Woensdag 26/02/2020

La France tout doucement

In het Centraal Massief liggen twee departementen die nog zo goed als ongerept zijn. Aveyron en Lozère rijgen het mooiste van Frankrijk aan elkaar voor een slow vacation deluxe, weg van de voetbalwaanzin die op 10 juni losbarst in het land. En de tijd, die staat er gewoon stil.

Zeg nooit zomaar 'gat' tegen een trou. Le Trou de Bozouls is een prachtige rotsige vallei met een steile klif, waarop een dorpje balanceert tussen 'gat' en hemel. Al sinds de 12de eeuw hangt Bozouls comfortabel aan deze rotswand.

De Fransen noemen zo'n gat ook wel een 'cirque'. Een kleine canyon die, neem het van mij aan, indrukwekkend is. Honderd meter lager kabbelt de Dourdou, een zijrivier van de Lot, het is een oase van rust. Te midden van al dat moois wacht me een rijk gevulde tafel met allerlei streekgerechten, artisanale taarten, lokale wijn en heerlijk op hout gebakken brood. Landschap en maaltijd zijn aan mekaar gewaagd.

Dat gastronomie een belangrijke rol speelt in Aveyron wordt snel duidelijk. De wekelijkse regionale markt in Laissac staat dan ook bovenaan op mijn afvinklijstje. Ik proef er plaatselijke lekkernijen zoals farçous (beignets met kruiden), aligot (puree met Tomme-kaas) en echaudés: koekjes geparfumeerd met anijszaad, die eerst worden gepocheerd en dan in de oven gebakken. Ik vind er ook heerlijke kazen, want Aveyron is één grote kaasplank met als meest ronkende naam: Roquefort.

In hetzelfde dorpje is er een beestenmarkt. Van op een balkon kan ik het bieden van de boeren gadeslaan, de kleine ruzies, het geroep, het handgeklap, het is net theater. De markt bestaat al sinds 1422 en veel lijkt er niet veranderd. De boeren onderhandelen nog in oude franken uit eerbied voor de oudere generatie, grootvader biedt immers nog dapper mee.

Na de markt trekken ze naar Chez Rosy om met een vroege lunch 'à la fourchette' hun magen te stillen. Een stevige appetijt is een absolute vereiste: om 10u30 's ochtends worden er steaks, lamskoteletten en zelfs ingewanden geserveerd. Une tranche de vie die kan tellen: de karakterkoppen, het patois waar ik amper iets van begrijp en een rechttoe, rechtaan-keuken, die best lekker is. Ik drink net als de incrowd een Gaillac, een lokaal wijntje van de Tarn en krijg een overdosis vlees geserveerd die ik moedig probeer binnen te wurmen. De sfeer is uniek, de wijn vloeit rijkelijk en de karakterkoppen krijgen langzaam een rode blos.

Wat het meest boeit in Aveyron zijn de bevallige dorpjes die tegen de rotswanden plakken, de fotogenieke kloven, de rivieren die zich op goed geluk een weg banen door een indrukwekkend stenen decor en de traditie. Af en toe lijkt het alsof het leven hier bleef stilstaan.

Middeleeuws voetbal

Zo probeer ik een middeleeuws spel uit dat nog enkel in Aveyron gespeeld wordt, met wekelijkse kampioenschappen: les quilles de huit. Een spel met grote houten ballen die aan bowlingballen doen denken, waarmee je een stok (een quille) uit je andere hand moet wegkaatsen. "De discipline is regionaal bijna zo populair als voetbal", zo verzekert monsieur Mouysset me, die me meetroont naar zijn atelier. Hij en zijn familie zijn nog de enigen die de ballen manueel fabriceren. En met 85 clubs in de omgeving draait de man volop overuren.

