Dinsdag 12/11/2019

La Esterella

Een tijdje geleden werd ik lastiggevallen door een stalker. Iemand die jaloers was op mijn comeback. Een Gentse vrouw. Een lesbische. Naar het schijnt was ze verliefd op mij

88Dromen? Hoeft niet meer. Ik ben al blij als ik een nacht goed kan slapen

Haar comeback duurt langer dan haar carrière. Hits scoorde ze vooral met de B-kantjes van haar singles. 'Kanone' wordt ze in Duitsland genoemd en 'top of the bill' in Engeland. La Esterella exposeert nog altijd graag die diepe, krachtige, van passie doordrongen stem. Ook op de vooravond van haar 88ste verjaardag.

Door Marijke Libert Foto's Stephan Vanfleteren

Esther Lambrechts, alias La Esterella, is een fenomeen. Ook uiterlijk, met haar gewavede haar, sterk aangezette oogbogen en ceriserood geverfde lippen. Pontificaal zit ze naast de chauffeur, een wereld van contrast te zijn. Lieve blik in geboetseerd gezicht, kordate mond die kortademig hapt. Ze spreekt luid en streng maar neuriet wat operapartijen tussendoor en lacht een lach die steeds weer lijkt op te borrelen vanuit het diepste keldergat.

Ze steekt losjes in het La Esterella-uniform: ruim zittende rok en viscose blouse met luipaardtekening. Rond haar een twijfelende geur, minder van parfum dan van opmaakgerief, en van iets wat rond oudere mensen kruipt die leven op een paar vierkante meter met alle ramen dicht.

"Ik ben in 1941 begonnen met zingen. Mijn stem strekte over drieënhalf octaven. Van de diepe do tot de hoogste mi. Dat is zeer uitzonderlijk. Ik heb drie jaar klassieke zang gestudeerd bij een professor van de academie van Wenen. Een Joodse. Ze was gevlucht uit Oostenrijk met haar ouders. Dat zingen was een grote verandering voor mij. Ik was naaister, moet je weten, een hele goede ook in een Frans atelier. Maar het werd oorlog en de oorlog is zowel mijn ongeluk als mijn geluk geweest. De haute couture werd opgedoekt. De mensen met poen waren gevlucht. Ik dacht: wat te doen. Misschien optreden.

"Ik wist dat ik een goede stem had, waarom die niet gebruiken. Ik zong altijd thuis. Al mocht het niet. Papa wou stilte, zodat hij zijn gazet kon lezen. Maar ik zong toch, het bloed kroop waar het niet kon gaan. Dan zei papa: wacht twee minuten, Esther, ik ben straks weg. Mijn eerste publiek liep dus weg.

"Mijn mama had ook een schone stem. Ik ben gulzig geweest als baby, ik heb van mijn ouders werkelijk alles geërfd: intellect, persoonsbouw, durf en doorzetting. Ik was een sterk en groot meisje vroeger. Maar ik ben nu zo geworden (wijst naar haar willoze benen). Het ging echt bergaf met mij, fysiek dan, na mijn val acht jaar geleden in de Bourlaschouwburg. Ik heb ook een prothese, een valse schouder. Ik kan met mijn linkerhand amper tot aan mijn voorhoofd reiken. En laatst ben ik gevallen. Ik heb vier uur op mijn gat op de grond gezeten. Mijn boterhammen lagen gesmeerd in de living, ik was onderweg naar de keuken om koffie te halen en daar kwam ik pardoes terecht op de mat. Ik kon niet recht. En ik heb geen gsm.

"Wel een vaste telefoon. Een privénummer. Omdat ik een tijdje geleden werd lastiggevallen door een maniak. Stalking. Echt waar. Iemand die jaloers was van mijn comeback. Een Gentse vrouw. Een lesbische. Naar het schijnt was ze verliefd op mij. Ze wou mij alleen voor zichzelf hebben. Ik ben nochtans geen lesbische. Ik ben twee keer getrouwd. En ik ben ook niet tweevoudig. Hoe noemen ze dat? Bi? Enfin, ik nam dus een privénummer."

