Zondag 25/10/2020

Lakens uitdelen aan de Costa

Het zorgelijke van Paula D'Hondt en het bazige van Rika De Backer. Denise is een subtropische cocktail met Vlaamse ingrediënten

Tekst en foto Anne de GraafMechelse marktkraamster op socialistische lijst in Alfaz del Pi

Ze deelt de lakens uit op de markten van de Costa Blanca, straks krijgt ze ook een stem in de politiek van Alfaz del Pi. De Mechelse marktkraamster Denise Coussement verdedigde er twintig jaar lang landgenoten uit de Avenida Bélgica en de Calle Bruselas. Na de verkiezingen van 13 juni hoopt ze het als verkozene op te nemen voor Belgen die dankzij een nieuwe EU-regel nu naar de Spaanse stembus mogen. 'Ik wilde lijstduwster zijn - por favor, het laatste bolletje op de lijst voor Denise, vroeg ik. De Spanjaarden bekeken me alsof ik niet helemaal in orde was.'

De vissers van Teulada dobberen binnen als Denise haar bestelwagen uitlaadt op het winderige industrieterrein, zestig kilometer ten zuiden van Benidorm. Pakken katoen, Chinese vazen, placemats in kruisjessteek, lila badlakens, ingezet met lelies, krullen en lussen, bloempjes en blaadjes. Denise stalt ze uit als delicatessen op klaptafels, ze heeft de honderden lappen en lakens ingepakt in folie, tegen het stof uit de palmen.

"El mejor", gorgelt ze in smetteloos Spaans.

"Betere badstof, van chef-tut", zegt haar Mechelse echo.

"Enig, Cas."

"Doe maar twee van die geborduurde placemats", gebiedt een Nederlandse, vanonder haar witte Dior-tulband.

"Enig meid, zeker enig", beaamt Denise.

Gebronsde, door de zon geboende handen pakken de onderzetters in. Ze heeft met haar zwarte carré en bruine huid iets van een Spaanse mama. Murmelend achter de pruttelende potten, en te rechter tijd uitbarstend in een laaiende maar eerlijke Latijnse straatruzie. Verkocht ze lucht in pakjes, je zou ze nog van Denise kopen.

"Ik heb het mercantiele in mijn genen", oreert de vierenvijftigjarige, die in 1979 met haar drie kinderen naar Benidorm verhuisde om uit te wijken naar de Belgenstraat, de Avenida Bélgica, in Alfaz del Pi. Denise was de pionier van de kliek die de rust opzocht in de slaapstad van Benidorm.

"In mijn genen, ja. Toen we als jongsocialisten in Mechelen de vestiaire hielden van het bal populaire, beloofde ik dat ik de vison van madame en den imper van mijnheer warm zou houden. Ik legde de jassen van senator Jos Houben en burgemeester Jef Ramaekers op de verwarming. Na het feest haalden ze hun zakken leeg - het waren socialisten, maar mannekes, daar kwam nikkel uit."

Blaakt ze nu van gezondheid, dan restten haar twintig jaar geleden in Mechelen weinig vooruitzichten. Botontkalking vrat aan Denise, ze was van kindsbeen hartlijdster. België had haar broos gemaakt. "Het was naar Spanje verhuizen, of in een rolstoel eindigen, of tussen mijn vier planken. Enfin, we zijn gegaan, met nonkel Rémy, suikeren nonkel, weet je, altijd jonkman gebleven. Nonkel Rémy spreekt geen Spaans. Hij kan bij zijn coiffeur wel een cervezaatje bestellen."

Denise stamt uit een rood nest, het statement valt drie keer tussen de balen katoen. Net als haar man, Jos Pétré, was ze lid van de Rode Valken, van de Jongsocialisten. Nonkel zat in de oorlog vast, ze lazen De Volksgazet thuis, Denise ging in Brussel naar school. De jonggehuwden werkten bij de Voorzorg, poseerden pontificaal met hun drie kinderen op de verkiezingsaffiches. Ze waren een rood voorbeeldnest.

Na een eerste, mislukt intermezzo in de Knokse horeca - "niks voor mij, ik moest dweilen onder de voeten van klanten" - was de Costa Blanca de enige uitweg voor de sukkelende Denise. Stelde de Spaanse arts pas in Benidorm zware osteoporose vast, dan kreeg de 36-jarige Mechelse de smaak van het leven te pakken in wat ze, achteraf bekeken, het zothuis noemt. "Als je in Spanje neerstrijkt is Benidorm goed, maar uiteindelijk is het leven beter in Alfaz del Pi.

"We hadden een decoratiewinkel, tot we het beu waren lokalen te huren en twee jaar geleden de markt opgingen. Het was een gok maar de klanten volgden; zij die in de winkel kochten, kwamen ook naar de markt."

