Dinsdag 11/05/2021

InterviewMy Bloody Valentine

‘Kwalitatief hoogstaande oordoppen moeten te allen tijde beschikbaar zijn’

null Beeld Tessa Angus / Fender
Beeld Tessa Angus / Fender

Het zijn hoogdagen voor shoegazefanaten: eindelijk is de hele catalogus van My Bloody Valentine beschikbaar op de streamingdiensten. Aanvoerder Kevin Shields (57) kruipt voor de gelegenheid uit zijn kluizenaarshol om het meesterwerk Loveless te duiden en een pleidooi voor méér decibels te houden.

Hoe kan het dat iemand wiens uiterlijk nog het best omschreven kan worden als Bo Coolsaet in houthakkershemd, en die slechts drie platen heeft afgeleverd in meer dan dertig jaar, voor een hele generatie een haast goddelijke cool uitstraalt? Simpel: omdat één van die platen Loveless is, een tijdloos meesterwerk dat de aanzet gaf voor het shoegaze-genre, en exact dertig jaar na de release nog niets van zijn mysterieuze kracht heeft verloren. Frontman Kevin Shields trok zich na de release van zijn magnum opus min of meer terug uit de wereld en liet die 22 jaar wachten op de opvolger, m b v (2013).

De concerten van My Bloody Valentine – sinds 2007 speelt de groep weer met enige regelmaat – zijn van de luidste die een mens kan meemaken, een volgehouden niveau van 130 decibels is geen uitzondering. ‘Om een meditatieve ervaring te veroorzaken’, aldus Shields. ‘Alleen jammer dat tegen dat het zover is, één derde van het publiek vaak de zaal al heeft verlaten.’

We krijgen Shields aan de Zoom vanuit zijn landhuis in Ierland. Zoals het een semikluizenaar betaamt, blijft de camera uit. Geluid is er wel.

Waarom wordt de catalogus van My Bloody Valentine nu pas voor streaming beschikbaar gemaakt?

Kevin Shields: “Toen we nog bij Sony zaten, waren we al te vinden op een aantal digitale platformen, en toen die deal ten einde liep, heeft het even geduurd voor we de juiste firma hadden gevonden. Dat, en het feit dat we niet gehaast waren. De meeste dingen stonden ook op YouTube, het is niet dat ons oeuvre digitaal volledig onzichtbaar was. De meeste mensen denken dat ik niks met streaming te maken wil hebben, maar ook al ben ik er zelf niet de grootste fan van, de waarheid is dat al mijn neefjes en nichtjes, en alle jonge mensen tegenwoordig digitaal luisteren. Ik ben niet de man die gaat bepalen hoe ze onze muziek moeten consumeren.”

Wat dacht je toen je voor het eerst van Spotify en consorten hoorde?

“Ik heb sinds een jaar een abonnement, en ik vind het enorm handig om nieuwe dingen te ontdekken, maar als ik echt ga luisteren, verkies ik een hogere geluidskwaliteit. Bovendien heb ik vastgesteld dat het publiek van My Bloody Valentine geen streaming- of downloadpubliek is. In 2012 hebben we onze catalogus op cd uitgebracht en te koop aangeboden op iTunes: in de eerste week hadden we 20.000 cd’s verkocht en zaten we aan 125 downloads. Een compleet irrelevant aantal. Maar om terug te komen op je vraag: als tool om muziek te vinden heeft Spotify zijn waarde, maar als het je enige bron is om naar muziek te luisteren, vind ik het het equivalent van junkfood eten. Het houdt je een tijdje gelukkig, maar op een dag word je er ziek van.”

Neil Young heeft geprobeerd om een kwalitatief hoogwaardiger streamingplatform op poten te zetten.

“Pono, ja, daar heb ik over gelezen. Jammer dat het niet van de grond is gekomen, ik denk dat hij er te vroeg mee was. De meeste mensen horen het verschil tussen een hoge en een lage resolutie niet. Maar ik vind het geweldig wat Neil Young doet, hij is een pionier, altijd op zoek naar het positieve. Met Pono had hij ook de pech dat het apparaat dat je ervoor nodig had, op een reep Toblerone leek. Het succes van Apple is mede te danken aan de vorm en het design van hun spullen.

“Toen Neil Young zijn Archives op blu-ray uitbracht, heb ik die overigens meteen gekocht. Ik besef dat ik tot een minderheid behoor. Ze hebben eens een blinde test gedaan, waarbij ze een groep van technici en producers twee opnames lieten horen van klassieke muzikanten, zonder hen te zeggen dat één van de opnames helemaal geen opname was, maar gewoon de muzikanten die in een aanpalende ruimte live zaten te spelen. Zo goed als al die producers en technici verkozen de digitale opname. En dat waren professionals! Mijn punt is: als je gewend bent om alles altijd via Pro Tools te horen, gaat iets wat niet digitaal verwerkt is, niet correct klinken. Dat heet conditionering. Jongeren die alleen maar naar mp3’s luisteren, zullen een hogere geluidskwaliteit aanvankelijk raar vinden.”