"Maar we hadden het over die Joodse lerares. De eerste les zou zij bepalen wat mijn stem was. Ze bekeek me meteen van: wat is hier aan de hand, hoe moet ik dit bestempelen? Dat ging én dieper én hoger. Drieënhalf octaaf dus, maar toch werd besloten dat ik als dramatische sopraan door het leven zou gaan. Weet je dat de opera van Antwerpen me zelfs wou? Helaas betaalde die per maand slechts 3.000 frank, voor achttien repetities en twaalf voorstellingen. Ik zei: 'Als alles goed gaat, zal ik dat binnenkort in een week verdienen.'

"Mijn man, een zakenman, zorgde ervoor dat ik op een zondagmorgen in het Roxytheater op de Meir stond, waar nu de C&A is. Ik zong er vier klassieke nummers: het 'Agnus Dei' van Bizet, het 'Ave Maria' van Gounod, het 'Largo' van Händel en dan nog een Vlaams nummer dat ik ben vergeten. Ik was dus sopraan, maar ik deed ook het zware repertoire, de diepe stem.

"Ik heb ook veel voor de Amerikanen opgetreden, onder andere in de oorlog. Die konden er echt niet aan uit, aan mijn stem. Mijn man hoorde hen ooit zeggen: 'She's not a negro, where does she come from, she could be Russian, Russians can sing high and low.' Mijn man ging uitleg geven: 'She's not Russian, not negro, she's Belgian, she's from Antwerp.' 'Antwerp, where the flying bombs came?', reageerden de Amerikanen daarop meteen. Die kenden ze natuurlijk, de vliegende bommen.

"De oorlog, ik zei het al, was mijn doorbraak, maar heeft me ook veel verdriet bezorgd. Zo verbleef mijn man een tijdlang in de gevangenis, omdat hij een Rus was. Ik heb de Gestapo toen uitgedaagd, in het Duits, in een niet mis te verstane brief. Op een dag werd ik afgehaald door de Duitsers en even later zat ik op de Belgiëlei 15 b, voor al die zwarte mannekes. Enfin, veel vijven en zessen. Ik klaagde aan dat er geen papiertje in zijn dossier zat, geen aanklacht was, niets. Even later was mijn man vrij. Ik kon goed Duits praten. Ik had dat gestudeerd toen ik zestien jaar was. Mijn schoonbroer was een Duitse Zwitser en die zei: als je met ons mee op vakantie wil, moet je Duits leren spreken. Ik naar de avondschool. Jaja, ik was slim en ik wist van aanpakken.

"In 1943 ben ik opgeëist. Ik had de keuze: ofwel naar Duitsland trekken om er te zingen ofwel in de fabriek gaan werken. Dat was snel beslist. Ik trok met mijn man naar Duitsland, trad er op voor burgers. Ooit heb ik in een fabriek moeten optreden in Berlijn. Ik mocht maar één liedje zingen. Voor vijfduizend Russische krijgsgevangenen. Wat een sfeer, het was iets. Ik zong het Wolgalied uit 'Der Tsarewitsch', voor de Russen. Die werden daar gewoon gek in die loods. En maar stampen met die klompen aan hun voeten. Tienduizend klompen: (begint te zingen) 'Allein! Wieder allein! / Einsam wie immer / Vorüber rauscht die Jugendzeit / In langer, banger Einsamkeit / Mein Herz ist schwer und trüb mein Sinn'

"Dat is pure melancholie. En die Russen bleven maar klappen en kloppen. Geweldig publiek, fantastische sfeer en ik mocht geen tweede lied zingen. (zingt verder) 'Es steht ein Soldat am Wolgastrand / Hält Wache für sein Vaterland / In dunkler Nacht allein und fern / Es leuchtet ihm kein Mond, kein Stern'

"Voila. Ik kan ook dit lied nog helemaal uitzingen. En dat komt uit mijn oeuvre van 1943. Ik had een contract voor vijf maanden in Duitsland. Ik begon in Berlijn, trok dan naar Magdeburg, Braunschweig en Leipzig. Dan moest ik naar Stuttgart, maar dat ging niet meer omdat het kapotgebombardeerd was. Ze noemden mij in Duitsland 'De Kanone': hun succesnummer, top of the bill. (lacht)"

"Na de oorlog kwam mijn Engelse periode. Die was bijzonder plezant. Ik zat er zes maand per jaar, vijf jaar lang. En ik deed er televisie, radio, alle schouwburgen langs de kust én Londen uiteraard. Ik kwam op de televisie lang voor men hier in België televisie had. In 1948 zat ik al op de BBC. Stel je voor!

