Dinsdag 20/04/2021

Laatst zei iemand: de nazi’s hadden u beter ook vergast

Ze zijn weinig talrijk, maar wel vastberaden. De Unie der Progressieve Joden van België slaat geen enkele pro-Palestijnse manifestatie over. Ook de voorbije weken stonden ze schouder aan schouder met ‘Israel assassin’-schreeuwende moslims. Op veel sympathie van de rest van de joodse gemeenschap kunnen ze niet rekenen. ‘Wie ook maar enig begrip voor de Palestijnen opbrengt, wordt meteen in de hoek gezet als slechte jood.’

De niet zo voor de hand liggende missie van de UPJB, de Belgische vereniging van pro-Palestijnse joden

Heibel in het Midden-Oosten, dan weten ze bij de Brusselse politie hoe laat het is. Vijf betogingen mochten ze vorige week in goede banen leiden. De opkomst bleef bescheiden, maar de sfeer was geladen en de toon scherp. “Israel assassin!” “Israël état terroriste!” De kreten weerkaatsten tegen de gevels van de Israëlische ambassade, het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Europese Commissie en de Beurs. De prominente aanwezigheid van de Arabisch-Europese Liga (AEL) zal niemand hebben verbaasd, net zo min als de deelname van pro-Palestijnse comités, mensenrechtenorganisaties, ngo-koepels en extreem linkse groupuscules. Wie al evenmin mocht ontbreken, was de Unie der Progressieve Joden van België. Hoe voorspelbaar ook, het blijft een merkwaardig tafereel: joden die tegen Israël betogen.

“Laatst, op het Schumanplein, waren we met een twintigtal”, zegt UPJB-boegbeeld Henri Wajnblum. “Niet slecht als je bedenkt dat het om een spontane manifestatie ging die via sms’jes en sociaalnetwerksites werd aangekondigd. Alle betogingen zijn vlekkeloos verlopen, de ordewoorden werden scrupuleus gerespecteerd. Geen antisemitische leuzen, dat is altijd een opluchting. Ik heb het al anders geweten. We zijn al een paar keer uit een betoging gestapt omdat sommige deelnemers het verschil niet kunnen of willen maken tussen Israël en het jodendom. Ook vorig jaar, tijdens de grote betoging tegen de oorlog in Gaza, werden slogans tegen de joden gescandeerd. We waren geschokt, maar we zijn toch gebleven. Met 30.000 man op de been kun je nu eenmaal niet verwachten dat iedereen netjes de ordewoorden volgt. Intussen hebben we een afspraak met de Association Belgo-Palestinienne: als tijdens een betoging toch antisemitische slogans gehanteerd worden, dan moeten ze ons de kans geven daar publiekelijk afstand van te nemen.”

Waar stopt de kritiek op de staat Israël en begint de smaad aan het joodse volk? Voor leken is de grens misschien vaag, maar Henri Wajnblum weet de lijn feilloos te trekken. “‘Israel assassins!’ roepen is geen antisemitisme, net zo min als het verbranden van de Israëlische vlag. Politieke symbolen zijn er om aangevallen te worden. Maar het onteren van de davidster kan voor ons niet door de beugel. Vroeger kwam dat vaak voor bij pro-Palestijnse betogingen, maar intussen hebben de andere organisaties begrepen dat de davidster geen politieke maar wel een culturele lading heeft.”

Eén keer per maand geeft Wajnblum zijn maandelijkse lezing over de actualiteit in het Midden-Oosten in een uitgeleefd pand in de Overwinningsstraat in Sint-Gillis. Tien vrouwen en twee mannen schuiven aan. Na de lezing is er kriekenvlaai en rijsttaart. De meeste belangstellenden zijn fors ouder dan de in 1939 gestichte UPJB. De organisatie, opgericht door communistische en antifascistische ballingen uit Oost-Europa, heette toen nog Solidarité Juive. Heel wat leden streden tijdens de oorlog bij het communistische Onafhankelijkheidsfront.

