel meer. Koerdische soldaten brachten haar naar een ziekenhuis, dokters hadden geen andere keuze dan één oog chirurgisch te verwijderen.

Laserbehandeling
De nazorg gebeurt in Duitsland door Luftbrucke Irak, een liefdadigheidsinstelling die kinderen en terreurslachtoffers uit gevaarlijke gebieden helpt. Dankzij twee nieuwe operaties ziet ze nu iets beter uit haar linkeroog, een laserbehandeling hielp om de littekens in haar gezicht een beetje te verdoezelen.

Maar de trauma's en nachtmerries, die blijven. "Ik denk aan alle andere slachtoffers die nu nog steeds aan het afzien zijn. Onder hen mijn zusje van negen jaar, Mayada. De laatste keer dat ik haar gezien heb, was op een foto: ze stond voor een IS-vlag."

"We eisen gerechtigheid"
Ooit hoopt Lamiya de draad van haar studies weer op te nemen, ze droomt zelfs van de universiteit. Maar eerst wacht haar nog een belangrijkere taak. "Ik moet al die vrouwen en meisjes duidelijk maken dat ze er niet alleen voorstaan. Die mensen wilden mijn volk en mijn geloof uitroeien, maar we zullen het overleven. We eisen gerechtigheid voor de monsters die ons zo'n pijn gedaan hebben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234