"In Oslo was ik ontdekt door een Engelse talent scout. Hij had de opdracht gekregen van de baas van het casino in Londen om iemand te engageren voor 50 pond per week. Ik verdiende in België veel meer en had minder kosten, dus ik zei dat ik voor dat geld niet naar Londen kwam. Ik zou hem schrijven als ik vrij was. Later stelde ik voor om in Londen een publieke auditie te mogen afleggen, dus voor een volle zaal. Ik mocht 9 minuten zingen. Met een groot orkest in de bak. Ik deed drie nummers: 'Ol' Man River', daarna de grote aria uit 'Paljas', tenor, en het derde was het 'Ave Maria' van Gounod, sopraan. Het brede spectrum. Die Londense baas wou me meteen. Ik vroeg en kreeg 80 pond, dat was toen veel geld.

"Ik had overdag nogal wat tijd, onder meer om tv te doen of voor de radio liedjes op te nemen. En ik werd daar allemaal voor betaald. Zelfs voor de herhalingen. Het was de eerste keer dat ik betaald werd om niets te doen. Dat was ik niet gewoon. Enfin. Ik ging zes maand op tournee langs die kuststeden en ze vroegen mij elk jaar opnieuw. In alle theaters, Bristol, Manchester, Liverpool, Londen. Ik heb er nog met Carmichael gewerkt die de evergreen 'Stardust' componeerde. Dat was een fijne gast. En ik ben in die tijd op uitnodiging naar het Paladium gaan luisteren naar de Andrew Sisters. Ik ontmoette hen in de kleedkamers. Martine was getrouwd met Lou Levy, een manager. De tweede was Loraine en dan had je Patty, de blonde, de grappenmaakster. Jaja, ik heb ze gekend.

"Lou Levy was geïnteresseerd in mij, ik had in Amerika kunnen geraken. Maar dat is dus niet gebeurd. Omdat mijn man kanker kreeg en ik niet meer weg kon. Ik had zelfs een contract voor de tv in Amerika. Ed Sullivan, zegt u dat iets, ja toch? Maar ik wou niet. Sorry hoor. Mijn man ging voor.

"Ik ben een stier hé, een doorzetter. En ook qua leeftijd, ik doe maar door. Zeven mei, volgende maandag, 88 jaar oud. Geweldig, zou Eddy Wally zeggen. Ik heb er nooit aan gedacht dat ik oud zou worden, toch niet zo oud. Maar ook niet dat ik zo veel zou meemaken en dat het lot en niet God mijn leven bepaalde. Mijn man, de Rus, was al een tijdlang verliefd op mij, ik was dat eerst niet. Hij gaf me de middelen om te studeren. Later sloeg er wel een vonk over. Aan die man heb ik alles te danken gehad. Zijn grote liefde, zijn levenswerk, dat was ik. Hij heeft mij geboetseerd. Hij zei altijd: wat je ook wordt, ik vraag u maar een ding, blijf zoals je bent, een gewoon meisje. Daarom ben ik zo gebleven. Esther. Ook al had ik die naam Esterella, de samentrekking van Esther en Lambrechts. Ik ben met die artiestennaam begonnen en heb die nooit meer losgelaten.

"Toen mijn man gestorven is, was dat een drama. Zonder hem zou het niet meer lukken. Ik ging nog niet met de trein alleen naar Brussel. Ik was in niets zelfstandig. Krachtig en doorzetter en sterk, maar geen zakenvrouw. Hij regelde alles: van treinen en vliegtuigen tot contracten. Ineens zakte alles ineen, ik was echtgenoot, werk en toekomst kwijt. Ik ben dan op kantoor gaan werken. Negentien jaar lang. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Daar heb ik nu mijn pensioen van. Anders zat ik misschien in de miserie zoals Jo Leemans."

We vragen haar of ze het eigenlijk wel bereikt heeft, voor zichzelf. Voor hetzelfde geld, durven wij, had ze de Vera Lynn van België kunnen zijn, in Brasschaat een optrekje hebben, wat toch wat anders is dan het weliswaar fatsoenlijke maar kleine appartement in Borgerhout.

