Maandag 24/02/2020

KURT VANDEMAELE

Mijn vrouw geeft me een duw. Ze zegt dat ik snurk. "Ai", zeg ik, "ik snurk niet, ik adem luid, mijn neus is verstopt." "Dat is snurken", zegt ze. Ik heb net gelezen dat volgens Kris Smet een derde van de vrouwen slaag krijgt van hun man. Misschien ademen ze ook te luid. "Ga in een ander bed slapen", zegt mijn vrouw. Het is te laat om een vriendin te bellen. Ik ga dan maar in het bed van mijn dochter liggen. Die is toch al naar haar kot vertrokken. Slapen komt er niet van. Ik spits de oren, maar ik hoor mezelf niet ademen. En ik denk aan een andere vrouw. Aan Emilie Dequenne. Even later loop ik doodvermoeid door de straten van Brussel. Ik heb nauwelijks geslapen en ik loop mezelf te vervloeken omdat ik de broers Dardenne heb vergeten te zeggen dat ze dringend nog eens met Emilie Dequenne moeten werken. Dat ze de wereldkampioene acteren is. Ik had hen willen vragen of ze haar gezien hebben in Pas son genre van Lucas Belvaux, maar ook dat ben ik glad vergeten.

Ik heb het voornamelijk over hun film gehad, Deux jours, une nuit. Ja, ik heb hem al gezien, terwijl hij pas op 20 mei in Cannes in wereldpremière gaat. Maar ik mag er niets over zeggen, ik heb een 'embargo' getekend. Plots geeft iemand me een duw. Ik zeg: "Pardon, was ik te luid aan het ademen misschien?" Een verwaaide man kijkt me aan. Ik denk: "Hij heeft mijn gedachten gelezen. Ik heb het embargo overtreden. Ik mocht zelfs niet aan de film denken. Ik zal vannacht in een ander bed moeten slapen." Hij vraagt: "Ken je geen mensen meer? Wilma Thijs!" Ik denk: "Hij is even gestoord als hij eruit ziet." En ik zeg : "Wilma is een meisjesnaam, ik heb een dochter die zo heet." Hij schudt het hoofd, lacht en herhaalt zijn naam: "Wil Mathijs. Herken je me niet?" Nu zie ik het. Hij oogt opeens veel warmer en minder dreigend. "Ik ben aan het slaapwandelen", zeg ik hem. "Kom je naar mijn film op Docville?", vraagt hij. Ik schud van neen. "Ik heb hem toch al gezien?" Maar hij luistert niet. "Het is de wereldpremière van Cells." Ik denk: "Hoe komt het dat ik hem al gezien heb als hij nu pas in wereldpremière gaat?" Maar ik zeg: "Cells zit nog in mijn lijf." En ik meen het. De film van Wil Mathijs gaat over een man die menselijk weefsel zoekt om er een tentoonstelling mee te maken. Hij heeft al een duim. Waar ooit een mens aan vastzat. Macaber onderwerp, kan je denken, maar dat is het niet. Het is zelfs grappig. En je komt tot nieuwe inzichten. Zoals de gedachte dat we niet alleen in het leven alle mogelijke absurde regels moeten volgen, maar ook in onze dood. "Als je echt vrij had willen zijn, dan had je moeten beletten dat je ooit geboren werd", zegt Wil. Had hij wel wat eerder mogen zeggen.

Terwijl je dit leest, zit ik zeker en vast op Docville, het festival van de documentaires, een genre dat in opmars is. Sinds iedereen een persagent heeft om zijn versie van de waarheid mee te geven, weet je niet meer wat je mag geloven. De waarheid bestaat niet meer. Daarom hou ik van een woord als 'waarachtig'. Het achtervoegsel -achtig zegt dat je de waarheid slechts kan benaderen, maakt het kr-achtig. Authentiek en oprecht. Nergens vallen de schellen zo van je ogen als op Docville. En Erwin Wagenhofer zal er zijn. Zijn film Alphabet moet je zien. Om te weten dat je niets weet als het enige wat je weet datgene is wat je op school geleerd hebt. Het zijn films die je een duw geven. Nee, op Docville val je niet in slaap. Je wordt er wakker geschud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234