Woensdag 25/11/2020

Terugblik

Laatste interview met Gerard Mortier: ‘Paradijzen interesseren me niet’

Mortier: "We weten allemaal dat het leven beperkt is, maar bij mij is het concreter geworden."Beeld Diego Franssens

Eind 2013 sprak De Morgen-journalist Rik Van Puymbroeck een laatste keer uitgebreid met de toen al erg zieke Gerard Mortier. Hij overleed op 8 maart 2014.

Zeventig jaar worden: Gerard Mortier zag er ontzettend tegen op. Tot hij ziek werd. ‘Ik heb gevochten om 70 te worden’, zegt hij. In de achteruitkijkspiegel van 2013 zit veel pijn. Straks kantelt het jaar. Het leven misschien. ‘Ik heb geen reden tot klagen.’

Je zou dit verhaal een sequel kunnen noemen. Deel 1 speelde zich in februari in de spelonken van het Teatro Real in Madrid af. Een warme vooravond zonder zorgen. Terugbladerend in De Morgen Magazine van 16 februari - waarin dat verhaal stond - valt dit uitgelicht citaat op: “Ik ben geen atheïst. Ik denk zelfs dat ik religieus ben. Maar leven na de dood, dat interesseert me niet.”

Zijn haren zijn wat dunner nu. Zijn handdruk even opvallend zacht: “Dag mijnheer Mortier.” We staan op straat voor zijn Brusselse appartement. Voor we praten, wil hij toch even zijn parkeerschijf controleren. Uit de lift dan, boven, wijst hij op een beeld dat Tom Lanoye voor hem meebracht uit Bali. “Om de boze geesten weg te jagen.” Op tafel ligt L'univers de George Minne et Maurice Maeterlinck, ook Les boîtes en carton van Lanoye.

Hij opent het pakje dat we hebben meegebracht. Generositeit. Geven en schenken, delen en verdelen is de titel van een nieuw boek. Vanavond zal hij lezen, nu bladert hij. “Generositeit vind ik een mooi woord”, zegt de man die in februari nog ‘artistiek directeur’ van de Madrileense opera was en nu, na een pijnlijk hoofdstuk rond zijn opvolging door Joan Matabosch, ‘artistiek consulent’.

Pijnlijk, want Mortier vernam het nieuws dat hij opzijgezet werd op het moment dat hij in een Duits ziekenhuis chemotherapie onderging.

Dat hij ziek werd, is bekend. Dat hij niet graag diep op zijn ziekte ingaat, is afgesproken. Maar je kunt niet anders dan vragen: hoe gaat het? Dan vertelt hij dat hij acht chemotherapie- sessies achter de rug heeft en dat eind deze maand een nieuwe sessie begint. De kanker, die toevallig werd ontdekt, breidde door die eerste behandeling niet uit. “Ik spreek er ongaarne over omdat ik andere mensen die ziek zijn niet wil zeggen: zo moet het”, vertelt hij. “Iedereen moet zijn ziekte voor zichzelf beleven. Zoals iedereen zijn eigen dood moet beleven. In Griekse tragedies lees je dat een vrouw voor haar man wil sterven, omdat ze dan door de goden gered wordt. Maar dat gaat niet.”

Testament

“Het nieuws dat ik ziek was, was een schok. In een uur tijd verandert je leven en dat heb ik dan in zes maanden omgevormd. Ik werd gedwongen bewust met de dood bezig te zijn, iets wat we eigenlijk niet doen. We verdringen dat en dat is menselijk, maar het is niet goed. Zelfs Seneca was er al mee bezig. Maar door onze katholieke opvoeding die zei dat de dood de overgang is naar een beloning of bestraffing, zijn we bang. Maar ik ben een aanhanger van het stoïcisme en het epicurisme, en dus bezorgt de dood mij geen angst.”

Hij vertelt het rustig. Geloofwaardig. Waardig. Later, terwijl we in de buurt iets eten, zal Gerard Mortier het nog eens zeggen: “Anderen zijn meer met mijn ziekte bezig dan ikzelf.”