Ze zucht, voldaan. "Ach, ik ben echt gelukkig waar ik ben. Mensen bellen mij, weet je. Heel veel bellen ze mij. Ik kan alleen niet meer zo goed uit de voeten. Er is niemand die mijn loopbaan heeft gehad. Zelfs Helmutje niet. Hij geraakte niet in Engeland en Frankrijk. Hij doet iets waarvoor ze twintig artiesten hebben in Engeland. Pas op, die jongen is bijzonder goed, daar niet van. Hij heeft mij laatst nog zijn cd cadeau gedaan, met zijn handtekening erop. Maar hij heeft de centen, dankzij Piet Roelen die hem gemaakt heeft. Zo gaat dat tegenwoordig. Je wordt gemaakt.

"De periode uit mijn leven waar ik met de grootste vertedering naar terugkijk? Engeland. Ik ben als gewone artiest begonnen en ben als top of the bill gestopt. Mijn man deed echt alles voor mij. In het begin schminkte hij mij vlak voor het optreden. En ik ben nog steeds heel typisch geschminkt: dik aangezette lijn boven de ogen, over de geëpileerde wenkbrauwen heen en dan die rode mond, die volle, knalrode lippen. Dat is altijd zo geweest. Het was mijn Rus die daarmee begon. Ik heb dat doorgezet.

"Maar Rus weg en Esther weg. Tot mijn comeback er kwam, op latere leeftijd. Januari 1982 tot nu. Vijfentwintig jaar. Mijn comeback duurde langer dan mijn eerste loopbaan. En dat heb ik aan Jos te danken. Baudewijn. Het gebeurde via Radio 2. Kort nadat ik voor de tweede keer weduwe was geworden.

"Mijn tweede man wou niet dat ik nog zong. Hij kon niet met de wagen rijden, net zomin als ik. En hij was kapper op de Meir. Hij verdiende wel goed zijn kost. Een brave mens was dat, mijn tweede man, alleen een beetje jaloers. Hoe dan ook, zo lang hij leefde werd er niet opgetreden. Dan kreeg hij ineens longkanker en was hij er ook mee weg. Opnieuw een man verloren, maar na hem voelde ik ook iets als: ik ben vrij. En ik kon nog zingen, terwijl ik nooit meer geoefend had. Mijn sopraanstem was weg, maar mijn zware stem en mijn tenor waren er wel nog. En dan kwam die invitatie van Radio 2. Was daar ineens weer interesse van een platenmaatschappij en werd ik op een fantastische manier gevierd in de Elisabethzaal.

"Ze hadden mij daar dus gevraagd opnieuw te zingen. Ik zei: wat dan? Het werd 'Voor een kusje van jou', een van mijn grote successen van vroeger. Nog voor ik 'Den toren' had opgenomen. Dat was een verhaal apart natuurlijk, 'O Lievevrouwetoren'. Daar heb ik voor moeten vechten om dat te mogen opnemen. Eerst wou de platenfirma niet mee. Daar kun je niet op dansen, zeiden ze. Dat was toen de mentaliteit. Ik zei: op Mozart en Brahms kun je ook niet dansen en dat is wél opgenomen. Enfin, ik moest een tweede liedje vinden dat ernaast kon staan. Toen kwam 'I Believe': (zingt) 'I believe / For every drop of rain that falls / A flower grows'. Maar dat hebben ze veranderd in een Vlaamse tekst 'Telkens als de regen valt in het wijde veld / Dan zeg ik dank'. 'Dank' is de A-kant geworden, 'O Lievevrouwetoren' de B-kant. Maar de B-kant bestaat nog en van de A-kant weet niemand nog iets. 'Voor een kusje van jou' was ook een B-kant die een hit werd. De A-kant was een nummer van Vera Lynn.

"In Engeland heb ik ook een plaat opgenomen met His Master's Voice. Dat was geen kleine firma hé. (zingt) 'A violin, a serenade...' Ach, wat er nu weer allemaal naar boven komt. 'My way': 'The end is near / And so I face / The final curtain'. Die tekst past enorm bij mij: 'The end is near'. Niet meteen voor het leven, maar voor de carrière is het einde nabij. Ik kan toch niet meer de contracten krijgen die ik vroeger had.