De invloed van Pro Tools en consorten in de studio wordt volgens mij onderschat.

“Absoluut. De timing is perfect geworden. De kwaliteit van de performance, het menselijke gegeven, gaat verloren. Begrijp me niet verkeerd: ik gebruik ook Pro Tools – je zou me zelfs een early adopter kunnen noemen – maar de performance blijft het allerbelangrijkst. De fundamentele basis is de oncontroleerbare kwaliteit die ontstaat als je ‘in het moment’ aan het spelen bent. De kleine foutjes die je al spelend corrigeert, waardoor er iets interessants ontstaat. Pro Tools laat geen fouten toe, en popmuziek kan dat nog verdragen, die heeft vaak niks met performance te maken, maar rockmuziek wordt er doods van. De meeste rockmuziek die ik hoor, klinkt onnatuurlijk strak, onmenselijk zeg maar. Als je die groepen live gaat bekijken, zijn ze altijd verschrikkelijk slordig, om de eenvoudige reden dat het niet menselijk is om zo strak en correct te spelen.”

TWINTIG STUDIO’S

Is het een misverstand dat jij een perfectionist bent?

“Het grootste, wellicht. De meeste mensen denken dat ik maanden aan een stuk over één partij gebogen zit, maar dat is niet zo. Alles wat je hoort, is spontaan. Maar iets waar ik geen goed gevoel bij heb, laat ik niet door. Bijna alles wat je op Loveless hoort, zijn eerste of tweede takes, waardoor er leven in zit.”

Hoe verklaar je dan dat de opnames van Loveless bijna twee jaar hebben aangesleept, in meer dan twintig studio’s?

“Daar zijn veel verschillende redenen voor, de ene al ridiculer dan de andere. Tapes die door de studio in beslag genomen werden: dat is vier, vijf keer gebeurd. Dat we om vier uur ’s nachts met onze banden onder de arm in een taxi moesten wegvluchten. We zijn in studio’s beland waar in geen jaren onderhoud was uitgevoerd, en je tijdens het opnemen een gigantisch gebrom hoorde. Dat probeerden we wel op te lossen, maar als het niet lukte, moesten we vertrekken. En dan kostte het een paar weken onderhandelen om weg te mógen. Ik wist wat de plaat moest worden, en ik was niet bereid om ze te laten beïnvloeden door de chaos en financiële instabiliteit bij onze platenfirma, Creation. Het waren echt maffe situaties, hoor. Er hing altijd wel volk rond dat er niets te zoeken had. Gekken die ervan overtuigd waren dat ze gezocht werden door MI5, de Engelse militaire veiligheidsdienst. En die kwamen zich dan bij ons verstoppen. In één studio was er een kleine gang tussen de controlekamer en de toiletten: daar heeft een kerel twee weken lang op zijn hurken gezeten. En het enige waarover hij wilde praten, was Supertramp. (lacht) Hij vond dat hij het recht had om daar te zijn, omdat hij ons een peperdure C12 Telefunken-microfoon had geleend.”

Had hij interessante dingen over Supertramp te vertellen?

(lacht) De eerste twee dagen was het best interessant, maar het werd al snel erg surrealistisch.

“Op een bepaald moment zijn we even buiten Londen in een residentiële studio beland die eigendom was van een zekere Sir. Hij was geridderd door de Queen, en zijn beste vriend was Phil Collins. Of dat dacht hij toch. Overal aan de muur hingen foto’s van Phil Collins. En de twee technici die hij in dienst had, waren totaal niet geïnteresseerd in wat wij aan het doen waren. Eén van hen wilde een pizzeria openen, waarover hij onophoudelijk aan het palaveren was. In werkelijk elke studio waar we kwamen, was er wel zo’n verhaal. Zelfs in Britannia Row, gebouwd door Pink Floyd, waar fantastische platen zijn opgenomen. Daar stond elke ochtend om 7 uur de schoonmaakploeg aan de deur, terwijl wij nog maar pas begonnen waren, want we werkten ’s nachts. En die begonnen dan rondom ons te stofzuigen. (lacht) Het was een constant gevecht dat niks te maken had met Kevin Shields, de gekke perfectionist. Maar ik heb geweigerd om me een slachtoffer te voelen. Ik wist wat de plaat moest worden en was niet bereid om compromissen te sluiten, hoelang de opnames ook zouden duren. Die hebben uiteindelijk een jaar en tien maanden in beslag genomen, terwijl de klus in zes maanden geklaard had kunnen zijn. Ik ben er nog altijd trots op dat je daar niets van hoort.”

