Dinsdag 06/12/2022

InterviewDe vragen van Proust

Kurt Van Eeghem: ‘We zijn heel erg fout bezig en dat neem ik de huidige beleidsmensen bijzonder kwalijk’

 ‘Zoals wij nu met cultuur omgaan in het algemeen, daarvan ga ik door het lint.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Zoals wij nu met cultuur omgaan in het algemeen, daarvan ga ik door het lint.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: tv- en radiopresentator Kurt Van Eeghem (69). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik denk dat ik zo zachtjes aan begin te beseffen dat ik te oud ben om alles te doen wat ik nog wil doen. Dat is niet tragisch, integendeel. Dat is een prettige gedachte. Er ligt genoeg op de plank om rustig verder te werken, bezig te blijven op het vlak van muziek, kunst, noem maar op. Tegelijk realiseer ik me dat mijn lichaam eindig is. Ik ben twee keer dicht bij de dood geweest. Een keer met tuberculose en een keer met kanker. Met alle andere operaties erbij zitten er al behoorlijk wat gaten in mijn lijf. Als ik te veel gedronken heb, loop ik leeg. Als het regent, loop ik vol. (lacht) Het lichaam is gelukkig nog vivant. Ik zwem, speel, jodel. Ik draai mijn pirouetten zonder probleem. Maar de grand jeté is er niet meer bij.

“Nog een geruststellende gedachte is dat ik de liefde van mijn leven naast me heb. Dat is uitzonderlijk. We kennen elkaar een kwarteeuw. Elke relatie heeft hoogtes en laagtes. Bij ons zijn er heel veel hoogtes. Steeds inniger en dieper.”

2. Wat is uw passie?

“Kijk, ik heb met schitterende collega’s reizen en producties gemaakt voor radio en televisie. Ik heb me vaak bescheurd van het lachen. Ik heb zeer boeiende verhalen mogen schrijven. Ik heb mij mogen verdiepen in kunstenaars. Maar als ik nu in een studio kom, heb ik er genoeg van, van dat gedoe. Dat wachten, dat schminken, dat heb ik miljarden keren gedaan en dat is genoeg geweest. Op een bepaald moment stopt dat. Nu presenteer ik concerten, debatten, noem maar op. En: ik schrijf boeken. Ik heb mij nog nooit zo goed gevoeld. Ik zit hier vaak in de bibliotheek (van deSingel, red.) of in andere bibliotheken te zoeken, te prutsen. Dat is mijn passie.

“In september komt mijn nieuwe boek uit, over het leven van Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (Litouws kunstenaar, componist en schrijver, 1875-1911, red.). Ik heb daar drie jaar aan gewerkt. Ben op reis gegaan daarvoor. Naar Sint-Petersburg, Leipzig, Warschau, Kaunas. Ongemeen boeiende figuur. Toen ik zijn werk voor het eerst zag en hoorde, was ik tot tranen toe ontroerd. Zo jong, zo geniaal. Zo tragisch geëindigd. Een jaar voor zijn dood is zijn hoofd ontploft. Nobelprijswinnaar Romain Rolland zei in 1915: ‘Čurlionis is de Christoffel Columbus van een nieuw artistiek continent.’ Ik vind dat een geweldige uitdrukking en ben het daar roerend mee eens.

“Nu is dat boek klaar. Dat is enorm spannend. Dat geeft toch wel een ander gevoel hoor. Daar word je toch wel op een andere manier warm van. Ik vond op de VRT werken in de tijd natuurlijk ook leuk en aardig. Ik heb alleen gemerkt dat ik te vroeg geboren ben. Mijnheer Delaplace (VRT-CEO, red.) heeft me toch enorm verrast. (lacht) Met programma’s van 1,5 tot 2 miljoen kijkers haal je momenteel enorme sommen binnen. ‘Marktconform’, dat woord bestond nog niet. Anders was ik nu een heel rijke man met een padelbaan. (lacht) Maar ik ben heel content en trots op mijn boek. Daar gaat het om. Ik ben ondertussen bijna aan het volgende bezig. Zodra iets af is, moet er iets nieuws zijn.”