"Maar oud zou ik wel willen worden, zolang ik gezond blijf. Mijn vader is honderd jaar en zes maanden geworden. Ik heb nog veel te goed, hé. Onze pa was niet ziek of zo toen hij stierf. Hij zat recht op de rand van zijn bed om negen uur, toen we hem zijn koffie brachten. Ineens boenk, gedaan, dood. Zo vertrok papa. Daar wil ik voor tekenen. Papa heeft me wel nog horen zingen, later. Hij was zelfs trots op mij. Hij schrok vooral toen hij hoorde dat ik meer verdiende dan hij ooit deed, als tweetalige douanier. En als ik ergens optrad, ging hij aan de ingang van het theater staan, dat ventje met zijn klakske op, en hij zei tegen wie het wou horen: dat is mijn dochter die zingt. De mensen bekeken hem dan, fronsend, zo van: die sukkelaar, de pa van La Esterella, komaan!? (lacht luid)"

"Het mooiste lied, dat wat ik het liefste zong? Ach, alle nummers die ik bracht zong ik graag, als ik maar kon zingen. Maar een favoriet was 'Den toren', uiteraard. Omdat ik van hier ben hé, van Antwerpen. De kathedraal. Honderdvijfentwintig meter hoog. Ik ben daar nog naar boven gekropen, vroeger met mijn tantes, toen ik negen jaar oud was. Trappen op en dan helemaal tot boven het horloge. Het was een kronkeltrap en als er tegenliggers waren, moest je tegen de muur aan plakken, zo smal was het.

"Ik dacht nooit dat ik die toren ooit zo zou gaan bezingen. Het was een Antwerpse Jood, Jacques Kluger, die me dat lied aanreikte. Jacques was de vader van Jean Kluger, je weet wel, die Klugers die Will Tura ontdekten. Dit zei Will Tura ooit over mij: 'Ik zie me nog als beginnend artiest voor de deur bij Kluger zitten, uren moest ik wachten voor ik bij de producer ontvangen werd. La Esterella mocht zo binnenlopen, ze kreeg altijd voorrang.' Dat zei de grote Tura!

"Jacques ontdekte mij als eerste. Hij dirigeerde een orkest en was er altijd bij op grote feesten. Ik danste er ook rond, neuriënd, toen al, meezingend, ik kon het niet laten. 'Kom eens hier', zei Jacques op een bepaald moment. 'Wil jij niet eens met mijn orkest komen zingen?' Ik, toen nog heel jong, antwoordde: 'Dat mag niet, ik ben kleermaakster, ik mag niet zingen van thuis.' Ik begon dan als artieste in de oorlog, Jacques en zijn familie waren naar Biarritz gevlucht. Toen hij terugkwam, ontmoette ik hem bij de uitgeverij van Felix Bach en Kluger. Jacques was toen goed bevriend met Ray Ventura, met Sasha Distel. Ik ontmoette Jacques bij die uitgever en het was een prettig weerzien. 'Zie je wel dat ik gelijk heb, je moest en zou zangeres worden', zei hij.

"Jacques heeft me dan ook bij de platenfirma Philips binnen gerold. Zo zijn we begonnen, Jacques zorgde voor mijn succesnummers. Hij kocht allerlei nummers, voor diverse artiesten, hij bemiddelde, ging overal naartoe, naar festivals, San Remo, Eurosong. 'Refrein' bijvoorbeeld: (zingt) 'Refrein dat moeder zong toen in mijn kindertijd'. Al die hits zou ik krijgen van Jacques Kluger. Hij zei: er is er maar een die dat hier goed kan brengen en dat is Esterella. Jacques werkte ook samen met componist en schrijver Johnny Steggerda. 'Den toren' werd door hem gemaakt, door een Hollander. Hij heeft er drie maanden voor in Antwerpen rond gelopen. Brave mens, ook weg trouwens, doodgevallen in zijn badkamer.

"Ja, ik treed nog graag op, ook voor tv, zoals laatst voor de verjaardag van Gaston Berghmans, samen met Paul Michiels. Velen hebben gevraagd of we daar geen plaat van zouden maken. Maar nee, dat interesseert me niet. Wel eens optreden, onder de artiesten zijn. Paul en ik hebben dan 'Till' gezongen samen. Heel schoon en we kregen een staande ovatie van Herbert Flack en andere artiesten. Tijdens de pauze kwam Koentje Wauters bij mij, de schat, en hij zei: 'Jij hebt geschitterd hé vanavond.' 'Dank u', zei ik. 'Ik zit hier inderdaad nog met goesting en dat is wat jij ziet schitteren. Ik ben nog niet echt uitgezongen.'