Hebben die fratsen ertoe geleid dat je daarna je eigen studio hebt gebouwd?

“Ja, wat ook tot enorme problemen heeft geleid. (lachje) Toen we in 1993 onze eigen studio bouwden, kochten we een gloednieuwe console, die van geen kanten werkte. Het bedrijf dat ze had gemaakt, nochtans een grote speler, is kort daarna op de fles gegaan. We hebben ons geld teruggekregen, maar onze tijd niet. Het kan gelukkig ook anders: in de tweede studio die ik heb gebouwd, heb ik vijftien jaar lang geen problemen gehad.”

TE LUID PUBLIEK

Wat wil je bereiken met de luide volumes tijdens jullie concerten?

“We willen eenheid creëren. Eenheid tussen de muziek en de vocals, de tekst en de beat, de groep en het publiek… Toen we met My Bloody Valentine begonnen, waren we beïnvloed door bepaalde groepen, maar ook door de clubcultuur. In een club sta je midden in de muziek en vóél je die, terwijl het in de rockmuziek evolueerde naar ‘wij staan hier, jullie staan daar’. Wij wilden die barrière doorbreken met volume. Het is er door de geluidsnormen niet beter op geworden: het publiek is luider geworden dan de groep. De mensen zingen tegenwoordig alles mee: de teksten, de riffs en de drumbeat. Omdat ze die gezamenlijke ervaring willen, die de bands niet meer leveren.

“Tijdens het mixen van Loveless heb ik tinnitus opgelopen, waardoor ik een milde obsessie voor decibels heb ontwikkeld. Ik raakte gefascineerd door de perceptie van volume. Als een baby huilt, creëert die 122 decibels, maar niemand die bij een huilende baby met de handen over de oren zal wegrennen, terwijl het volgens de wetenschap luid genoeg is voor pijn en gehoorschade. De natuur zegt: dit kind moet luider zijn dan al de rest. Tien mensen die in een kamer rond een akoestische piano staan te klappen en te zingen: 115 decibel. De natuur is luid, zo eenvoudig is het. En muziek is luid. In Europa proberen ze nu de norm van 105 decibel te handhaven voor concerten, maar dat is complete onzin, en er ontstaan ridicule taferelen door. Ik herinner me een editie van Glastonbury waar de groepen zo stil waren dat er mensen gewond raakten omdat ze allemaal vooraan wilden staan, om toch maar iets van een fysieke ervaring te hebben. Het is onmogelijk om met een stel mensen muziek te maken zonder dat het luid wordt. De muziek moet boven de drums uit komen, en je kunt met drums niet onder de 105 decibel gaan. Onze attitude is: het moet luid, krachtig en meeslepend zijn. En kwalitatief hoogstaande oordoppen moeten te allen tijde beschikbaar zijn, want niet iedereen kan hetzelfde niveau aan. Toen we in 2007 voor het eerst sinds lang weer met My Bloody Valentine gingen spelen, hebben we zelf in oordoppen geïnvesteerd en met de zaaluitbaters contractueel vastgelegd dat die aan alle bezoekers werden uitgedeeld. De perceptie was uiteraard anders: de mensen meenden dat de organisatie ze uitdeelde omdat ze dachten dat de groep knettergek was, maar het tegendeel was waar. Ik heb geen simplistische kijk op volume, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken. De kans op gehoorschade is groter bij 105 decibel zonder oordoppen dan bij 115 mét. Ik geloof in vrijheid, in extreme ervaringen, maar ook in zelfbescherming.”

My Bloody Valentine. Beeld Paul Rider
My Bloody Valentine.Beeld Paul Rider

NIEUWE DIMENSIE

Op YouTube staat een filmpje waarin je uitlegt hoe je de glide guitar-techniek hebt uitgevonden. Was je op zoek naar die sound of was het eerder toeval?