“Het waren uiteraard geen zionisten”, zegt Wajnblum. “Als overtuigde communisten zwoeren ze bij het internationalisme. Maar er was geen scherpe tegenstelling tussen beide stromingen. In 1948 is een militie van Solidarité Juive naar Palestina getrokken om er met de zionisten tegen de Arabieren te vechten, met de zegen van de Belgische Kommunistische Partij. Zo verwonderlijk is dat niet, tenslotte was de Sovjet-Unie het eerste land dat Israël erkende. Vanaf begin de jaren vijftig, de periode van de stalinistische processen tegen joodse artsen in de Sovjet-Unie, is de relatie met de KP vertroebeld. De beweging heeft heel wat ideologische ruzies en afscheuringen beleefd, het was een echte krabbenmand. Pas met de naamsverandering in 1969 is het tot een hergroepering van de linkse krachten gekomen. Eigenlijk valt de identiteit van de UPJB in drie woorden samen te vatten: progressief, leek en diaspora. In tegenstelling tot de zionisten geloven we niet in een mythisch thuisland. We moeten het joodse leven opbouwen daar waar de toevalligheden van de diaspora ons hebben gebracht.”

1969, dat was twee jaar na de Zesdaagse Oorlog, die tot de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook leidde. “Ook voor ons was dat een kantelmoment”, zegt Wajnblum. “We hadden niets tegen de staat Israël. Nog altijd niet overigens: joden hebben recht op een eigen staat, net zoals de Palestijnen. Maar we ijveren voor een joodse staat binnen de grenzen die voor de Zesdaagse Oorlog golden. Die staat moet bovendien een echte democratie zijn, met gelijke rechten voor iedereen. Het kan niet langer dat 1,3 miljoen Arabieren in eigen land als tweederangsburgers worden gediscrimineerd. Volgens ons ideaal moet Israël van een etnocentrische staat naar een bicommunautaire natie evolueren.”

Heldere standpunten, maar wie luistert? De UPJB staat met haar 300 leden compleet geïsoleerd binnen de joodse gemeenschap. Ze is niet aangesloten bij het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties van België, een koepelorganisatie waarvan de Likoed-gezinde Cercle Ben Gourion met zijn invloedrijke Radio Judaïca en het linkse maar evengoed zionistische Centre Communautaire Laïc Juif (CCLJ) van David Susskind de bekendste loten zijn. En ook al kan de afkorting UPJB in beide landstalen worden gelezen, het aantal leden in Vlaanderen laat zich tellen op de vingers van één hand.

Een van hen is covoorzitster Anne Grauwels (58), hoogleraar economie aan de Hogeschool Gent. “Ik kom uit een links nest uit Oostende”, zegt ze. “Eigenlijk heb ik een zeer Vlaamse jeugd gehad. Mijn ouders, die zelf de Shoah hebben meegemaakt, hebben altijd afstand gehouden van de joodse gemeenschap, die in Vlaanderen een puur Antwerpse en religieuze aangelegenheid is. Het is pas tijdens mijn studies in Brussel dat ik me voor mijn roots ben gaan interesseren. Ik was links, joods en solidair met de Palestijnen. Dan kom je vanzelf uit bij de UPJB.”

Ja, ze heeft familie in Israël. “Maar ik heb daar niks te zoeken”, zegt ze. “Waarover moet ik met mijn Israëlische familie praten? Niet over mijn politieke overtuiging of over mijn engagement voor de Palestijnen, die onderwerpen zijn compleet taboe. Het klimaat in Israël is verstikkend, zeker nu een extreem rechtse regering met Netanyahu en Lieberman aan de macht is. Wie ook maar enig begrip voor de Palestijnen opbrengt, wordt meteen in de hoek gezet als slechte jood.”

Verrader, terroristenvriend, het zijn maar enkele van de troetelnaampjes die vaak door andere joden worden toegevoegd. “Er is nog een woord dat vaak valt”, zegt Anne Grauwels. “Zelfhaat. Een jood die tegen Israël ageert, is een jood die met zijn identiteit worstelt en slecht in zijn vel zit. Zelfhaat heet dat dan. Joden discussiëren graag, dat is bekend, maar in deze materie is het pluralisme ver zoek. Kritiek op Israël wordt niet getolereerd, andere joodse organisaties weigeren zelfs maar naar ons te luisteren. Radio Judaïca staat bekend als een rechts bolwerk waar alleen onvoorwaardelijke vrienden van Israël aan het woord komen. Heel af en toe, vooral in tijden van verkiezingen, kon je een licht afwijkende mening horen. Maar een woordvoerder van UPJB? Volstrekt ondenkbaar.”