3. Hoe zou u liefde definiëren?

“Dat zit in woorden als zorgzaam. Dat kan nu in mijn geval egoïstisch klinken, want mijn man is 22 jaar jonger, maar ik zorg ook heel erg goed voor hem. Zorgzaamheid is een belangrijk aspect van het leven.

“Wat is liefde? Als je twee mensen ziet die verliefd zijn, hoef je daar geen seconde bij na te denken. Blikken van liefde zijn de meest duidelijke bekentenissen van het menselijk organisme. Bij mensen kun je nooit weten wat er zich achter de schedel afspeelt. Maar als ze verliefd zijn, zie je het meteen.

BIO

• geboren in Zeebrugge, 28 september 1952 • Vlaamse televisie- en radiopresentator • volgde een opleiding aan Studio Herman Teirlinck en aan de Theaterschool Amsterdam • begon zijn televisiecarrière in 1980 met het muziekprogramma Hitring • werd in 1990 de nieuwe presentator van de quiz De drie wijzen • presenteerde daarna onder meer Heldenmoed op Radio 1 en De sporen op Klara • is getrouwd

“Als we elkaar na een paar dagen terugzien, denk ik dat we nog altijd dezelfde blik hebben als die twee schavuiten die elkaar voor het eerst zagen en dachten: dat zou het weleens kunnen worden, ja. (lacht) Een bioloog zou zeggen dat dat allemaal te maken heeft met chemische processen. Het zal wel waar zijn, maar voor mij is het poëzie. Zo wil ik het ook heel graag houden.”

4. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Doorgaan. Niet opgeven. Als het in mijn kop zit, zit het niet in mijn gat. (lacht) Ik wil echt heel veel leuke dingen doen en dan ga ik daarvoor. In werk, in liefde, in zorgzaamheid, in vriendschap. Daar tijd aan besteden, dat doe ik grondig.”

5. Vindt u het leven een cadeau?

“Ja. (overtuigd) Pas op, ik heb er niet om gevraagd. Dat hebben twee mensen voor mij beslist, mijn vader en mijn moeder, die op een bepaald moment nog een zoontje hebben gemaakt terwijl ze er al twee hadden. Meisjes zijn nooit gelukt bij ons. Je bent er dan ineens. Het is warm in dat gezin. Ik heb verstand meegekregen en een goed lijf. Veel mensen rondom mij zijn lief en aangenaam. Dan verneem je plots dat het eindig is. Als je een jaar of tien bent, zeggen ze: ‘Je gaat ook dood.’ Dan denk je: ‘Oké, dat gaan we dan zo lang mogelijk proberen uit te stellen en ondertussen gaan we er flink tegenaan.’ Dat is ook gebeurd. Ik heb geleefd. Ik heb écht geleefd. En ik leef nog.”

6. Hoe zou u willen sterven?

“Kijk, als mij morgen wordt gezegd dat ik ongeneeslijk ziek ben, ga ik niet juichend over straat lopen, maar ik zal dat, denk ik, wel bijzonder makkelijk kunnen aanvaarden. De meeste mensen kunnen dat niet. Ik heb heel veel gekregen, of genomen. Allebei. Het is goed geweest. Het moet niet gerekt worden voor mij. Dat zal ik nooit aanvaarden. Het lijden, die christelijke uitvinding dat je moet afzien voor je doodgaat, is nergens voor nodig. Ik klamp mij niet vast aan het leven, ik zal het zo zeggen. Ik wil zo lang mogelijk in vrolijkheid, warmte en plezier leven. Maar als men zegt dat het gedaan is, dan moet het maar vooruitgaan.”

7. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Twee keer in mijn leven heb ik getrild van verdriet. Bij de dood van mijn moeder en bij de dood van mijn broertje (Marc Van Eeghem, acteur, 1960-2017, red.).

