Donderdag 17/10/2019

Laat het maar kabbelen

Vertrouwt u ons nog? 'Wij' zagen de overwinning van de brexiteers en Donald Trump nauwelijks aankomen. Ook de kritische tegenstem over het Pietenpact ontbrak aanvankelijk. Het is daarom niet alleen tijd voor een bekentenis, maar ook voor een omslag.

Sorry, maar dat durf ik niet op tv te zeggen." Aan de lijn hangt een onderwijs- en samenlevingsexpert. Hij kreeg begin deze week de vraag om zich uit te spreken over het Pietenpact en de ogenschijnlijk felle polarisatie in onze samenleving. Hij deed dat, maar wat hij echt dacht, bleef dus verborgen. Terwijl die boodschap het debat eigenlijk zou kunnen ontzenuwen. Want, zo zei hij op dezelfde dag dat deze krant met basisschooldirecteurs belde: "Op school ligt niemand wakker van deze discussie."

Sinds het brexitreferendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen is het verleidelijk en modieus om te spreken van een 'media culpa'. Terwijl The New York Times haar lezers zelfs meldde dat ze voortaan onpartijdig over Donald Trump zou gaan berichten, bleef zo'n openlijk bericht in onze contreien uit. Toch moet het boetekleed op zijn minst gedeeltelijk worden aangetrokken. Want dezelfde mechanismen verrassen ons, de traditionele nieuwsmedia, telkens opnieuw. Zo achtten we Nigel Farage en Donald Trump niet of nauwelijks in staat om te triomferen, maar zagen we aanvankelijk ook niet hoe het Pietenpact op weinig brede steun kon rekenen.

"Ik betwijfel of Zwarte Piet noodzakelijk een raciaal statement is", zegt Mark Elchardus, socioloog en vast columnist van deze krant. "En ik denk dat een meerderheid het met mij eens is. Wat we nu hebben gezien, was geschreeuw. Terwijl het Pietenpact een beter debat verdient."

Ook Zwarte Piet is een speelbal geworden van populisten. Politici als Nigel Farage, Donald Trump en Geert Wilders presenteren een eenvoudige wereld met heldere tegenstellingen. "Deze mensen zijn de oneerlijkste mensen die ik ooit heb ontmoet", zei Trump geregeld over journalisten. "De media zijn nog nooit zo oneerlijk geweest als tijdens deze verkiezingscampagne." Volgens, jawel, een peiling schaarde driekwart van de Amerikanen zich achter deze stelling.

Een deel van hen informeerde zich voortaan via Facebook en Twitter of zocht zijn meug bij Breitbart en Fox News. "Kun je hen dat kwalijk nemen?", zegt Will Rahn, chef politiek van CBS News. "Journalisten houden ervan om Trump-aanhangers belachelijk te maken. We beledigen hen omwille van hun uiterlijk. We zetten hen weg als racisten en seksisten. We vertellen hoe wij ons voelen door zijn opmerkingen of beleidsvoorstellen, maar schuiven hun gevoelens van ons af."

Misschien dat een bekentenis dichter bij huis dit verder kan duiden. Ik zie mijn halfbroer amper. Hij woont in Nederlands-Limburg. Waar ik nabij Brussel werk en bij Gent woon, leeft hij in een van de armste gebieden van Nederland. Afgelopen weekend ging ik op bezoek. Toen mijn vader zei dat mijn broer, net als veel andere Limburgers overigens, van plan is om op Geert Wilders te stemmen, reageerde ik niet, zoals experten nu aanraden, begripvol. Ik werd boos. Ik kon maar niet begrijpen, toch zeker niet de eerste minuten, waarom mijn halfbroer, toch een lieve man, op een vuilspuiende politicus wilde stemmen.

Sterker nog: ik voelde schaamte. Maar eigenlijk, en tot dat besef komen veel journalisten nu pas, moeten wij ons met dat sentiment niet of nauwelijks bezighouden. Maar wat moeten wij, de nieuwsmedia, dan wel voor u doen? Moeten we peilingen radicaal afzweren nu ze ons meermaals op het verkeerde pad hebben gezet? Moeten we de traditionele en niet bijster geliefde vox pop, de snelle rondvraag op straat, nieuw leven inblazen?

Te simpele antwoorden

Het lijken te simpele antwoorden. Sommige columnisten kiezen daarom voor een radicalere koers. In de Volkskrant stelt Bert Wagendorp dat de media helemaal geen bevolkingsgroepen zijn vergeten en dat 'de verongelijkten' bovendien al lang niet meer zijn krant lezen. Zij hebben zich teruggetrokken op sociale media, waar ze, ook met dank aan de algoritmes van Facebook, volop inaccuraat nieuws voor de kiezen krijgen. "Media hebben de neiging op kritiek te reageren door de critici bij te vallen of er zelf nog een schepje bovenop te doen. Het is de platte angst voor het geschreeuw van een verongelijkte minderheid."

Zijn pleidooi komt op zijn minst defaitistisch over. Het lijkt ook niet helemaal van toepassing op de Vlaamse onderbuik. Hier zagen we, zoals in het vluchtelingendebat, dat sommige meningen meer gewicht kregen dan andere. Dat de grenzen tussen het opiniërende en het redactionele nog meer dan anders vervelden. Wie ijverde voor gesloten grenzen, kon zijn argumentatie amper op een serene manier aan de man brengen.

"Wat mij heeft gestoord, is dat veel mensen denken dat ze een moreel hoogstaande positie innemen door te ijveren voor open grenzen", zegt Elchardus. "Terwijl daar een hele keten van mensenhandel aan vasthangt. Toch werd elke fatsoenlijke houding die daarvan afweek weggezet als inhumaan. Het is een fenomeen dat vaker de kop opsteekt. Eender welke kritiek op sommige interpretaties van de islam wordt ook meteen weggezet als islamofobie en racisme."

Het zorgt ervoor dat de zwijgende meerderheid, een groep die afhankelijk van het debat van samenstelling verandert, nauwelijks werd gehoord. Af en toe proberen de nieuwsmedia die trend te doorbreken, bijvoorbeeld door journalisten naar de VS te sturen. In de weken voor de verkiezingen lieten Koen Vidal en Maarten Rabaey voor deze krant vanuit staten als Alabama een andere kant van de VS zien. Hun verhalen en reportages, uit de Republikeinse onderbuik, maakten komaf met bestaande zekerheden. Maar toch: Trumps zege lag er niet volledig in besloten.

Misschien hadden ze veel eerder moeten vertrekken. Misschien dat 'wij' de Republikeinse grondstroom dan eerder hadden kunnen vatten. Het zou kunnen helpen, meent Elchardus, maar eigenlijk hoeft dat zelfs niet. "Ik ben niet a priori geneigd om te zeggen dat de media andere bevolkingsgroepen moeten opzoeken. Journalisten moeten net meer nadruk leggen op nuance en niet zo snel morele veroordelingen in hun krant of programma toelaten."

Het lijkt op het pleidooi dat publicist Bas Heijne eind oktober hield in NRC Handelsblad. Hij zwaaide met het boek Enough Said van Mark Thompson, de bestuursvoorzitter van The New York Times. "Is ons publieke debat zo losgeslagen omdat de samenleving meer versplintert, of drijft onze heftiger taal, waarin bestaande tegenstellingen worden gedramatiseerd en uitvergroot, ons almaar verder uit elkaar?", schrijft Heijne. "Intussen lijkt het publieke debat geheel in dienst te staan van het vertolken van twee emoties: hoon en verontwaardiging. Kon je die emoties elimineren, dan ging Twitter vandaag nog failliet."

Eigenlijk bouwen Thompson en Heijne voort op filosofe Hannah Arendt. Zij beschreef al even geleden de voorwaarden voor totalitarisme. En die vertonen opmerkelijk veel gelijkenissen met de populistische storm die over de VS is gewaaid en waar Europa steeds feller mee te maken krijgt. Arendt stelt dat een groot deel van de bevolking zich 'onnodig' of 'overbodig' moet voelen. Als de hoop, die door Barack Obama werd aangezwengeld, is vervlogen, wachten de ontluistering en vervreemding. Juist daarin schuilt de voedingsbodem voor politici en beroepsquerulanten als Trump en Farage. Zij verworden tot de uitlaatklep voor de teleurgestelden en de misnoegden.

Schaduwwereld

Populisten bieden hen een alternatieve realiteit aan. Een schaduwwereld waarin kiezers hun uitspraken dus lang niet altijd letterlijk, maar wel degelijk serieus nemen. Traditionele verslaggevers deden intussen juist het tegenovergestelde. Zij namen Farage, Trump of de Pieten-bestrijders niet serieus, maar wel letterlijk. "Waar haalt u de miljarden voor de Britse gezondheidszorg vandaan?", klonk het dan. Of nog: "Wie gaat die muur nabij de Amerikaans-Mexicaanse grens betalen?"

Zulke vragen maken geen indruk op kiezers die zich onnodig voelen. Het dreigt juist de veronderstelling te versterken dat hun gevoelens niet worden erkend. Rob Wijnberg, oprichter van De Correspondent, verklaart daarom dat we, nu de samenleving hopeloos verdeeld lijkt, "een gesprek met elkaar moeten hebben over hoe het beter kan". Het lijkt wel alsof hij met alle Nederlanders, ook de PVV-stemmers, gezellig rond het kampvuur wil gaan zitten om 'Kumbaya' te zingen. Het klinkt erg naïef.

Zover hoeft het volgens Heijne en Elchardus ook niet te komen. Zij stellen dat we ons bewuster moeten worden van ons taalgebruik. "Zoals Thompson terecht stelt, is de verwording van het publieke discours niet enkel de schuld van populisten", zegt Heijne, die het voorbeeld aanhaalt van een liberale politicus die volgens sommige media de Roetveegpiet een "moordaanslag op Sinterklaas" noemde, maar in werkelijkheid - en nog altijd behoorlijk fors - stelde dat "abrupte veranderingen" het Sinterklaasfeest "vermoorden". "We moeten afscheid nemen van onze eigen verlekkerde hyperbolen, van onze verbale uitzinnigheden, de neiging om alles en iedereen in dramatische termen te gieten, van onze zelfrijzende verontwaardiging en ontsteltenis. Het is tijd voor een nieuwe taal."

Wie zo'n omslag wil maken, zal merken dat die verre van eenvoudig te realiseren valt. Het is immers verleidelijker om twee helder geformuleerde meningen tegenover elkaar te plaatsen. "Voor elke uitzending denken we in twee sporen die De afspraak het nodige kruit kunnen geven: straffe verhalen waarmee we de kijker kunnen raken, en discussies tussen radicaal tegenstelde stemmen", zei Bart Schols onlangs in het magazine van deze krant. "Ik denk aan Ahmet Koç tegen Mete Oztürk: een aanhanger van Erdogan tegen een hoofdredacteur van een opgedoekte krant. Zulke discussies maken de dingen duidelijk en zijn vaak goede tv. Het mag niet kabbelen."

Het zou oneerlijk zijn om alleen naar Schols te wijzen. Wat hij eerlijk vertelt, is een overtuiging die door veel journalisten in de praktijk wordt gebracht. Wijnberg is daar bijzonder kritisch over. Hij stelt dat de vriendelijke, tolerante Nederlander of Vlaming te weinig aan bod komt. "'Dat geluid hoor je al de hele dag.' Extreme meningen over extreme gebeurtenissen, daar smullen nieuwsmedia van. Vuurwerk aan de talkshowtafel. Conflict! Polarisatie! Mensen die het grotendeels met elkaar eens zijn, wie kijkt daar nou naar? Mensen in hokjes stoppen, dat verkoopt. En we doen er allemaal, op onze eigen manier, aan mee."

Voortaan mag het dus wat meer kabbelen. Het juiste debat, door de controle van politiek beleid of het in kaart brengen van maatschappelijke tendensen, kan ook op een kalme manier worden gevoerd. "Wat ons kan redden, is een kritische ingesteldheid", zegt Elchardus. "We hebben de traditionele journalistiek nodig en mogen de focus meer verleggen naar het inhoudelijke. Journalisten kunnen poortwachters blijven als zij de argumentatie opzoeken en niet de morele waarde van uitspraken in vraag stellen. En dat betekent dat ze soms de moed moeten hebben om te zeggen dat iemand zich kinderachtig gedraagt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234