Dinsdag 15/10/2019

La donna del mobile

Haar bril is even groot als haar invloed. En haar ontdekkingen zijn even spectaculair als haar leeftijd. Tijdens haar bezoek aan België strikten wij het Italiaanse designorakel Rossana Orlandi (73) voor een tête-à-tête.

Noem Rossana Orlandi gerust de Iris Apfel van het design: dezelfde grijze haren, eenzelfde giga bril waar je niet naast kunt kijken en een even uitgesproken non-conformistische smaak die alom wordt gevolgd. Niet voor niets gaat Orlandi (73) als 'The Queen of Design' door het leven. Haar Spazio Rossana Orlandi in een voormalige fabriek in Milaan is de natte droom van iedere conceptstore-eigenaar: het oogt nonchalant, maar als je er binnenstapt, voel je meteen: hier gebeurt het. Naast winkel is het ook een kantoor, galerie en restaurant. Kortom: een designwalhalla. Maar meer nog dan een plek om je geld stuk te slaan, is het een ontmoetingsplek voor de crème de la crème van de internationale kunst- en designwereld. Het is een magneet voor al wie houdt van mooie dingen met een hoek af. Tijdens het Salone del Mobile in Milaan - 's werelds grootste meubelbeurs - lokt de Spazio in vijf dagen tijd 25.000 designfanaten. De 100 kaartjes voor Orlandi's vipdiners tijdens die week zijn de hottests tickets in designland.

En toch. Toen Orlandi in 2002 de oude stropdassenfabriek opende, wees niets erop dat het een succes zou worden. "Mijn vrienden vroegen of ze hun paspoort moesten meenemen als ze wilden langskomen. Omdat ze vonden dat het zó ver uit het centrum van Milaan lag", gniffelt Orlandi. Behoorlijk overdreven, want met de metro is het maar een goeie tien minuten van de Duomo. En haar one of a kind Spazio is zonder meer een omweg waard. Met de fantastische groene binnentuin, de haast twintig kamers en de verschillende trappen lijkt de oude stropdassenfabriek uit 1882 verdomd veel op een doolhof. En de 2.500 vierkante meter staat vaak zó vol dat het meer op een rommelzolder lijkt dan op een strak gecureerde designwinkel.

Het is ook zeker geen plek waar alles onbetaalbaar is. In haar winkel vind je al iets leuks voor 5 euro. Toen Orlandi het industriële pand in de San Vittore-wijk kocht, had ze geen flauw idee wat ze ermee ging aanvangen. "Ik wist dat ik iets wilde doen met design. Maar het waren vooral mijn vrienden die me op ideeën brachten. Toen ze het pand zagen, zeiden ze: 'O, je moet een winkel beginnen. En een restaurant openen. En exposities organiseren.' En dit. En dat. De Spazio is niet van a tot z bedacht door mij. Hij is gewoon zo ontstaan."

Heuptasje

We ontmoeten Rossana Orlandi in de Bozar in Brussel. Ze is juist geland en maakt op weg naar Kortrijk - waar ze in de jury zit van de Interieur Awards - een kleine tussenstop. Als ze binnenwandelt, is ze veel kleiner dan verwacht. Niet groter dan een meter vijftig. En ze is ook veel verlegener, grappiger en warmer dan we op voorhand dachten. Ze vult de ruimte als ze binnenkomt. Maar haar charisma is allesbehalve roeperig. Als ze de fotograaf ziet, haalt ze haar zelfspot boven en grapt over haar gebrek aan goede looks. "Mijn vel is een maatje te groot voor me." Ze is van kop tot teen gekleed in zwarte laagjes en draagt ballerina's en een heuptasje. "Winkelen doe ik nooit meer. Ik kan niet tegen de overdaad. Dus draag ik wat er nog in mijn kast ligt. Deze Kenzo-broek heb ik al dertig jaar." Met haar grote bril, knalrode lange gelnagels en opvallende ketting trekt ze de aandacht. Vol verwondering wandelt ze door het indrukwekkende gebouw van Victor Horta.

Weinig ontsnapt aan haar aandacht. "Wat is dat?", vraagt ze als we op weg naar Bozar aan het atelier van de Vlaams Bouwmeester in de Ravensteingalerij passeren. En wanneer ze de tentoonstellingsposter ziet van architect David Van Severen, polst ze meteen hoe het is met zijn broer Hannes, die samen met zijn vrouw het succesvolle designduo Muller Van Severen vormt.