Mijn tocht langs de mooiste Franse dorpjes in Aveyron zet zich voort in het middeleeuwse Sévérac-le-Chateau, waar ik helemáál in de feodale tijd beland. Ik vind een paar merkwaardige huizen zoals La maison des consuls (15de eeuw), dat net naast het overdekte marktje ligt, waar de consuls het economische leven konden controleren zonder hun derrière op te lichten. Een mooi vakwerkhuisje, het 13de eeuwse Maison Jeanne, is een van de oudste middeleeuwse huizen van de hele streek. Ernaast ligt het museum van oude ambachten, het is in privéhanden en enkel te bezoeken tijdens de zomermaanden. De dorpelingen krijgen elke zomer het gezelschap van enkele tienduizenden toeristen.

Op 817 meter prijkt het kasteel van Sévérac dat vanop zijn natuurlijke troon uitkijkt op het volledig omwalde dorp. Het werd gebouwd in de 10de eeuw, maar het belangrijkste deel dateert uit de 17de eeuw. De kasteelheren zagen het groots, want het was ooit 200 meter breed. Het uitzicht is er fenomenaal.

In Le Rozier in Lozère huur ik een fiets. Ik ben nog maar net vertrokken wanneer er een vijftiental gieren boven mijn hoofd beginnen te cirkelen. "Ze nesten in de steile kliffen langs de weg, er leven meer dan 100 voornamelijk vale gieren in dit landschap", weet mijn gids te vertellen. Dat landschap blijkt bijzonder gevarieerd. Mijn tocht gaat door de indrukwekkende Gorges de la Jonte, naar Causse Méjean, een kalkplateau in het nationaal park van de Cévennes dat al sinds mensenheugenis platgelopen wordt door herders en hun schapen. De Jonte en de Tarn, twee rivieren die al sinds eeuwen de kalkstenen rotsen uitvreten, geven de omgeving een onwerkelijke look.

Na een fikse klimpartij kom ik aan in het hart van Les Causses et les Cévennes, gebied dat - terecht - 5 jaar geleden Unesco Werelderfgoed werd. Via een tunnel daal ik hier af in een van de indrukwekkendste grotten die ik ooit zag: Aven Armand. Vier miljoen jaar lang heeft het water 100 meter onder de grond een stenen woud gecreëerd, een kathedraal met honderden torens. De stalagmieten, waarvan één ruim 30 meter hoog is, behoren tot de grootste ter wereld. Het is zelfs de enige plek op onze aardbol waar zo véél gigantische stalagmieten te vinden zijn, meer dan 400. Ook de grot zelf is enorm, de Notre Dame van Parijs past er zonder probleem in. De reële wereld overtreft hier de imaginaire. Jules Vernes is dan ook mijn gids, via enorme projecties op de wanden van de grot. Er worden geregeld concerten gegeven, want de akoestiek is er magistraal en de setting een feest voor het oog.

Mongoolse steppen

In de Causse Méjean, een hoogvlakte op 1.000 meter, fiets ik even later door een bevreemdend landschap waarin wilde paarden rondlopen, Przewalski-paarden, genoemd naar een Russische kolonel. Er zijn er nog maar 1.800 in de hele wereld. Hier leven er nu een honderdtal. De bedoeling is om ze vanuit het Parc National de Cévennes te herintroduceren in Mongolië, waar ze vandaan komen, maar uitgestorven zijn. Met een beetje fantasie heeft de omgeving wel iets van de Mongoolse steppen. Intussen mogen ze hier vrij en ongedwongen ronddraven, al lijkt eten hun eerste bekommernis.

Saint-Chély, mijn charmante verblijfplaats voor de nacht, is omringd door hoge kliffen en ligt in een meander van de rivier. Het is een van de enige dorpen op de linkeroever van de Tarn, waardoor het lange tijd geïsoleerd en dus erg authentiek bleef. Aantal inwoners: 14. Er is één restaurant en daar hoort mijn hotelletje bij met een zwembad. Als ik ga wandelen, ontdek ik een waterval, de uit de rotsen gehouwen Chapelle de Cénaret en de fotogenieke negentiende-eeuwse boogbrug over de rivier. Om ze te helpen bekostigen, bakten de dorpelingen massaal broden. De enige plek waar ze zo veel deeg konden laten gisten was in de toren van het bijzonder goed geconserveerde Romaanse kerkje.