Nu: “Wat ik veel belangrijker vind, is om mijn testament op te stellen. Dat bedoel ik niet materieel, maar wel zoals Thomas Mann in Jozef en zijn broers schreef over hoe Jacob zijn zonen verzamelde en zijn geestelijke testament doorgaf. Dat wil ik doen met mensen met wie ik samenwerkte: hun vertellen hoe ik de toekomst zie.”

“Je leert natuurlijk wat relativiteit betekent. Relativiteit van tijd: zes maanden geleden vond ik het vreselijk om 70 te worden; sinds ik wist dat ik ziek was, wilde ik absoluut 70 worden. Daar heb ik voor gevochten. Maar relativiteit speelt ook op een ander vlak. Het ziekenhuis wordt je thuis en als je zo veel zieke mensen ziet worstelen met het lijden, dan kijk je anders naar de wereld. Ik zeg niet dat iedereen naar het ziekenhuis moet, maar het is geen slechte oefening. (lachje) Dan wordt de splitsing van B-H-V zo'n petieterige futiliteit.”

Terug naar die vraag dus: hoe gaat het? “Ik heb hoogtes en laagtes. Er zijn dagen dat ik depri ben, natuurlijk. Maar ik moet geestelijk bezig zijn. En ik heb geen pijn. Ik heb mannen zien lijden met grote pijn. Dan kun je beter de stilte bewaren. Soms zegt dat meer en drukt het beter de gedachten uit dan woorden.”

Beeld Diego Franssens

Relativering zit ook hierin. Intercontinentaal vliegen kan nu even niet, maar een paar dagen voor dit gesprek vloog hij naar Rome om dirigent Ricardo Muti te zien. De dag van zijn verjaardag was hij in Stuttgart, waar Sylvain Camberlin een concert dirigeerde. “Toevallig Haydns De laatste zeven woorden van Christus met daarin het ‘Expecto resurrectionem mortuorum’. Zeer toevallig, maar ik heb het als meditatie gebruikt.”

Nog relativering: “Ik kreeg een zeer mooi bericht van André Leysen, die ik altijd zeer bewonderd heb en die al enkele jaren aan de ziekte van Parkinson lijdt. Ik heb Hugo Claus gekend met alzheimer. Dat is allemaal veel erger. Neen, ik mag dus niet klagen. Ik heb zeventig jaar zeer gezond geleefd, heel veel kunnen realiseren. Debussy en Wagner zijn veel jonger gestorven.”

Hij herhaalt: “Ik heb geen reden tot klagen.”

Dat we in Brussel zijn, heeft natuurlijk ook met Madrid te maken. Toen het bericht van zijn ontslag kwam, nam Mortier geen blad voor de mond. Het was de rechtse minister van Cultuur die een Spanjaard aan het hoofd van het Teatro Real wilde. Hij, Mortier, aangesteld onder een vorige linkse regering, was daar het slachtoffer van.

Artistiek consulent

“Madrid is een uitstekend voorbeeld van de manier hoe vlug we ons democratisch bestel kunnen verliezen. Rechts is niet zo erg. Maar mediocriteit en rechts, dat is zeer erg. Hij wilde een politieke benoeming, de zoon van een vriend, ik wilde een bekwaam iemand die me later zou opvolgen. Door artikel 8 in mijn contract, dat zei dat bij ontslag mijn hele contract uitbetaald moest worden, aanvaardden ze na twee dagen een compromis: ik ben nu artistiek consulent. Een ridicule en absurde situatie. Ik ben nog altijd de baas, mijn opvolger moeit zich niet. Zo besparen ministers dus: ze betalen twee artistiek directeurs. Alleen werk ik van hieruit, ik mail. En probeer naar elke slotrepetitie te gaan.”