Het is haar eerste echte keer in België. Haar vorige bezoek was namelijk niet meer dan een hotelovernachting. "De bedoeling was dat ik vier dagen zou blijven. Maar door een verandering in mijn agenda moest ik meteen terug naar huis. Ik sliep een nachtje in het hotel en vloog terug naar Italië. Eigenlijk weet ik dus niks over België."

Dat is niet helemaal waar. In haar Spazio vind je her en der Belgisch design. Boven de bar in haar restaurant hing jarenlang een grote bundel rode Torch-lampen van Sylvain Willenz. En ze verkocht de opplooibare zitbank van Charles Kaisin, die gemaakt is van oude kranten. Ook Maarten De Ceulaer en Muller Van Severen stelden hun werk al bij haar tentoon. Wellicht komen daar binnenkort nog nieuwe namen bij, want Orlandi plant om voor het eerst ook naar Interieur Kortrijk te komen. Wij raden haar aan linea recta naar de nieuwe sectie 'The Floor Is Yours' te spurten, waar het jong talent te ontdekken is. Dat is namelijk het sterkste punt van de Italiaanse. "Verrast worden, dat vind ik het allerleukste wat er is. Daarom werk ik ook zo graag met beginnende ontwerpers. Anders dan bij gevestigde designers, wier werk je al goed kent, kunnen jonge gasten je echt nog verbluffen", vertelt Orlandi verrukt.

Chocoladelunch

Of we haar even kunnen helpen met haar blikje cola. Met haar lange nagels krijgt ze het niet open. En hoppa, daar tovert ze nog een reep chocolade uit haar heuptasje. "Gekocht op de luchthaven. Hopelijk is het een beetje te eten, want ik had geen tijd om te lunchen." Ondanks haar leeftijd reist ze nog ontzettend veel. Meer dan vroeger zelfs. Toen ze geen lange vluchten deed, omdat ze dan te lang niet kon roken. Intussen heeft ze haar nicotineverslaving getemperd en vliegt ze als talentscout de wereld rond. Geen gemakkelijke klus. Met jaarlijks een paar duizend designers die wereldwijd afstuderen, is het zoeken naar een naald in een hooiberg.

Hoe pakt ze dat aan? "Ik doe echt alles op feeling. Ik bereid me nooit voor. Ik reageer gewoon op wat ik zie. Maar ik ben geen liefhebber van complexe concepten. Ik heb altijd haast, dus als er een lange uitleg bij hoort, haak ik af. Het moet voor mij meteen duidelijk zijn. Wanneer ik een interessante designer ontdek, probeer ik zijn atelier te bezoeken. Daar zie ik ook de andere dingen die hij al gemaakt heeft én, nog belangrijker, het werkproces. Voor mij is het essentieel om te weten dat een ontwerper meer dan één goed product kan maken. In een atelier voel ik meteen of de designer een goed brein heeft. En of hij écht creatief is."

Orlandi's buikgevoelmethode werkt behoorlijk goed. De afgelopen jaren bezorgde ze veel designers al een succesvolle internationale carrière. Haar neus voor jong talent leverde haar zelfs de bijnaam 'starmaker' op. "Als ik iemand nieuw ontdek, ben ik altijd heel excited. Dat is een superleuk gevoel. Hoe vaak me dat overkomt? Niet zo vaak hoor. Echt goede mensen vinden, is niet eenvoudig. Bovendien gaat er ook altijd wat tijd overheen om te zien hoe het talent evolueert. Mijn nieuwste ontdekking is een Amerikaan. Hij maakt fantastische dingen, maar vraag me niet naar zijn naam. Ik ben vreselijk met namen. Toen ik trouwde, wist ik zelfs niet hoe mijn man heette", zegt ze bloedserieus. Orlandi kende haar aanstaande op dat moment, 7-7-'77, ook nog maar drie maanden. Maar intussen is ze al 39 jaar getrouwd met Guido Brugnoni, een keurig geklede man die de kost verdient als orthopedisch chirurg. Ze noemt hem "de beste echtgenoot die ik me kon wensen".

Terug naar Orlandi's laatste ontdekking. Ze zit al een paar minuten driftig in haar grote tas te graaien. Tot ze plots haar iPhone opvist uit haar zwarte heuptasje en begint te scrollen. "Wacht, ik zoek zijn naam op. Gisteren stuurde hij me nog een berichtje. Hier staat het: Fernando Mastrangelo. Ik ontdekte hem vorig jaar in Londen en hij is fan-tas-tisch. Een andere recente vondst is Nika Zupanc, een heel vrouwelijke ontwerpster die tegelijkertijd ook sterk en krachtig is. Opvallend: vooral mannelijke klanten kopen haar werk. Binnenkort maak ik een grote tentoonstelling met haar."