“Ik ben gitaar beginnen te spelen in 1980, maar een jaar later voelde het al niet meer fris aan en heb ik een synthesizer en een portastudio gekocht, en ik ben beginnen te experimenteren. We waren bij My Bloody Valentine erg into experimentele postpunk, maar we hielden ook van elektronische muziek. Eén van mijn favoriete groepen was DAF, en die hadden een song die ‘Der Mussolini’ heette, waarin de toon de hele tijd heen en weer ging. Pitch drift noemden ze het, en dat fascineerde me enorm. Toen we zelf een plaat wilden opnemen, ben ik het materiaal van een vriend gaan lenen, die veel betere spullen had dan ik. Voor het eerst had ik een gitaar met een tremolo-arm vast. Ineens kon ik wat ik met de synthesizer probeerde en wat ik bij DAF had gehoord, uit mijn gitaar halen. Het was alsof ik voor het eerst vanuit mijn buik speelde, zonder dat mijn hoofd er iets mee te maken had. Het was niets meer of minder dan een revelatie. Ik heb er vervolgens vier maanden onophoudelijk mee geëxperimenteerd, en het werd een integraal onderdeel van onze sound. Niet als gimmick, want het voelde natuurlijk aan. En muziek die die pitch drift niet had, voelde ineens heel stijf aan. Te lineair. Ik had het gevoel dat ik een nieuwe dimensie betrad.”

Stoort het je weleens dat je bekendstaat als de peetvader van de shoegaze?

“Het is een eer dat veel groepen beweren door ons beïnvloed te zijn, alleen worden we vaak geassocieerd met dingen die wij nooit hebben gedaan. De meeste van die groepen maken overvloedig gebruik van reverb en effecten als chorus en flanger – en ik hou van groepen die daar hun handelsmerk van hebben gemaakt, ik ben bijvoorbeeld dol op The Cure en Cocteau Twins – maar zelf had ik wat de productionele kant van de zaak betreft in de begindagen een knoert van een obsessie met Public Enemy. Ik hield niet van de typische rockmanier van producen: veel galm, veel ambient, alles mooier en zachter maken. Ik vond de productie bij hiphop veel eerlijker, veel directer. Ik wilde dat onze muziek klonk alsof ze uit een gettoblaster kwam. Voor onze platen gebruik ik bijna nooit effectpedalen, terwijl we bij veel mensen net daarvoor bekendstaan. Ik heb zelfs overwogen om een versie van ‘Loveless’ uit te brengen met een effectenmap erbij, zodat iedereen kan zien wat waar wordt gebruikt. Pas dan zullen ze beseffen dat het een vrij droge plaat is. Mensen geloven nu eenmaal wat ze lezen. Ik werd onlangs gebeld door Reverb – één van de grootste onlinewinkels van instrumenten en materiaal – met de vraag om in een docu uitleg te geven over het gebruik van effectpedalen. Toen ik vroeg over welke song ze uitleg wilden, bleek het over ‘Only Shallow’ van Loveless te gaan. Ik vertelde hen dat daar behalve fuzz – alleen op de bas – geen enkel effect op werd gebruikt. Ze waren gechoqueerd en wilden het niet geloven. En dat zijn mensen die weten waar ze over spreken, hè.”

Gitaareffecten werden initieel ontwikkeld om natuurlijke effecten uit de studio te recreëren.

“Exact, en zo gebruik ik ze ook. Live gebruik ik een massa effecten, in de studio nauwelijks. Maar mensen geloven wat ze lezen.”

In welke mate hebben de andere groepsleden in My Bloody Valentine mee jouw sound bepaald?

“In zeer grote mate, zonder twijfel. Eind jaren 90 heb ik een tijd met Primal Scream getoerd, en toen deed ik niets van wat ik bij My Bloody Valentine doe. Je probeert je plaats te vinden in het universum waarin je terechtkomt. Niet één keer heb ik in Primal Scream een tremolo-arm gebruikt. Ik hanteerde er de gitaar meer om een soort dubeffecten te creëren.”

Is er een opnamesessie waar jij graag een vlieg aan de muur was geweest?

“Bij alles van The Beatles en Brian Wilson. En ik had graag de Ramones Leave Home zien opnemen, hun tweede plaat. Veel overdubs, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken. Weer die perceptie. Een heel clevere plaat. Ik heb een groot deel van mijn leven doorgebracht met lezen en informatie verzamelen over die platen.”

Om af te ronden: wat denk je als ze Loveless omschrijven als het nineties-equivalent van Pet Sounds, In a Silent Way of Innervisions?

“Dat staat zo in de nieuwe bio, niet? Als de platenfirma het zo wil, wie ben ik dan om ze op de vingers te tikken? Alles wat ik weet, is dat mijn bedoelingen voor Loveless puur en oprecht waren. De plaat is niet vrij van invloeden, maar werd niet gedicteerd door het verleden. En ik denk dat ze daardoor de tand des tijds heeft doorstaan. Ik had het geluk dat ik wist wat ik wilde, dat ik als het ware gestuurd werd door iets hogers. Bij elke frase, elke lyric, elke vocal wist ik: zo moet het zijn.”

Isn’t Anything, Loveless, en m b v zijn vanaf nu digitaal te beluisteren. De fysieke release is gepland op 21 mei.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234