Wrang was een woord dat viel toen dat nieuws bekend werd. “Als je Shakespeare leest, weet je dat het altijd zo gegaan is. En dat is niet zo verwonderlijk. De wereld is miljoenen jaren oud, de beschaving amper 30.000 jaar. Dat verbaast me dus niet. En beschaving is een gevaarlijk woord, want je hoort er 'schaven' in: dat wordt makkelijk oppervlakkig.”

“Veel jongeren vinden dat ze met het verleden niks te maken hebben. Ik begrijp dat ook, je moet met Oedipus je vader doden. Maar je hebt je vader én je grootvader nodig om het leven te begrijpen. Daarom is Stefan Hertmans’ boek (de bestseller ‘Oorlog en terpentijn’, RVP) zo’n magnifiek werk: hij schuift vier generaties door elkaar.”

Dat opentrekkend naar de kunst, waar hij zo van houdt: “Kunst vertelt het best over het verleden, over vandaag en over wat de toekomst zou kunnen zijn. Helaas wordt kunst zo verwaarloosd en is het een element van verkoop, verdienen en consumeren geworden. Waarden waarop de hele maatschappij overigens gebouwd is. Wij werden als kind opgevoed met de wetenschap dat je niet altijd alles onmiddellijk kunt hebben. Vandaag beloven we mensen dat dat wél zo is. Al is dat niet nieuw: vijftig jaar geleden gebeurde dat al bij Harrods in Londen.”

Op dreef nu. Onlangs in Rome, vanaf de Spaanse Trappen, liep hij door de Via dei Condotti. “Ik zag de etalage van Christian Dior en dacht: ‘Tiens, dat beeld heb ik nog gezien.’ Inderdaad, de week voordien in München: exact dezelfde mannequin in exact hetzelfde rode kleed. Van Rodeo Drive via Seoel tot in de Via dei Condotti is alles hetzelfde. Een verschrikkelijke uniformiteit waar mannen als Bernard Arnault (de steenrijke Franse zakenman van de de LVMH-groep die onder meer Louis Vuitton en Dior beheert, RVP) voor zorgen. Volgens mij zijn zulke mensen even gevaarlijk als de oligarchen van de grote Inquisitie in Spanje. Ze vernietigen elke vorm van creativiteit.”

Waarmee we, met een bochtje, via Rome en zeker via de Inquisitie, bij de kerk van de in 2013 nieuwgekozen paus Franciscus komen. “De katholieke kerk zit volgens mij aan een eindpunt. Dat is niet hetzelfde als het eindpunt van de religie, maar wel van de geïnstitutionaliseerde vorm ervan. De nieuwe paus is een zeer verstandig man en hij ziet in dat er iets moet gebeuren. Wellicht niet zoals Johannes XXIII, maar toch: er moet iets veranderen of de kerk gaat helemaal ten onder. De kerk kan geen instelling zijn om iets te krijgen van God.

“Ik heb veel over de stoïcijnen gelezen, er was al een groot ethisch en moreel gevoel bij beschavingen die niks met religie te maken hadden. Confucius, Socrates, Seneca, Cicero: ze hebben geprobeerd om ‘la vertu’ tot stand te brengen. Je hebt echt geen openbare religie nodig om tot de tien geboden te komen.”

Toch niet Bracke?

In zijn bureau in Madrid, februari dus, was Gerard Mortier zeer gevat - scherp zelfs - voor wat in de Belgische politiek gebeurde. Nu het oude jaar aan de rug van het nieuwe ligt, zal hij van nog veel dichterbij volgen wat in 2014 gebeurt. Een jaar met verkiezingen: Belgische en Europese. “De combinatie van die twee is een zeer moeilijke opgave voor de partijen, omdat het politiek personeel zeer gereduceerd wordt. De laatste jaren zette men de beste politici in voor de nationale regering, en het Europees parlement was een troostprijs.

“Dat vind ik jammer: partijen moeten zich bewust zijn van de kwaliteit van hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement. Daar ligt de toekomst. Daar moeten hun belangrijkste politici naartoe. Maar kijk dan eens. Wie heeft N-VA achter Bart De Wever? Qui? Ze gaan Siegfried Bracke toch niet naar Europa sturen?”