Nu is de kraam vijf dagen per week open, een keer in Alfaz, zondags in Teulada, een andere dag in Ondara. Op de twee vrije dagen rijdt het paar met zijn rode bestelwagen de autopistas af, snuisterend naar voorraad, goede voorraad. "Hier moet je alles zoeken. Goede leveranciers zijn beschermd door het marktkramersgeheim, niemand vertelt iets, monden dicht: de spelregels op de markt. Meestal is het om twee uur afgelopen, dan breken we af en gaan we iets drinken, in de plaatselijke bar of in La Caseta, het café recht tegenover onze kraam."

De Tramontana blaast het plastic rond de gesteven lakens weg. Zo zwaar Denise de gewichten op het uitgestalde linnen drukt, zo nadrukkelijk is ze ook aanwezig op de markt. Om negen uur begint haar tournee tussen de kramen. Denise zoekt repels kant voor haar poppenhuis, bonte Beierse biermokken met tinnen deksels voor een klant. Het volk stroomt toe, maar er is niemand die Denise niet gezien heeft.

"Hola, salutekes mannen, dag Maurice-ke, dag Gerard."

"Dag Deniseke. ¿Qué tal? Hoe is 't ermee?", roepen de Oost-Vlaamse en Antwerpse marktkramers als ze voorbijmarcheert door het mulle zand. Door jaren achter de schermen te werken mat ze zich ongemerkt politica-allures aan. De verkiezingskandidate van Partido Socialista del País Valenciano heeft het zorgelijke van Paula D'Hondt en het bazige van Rika De Backer. Denise is een subtropische cocktail met Vlaamse ingrediënten. Keerde ze met haar vertrek het socialistische nest de rug toe, dan bleef Denise meer dan ooit sociaal geëngageerd in Spanje, ook buiten het marktplein. Toen het gezin een decoratiewinkel runde, hielp ze een Belgisch gezin waarvan de meubelen door inklaringsproblemen geblokkeerd stonden in het Franse Valence. Ze stond een vrouw uit Rijmenam bij die "van toeten noch blazen wist toen ze aankwam." Denise protesteerde luidkeels tegen de schepen van Infrastructuur toen die een rotonde wilde aanleggen in een doodlopende straat. Of hij wel goed bij zijn hoofd was? De man herzag zijn plannen.

"Ik sprak een mondje Spaans. Nu gaat dat allemaal makkelijker, destijds was het een hel als je de taal niet sprak. Me llamo la cotorra, ik ben de papegaai." Terwijl ze kwettert, slinken de torens Organza en Egyptisch katoen. "Iedereen weet dat ik mijn mond opendoe, ze noemen me de dobermann als ik erg tekeerga. Kijk, daar aan de overkant, dat vrouwke daar, vorig jaar wilde ze vechten. Ik zei dat haar papieren niet in orde waren en dat haar vent een Duitse nummerplaat had. 'Ik ben Spaanse, ga weg uit mijn land', kweelde ze. Ik zei: 'Kom chicaatje, kom, ik heb een werkvergunning en een residentie hier, mijn belastingen zijn betaald.' Ik ben klein maar er zit macht achter. Het zag zwart van het volk, zo gaat dat in Spanje. De marktleider moest tussenbeide komen. 'O, jij bent het, de papegaai.' Hij wist dat ik haar aankon."

Drie buitenlanders staan op de lijst met eenentwintig namen van de Partido Socialista del País Valenciano, samengesteld door de burgemeester van Alfaz: de Engelse Amanda, een Duitser en Denise. De partij verwacht tien tot elf zetels te halen, nodig voor een absolute meerderheid. Denise betreurt het dat zo weinig buitenlanders zich inschrijven. Ze vrezen dat een inscriptie in het bevolkingsregister impliceert dat ze belastingen moeten betalen. "Dom, dom. Ze verspelen daardoor een kans om een stem uit te brengen over de postbestelling, de gezondheidsvoorzieningen."