Vorig jaar stond ik in Ternat voor de jaarmarkt. En ik moest twee nummertjes zingen: 'Den toren' en 'My Way'. Ik heb dat gedaan samen met zeventig muzikanten. Een voltallig orkest. Ook Raymond was daar. Ik heb zijn vader nog gekend, een prachtige man. Het kan een vriendelijke zijn, Raymond, maar een schone is het niet, hé. Zijn vader was wel heel mooi, hij was kleiner en fijner en hij kon goed bougeren."

"Risico's brengt het vak wel mee, zeker als je ouder wordt. Met Paul Michiels heb ik twee jaar geleden vastgezeten in een lift, drie uur lang, in het stadhuis van Leuven. En Louis Tobback kon niets doen, zijn personeel evenmin. Het was de avond van Marktrock. Er zat zevenduizend man buiten. Wij moesten naar het podium, de muzikanten zaten er al. Onze lift is echter blijven hangen tussen de eerste en de tweede verdieping. We zaten er met zeven personen in vast. Een muzikant belde met zijn gsm naar een muzikant op het podium en zei: Paul en La Esterella zitten vast in de lift. Ze geloofden hem niet, dachten dat hij een grap maakte. Ik heb daarop zelf gebeld en bevestigd wat er aan de hand was. Ik dacht: als ze mijn stem horen, moeten ze wel komen, ze weten dat ik niet zwans met het werk. Ik ben een serieuze artieste.

"Toen is de brandweer gekomen en die is beginnen stoempen om de lift terug naar boven te krijgen. Daar moest iedereen er op de knieën uitkruipen, ik werd op een stoel gezet en door twee mannen naar boven gehesen. Paul Michiels heeft daarna nogal van zijn tak gemaakt in de gazetten, over het geklungel, over dat men ons pas zo laat kon bevrijden.

"Mijn gezondheid, iedereen was bang dat ik iets had opgedaan in die geblokkeerde lift. Om drie uur 's morgens stonden er dus mensen van het Rode Kruis die mijn bloeddruk en hartslag wilden opnemen. Ik zei: alles is in orde, laat me nu naar huis gaan, want ik moet straks om tien uur in het casino van Middelkerke zijn. Ze namen mijn polsslag en die was normaal. Zal ik het eens helemaal bewijzen, zei ik, zal ik eens tonen dat alles perfect in orde is? Ik heb dan buiten op straat, voor die mensen van het Rode Kruis 'Till' staan zingen, het lied dat ik een paar uur eerder op het podium had moeten doen. Bon, zeiden ze, die mag vertrekken. Ik heb twee uur geslapen die nacht en dan gewoon mijn werk gedaan in Middelkerke.

"Ja, ik maak wat mee. Ook in de Bourla toen, met mijn schouder. Van een trapje gevallen in de coulissen. Ik was net tachtig geworden. Het was de avant-première van een toneelstuk van Tom Lanoye. Ik stond daar met Gène Bervoets en Lucas Van den Eynde, Sien Eggers en nog een paar artiesten. Ik was in het stuk de oude bomma die het allemaal moest oplossen. Ik moest ook twee liedjes zingen. Er zat zevenhonderd man in de zaal. Ik ging nog eens gauw naar de wc en in het terugkeren donderde ik van die trapjes. Mijn bril kapot, een buil, blauw aan mijn oog. Maar ik moest het podium op, ah ja, ik moest de oplossing aanreiken!

"Ik liet een kop straffe koffie brengen en deed gewoon mijn ding. Gène zei erna dat ik best naar het ziekenhuis kon gaan om te zien wat er was. Het werd het Elisabethgasthuis, spoedopname. Madame, zegt de dokter, ik kan dat niet oplossen met een gipsverband, u hebt een verbrijzelde schouder, u moet een prothese krijgen.

"Ik ben daar in totaal drie maanden gebleven, heb daar gerevalideerd en alles. Ik was wel trots dat ik had doorgezet, die bewuste avond op het podium. Ik zie nog het eerste blad van de Gazet van Antwerpen de dag na mijn val. Een foto van mij en de titel: 'Esterella (80) valt van de trappen, breekt haar schouder en stapt toch het podium op'.