Waarom hij dat jammer vindt, van die achterstelling van Europa? “Omdat de realiteit ons gaat achterhalen. Je zou kunnen zeggen dat eurosceptici aan het winnen zijn, maar de realiteit is de noodzakelijkheid van Europa. We kunnen niet anders. Dus moet het goed. Ondanks alles is Europa het continent waar de mensenrechten het best gerespecteerd worden. De democratie leeft er. En het is het continent met de minste corruptie. Zelfs Berlusconi is uit zijn parlement gezet. Het is nu afwachten wat er met Oekraïne gebeurt, maar Europa zet zich door.”

In Marine Le Pen ziet hij het bewijs. “Waarom zoekt iemand die zo uitgesproken nationalistisch is contact in het buitenland? Dat is toch een contradictie? Voor mij bewijst het dat we niet zonder elkaar kunnen.” In die realiteit zit een hoop en een verwachting: “Herman Van Rompuy is een sympathiek man, maar hij zou zich als president op visionaire projecten moeten kunnen focussen. Een beetje zoals de president in Duitsland doet. Van Rompuy zou bijvoorbeeld wel eens iets over het belang van kunsten mogen zeggen.”

In Europa ziet Gerard Mortier immers de grote problemen van onze samenleving.

Eén: “De veroudering van de bevolking. Hoe gaan we daarmee om?”

Twee: “De immigratie. Lampedusa, daar zou Europa een voorbeeld kunnen stellen. De stelling van nationalisten gaat gewoon niet op: we hebben buitenlandse krachten immers wél nodig. En niét alleen de wetenschappers. Ook verplegers. In Duitsland halen ze die uit Spanje en uit de Arabische landen.”

Beeld Diego Franssens

Drie: “De nucleaire dreiging. We hebben de nucleaire catastrofes van de jaren zeventig verdrongen, maar ze is nog altijd zeer aanwezig. Bijvoorbeeld bij terroristen. En dan zal het toch niet mijnheer De Wever zijn die met zijn Vlaamse Republiek het nucleaire probleem gaat bespreken met Iran?”

Vier: “Hoe gaan we om met digitalisering? We hebben geen privéleven meer.”

Conclusie: “De grote problemen van deze tijd zijn niet meer nationaal op te lossen. Daarom is Europa zo belangrijk. Als ik dan zie en nadenk over de vraag wat het doel is van de N-VA. Wat is die visie? De Vlaamse Republiek vestigen? Dat kan toch geen visie of een levensprogramma zijn? Daar je energie in stoppen op een moment dat er zulke grote problemen zijn, daar kan ik me niks bij voorstellen.

“Iemand als Bart De Wever komt steeds meer in contradictie met zichzelf. Hij is burgemeester van Antwerpen, maar nu ontwikkelt hij zich plots tot een groot theaterspeler. Pierre Corneille schreef magnifieke dialogen over plicht en liefde en toen ik De Wever onlangs hoorde praten over wat hij volgend jaar zou doen, dacht ik: ‘Tiens, zou hij Corneille gelezen hebben?’ Neen, die man houdt gewoon zijn woord niet. ‘Wij durven dat te zeggen’, hoorde ik onlangs. Maar wat durft hij te zeggen over de ring van Antwerpen? Hij blijft stil, in plaats van zelf een visie te ontwikkelen.

“En ten slotte denk ik dat hij niet voldoende politiek personeel heeft om goede ministers te hebben. Natuurlijk zal hij een coalitie moeten vormen, maar regeren betekent harmonieus denken in plaats van in conflicten. Kijk naar Duitsland: water in de wijn doen ze daar. Maar dat kan hij niet. De Italianen hebben zich twintig jaar lang laten vangen door Berlusconi, ik hoop dat de Vlamingen zich geen twintig jaar laten vangen door Bart De Wever.”