“Toen mijn neefjes met hun vriendjes mijn broertje optilden in de kist in de Bourla, tijdens de plechtigheid, heb ik echt steun moeten zoeken. (emotioneel) Dat is voor mij het meest tragische moment. Oneerlijk. Hij had nog veel te veel te doen, nog veel te veel voor de boeg. Ik heb daarna zelf kanker gekregen, maar ik sta hier wel nog te dansen, hé.

‘Onschuld vind ik heel erotisch. Gespeelde onschuld nog meer. Dat je denkt: ‘Hier kan nog van alles verkend worden’, en tegelijk weet: ‘Onzin.’’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Onschuld vind ik heel erotisch. Gespeelde onschuld nog meer. Dat je denkt: ‘Hier kan nog van alles verkend worden’, en tegelijk weet: ‘Onzin.’’Beeld © Stefaan Temmerman

“Het andere moment was mijn moeder. Als je het hebt over goedheid, was zij de emanatie daarvan. Er zijn wel meer mensen die dat zeggen over hun moeder, maar ik geloof ze niet. (lacht) Zo schitterend was zij. Ze was 86, pas op. Dat lijkt mooi, maar de laatste twee jaren waren niet mooi. Zeker op het eind was ze compleet dement. Zij was op dat moment tot niet meer in staat dan ik als baby. Probeer dat maar eens te vatten. Mensen die naar zichzelf op zoek zijn in de laatste fase van predementie, dwalen rond. Letterlijk. Tijdens dat proces waarin ze zichzelf maar niet vinden, en terugkeren naar het baby-zijn, verliezen ze 10 kilo. Mensonterend, ik kan het niet anders omschrijven.

“Wij moeten hoogdringend sleutelen aan die wetgeving, want die klopt niet. Je moet nu bij geest zijn om zelf te kunnen beslissen. Maar als je bij geest bent, wil je het natuurlijk zo lang mogelijk goed hebben. Als je aan tafel zit met familie, lekker eten, wijn, wil je niet dat je er een maand later niet meer bent. Het aantal dementerenden verdubbelt in tien jaar tijd. Het verdriet dat die aftakeling veroorzaakt, is echt niet nodig. De mens is niet gemaakt om verdrietig te zijn. Dat is een totale misvatting. Wij zijn gemaakt om lief te hebben, om het leven te vieren. Mijn moeder zei altijd als we eens ruzie hadden: ‘Ge moet mekaar pieptjes geven.’ De mooiste zin die ik voor de rest van mijn leven meedraag. Dat doen we dan ook, met volle goesting.”

8. Hoe was uw kindertijd?

“Heerlijk. Een warm nest, een lieve moeder, twee broers die met elkaar aan de slag gingen. Zij waren wat ouder. Ik kon in een hoekje gaan liggen met een boekje. Mijn vader was nogal uithuizig, want hij was een baggeraar. Hij vloog naar verre landen om daar te baggeren en bracht dan geschenkjes mee uit Singapore of uit Trondheim, waar de werven waren. Het was altijd wel feest. Er werd altijd goed gegeten.

“Wij waren niet rijk, maar er was ook niet veel te moeten, hé. Ik zou geen kind willen zijn nu, om eerlijk te zijn. Je moet beantwoorden aan onvoorstelbaar veel noden, eisen. Ik begrijp dat wij in de Pisa-cijfers enorm aan het dalen zijn, want die kinderen hebben gewoon de tijd niet meer om goed Nederlands te leren en te rekenen. Die moeten gewoon verschrikkelijk veel. Die moeten influencers volgen. Die kijken ook elke ochtend of er nog geen microfoontje in hun nek groeit zodat ze kunnen meedoen aan wedstrijden op televisie, idool jongeren, idool kind, idool baby... Dat moet allemaal.