Een van haar eerste ontdekkingen was Piet Hein Eek, de Nederlander die in de jaren 90 bekend werd met zijn sloophoutmeubels. Orlandi ontdekte een tafel van Piek Hein Eek in Stockholm en was er zo verliefd op dat ze het stuk meteen kocht. "Natuurlijk was het een heel gedoe om het stuk van Zweden naar Italië te krijgen. Maar ik moest en zou het hebben." Niet veel later reisde Orlandi af naar Eeks atelier in Eindhoven. Dat zou het startschot worden voor hun langdurige samenwerking. Piet Hein Eek had lange tijd 'neen' gezegd tegen buitenlandse verdelers, omdat hij eerst sterk wilde staan in Nederland. Maar toen Orlandi hem vroeg in 2005, zegde hij toe.

Nog altijd presenteert Piek Hein Eek zijn nieuwigheden bij haar tijdens het jaarlijkse Salone del Mobile in Milaan. Een paar jaar geleden kocht hij zelfs haar gigantische voorraad zijden stoffen op. Orlandi had haar stropdassenfabriek namelijk gekocht inclusief voorraad. Ze zat dus al meer dan tien jaar op een gigantische berg zijde. In 2009 had Eek, een designer met een ongebreidelde liefde voor hergebruik, al een reeks staande lampen gemaakt van de oude stropdaszijde. Maar er bleef nog altijd gigantisch veel over. Zonde, vond de Nederlander. Dus kocht hij in 2014 de volledige voorraad van zijn galeriste. Of beter gezegd: ruilde hij die tegen een unieke tafel met stoelen. Vervolgens gaf Eek de stof aan modeontwerper Borre Akkersdijk, die er prachtige gewatteerde en gequilte plaids van maakte. Die natuurlijk weer verkocht werden bij Orlandi.

Een eind aan breien

Een andere vroege vogel in de Orlandi-stal was Maarten Baas. Koud uit de schoolbanken belandde hij in Milaan. Net als Eek studeerde ook Baas aan de Design Academy Eindhoven (DAE). Die school zou je de hofleverancier van Orlandi kunnen noemen. Dat ze haar tong breekt op de onuitspreekbare Hollandse namen deert haar niet. Ook veel internationale namen uit Orlandi's portefeuille liepen school in Eindhoven zoals Formafantasma, Nacho Carbonell, Germans Ermičs en Wonmin Park. De jaarlijkse graduation show staat dan ook met grote letters in haar agenda.

Orlandi belandde in Eindhoven via een goede vriendin: trendwatcher Lidewij Edelkoort die de academie leidde van 1999 tot 2008. "Li is al lange tijd mijn idool. Net zoals bij mij, liggen haar roots in de modewereld. Ik was erg benieuwd naar wat ze deed in Eindhoven, dus zocht ik haar op om een kijkje te nemen. Sinds mijn eerste bezoek, dertien jaar geleden, is de stad ontzettend veranderd. Toen waren er twee hotels en één bar. Echt een heel triestige stad. Nu zit het vol met toffe restaurantjes en cafeetjes en is het leuk om naar daar te gaan. Ik ben er zeker vier keer per jaar."

Als je haar succesverhaal hoort, is het moeilijk te geloven dat Orlandi relatief nieuw is in de designwereld. Toch is dat zo. Tot 15 jaar geleden werkte ze in de mode. Ze werd daar letterlijk in geboren, omdat haar ouders een spinnerij hadden. Orlandi groeide op in Cassano Magnago, een klein dorpje op het Italiaanse platteland, 40 kilometer buiten Milaan. Maar dat was haar een maatje te klein. Ze ontvluchtte het dorp zodra ze kon. Op haar achttiende trok ze naar Milaan om textiel te gaan studeren aan het Istituto Marangoni. Vervolgens stapte ze in het familiebedrijf dat haar twee broers wisten uit te bouwen tot een internationale speler met 19 fabrieken wereldwijd. Later maakte ze ontwerpen voor onder meer Giorgio Armani, Kenzo, Missoni, Issey Miyake en Donna Karan. Ze had ook een tijdlang haar eigen knitwear-label. "Mode zat in ons bloed. Mijn zus, Susy Gandini, is een bekende textielontwerpster. Onder meer Dior en Yves Saint Laurent gebruiken haar stoffen", vertelt Orlandi. "Toen ik begon, was de mode heel experimenteel. Echt een fantastische tijd. Er was veel innovatie en het meeste breigoed werd nog met de hand gemaakt. Dat is intussen allemaal veranderd. Vroeger draaide mode om creativiteit, nu om business."