Amanda staat op een verkiesbare plaats, Denise volgt op de negentiende plek, ze had liever laatste gestaan. "Toen ik mijn toetreding tot de politiek moest ondertekenen, smeekte ik of ik op de laatste plaats mocht staan. Ik vertelde over de voordelen van het lijstduwerschap, dat iedereen daar wel bij vaart als het meezit. 'Het laatste bolleke, dat is Denise', het zou makkelijk zijn geweest voor de Belgen die me kennen. Ze zouden me niet hebben moeten zoeken. Maar er was geen uitleggen aan: de Spanjaarden dachten dat ik niet goed snik was. Alle partijgenoten vochten om bovenaan te mogen staan, ik wilde beneden zitten. Je kunt het ze niet echt kwalijk nemen: het is nog een jonge democratie in Spanje." Als ze verkozen wordt, droomt Denise ervan schepen van Handel te worden. "Niet voor het geld, dat brengt een paar zitpenningen op", schokschoudert ze. "Neen, om alles eens goed in de plooi te doen vallen. Er wordt gesjoemeld op de markt. Er zijn er die met hun kaart van musicus zwaaien om een beter plekje te krijgen. Ooit hebben we naar de gemeente een brief geschreven. Jos moet voor elke vierkante meter bij betalen, terwijl de buitenlandse buurman pakt wat hij krijgen kan. Per kerende post meldde de ambtenaar dat we racisten waren. Dat was er te veel aan. Ik ben toen redelijk uit mijn krammen geschoten: als er iets misloopt op de markt, om het even met wie, springt la cotorra daar tussen, ik ben de eerste om de buitenlanders te verdedigen."

Alfaz del Pi herbergt vijftienduizend inwoners, zestig procent daarvan is buitenlander. Driehonderd inwoners zijn Alfaciners. Denise voelt de vraag komen. "Ja, ik geef toe: in het begin, twintig jaar terug, was het moeilijk, maar het waren geen racisten, ze waren wat onhandig. De politie maakte jacht op de auto's van buitenlanders. Je moest met pakken papier naar de burgerlijke stand om je in te schrijven. Stempeltje hier, stempeltje daar. Gemiddeld een kilo papier per man kostte het om in orde te zijn. Ik had nattigheid gevoeld toen we met onze zaak begonnen, maar toen ik bij het ministerie van Arbeid onze werkvergunning ophaalde, kwam de bevestiging: een grote, rode D. Denegado, geweigerd. Later bleek dat de wijkagent zich ermee had bemoeid, omdat wij geen Spanjaarden in dienst wilden nemen. Hij wilde niet begrijpen dat onze zaak te jong was voor personeel."

Van een Belgische versie van Borgerokko aan de Costa lijkt vooralsnog geen sprake, de Spanjaarden zien de valuta's graag komen. De enige radicale partij is Izquierda Unida, extreem-links. Gematigd tot extreem-rechts klit bijeen in de Partido Popular (PP), de vroegere Alianza Popular die opkwam toen Franco nog leefde. De meeste grootgrondbezitters zijn PP'ers. Franco trakteerde hen op lapjes grond als ze welwillend waren. De verkaveling aan de toeristen en de bouwzucht in Benidorm spekten hun fortuin. Denise: "Maak je geen illusies: er zitten Belgen onder de franquisten. Onze vriend Pierre bijvoorbeeld is er een. Hij vertaalt voor de Guardia Civil, de politie is Franco ook na zijn dood goedgezind gebleven. De Guardia Civil gebruikte een tijdlang de fax van Pierre als ze Interpol-berichten moest ontvangen. Pierre weet alles."

Denise volgde de schandaalstorm in België, ook diegene die woedde in de partij van het grote, rode nest. Claes en consorten... ze heeft het allemaal gezien en gelezen in de kranten. De Spaanse Paula D'Hondt drukt haar brillenglazen tegen haar wenkbrauwen, het is haar teken dat het menens is. "Luister eens: ik ben tien jaar achter de schermen actief, genoeg om te ontdekken dat gesjoemel niet Belgisch is. Tony Fuster, de burgemeester van Alfaz, was twintig jaar oersocialist, tot er twee jaar geleden een paleisrevolutie uitbrak in het gemeentehuis. Landbouwgrond was aan particulieren verkocht als bouwgrond, handen vol geld uit de kas foetsie, Fuster moest voor de partijleiders in Valencia en Alicante verschijnen. Ze schorsten de burgemeester, zetten hem uit de partij, maar Fuster had zijn slag goed voorbereid: hij had allang een pact gesloten met de liberalen. De socialisten verloren de absolute meerderheid en meneerke mocht blijven.

"De Spaanse politiek is niet zo moeilijk, het is geen arena met macho's die de plak zwaaien. Alleen moet je je stem verheffen, zoals op de markt", schalt ze, terwijl haar koperen handen instinctief katoen plooien. "Ik ben de enige die haar smikkel opendoet, de burgemeester luistert als ik tussenbeide kom op buurtvergaderingen.Tweehonderd miljoen peseta's moeten we betalen voor het opnieuw aanleggen van een oude weg achter ons huis. Ik stak mijn neus in de wetboeken, viste uit dat het om een nationale schapenweg gaat, eentje waarlangs de herders passeren. Daar mag je niet aankomen van de Spaanse grondwet, nationale schapenwegen zijn heilig hier. Schapen? Schapen? 'Mèèè', verduidelijkte ik. Ze hebben er hun wetboeken op na moeten slaan. La cotorra had gelijk."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234