Alle UPJB-leden, tenminste zij die voor hun overtuiging uitkomen, hebben voor hun engagement een prijs betaald. Vriendschapsbanden werden doorgeknipt, familiebanden knapten onder de spanning van ideologische tegenstellingen. “Mijn broer heeft jaren niet met me gesproken”, zegt Adeline Liebman, weduwe van ULB-professor en mensenrechtenactivist Marcel Liebman. “Mijn man kreeg tot drie keer toe doodsbedreigingen. Geen flauwe grappen, we hebben een tijdlang zelfs moeten onderduiken. Een keer beet iemand hem toe dat de nazi’s hem beter hadden vergast. Kunt u zich dat voorstellen? Joden die zoiets tegen ander joden zeggen?”

Kort nadat hij tijdens een betoging een verklaring voor de RTBF had afgelegd, kreeg Henri Wajnblum telefoon. “Een anonieme beller, zoals steeds. Dit keer luidde het dat mijn moeder zich in haar graf zou omdraaien als ze haar zoon naast die moordenaars had zien staan. Hoezo moordenaars? Ik stond daar toch niet naast de soldaten van het Israëlische leger? Aan de andere kant werd de telefoon meteen ingehaakt.”

Ook in januari 2009, na de massale betoging tegen de Gazaoorlog, kreeg Wajnblum telefoon. “Het was midden in de nacht. Een mannenstem zei dat het jammer was dat ze me niet hadden meegenomen met mijn vader naar Auschwitz. Daar was ik niet goed van. Mijn vader, moet u weten, is nooit teruggekeerd uit Auschwitz. Ik heb ook moeten horen dat wij bij de UPJB de enige waardige opvolgers zijn van de nazicollaborateurs in de Tweede Wereldoorlog. En dan moet je weten dat deze organisatie haar wortels heeft in het verzet tegen de nazi’s.”

De vooruitzichten op een rechtvaardige vrede in het Midden-Oosten zijn slechter dan ooit. Hoe houden ze er de moed in? “Er is vooruitgang”, zegt Anne Grauwels. “De oorlog van vorig jaar in Gaza heeft een diepe indruk gemaakt op de diaspora. Zowel in Amerika als in Europa beseffen meer en meer joden dat Israël in een doodlopende straat zit, en dat de onderdrukking van de Palestijnen op termijn het voortbestaan van Israël zelf in gevaar brengt. In Amerika heb je sinds twee jaar J Street, een lobby die voor een tweestatenoplossing pleit en die een tegengewicht probeert te vormen voor de machtige pro-Israëlische AIPAC-lobby. In Europa hebben ze als antwoord J Call gelanceerd, een platform van vooraanstaande joden die op dezelfde golflengte zitten. Voor ons gaan J Street en J Call niet ver genoeg, de klemtoon ligt nog altijd veel meer op de veiligheid van Israël dan op de rechten van de Palestijnen. Maar het is een stap vooruit”.

Dus blijven ze maar betogen. Zoals onlangs, toen de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman in Brussel kwam spreken voor een zionistische gastorganisatie. “Vaak wordt er zwaar gediscussieerd”, zegt Wajnblum. “Hoe ver willen we gaan? Achter welke ordewoorden gaan we staan? We zijn als de dood om voor een verkeerde kar te worden gespannen, want we worden wel eens gebruikt als alibi-joden om het mogelijk verwijt van antisemitisme te bezweren.”

Soms, geeft Anne Grauwels toe, voelt ze zich, joods en leek zijnde, wat ongemakkelijk in het gezelschap van medebetogers die een duidelijk fundamentalistische versie van de islam aankleven. Maar die weerzin weegt niet op tegen het gemeenschappelijke ideaal. “Israël laat ons geen keuze”, zegt ze. “Onze aanwezigheid heeft bovendien een heilzaam effect. Gewoonlijk krijgen we applaus van de andere betogers, ook en vooral van allochtone jongeren. Voor jonge moslims is het een verhelderend inzicht dat er ook joden zijn die zich afzetten tegen de onderdrukking van de Palestijnen, met wie ze zich sterk identificeren.”

De pedagogische meerwaarde van UPJB is ook in het Franstalige onderwijs bekend. Henri Wajnblum, die zopas na 25 jaar het voorzitterschap heeft doorgegeven, is ettelijke keren uitgerukt naar middelbare scholen om er antisemitische oprispingen te bedaren.

“Dan stapte ik zo’n klas vol allochtone leerlingen binnen”, vertelt hij. “Het eerste wat ze op me afvuurden: waarom doen jullie hun dat aan? Jullie, dat zijn dan de joden, hun staat voor de Palestijnen. Na zo’n openingsvraag kon ik dan uitleggen dat er een verschil bestaat tussen het jodendom en Israël.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234