Donderdag 14/11/2019

Ladies' time

Sinds enkele jaren manifesteren de vrouwen zich sterker dan ooit in de poëzie. Daar zijn eenvoudige redenen voor: ze brengen kwaliteit en ze hebben bravoure.

Wellicht hadden de dichteressen vroeger met meer vooroordelen te kampen, in het mannenbastion dat de poëzie in Vlaanderen lang geweest is. In 1951 ontving Christine D'haen, een van de beste Vlaamse dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw, de Arkprijs van het Vrije Woord. Daarbij stak ze de jonge experimenteel Hugo Claus de loef af. In haar autobiografische boek Zwarte sneeuw tekende ze op: "Mijn enige conversatie met Hugo Claus. Hij: 'Je haar zit niet goed.' Ik: 'Ik weet dat.'" De anekdote typeert de persoonlijkheid van D'haen, maar schetst ook het tijdsklimaat. In de jaren tachtig en negentig kregen Miriam Van hee en in wat mindere mate Lut de Block behoorlijk veel aandacht, maar die was veel minder weggelegd voor Aleidis Dierick, Lucienne Stassaert, Marleen de Crée en Jo Gisekin, vier dichteressen die nochtans ook hun hakken in het poëzielandschap gedrukt hebben. Zouden de traditionelere toonzetting, de schrijfstijl en de onderwerpskeuze van deze dichteressen ermee te maken hebben dat ze te weinig erkenning kregen?

Vrouwen die durven

Hoe dan ook, in Nederland én in Vlaanderen is er intussen een andere generatie vrouwen aangetreden die durft. De Nederlandse Tjitske Jansen verpakte haar traumatische jeugdherinneringen met veel gevoel voor het tragikomische in haar recentste bundel Koerikoeloem. In Vlaanderen deed de sjamaniste van de taal Delphine Lecompte sterk van zich spreken met haar bundel Blinde gedichten. En we mogen ook Els Moors, Maud Vanhauwaert, Eva Cox en Sylvie Marie niet vergeten. Ze schrijven poëzie met vlees en pit.

Diezelfde vrouwelijke bravoure vinden we terug in de nieuwe bundels van Ellen Deckwitz, Kira Wuck en Rozalie Hirs. Meteen zien we ook op wat voor een verschillende manieren deze dichters schrijven.

Met haar tweede bundel Hoi feest bevestigt de Nederlandse Ellen Deckwitz al het goede van haar debuutbundel De steen vreest mij, waarvoor ze vorig jaar de C. Buddingh'-prijs voor het beste debuut ontving. In Hoi feest staan een aantal thema's centraal: religie, jeugd, het lichamelijke, die Deckwitz in cycli uitwerkt.

Knokenkluwen

In het begin van de bundel komen de verschillende thema's al samen in één gedicht, over bidden: 'Schuiven de vingers als kluisdeuren in elkaar/ dan rust boven de schoot een dubbele vuist.// Wat eens weerde, wordt geklonken en geheven. Nog is mijn hart groter/ dan deze knokenkluwen/ die ik zachtjes zet// tegen het hoofd. Zo van/ ik lok je god. Het is weer goed.' Vaak gaat het om een verlangen naar overgave, zoals hier: 'Ik stelde me altijd voor/ dat als ik iemand zoende,/ ik in hem belandde.' Niet dat het er in Hoi feest altijd zo verheven toegaat, want we lezen in hetzelfde gedicht 'ik zal hem/ tegen de muur zetten en kussen// blijken zo te starten/ Je sjort wat, je duwt wat,/ je vindt iemand zo leuk/ dat je het gewoon niet meer aankan/ dat hij rechtop staat.'