Op den duur deed Orlandi haar job niet meer graag. Ze was de modewereld verschrikkelijk beu en zei haar job op. Aan het einde van je carrière het roer omgooien: maar weinigen zullen het haar nadoen. Ze liep toen al bijna tegen de zestig. Maar het woord pensioen stond nog niet in haar woordenboek. "Ik had totaal niet het idee dat ik aan het einde van mijn loopbaan zat, eerder halverwege. Leeftijd zegt me trouwens echt helemaal niets. Nog nooit heb ik me daar zorgen om gemaakt. Ik vind veel jonge mensen ouder dan ik ben. Jong zijn is een mindset, geen cijfertje. Het gaat om enthousiasme, energie en bezieling. De zin om dingen te doen, en problemen en obstakels te overwinnen. Wie de moed laat zakken, is oud." We geloven haar meteen als ze het zegt. Ze heeft het enthousiasme van een tiener. Alles ziet ze zitten. "Het enige wat ik niet meer doe, is zes dagen op zeven werken. Op zaterdag wil ik, samen met mijn man, bezig zijn met onze fantastische kleinkinderen. Die zijn tussen de één en zes jaar en maken ons dolgelukkig."

Water en brood

Toen ze uit de mode stapte, nam ze eerst een sabbatical. Die tijd gebruikte ze om te reizen en overal goed rond te kijken. Intussen vond en kocht ze de fabriek in Via Matteo Bandello. Eerst was het haar plan om daar te gaan wonen. Maar dat zagen haar man en kinderen niet zitten. Dus woont ze nog altijd in hun appartement in de Via Giardini, in het historisch centrum van Milaan. "Ons huis is een levendige plek waar iedereen zijn eigen smaak binnenbrengt. Mijn kinderen toen ze nog thuis woonden. En ook mijn man. Ook al heeft hij een heel andere smaak dan ik. Ik verzamel al heel lang designobjecten en toen ik de fabriek kocht, zei hij: ah, dan kunnen we eindelijk het appartement ontruimen."

En zo begon de fabriek zich langzaam te vullen met Orlandi's designcollectie. Bij de opening in 2002 was er enkel een winkel op de eerste verdieping. En dat was zeker niet meteen een hit. Het duurde een hele tijd voordat mensen echt de weg vonden. Een paar jaar na de opening organiseerde Orlandi haar eerste Tabula Rasa-tentoonstelling. "Een kantelpunt", noemt ze dat. Voor die expo nodigde ze een twintigtal designers, kunstenaars en modeontwerpers uit om een tafel te dekken. "Het was een manier om mijn visie op convivialiteit te tonen.

"Ik kan totaal niet koken, maar ik hou ervan om mensen te ontvangen en gastvrouw te zijn. Maaltijden zijn voor mij de belangrijkste momenten van de dag. Het leven speelt zich af rond de tafel. In plaats van de living is dat dé plek om zaken te bespreken en je gedachten te delen. Vier jaar lang herhaalde ik dat expoconcept en het was een groot succes."

Uit Orlandi's liefde voor lekker eten ontstond ook het plan voor een eigen restaurant. Een paar deuren naast haar Spazio opende ze in 2007 Pane e Acqua. Die naam knipoogt naar de gevangenis die hier vroeger in de straat zat. Intussen heeft de bistro een andere chef en een andere naam: Marta. In 2008 voegde Orlandi nog een galerie toe aan haar Spazio. "Soms had ik meubels die ik meer kunst vond dan design, zoals de sculpturen van Nacho Carbonell. Die wilde ik een apart podium geven en daarom begon ik de galerie." Sindsdien staat ze ook op Design Miami/Basel: een poepchique beurs voor design van de hoogste plank. Ook Orlandi's shop dijt uit. Sinds 2007 heeft ze elke zomer een tijdelijke winkel in Promenade du Port in de badplaats Porto Cervo in Sardinië. En ze had een tijdje een shop in het Bagatti Valsecchi Museum.