Land van parvenu’s

Hij was een kind in Zomergem, vlekje bij Gent, de stad waar hij uiteindelijk lang met zijn ouders in de volkswijk Muide woonde. Een luchtfoto van die buurt staat op zijn werktafel. “Het is belangrijk niet te vergeten waar je vandaan komt. Vlaanderen was in de 19de eeuw nog analfabeet. Ook daarom is Hertmans zo belangrijk, om te zien van waar we komen. In honderd jaar is Vlaanderen van een derdewereldland een te rijk parvenu-land geworden.

“Maar wat ik voel, is dat het niet juist is te denken dat arbeiders geen intuïtief artistiek gevoel hebben. Mijn ouders waren bakkers. Na de Tweede Wereldoorlog had mijn moeder tuberculose en in het ziekenhuis raakte ze bevriend met de jongste dochter van de hoofdonderwijzer van Sint-Martens-Latem. Daardoor kwam ze in contact met een andere wereld. En in tegenstelling tot wat veel politici beweren, hebben gewone mensen wel een natuurlijke aanleg om van kunst te houden. Mijn ouders gingen naar school tot ze 14 waren, maar mijn moeder las later graag Simone de Beauvoir en ze hield van Bruckner.”

Maar Zomergem en Gent zijn herinneringen nu. Het leven speelt zich af in Brussel. Het Brussel dat Jacques Brel zo mooi bezong: ‘Sur les pavés dansaient les omnibus / Avec des femmes des messieurs en gibus.’ Een liedje in de verleden tijd, volgens Brel was er een tijd dat Brussel nog écht leefde, ze is natuurlijk veranderd. Maar hij houdt er wel van. Ook en français. “Als ik hier naar de post ga en ik voel dat de dame haar best doet in het Nederlands, maar eigenlijk Franstalig is, dan praat ik Frans. Daar jaag ik me niet in op, net zomin als in een schrammetje op mijn auto. Dat doe je niet meer als je een paar dagen in een ziekenhuis hebt rondgelopen.”

“Kom. We gaan iets eten.” Een hoek verder kennen ze Mortier. Hij komt hier al jaren. Weten waar hij, zeker nu, op let. Er mag een glas pomerol bij. Al komt hij niet elke middag. “Sinds ik terug ben uit Madrid, kook ik voor het eerst in mijn leven zelf. Eenvoudige dingen hoor. Boontjes en vlees, dat gaat. En ik maak zelf soep.”

Zit dat leven, dat pure genieten, toch in dat soort details? Het zit zeker in brieven, mails, telefoons en bezoeken van vrienden: Michael Haneke belt, Alain Platel elke week, Tom Lanoye schreef mooie brieven, Erwin Mortier mailde hem lang en bezorgd. “Ze kunnen niks doen, maar ze zijn er wel als je ze nodig hebt.”

Zo zal het 2014 worden. Met nog plannen, hoor. Op 21 maart krijgt hij een eredoctoraat van de UGent, waarvan hij alumnus is, nog in maart houdt hij een toespraak voor Les Grandes Conférences Catholiques in Brussel. “En ik hoop dat ik in mei nog naar Les Contes d'Hoffman kan in Madrid.” Die hoop is belangrijk. Het blijft ook zijn werk, blijft zijn leven. Al loert de relativiteit weer. Want een jaar is maar een jaar. Zoals 2013 er een was. Zoals 2012 er voordien een was. “Wie spreekt vandaag nog van mijnheer Assange.. Een jaar geleden was hij een christusfiguur. Maar vandaag? Snowden was nog zeer moedig, Assange was pure commerce. Geschiedschrijving zonder betekenis.”

Dan: “Ik leef bewust. We weten allemaal dat het leven beperkt is, maar bij mij is het concreter geworden. Ik word gedwongen erover na te denken. Maar de dood is de dood. Dat wil niet zeggen dat er niks meer is, ieder leven leeft ergens verder. Mijn vader en mijn moeder in mij. En ik in wat ik gerealiseerd heb. Dat betekent verrijzenis voor mij. Paradijzen interesseren me niet.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234