"Terry Van Ginderen, tante Terry, heeft in de productie mijn plaats ingenomen. In een interview met diezelfde Gazet van Antwerpen stelde een journalist haar de vraag: 'Terry, jij hebt La Esterella vervangen, hoe voelt dat? Waarop Terry zei: 'Nee, ik heb haar plaats ingenomen, want La Esterella is niet te vervangen.' Toch mooi, vind ik.

"Nu treed ik nog op, hier en daar. Laatst nog in Aalst voor een vrijgezellenavond en in september doe ik nog twee avonden na elkaar in Turnhout. Met orkest. Drie nummertjes. Voor de rest zijn mijn dagen vrij rustig. Ik lees veel, vooral over de oorlog en over de bommen. Geschiedenis interesseert me. Wat Oscar Schindler gedaan heeft bijvoorbeeld. Maar ik hou ook van de boekskes, zoals ze zeggen. Dag Allemaal lees ik graag. En ik puzzel. Kruiswoordraadsels. En op zondagavond: Funiculi funicula. Artiesten waar ik van hou en die weldoende stem van de presentator, Marc Brilouet. Ik geniet van die dingen, ze vullen mijn dagen.

"Eenzaam voel ik me niet. Ik amuseer me in mijn flatje. Ik krijg veel telefoons. Dromen? Hoeft niet. Het is mooi geweest. Ik ben al lang blij als ik eens goed kan slapen. Na mijn eten 's middags ga ik een dutje doen. Maar één uurtje. Voor de rest kan ik het leven best aan, ik kan mezelf nog aankleden, mijn eten koken en een keer in de week komt een verpleegster om mij eens goed te wassen. In het bad, want alleen durf ik daar niet meer in. Erin stappen zou misschien nog gaan, maar eruit komen is een ander paar mouwen.

"Een rusthuis? (verontwaardigd) Ik zou het niet willen. Ondenkbaar. Een serviceflat? Bah, daar zie je niet genoeg volk. Ik moet naar mijn kapper kunnen gaan. Freddy uit de Carnotstraat. Mijn zuster is in een serviceflat gestorven. Ze was dement. Die herkende mij zelfs niet meer. Ik ben dankbaar dat ik zo helder ben, dat de herinneringen duidelijk blijven, dat ik geen rare dingen zeg.

Ze zucht diep, oprecht gelukkig. Dan vraagt ze haar bril en haar tas en stalt ze meegebrachte foto's uit. "Kijk, een foto met Joske. Baudewijn. En hier het kaartje om mij te verwittigen dat hij in Dag Allemaal staat met Marva. Zo heb ik ook vernomen dat hij ziek was. Hij lag in Reet bij de Heilige Familie. Marva is nog goed, jawel, die woont in Blankenberge, ze heeft daar een zaak van lusters en allerlei verlichting. Kijk, en dat was mijn echtgenoot. Een schone man hé, mijn Rus, die heeft dus Esterella gemaakt.

"En die diva naast hem, dat ben ik, hé, samen op stap op de Keyserlei. Ja, ik had behoorlijk wat aantrek. Ik had veel aanbidders, veel Joden, allemaal met pingping. Schone jongens ook, hoor. Mijn eerste liefde was ook een Jood, Joop Goudvis, diamantair. Ik ben er drie jaar braaf mee omgegaan, gedanst, een zoentje dat wel, maar niets anders. Ik was een braaf meisje."

La Esterella neuriet terwijl ze blijft grasduinen in de foto's. "Ik neurie veel, het is mijn natuur. Ik doe dat tot ik naar mijn bed ga. Er zijn ook genoeg redenen om vrolijk te blijven. Ik heb een mooi leven gehad, vind ik. Geen prettige jeugd, en later die oorlog en zo, maar wel een mooi leven. Wat de mensen in mij gezien hebben? Présence, denk ik. Er staan, zonder gêne, altijd doordoen. Een levende mythe, hoor ik soms fluisteren. Maar dat moeten anderen zeggen, dat moet ik niet doen. Dat zou eigenaardig zijn."

Maandag wordt La Esterella 88 jaar.

Niemand heeft zo'n loopbaan. Zelfs Helmutje niet

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234