Jeugdliefde

Vragen wij ons nog af: wat is Orlandi's doel eigenlijk met haar Spazio? Wil ze eens lekker tegen de haren instrijken van het gerenommeerde maar überklassieke Italiaanse designuniversum, met merken zoals B&B Italia, Molteni, Zanotta en Minotti en met designers van het genre Piero Lissoni en Antonio Citterio? Daar is strak en minimalistisch doorgaans nog steeds het hoogste goed. Een grotere clash met Orlandi's barokke smaak, rommelige inrichting en losse spontane sfeer kun je niet bedenken. "Ik wil hen totaal niet afbreken. Citterio is een goede vriend van me. En mijn liefde voor design heb ik zelfs te danken aan B&B Italia. En dan vooral aan Piero Busnelli, die het merk oprichtte in 1966. Hij organiseerde regelmatig boottochtjes voor zijn ontwerpers, architecten, toeleveranciers en verdelers. Mijn ouders leverden hem benodigdheden voor zetelbekleding en waren ook uitgenodigd. Ik was 16 en mocht mee. Die eerste ontmoeting met Piero blies me omver. Wat een man. Zo krachtig, zo genereus en zo open-minded", vertelt Orlandi verrukt.

Die vriendschap is gebleven. Ook veel andere Italiaanse designers, zoals Paola Navone, rekent ze tot haar vriendenkring. Haar liefde voor Italiaans design blijft wel steken op persoonlijk vlak. In haar galerie heeft ze vooral buitenlandse ontwerpers. "Toen ik begon met de Spazio zocht ik bewust naar jonge Italiaanse ontwerpers, maar ik heb niemand gevonden. Italië heeft een rijke designgeschiedenis, maar momenteel is er echt een tekort aan jonge ontwerpers. Al heb ik er wel een paar, zoals Formafantasma: twee Italianen die studeerden in Eindhoven en nu werken vanuit Amsterdam." Belangrijk bericht aan alle ontwerpers die volgende week rondhangen in Kortrijk: zie je een klein vrouwtje met een grote bril, haal dan je beste elevator pitch boven. Wie weet brengt die je wel tot in Milaan.

And the winner is....

In mei koos Rossana Orlandi samen met vier andere juryleden de winnaars van de Interieur Awards in de categorie Objects. Uit de 157 inzendingen werden 18 ontwerpen geselecteerd, waarvan één Grand Prize. Die ontdek je allemaal op de tentoonstelling 'Click'

in Kortrijk Xpo. Wij geven je alvast een voorproefje.

Niet groter dan je opschrijfboekje en verfrissender dan een klassieke koudeluchtblazer: de Suracon-ventilator van Ben Esser. In dit superplatte kleinood verstopte hij zes miniventilators. Je kunt het gewoon neerzetten, maar ook verstoppen in het plafond of aan de muur hangen.

De Duitsers van Studio Oink wonnen met 'Design without the Unknown': een experimenteel project waarbij ze producten maakten samen met Aimee Bollu, een ontwerpster die ze nog nooit hadden ontmoet. Ze stuurden elkaar gevonden materialen op en communiceerden enkel via sociale media. Het resultaat is een collectie fascinerende, maar functieloze objecten.

De Zwitser Dimitri Bähler (zie ook p. 90) sleepte de Grand Prize binnen, goed voor 2.500 euro. Zijn Volumes, Patterns, Textures and Colors is een serie van multifunctionele objecten die onder meer kunnen dienen als schaal, vaas of sokkel. Het vernuft zit hem vooral in het tactiele materiaal waar Bähler veel onderzoek naar deed. Zo werkt hij onder meer met latexfolie en gemanipuleerde glazuren. Zijn aardewerk objecten, steevast in uitgepuurde vormen, gebruikt hij als een canvas voor zijn innovatieve coatings en texturen.

Erdem Selek won met zijn 'Corrugated Ruler': een alternatief voor onze meetlat. Selek verving de klassieke nummertjes door patronen en texturen. Visueel is het object daarvoor veel rustiger - ideaal voor een esthetischere en kalmere werkplek - zonder dat er aan de functionaliteit wordt geraakt.

De bibliotheek als centraal element in de ruimte: dat is de insteek van de stalen boekenkast 'Labyrinth' van Inge Lagae. De Belgische ontwerpster beschouwt haar meubel als een vertrekpunt dat de boekenverzamelaar zelf vervolledigt door de kast te vullen met zijn eigen collectie. Het meubel kan op vraag van de koper worden aangepast.

Taylor McKenzie-Veal maakt met zijn 'Bow Chair' een 21ste-eeuwse versie van de bekende Windsorstoel. Ook hier is het vertrekpunt gebogen hout, maar McKenzie innoveert door de rugleuning te laten doorlopen in de voorpoten. Dat maakt de constructie efficiënter en de look uitgepuurder. Bovendien zorgt het ervoor dat de stoel stapelbaar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234