Sainte-Enimie, een van de mooiste dorpjes van Frankrijk, dat slechts 5 kilometer verder ligt, heeft zijn naam te danken aan de Merovingische prinses Enimie, die er ooit van lepra genas. Telkens als ze de plaats verliet, kwam de ziekte terug. Ze besloot dus te blijven en stichtte een klooster, dat nog steeds boven het stadje uittoornt. Vandaag is het een college dat de kinderen uit de buurt een perfecte conditie bezorgt, want het is een hele klim. Het dorp, met vooral 17de-eeuwse huizen, is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Het ligt in het hart van de Tarn-kloof, een gegeerde stop dankzij de vele leuke winkeltjes, terrassen en restaurants. Je kunt er makkelijk de rivier op met kano's, of zonnebaden op een van de strandjes langs de Tarn.

Pikante geschiedenis

Nog feeërieker is Castelbouc, een holbewonersdorpje dat eerder in een sprookjesboek thuishoort. Het ligt eveneens aan de overkant van de Tarn en is volledig uitgehouwen uit de rotsen. Zoals het een goed sprookjesdorp betaamt hoort ook bij deze plek een - pikant - verhaal. Omdat de jonge kasteelheer (van zijn kasteel rest enkel nog een spookachtige ruïne) als enige man in het dorp bleef ten tijde van de kruistochten, nam hij de taak op zich om de achtergebleven vrouwen één voor één tevreden te stellen. Alleen duurden de kruistochten net iets langer dan hij verwachtte. De arme man stierf, volkomen uitgeput. In de rotsen herken je met enige verbeelding een bok, de toepasselijke bijnaam van de kasteelheer en uiteindelijk ook de naam van dit schattige pareltje.

In de Gorges du Tarn liggen, naast bekoorlijke dorpjes, negentien kastelen, te bezoeken langs een route die tot de verbeelding spreekt. Deze 53 kilometer lange, door de Tarn uitgevreten kloof is, van Le Rozier tot in het ravissante stadje Florac, een populaire wandelstreek met verschillende thematische routes. Wie in de voetsporen van de beroemde Schot Robert Louis Stevenson wil treden, kan een route volgen gebaseerd op zijn boek Travels with a donkey in the Cévennes. Stevenson vond trekkingen bevorderlijk voor de geestelijke gezondheid en vergeleek het landschap met Schotland. Elk jaar vertrekt hier vanuit Florac ook een uithoudingspaardenkoers. De besten van de wereld zakken dan af naar Lozère.

Ik verkies echter een deel van de route te water af te leggen. Frans kampioen extreem kajakken, Valentin Grollemund, geeft me samen met vier anderen een introductie in het stand-up peddelen, een hippe sport die steeds populairder wordt. Onze coach stelt een tour van 6 kilometer voor van Sainte-Enimie naar Castelbouc. "Dat doen we in twee uur".

Met het zien van mijn bedremmelde gezicht benadrukt hij dat ik na die twee uur zal kunnen peddelen voor de rest van mijn leven. Nog meer overtuiging nodig? "Het is sexy en je ziet alles veel beter dan vanuit een kano." Wat hij er niet bij zegt, is dat je staande natuurlijk van hoger valt in het frisse water van de beroemde Tarn en meer leergeld betaalt dan een kajakdebutant. Maar voor de rest heeft hij overschot van gelijk: de Tarn is de perfecte rivier voor dit trendy tijdverdrijf, la vie est un long fleuve tranquille.

We reisden naar de regio op uitnodiging van de toeristische dienst van Aveyron en Lozère.

Praktisch

Vliegen Ryanair vliegt op maandag en vrijdag vanaf Charleroi naar Rodez, de hoofdstad van Aveyron, ryanair.com

Slapen Hotel De La Muse et du Rozier is een mooi hotel aan de Tarn (hotel-delamuse.fr), Auberge Cascade een hotelletje in het charmante Saint-Chély (aubergecascade.com), beide met zwembad.

Meer informatie over Aveyron op tourisme-aveyron.com, Lozère: lozere-tourisme.com Boerenmarkt in Laissac:
laissac-tourisme.com Fietsverhuur: mellowvelos.com Kajakken of stand-up paddle: espritriviere.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234