In Deckwitz' gedichten zijn de handen een terugkerend motief. Deckwitz kent er allerlei betekenissen aan toe: ze dienen om te bidden en de geliefde aan te raken. In de afdeling 'Handen III' krijgen die aanrakingen een lesbische connotatie, zoals in het gedicht dat ik koos. In andere afdelingen gaat het dan weer om de medemensen, omschreven als 'anderen'. Hoi feest is in elk geval ook een bundel met de nodige lichtheid, zoals blijkt uit de titel en uit deze versregels, waarin Deckwitz zich tot de 'anderen' richt: 'Liever zou ik met jullie/ dansen: ik houd me aan afspraken/ als het om bewegen gaat.'

Ontheemd

Het verhalende karakter van de gedichten verbindt de bundels van Ellen Deckwitz en Kira Wuck met elkaar. Maar de gedichten in Finse meisjes in het debuut van de half Finse, half Nederlandse Wuck vertonen meer narratieve gaten. En ze zijn tragikomisch. Neem versregels als deze: 'Mijn moeder is verliefd op mijn logopedist/ ze komt het huis niet uit, behalve voor mijn spraaklessen/ op mijn verjaardag drinkt ze andere moeders onder tafel/ daarna begint haar danssolo, benen hoog in de lucht'. Het zijn regels die zo uit een bundel van Delphine Lecompte lijken te zijn weggelopen. Net zoals in de poëzie van Lecompte gaat het bij Wuck vaak over haar familieleden. In Finse meisjes over haar ouders, maar ook over haar grootouders: 'Mijn oma zwemt in de winterzee/ haar overvallers wilden dat niet geloven/: ze had graag bij de maffia gewild/ want die zorgen tenminste goed voor hun familie.' Deze bundel ademt de sfeer van iemand die zich ontheemd voelt. Wuck schept in heel wat treffende gedichten een unheimliche sfeer, die misschien authentieker Fins is dan we zouden willen geloven.

Chemie van de liefde

Gestamelde werken van Rozalie Hirs is de bundel met de grootste bravoure, omdat ze poëticaal gezien het verst durft te gaan. Ze is een van de meest intrigerende Nederlandse dichters van dit moment. Haar gedichten zijn erg zinnelijk en muzikaal. Hirs is componist. En dat merk je in haar werk. Ze creëert een brede stroom van woorden, vol associaties, die ze durft te onderbreken. Dat is haar manier van stamelen, waar de titel van de bundel naar verwijst. Ze schrijft het treffendst wanneer ze met taal de chemie van de liefde probeert te verwoorden: 'tegelijk onze handen elkaar knoppen/ de jij en wil je stam bloeit in duizend sterren/ wegschietende hemelen er binnenin wegen/ tegen die boom daar zien weg te gaan'.

Jo Gisekin schrijft net zulke sensitieve poëzie, maar ze hanteert een andere, duidelijker narratieve schriftuur. In Dooitijd zoekt de dichteres haar plaats in de verglijdende tijd via de muziek, de schilderkunst en - een terugkerend motief in haar werk - textiel. In de afdeling 'Textuur' beschrijft Gisekin hoe de intensiteit altijd blijft: 'Satijn in oogwit van kinderen. Ze hebben een/ eindeloos leven voor zich. Van alle/ hemels staan de poorten open.'

Ellen Deckwitz,

Hoi feest,

Nijgh & Van Ditmar,

48 p., 16,50 euro.

Kira Wuck, Finse meisjes,

Podium, 54 p., 15 euro.

Rozalie Hirs,

Gestamelde werken,

Querido, 62 p., 18,95 euro.

Jo Gisekin, Dooitijd,

Poëziecentrum,

72 p., 17,50 euro.

Om na twintig jaar bloot

boven een handspiegel te hurken, er dan pas achter te komen waarom ze parels ook wel orgasmen van vlees noemen.

Tijd om mijn neus dicht te knijpen en me door haar onder het oppervlak te laten trekken.

Ze tikt me tussen de ogen,

bleek in het blauw. We zakken verder de troggen in. Haar vlechten rusten

tussen mijn benen als ze de lucht uit me zuigt,

liggend op de plank waar parel na parel vanaf klettert.

Ellen Deckwitz (uit Hoi feest)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234