Dinsdag 17/09/2019
Bart Backaert van de Aalsterse groendienst inspecteert

Biodiversiteit

Laat het gras maar groeien: in Aalst en Kortrijk hoeft maaien niet langer

Bart Backaert van de Aalsterse groendienst inspecteert Beeld Wouter Van Vooren

Na Aalst is Kortrijk de tweede stad die het Byebyegrass-charter ondertekent. Minder maaien, meer laten groeien, dat is het idee van het charter. Maar wat betekent dat in de praktijk? ‘Vroeger kreeg je daarvoor de wijkagent op je dak.’

“Ik wil minder werken en meer bijdragen aan de natuur”, lacht Luk Sergeant in zijn reclamedrukkerij Line. Aan weerskanten van het bedrijf liggen stukken grond die hij wil aanpakken, maar dan op een ecologische manier. “Als ik hoor hoe ze het in de stad doen, dan denk ik: dat kan ik ook.”

De stad in kwestie is hier Aalst, dat in juni als eerste het Byebyegrass-charter ondertekende. Vandaag doet Kortrijk hetzelfde. Het principe van het charter is simpel: maai minder en geef de bloemen een kans om te groeien, zodat ze ook meer insecten kunnen aantrekken. Biodiversiteit is dan the name of the game. In eerste instantie gaat het om de publieke grond, maar de steden willen ook particulieren vragen om een beetje verwildering toe te staan. 

‘Think different’

Sergeant heeft Bart Backaert, het hoofd van de Aalsterse groendienst, uitgenodigd om hem te adviseren met de groene transitie van zijn bedrijfsgrond. “Je kan vooraan een strook maaien zodat het er verzorgd uitziet en achteraan de planten gewoon laten staan”, suggereert Backaert. 

Terwijl die met zijn uitleg bezig is, wijst Sergeant naar de slogan van zijn bedrijf: ‘Think different’. “Als je niet maaide, kreeg je daarvoor vroeger de wijkagent op je dak”, zegt Sergeant. “Maar als het mooi is en je er geen werk aan hebt, terwijl je ook nog eens ecologisch bezig bent, dan is wat mij betreft alles goed.” 

Beeld Wouter Van Vooren

Aalst heeft ondertussen al een klik gemaakt als het op maaibeleid aankomt: het witte duizendblad wuift over het groene gras van een rondpunt, aan de oevers van de Dender wordt er minder gesnoeid, en aan de nieuwe bibliotheek Utopia zijn bloemenweiden aangelegd. Maar vooral in het stadspark zie je hoe het minder maaien zijn vruchten afwerpt. Anders dan in de meeste parken, waar bloemenperken, grasvlakten en bomen elkaar afwisselen, heeft Backaert hier hooilanden gecreëerd. Dat komt erop neer het groenbeheer van vorige eeuwen weer in te voeren. 

“Vroeger maaiden de boeren het grasland en lieten ze het gras drogen in de schuur", zegt Backaert. “Dat doen wij nu ook. We maaien nog een keer per jaar, eind september. Het maaisel voeren we dan weg zodat er niet te veel nutriënten in de bodem komen. Dat proces heet verschraling en levert ook veel bloemen op. In juni ziet het hier purper van de orchideeën.” 

“Kijk, dat is daar een vlinderparadijs", zegt Backaert als hij over het brugje loopt van de parkvijver. Hij wijst naar enkele perkjes met metershoog leverkruid langs de oever. Tussen die perkjes wordt het gras kort gehouden, zodat bezoekers ertussen kunnen wandelen. Dat is het evenwicht dat het park wil bewaren: op het korte gras kunnen de Aalstenaars komen picknicken of voetballen, de langere stukken zijn dan gericht op de biodiversiteit. Maar omdat het park een iets ruiger uitzicht heeft dan andere stadsparken, voelt een bezoeker zich meer in de natuur. Wat ook een sterk rustgevend effect heeft.  

Wanneer wij langs de leverkruidperken gaan, komt een blauwe reiger ons begroeten. 

“Omdat we het gras veel minder afrijden, hebben we tijdens de voorbije droge zomers ook geen bruine plekken gehad”, zegt Backaert. “En we hebben ook geen last van processierupsen. In Nederland zijn ze nu aan het onderzoeken of de kevers en sluipwespen, die vaak in lang gras voorkomen, daar een invloed op hebben. Want de Nederlanders proberen de processierupsen nu nog in te dijken met gewone bestrijdingsmiddelen.” 

Kortrijk 

Ook in Kortrijk heeft het stadsbestuur zich nu voorgenomen om vaarwel te zeggen tegen het klassieke grasveld. Achter het initiatief van het Byebyegrass-charter zit de groene ondernemer Louis De Jaeger. Enkele BV’s, zoals Bartel Van Riet en Herr Seele, hebben er mee hun schouders onder gezet. 

Beeld Wouter Van Vooren

Milieuschepen Bert Herrewyn (sp.a) vertelt dat de stad al aan de slag is gegaan met een softwaretool om de groenzones in kaart te brengen. Ondertussen zijn er nog enkele concrete maatregelen uitgewerkt. “Het nieuwe Mandelapark is al aangelegd met meer aandacht voor de spontane natuur”, zegt Herrewyn. “Maar er zijn ook zones met korter gras zodat kinderen er nog kunnen spelen. Met bedrijven zoals Barco zijn er al gesprekken over hoe ze hun terreinen kunnen aanpassen. En we gaan ook een tuincoach in het leven roepen. Die moet zijn laarzen aantrekken en met de mensen in hun tuin gaan wandelen om te tonen wat ze kunnen veranderen.” 

Essentieel is volgens de schepen om goed te communiceren naar de inwoners waarom sommige groenpercelen er dus wat meer verwilderd zullen bijliggen. Of de Aalstenaars er soms niet over klagen? “Vroeger vroegen ze of onze grasmaaier kapot was”, zegt Backaert. “Maar nu zijn ze het al gewoon.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234