Donderdag 19/05/2022

Laboratorium voor vernieuwing

IJslanders zijn koppigaards en individualisten. Ze doen alles op h�n manier

ROCK l Iceland Airwaves-festival in Reykjavik lokt opvallend veel buitenlanders

Ruim 160 groepen, soloartiesten en dj's streken de voorbije week neer in Reykjavik voor de zevende editie van Iceland Airwaves. De internationale uitstraling van die muzikale vierdaagse is inmiddels zo groot dat dit jaar ruim zeshonderd buitenlandse journalisten naar IJsland afzakten om zich onder te dompelen in de plaatselijke scene. Maar de organisatoren kijken verder dan hun neus lang is: op het programma stonden ook Amerikaanse, Britse en Australische bands.

Reykjavik

Van onze verslaggever ter plaatse

Dirk Steenhaut

IJsland is dezer dagen hipper dan ooit: Björk is een onbetwiste wereldster, Gus Gus is een begrip in de dancewereld, Sigur Rós staat in de toptien en treedt op voor uitverkochte zalen, múm haalde het jongste Klarafestival. In Keulen vindt volgende maand het Islandbilder-festival plaats, terwijl onze noorderburen nog maar net bekomen zijn van het Reykjavik to Rotterdam-evenement. Ook West-Europese artiesten richten steeds vaker hun vizier op het hoge noorden. Zo werd Blur-zanger Damon Abarn mede-eigenaar van de bar Kaffibarinn, een van de places to be in de IJslandse hoofdstad, en heeft Nick Cave, samen met Bad Seeds-violist Warren Ellis zopas muziek geschreven voor Georg Buchners Woyzeck, een theaterproductie van de Vesturport Theatre Group. De opmars van de IJslandse mode, film en beeldende kunst valt nauwelijks te stuiten. Reykjavik oogt dan wel als een groot dorp, de stad staat bekend als een laboratorium voor experiment en vernieuwing waar de vele buitenlandse bezoekers met een mengeling van bewondering en afgunst naar opkijken. IJslanders staan bekend als koppigaards en individualisten: ze doen alles op hun eigen manier en komen dus vaak origineel uit de hoek. Dat verklaart waarom een land met slechts 280.000 inwoners zoveel artiesten van wereldformaat voortbrengt.

Iceland Airwaves begon zeven jaar geleden in een oude vliegtuigloods, maar heeft sindsdien het hele stadscentrum ingepalmd. Vier avonden lang biedt het op zes clubpodia een staalkaart van de IJslandse muziek, van metal tot hiphop, van pop en rock tot singer-songwriter, van funk tot dance en elektronica. Uiteraard is lang niet alles op het programma voor export bestemd, maar dat neemt niet weg dat veel optredens van een verrassend hoog niveau waren. Dat dankte het publiek niet alleen aan lokale helden als Gus Gus of Apparat Organ Quartet, maar ook aan internationale acts als Zoot Woman, The Fiery Furnaces of The Mitchell Brothers. Voor de overzichtelijkheid beperken we ons hier tot bands die in de komende maanden in ons land nieuwe cd's uitbrengen of hier dra live te zien zullen zijn.

Kimono, een kwartet onder leiding van de Canadees Alex MacNeil, is onlangs naar Berlijn verhuisd in de hoop van daaruit Europa te veroveren. Dat moet lukken, want de groep die in januari haar tweede cd Arctic Death Ship uitbrengt, maakt bezwerende artrock waarin de echo's van Mogwai en Television stilaan worden overstemd door een heel eigen stijl. De nummers zijn vernuftig opgebouwd, steunen op knap in elkaar verweven gitaarpartijen, maar klinken compact genoeg om radiohits te kunnen worden.

Nog meer airplaypotentieel hebben de jongens van Jan Mayen. Zij serveren strakke, snedige punkpop waarin het beste van The Buzzcocks is verenigd met de popsensibiliteit van Placebo. Home of the Free Indeed, hun debuut-cd, bulkt van de frisse, catchy maar in prikkeldraad gewikkelde songs en Jan Mayens onweerstaanbare culthit 'Nick Cave (Is a Real Motherfucker)' heeft alles om ook in Afrekening-kringen een meebruller van formaat te worden.

Laptoptroubadour Eberg was ten tijde van Plastic Lions al op De Nachten te zien. Op Airwaves trad hij aan met een drummer en celliste en speelde hij afwisselend gitaar en de door hem uitgevonden eharp, een met snaren bespannen kleerhanger. Eberg was op zijn best als hij dromerige slaapliedjes afwisselde met surrealistische, van elektronica doordrongen popsongs, waarvan er enkele op zijn in maart te verschijnen cd Voffvoff zullen prijken.

De een vergelijkt hem met Phil Spector, de ander met Brian Wilson. Zeker is dat Bardi Johannsson met zijn Bang Gang heerlijk gesofistikeerde popliedjes maakt die van zangeres Thalia Casey een fikse dosis warmte en weemoed kregen toegediend. De man jende zijn publiek echter ook met een rafelige punkversie van de Supremes-hit 'Stop in the Name of Love'.

Het zevenkoppige Ske maakte een al even goede beurt. Het artpopgezelschap telt een zangeres en een croonende zanger in zijn rangen, combineert bitterzoete humor met romantiek en grossiert in songs die het midden houden tussen fabels en filmsequenties. Hun tweede cd, Feelings Are Great, is voor binnenkort: muziek als een exotisch parfum dat de luisteraar langzaam bedwelmt.

Met dank aan Anna Hildur, Christine Fluhr en Icelandair.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234