Maandag 16/05/2022

Kwaliteit blijft twistappel voor Bologna-landen

De ronkende principes van de Bologna-verklaring omzetten in de onderwijspraktijk van 31 landen zal nog bloed, zweet en tranen kosten. Alleen al om tot een systeem van kwaliteitserkenning van de toekomstige bachelor- en master-opleidingen te komen, lijkt het water tussen de 'Bologna-landen' nog heel diep. Dat mochten de Vlaamse minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) en haar Nederlandse collega Loek Hermans (VVD) ondervinden bij de voorstelling van hun gemeenschappelijk 'accrediteringsproject' de afgelopen dagen in Praag.

Brussel/Praag

Eigen berichtgeving

Bart De Schrijver

Tot één overzichtelijke, Europese onderwijsruimte komen tegen 2010, dat is de doelstelling van de Bologna-verklaring die op 19 juni 1999 werd ondertekend door 29 ministers van Onderwijs. In alle ondertekenende landen zou de huidige complexe gradenstructuur in het onderwijs vervangen moeten worden door een undergraduate/graduate-structuur: de student doorloopt eerst een cyclus van minimaal drie jaar en beëindigt die met een bachelor-diploma. Nadien kan hij of zij worden toegelaten tot de master-studie. De achterliggende filosofie is dat het Europese hoger onderwijs in de toekomst een sterkere internationale profilering moet krijgen, en dat in overeenstemming met de eengemaakte markt van goederen en diensten bachelor- en master-diploma's overal in Europa erkend moeten worden.

Om te zien hoever de deelnemende landen staan met de uitvoering van de Bologna-verklaring in hun onderwijsstructuren, zaten de ministers vorig weekend rond de onderhandelingstafel tafel in de Tsjechische hoofdstad Praag. Nieuwkomers waren Turkije, Cyprus en Kroatië, landen die ook kandidaat zijn om toe te treden tot de Europese Unie. Het gevoeligste punt op de agenda was de zogenaamde 'accreditering': om opleidingen internationaal te erkennen binnen Europa zullen kwaliteitscriteria worden uitgeschreven waaraan opleidingen moeten voldoen. Voor de studenten houdt dit een garantie in dat ze een diploma in elk 'Bologna-land' kunnen verzilveren.

En hierover was de eensgezindheid ver te zoeken. "De meningen bij de ministers zijn heel verschillend over wat kwaliteit is omdat kwaliteit soms een bedreigende term is voor minder goede onderwijsinstellingen", zegt de Leuvense rector André Oosterlinck, die als bestuurslid van de European University Association (EUA) aanwezig was op de conferentie. Volgens Oosterlinck maakt het groot aantal deelnemende landen het moeilijk om concrete afspraken te maken. Bovendien riskeren de EU-lidstaten en de Oost-Europese landen in verschillende snelheden de Bologna-verklaring in te voeren, aldus de rector. Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) en haar Nederlandse collega Loek Hermans (VVD) trachtten de conferentie te overtuigen van een erkenningssysteem waarbij enkele 'sterke' regio's, zoals Vlaanderen, Catalonië en Rijnland-Westfalen, een voortrekkersrol zouden spelen in het uitwerken van de accreditering. Het voorstel werd alleen als 'proefproject' aangenomen.

Een volgende conferentie vindt plaats in het najaar van 2003 in Berlijn.

André Oosterlinck: 'Voor sommige minder goede onderwijsinstellingen is kwaliteit een bedreigende term'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234