Vrijdag 18/10/2019

'La Prévoyance sociale' schittert weer in Brussel

Een goedbewaard modernistisch kantoorinterieur is een zeldzaamheid in ons land

Brussel

Van onze medewerker

Kris Hendrickx

Na een renovatiekuur van zes jaar en 11 miljoen euro tikt de klok van La Prévoyance Sociale weer. Gisteren werd de voormalige zetel van de socialistische volksverzekering heropend. Een juweel van een gebouw, dat al in 1931 grondig werd gerenoveerd door de beroemde architecten Maxime en Fernand Brunfaut. Die voorzagen het pand toen van een van de zeldzame modernistische kantoorinterieurs in ons land. Het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Soma) en de dienst Oorlogsslachtoffers nemen er nu hun intrek in.

Van op de kleine Brusselse ring is het gebouw goed zichtbaar. Een vereenvoudigde art-nouveaugevel, het grote opschrift 'La Prévoyance Sociale' - de Sociale Voorzorg - en een opvallende metalen koepel om het geheel te bekronen. Die zichtbaarheid is geen toeval: het pand aan de Luchtvaartsquare, vlak bij het Zuidstation, moest het uithangbord worden van de collectieve levensverzekeringsmaatschappij. Onder de vleugels van de Belgische Werkliedenpartij wou La Prévoyance Sociale de gewone man beschermen tegen de talrijke faillissementen van privé-maatschappijen.

Al in 1912 was de maatschappij verhuisd naar het huidige gebouw, waar oorspronkelijk maar een van de zes verdiepingen werd betrokken. Als architect werd Richard Prigniers aangetrokken, een vroegere medewerker van Victor Horta die net als zijn leermeester huisarchitect van de socialistische partij werd. Prigniers koos voor een art-nouveaugebouw, een stijl die bij vrijwel alle socialistische gebouwen van voor de Eerste Wereldoorlog werd gehanteerd. De invloed van Horta wordt bijvoorbeeld duidelijk in de metalen koepel op het gebouw. Die duikt ook al op in een ontwerp van Horta voor het ondertussen afgebroken Volkshuis. Prigniers maakte er bij de Prévoyance Sociale dankbaar gebruik van. Een praktische functie vervulde zijn koepel nooit. Van het plan om er elektrische lichtreclames op aan te brengen kwam niets in huis.

Richard Prigniers moet even geslikt hebben toen 'zijn' gebouw in 1932 door vader en zoon Brunfaut onder handen werd genomen. Het architectenduo kreeg niet alleen de voorkeur op de oorspronkelijke auteur voor de renovatieopdracht, het koos ook voor een radicale stijlbreuk, althans wat het interieur betreft. Het resultaat is een zeldzaamheid in ons land: een goedbewaard modernistisch kantoorinterieur. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de koele blauw-witte inkomhal, waar een centrale en transparante liftkooi in metalen lijnen gevangen lijkt. Dwars door de kooi schijnt een rood-geel glasraam met geometrisch motief door. Knap. Er zijn de toenmalige kantoren van de directeur en adjunct-directeur van de maatschappij. Een soort van modernistische oval offices, rond langs de buitengevel, met bladaluminium op het plafond en muren die helemaal in fineer zijn uitgevoerd. "Enkel het oorspronkelijke meubilair is verdwenen", vertelt Jos Vandenbreede van het Sint-Lukasarchief. "Dat is door eigenaar Regie der Gebouwen verkocht toen die het pand vijftien jaar geleden wou ontmantelen." De Regie der Gebouwen bedacht zich gelukkig. Onder het voogdijschap van minister Flahaut (PS) werd in 1995 beslist het gebouw dringend te renoveren.

De Brunfauts tekenen ook voor een merkwaardig bouwsel op de binnenplaats van het complex: een negen verdiepingen tellende centrale toren die als opslagplaats moest dienen voor verenigingen die met de socialistische partij gelieerd waren. De driehoekige vorm van de toren, zijn hoogte en de geringe oppervlakte die het gebouw op de grond inneemt zorgen voor de allure van een wolkenkrabber te midden van een huizenblok. De centrale toren dient vanaf nu als archiefruimte voor de dienst Oorlogsslachtoffers, die er tot 1958 ook al eens gehuisvest was. De dienst beheert een indrukwekkende documentatie met onder meer 500.000 persoonlijke dossiers, maar ook heel wat algemene informatie over de oorlog. We zien vergeelde kaften met gedeporteerdenlijsten naar Auschwitz staan, maar ook een oudstrijderskrantje, boeken over het verzet, een rek met het opschrift "Majdanek, Flossenburg, Dachau, Mauthausen..." Dat een dienst Oorlogsslachtoffers anno 2004 langzaam een overbodige luxe wordt, vindt Flahaut duidelijk niet. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat na een wetswijziging in 1995 er nog ruim 21.000 nieuwe aanvragen van weggevoerden en werkweigeraars zijn genoteerd. De dienst Oorlogsslachtoffers deelt het gebouw met het Soma. Dat studie- en documentatiecentrum, dat nu nog onder het voogdijschap van minister van Wetenschapsbeleid Marc Verwilghen staat, beschikt ook over een flinke oorlogsdocumentatie. Het centrum wil bovendien ook uitgroeien tot een ontmoetingsplaats voor vorsers en tentoonstellingen organiseren.Tijdens de Open Monumentendagen op 18 en 19 september is er alvast een expo over het thema 'bevrijdingen' te zien.

La Prévoyance Sociale kan worden bezocht tijdens de Open Monumentendagen op 18 en 19 september, van 10 tot 18 uur. Luchtvaartsquare 29, Anderlecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234