Zondag 16/06/2019

Legermuseum

Laatste getuigen van Tweede Wereldoorlog: ‘De vreugde die je voelt dat je leeft, is niet te beschrijven’

André Liégeois was eerst actief bij het verzet, voor hij zich aansloot bij een brigade van het Belgische leger. Beeld Tim Dirven

Op 8 mei 1945 is het zover. Aan de Tweede Wereldoorlog komt, althans in Europa, een eind. Maar hoe kan je bijna 75 jaar later het verhaal van dat immense conflict vatten in een tentoonstelling? Voor de opening van een nieuwe vleugel over de oorlog nodigde het Legermuseum enkele van de laatste getuigen uit. Om 40-45 nog eens na te vertellen.

“Mijn voeten waren bevroren”, zegt Anne Megens, nu een 94-jarige dame, toen een jonge vrouw, die door haar activiteiten in het verzet is afgevoerd naar een concentratiekamp. “Het was in het kamp van Belzig, in de winter. Ik liep rond op sandalen, en toen die helemaal kapot waren heb ik deze schoenen gekregen.”

In aanloop naar de 75ste verjaardag van die ene 8 mei heeft het Legermuseum een tentoonstelling gewijd aan het einde van de oorlog, en hoe België die beleefd heeft. Bezoekers vertrekken van in het bezette land, lopen zo de bevrijders tegemoet en eindigen in het hart van het Derde Rijk. Waar ze dan kennismaken met de Duitse vernietigingskampen.

Dodenmars

Met een paar schoenen kan je een deel van die horror al pakken. Niet enkel oud zijn ze, maar ook versleten. Ze zaten aan de voeten van Megens, toen ze in een mensenmassa meeliep naar Altengrabow. Wat de geschiedenis is ingegaan als de dodenmars. Ik had geluk”, zegt Megens. “Ik kon nog lopen, maar ik heb dames gezien die vermoeid waren, honger hadden, en die ze moesten ondersteunen. Maar we klaagden niet, we weenden niet. Ik geloof dat we op dat moment geen gevoelens meer hadden.” 

Na de oorlog heeft Megens er jaren over gezwegen. Haar ouders wilden er niet over praten, ook al omdat haar broer was omgekomen in een ander concentratiekamp. Stemmen als die van Megens worden de dag van vandaag steeds zeldzamer – en de nood om hun verhaal te doen daarmee ook groter, vindt ze“Ik merk dat mensen soms niet weten dat er behalve voor Joden ook kampen waren voor weerstanders”, zegt Megens. “Vandaar dat ik het belangrijk vind om erover te vertellen.” 

Anne Megens. Beeld Tim Dirven

Hoe het Legermuseum dan het volledige verhaal aanpakt? Het zou geen museum zijn als het daarvoor geen beroep zou doen op historische objecten. Naast vrij alledaagse voorwerpen heeft het museum ook enkele topstukken uit de kast gehaald. De kepie van Hermann Göring, bijvoorbeeld, een van de meest prominente figuren uit nazi-Duitsland. Maar als je de pas geopende vleugel van de tentoonstelling binnenloopt, zit dit stuk bijna weggestopt, in een kleine vitrine, tussen de talloze andere voorwerpen. Een helm van een Belgische soldaat, doorboord met een kogel. Om het leven gekomen bij de Duitse inval in 1940.

Een kamer over de collaboratie – in het zwart geschilderd – staat dan tegenover een witte kamer over het verzet. Toonbeeld van hoe verdeeld België toen was, vertelt de conservator. Historici zouden spreken over een land in burgeroorlog, onder het juk van de bezetting. “Mijn vader vocht in 1940 mee tegen de Duitsers, maar raakte gewond en overleed”, zegt André Liégeois, in 1925 geboren als zoon van een Belgische officier en een Congolese moeder. Tijdens de bezetting besloot hij om samen met zijn broer bij het verzet te gaan. “Met lampen moesten wij ‘s nachts een parachutagezone aanduiden, waar de Engelsen dan zaken dropten. Eerst was het geld, of valse rantsoenbonnetjes, die we dan naar andere verzetsstrijders moesten brengen. Na de bevrijding van Parijs werden het wapens. Amerikaanse M1-karabijnen of radio-onderdelen. ” 

De schoenen van Anne Megens. Beeld Tim Dirven

Het is via ‘Radio Londen’ dat Liégeois ook hoort dat de geallieerden op het punt staan België te bevrijden. “We hebben ons bewapend en zijn toen speciale punten zoals elektriciteitscentrales gaan surveilleren”, zegt hij. “Toen de geallieerde soldaten er dan waren, kwam iedereen op straat. Je kon je niet meer bewegen.”

Bevrijding

De herdenking van die bevrijding moet veel verder gaan dan het museum. Zo staat er een heel jaar met activiteiten op de kalender. Met vijftig historische voertuigen, waarvan een groot deel uit de collectie, wordt eind augustus een tocht georganiseerd van twee weken, te beginnen in Bergen, de eerste grote Belgische stad waar de geallieerden binnenreden. Zo naar Brussel, Antwerpen en Leopoldsburg. Wie de film A Bridge Too Far gezien heeft, weet misschien dat van daaruit een Britse kolonne vertrok, op weg naar Nijmegen en Arnhem in Nederland – een operatie die uiteindelijk zou mislukken.

Beeld Tim Dirven

Liégeois sloot zich na zijn tijd in het verzet aan bij de brigade Piron (een Belgische eenheid in het Britse leger) en kon zo mee een deel van Limburg en later Nederland bevrijden. “Toen de mensen ons zagen, dachten ze eerst dat wij Engelsen of Canadezen waren”, vertelt hij.  “Als ze dan hoorden dat we Belgen waren, werden ze echt uitzinnig. Ook in Nederland wilden mannen meisjes opheffen, zodat ze ons een kus konden geven.”

“We zaten in onze schuttersputjes op 8 mei 1945, toen we hoorden dat het voorbij was. Maar we mochten onze posities niet verlaten. De vreugde die je dan voelt – dat we nog leefden – is niet te beschrijven. De nazi’s waren verslagen. Ons vader was gewroken.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden