Woensdag 13/11/2019

Laat het Grote Herdenken beginnen

De Eerste Wereldoorlog is een eeuw geleden begonnen en de Westhoek is er klaar voor. De oorlogsmusea zijn vernieuwd, de loopgraven gerestaureerd en de begraafplaatsen ontdaan van hun laatste sprietje onkruid.

Geen streek met meer oorlogserfgoed dan deze Belgische uithoek, dit druilerige polderlandschap waar de frontlinie in '14-'18 bleef steken. De beklemmende Dodengang in Diksmuide, de ingetogen Last Post onder de Menenpoort, de gigantische begraafplaats van Tyne Cot, met 11.954 graven. Geen betere plaats dan hier om de Eerste Wereldoorlog te herdenken.

Geen betere plaats, misschien ook, voor gevoelige vragen. Want herdenken is ook betekenis geven. Betuigen we onze dankbaarheid aan heldhaftige strijders, voor hun offer voor volk en vaderland? Of betreuren we de slachting van het kanonnenvlees, zinloze slachtoffers van de internationale machtspolitiek?

Het wordt de komende jaren druk in de Westhoek. In 2013 kwamen er al 415.000 bezoekers, in 2014 worden er meer dan een half miljoen verwacht. Het In Flanders Fields Museum in Ieper, in 2012 flink uitgebreid, moest onlangs een uur lang zijn deuren sluiten, wegens te grote drukte. De 'Last Post' brak zijn record met 36 bussen vol toehoorders. De organisatie overweegt videoschermen te plaatsen.

Bezoekers zijn er in een paar categorieën. Er zijn de Belgen, Britten en Nederlanders op leeftijd, met een reisgids op zoek naar loopgraven, mijnkraters en bunkers. Er zijn de militairen, die tijdens de 'Last Post'-ceremonie een bloemenkrans hopen neer te leggen. En dan de Britse scholieren in geruit uniform, vol eerbied voor de graven van soldaten, slechts een paar jaar ouder geworden dan zijzelf.

Ze bezoeken de klassiekers van het herdenkingstoerisme: de gedenktekens, de begraafplaatsen en 's avonds de klaroeners onder de Menenpoort. Het zijn overgeleverde symbolen, bedacht door de naoorlogse generatie en tot vandaag in stand te houden. Zo groot was het verlies aan jonge mensenlevens, dat we dit nooit mogen vergeten.

In de Westhoek klinkt de vraag of die symbolen, honderd jaar later, nog toereikend zijn. Want alleen de geallieerden kregen prachtige begraafplaatsen en de Menenpoort straalt triomf uit. Het zijn in essentie militaristische en patriottische symbolen. Prominente stemmen in Vlaanderen pleiten voor modernere vormen van herinneringstoerisme. Zij willen 'het herdenken her-denken'.

600.000 beeldjes

Die stemmen klinken onder meer in een gerestaureerde maalderij in Schore, tussen Nieuwpoort en Diksmuide, waar beeldend kunstenaar Koen Vanmechelen en curator Jan Moeyaert hun atelier hebben. In 1914 stond hier geen steen meer overeind. Eerst kwamen de Duitsers, daarna de onderwaterzetting van de IJzervlakte. Nu staat de maalderij vredig tussen de aardappelvelden.

Vanmechelen en Moeyaert willen hier de komende vier jaar duizenden bezoekers uitnodigen om samen met hen een beeldje van klei te maken. Een ineengedoken figuurtje, gebukt onder gruwelijk leed, maar met een sterke ruggegraat. In totaal moeten het er 600.000 worden, één voor elke persoon die tijdens WO I in België sneuvelde, ongeacht nationaliteit, geslacht of status.

Die 600.000 slachtoffers, dat is voor de 'her-denkers van het herdenken' een belangrijk getal. Een voorlopig getal ook, want het In Flanders Fields Museum werkt nog altijd aan een lijst van alle slachtoffers die in België vielen. Tot nog toe waren er alleen deellijsten, van het Britse Gemenebest of van het Belgische leger, en die waren ook nog eens onvolledig.

"Om herdacht te worden, moest je sneuvelen als deel van een bepaalde club", zegt Piet Chielens, directeur van het museum. 'De burgerslachtoffers zijn in België nooit herdacht, laat staan de Duitse soldaten. Terwijl de gewone Duitsers ook niet gevraagd hadden om die oorlog. De schotten tussen die clubjes naar beneden halen is voor ons heel belangrijk."

Zeshonderdduizend verspilde levens, dat moet het nieuwe symbool van de WO I-herdenking worden. Een herdenking die door en door pacifistisch is, en die een verband met het heden legt.

In 2018 brengen Vanmechelen en Moeyaert hun beeldjes samen in een gigantisch landschapskunstwerk, een zee van slachtoffers in het vroegere niemandsland van de frontzone. "Dat moet ons herinneren aan de zinloosheid van oorlog: gisteren, vandaag en morgen", staat er in de catalogus.

In het atelier in Schore hangt een foto van een Syrische baby, in het puin van een bombardement. "Die plek is nu zoals het hier honderd jaar geleden was", zegt curator Jan Moeyaert. "Die dubbele houding wil ik aankaarten. We herdenken wel met veel respect, maar we vergeten dat het nu nog gebeurt. Honderd jaar later hebben we niet zo veel geleerd uit dat verschrikkelijke verhaal.'

Onderstroom

Helemaal nieuw is die pacifistische herdenkingscultuur niet. Ook na de napoleontische oorlogen klonken er kritische geluiden over de horror van de oorlog, en na de Slag bij Solferino in 1859 riep Henri Dunant, de latere oprichter van het Rode Kruis, op om de gewonden van beide zijden te helpen.

Maar het was de onbevattelijke gruwel van WO I die de vredesgedachte doorbrak, vooral in de Westhoek. In de jaren twintig verscheen in Diksmuide de IJzertoren, die vreemde mix van antimilitarisme en Vlaams nationalisme, met in vier talen het opschrift 'Nooit meer oorlog'. In 1964 organiseerde Ieper een eerste verbroedering tussen het Franse, het Britse en het Duitse leger, met honderd soldaten uit elk land.

"In West-Vlaanderen is die onderstroom er altijd geweest", zegt Piet Chielens. "Wij zaten hier on the receiving end, wij hebben alleen de nadelen gezien. Ik ben opgegroeid tussen de begraafplaatsen, de ouderen in het dorp vertelden gruwelijke verhalen. Pacifisme was de enige manier om de zinloosheid zin te geven."

De komende jaren willen de Vlaamse instanties die vredesgezinde herdenkingscultuur nog meer verspreiden en voorzichtig overbrengen op de Britse en Franse bezoekers. "Na honderd jaar kunnen we stilaan herdenken zonder de doden postuum op te delen in winnaars of verliezers, goeden of slechten, burgers of militairen", klinkt het in een intentieverklaring, geschreven door Erwin Mortier.

'Oorlog was niét zinloos'

Niet iedereen is enthousiast over die pacifistische insteek. De Belgische historica Sophie De Schaepdrijver, een autoriteit op het terrein van WO I, noemt het eenzijdig. "De mantra van 'Nooit meer oorlog' houdt in dat de Eerste Wereldoorlog absurd en zinloos was", zei ze in De Morgen. "Maar de oorlog was niet zinloos: België wilde de Duitse indringer terugdringen. Plichtsbesef en vaderland betekenden toen echt iets."

De Vlaamse organisatoren erkennen de verschillende herdenkingsvisies en schipperen tussen traditie en vernieuwing, tussen klassiek militarisme en pacifisme. Zoals acteur Wim Opbrouck, die gevraagd werd om de dertigduizendste Last Post te regisseren, op 9 juli 2015. Hij bedacht een ambitieus plan om brandweerkorpsen over de hele wereld het stuk te laten spelen. Dus ook in Duitsland.

"Ik wil een pacifisme in dat ritueel pompen, dat in wezen heel Brits en patriottisch is", zegt hij. "Maar in mijn eerste gesprekken met de Last Post Association zeiden ze rondweg: 'Nee, het is een militair eerbetoon en het is enkel voor de gevallen soldaten die op de Menenpoort staan.' Terwijl zo'n verhaal van goed en kwaad voorbijgestreefd is. Het moet gaan over alle gevallenen."

Uiteindelijk kreeg Opbrouck de Last Post Association mee in zijn verhaal van een wereldwijde vredeshymne. "Ik snap dat de organisatie die ceremonie onder de poort wil beschermen, maar de tijden veranderen", zegt hij. "Op school leerde ik: de Duitsers zijn slecht, de Belgen zijn goed. Ondertussen weet ik beter. Alle politieke grootmachten van die tijd hadden evenveel schuld."

Nog tot 11 november loopt in het Antwerpse FoMu de tentoonstelling Shooting Range: fotografie in de vuurlinie?, over de rol die fotografie en film hebben gespeeld in de Eerste Wereldoorlog. De grote foto op deze pagina's is een van de geëxposeerde werken. www.fotomuseum.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234