“Wij moesten niets. Wij moesten gewoon goede punten halen op school, want anders was papa heel boos. En als papa heel boos was, daverde het huis. Voor de rest moest er niets. Wij speelden op straat. Een kind van tien dat dertig meter van de stoep weg is vandaag, sinds Dutroux is dat ondenkbaar. Terwijl wij ’s avonds thuiskwamen onder het roest omdat we oud ijzer hadden verkocht en met de opbrengst snoep hadden gekocht. (lacht) Ja, dat was een totaal andere wereld. Ik zou het niet gemist kunnen hebben, die hele speeltuin die wij hadden. De bunkers die daar nog waren uit de oorlog, waarin wij kampementen maakten waarin we ook onszelf ineens ontdekten. Het was allemaal heel spannend. En elke keer weer lekker warm eten thuis. En pannenkoeken. Ik kijk alleen maar terug op mooie herinneringen. Samen aan tafel, zeven man in totaal. Mama die kookte gelijk een gek. Als er visjes werden gebakken - wij aten geen twee tongskes, hé -, dat was een bérg. Wij aten zeven tongskes de man. (lacht)

“Wij hebben altijd zeer goed geleefd. Ik probeer dat nog te doen. Elke dag toch proberen er een feest van te maken. Eén mooie blik tussen twee mensen is al een feest, hé.”

9. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Ik kan verschrikkelijk blij zijn als ik mijn man gewoon tegenover mij aan tafel zie zitten. Dan denk ik: ‘Zie ons hier nu eens zitten!’ Met elk een mes en een vork in de hand. En een glas wijn. (lacht) Ik heb echt niet veel nodig. Er wordt heel veel ‘hoi’ gezegd bij ons op straat. Er wordt veel gezwaaid. Dat is ook zeer belangrijk. ‘Hoe is ’t?’ Interconnectie. We zijn hier niet om elkaar te kloten, hé.”

10. Wat biedt u troost?

“Muziek. Nog meer dan schilderkunst of architectuur. Muziek is voor mij het allerhoogste. Muziek zet je in beweging. Op de grote momenten des levens zijn we allemaal op zoek naar een stukje muziek om die grootsheid weer te geven. Omdat muziek dat kan. Zelf ben ik het meest onder de indruk van een trio van Schubert of een sonate van Brahms. Maar het gaat eigenlijk niet daarover. Muziek gaat altijd, hoe dan ook, straight to the heart.

“Trouwens, een van de allermooiste zinnen die ooit zijn geschreven komt uit een liedje van de prins van Ertvelde (Eddy Wally, red.). Dat gaat zo: ‘Parijs ligt aan de Seine en Bonn ligt aan de Rijn, maar dat ik zo verliefd ben, dat ligt aan Madelein.’ (lacht) Wie dit schrijft, is voor mij een grote poëet. Dan denk ik: ‘Ja!’ Dat is zo schoon.”

 ‘Geen enkele godsdienst is aan mij besteed. Ik vind ze allemaal even komisch.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Geen enkele godsdienst is aan mij besteed. Ik vind ze allemaal even komisch.’Beeld © Stefaan Temmerman

11. Wat is uw zwakte?

“Misschien is mijn grootste zwakte wel dat ik zeer goedgelovig ben. Als ik terugdenk, heb ik toch wel heel vaak ja gezegd, om dan te merken: ‘Bon, je hebt je nu wel goed laten ringelen.’ (lacht) ‘Natuurlijk gaan we dit doen, leuk.’ En elke keer loop ik toch weer in die fuik. Het woord nee heb ik nooit goed begrepen.”

12. Waar hebt u spijt van?

“Spijt is wat de geit schijt. Er is één ding: na drie jaar studio Herman Teirlinck ben ik destijds in Amsterdam gaan studeren. Ik had ook kunnen kiezen voor Parijs. Ik verdiende in de zomer geld als styloverkoper op de markt. Net genoeg om de trein naar Parijs in plaats van die naar Amsterdam te kunnen betalen. Dan had ik mij die taal eigen kunnen maken en had ik misschien carrière gemaakt in een land dat groter is. In een cultuur die groter is. Als ik daarover nadenk, over dat mooie Frankrijk, waar je van noord naar zuid toch ineens 1.200 kilometer kan treinen, waar je kan zeggen: ‘Morgen vlieg ik naar Marseille voor een optreden’, voel ik toch wat spijt.”

13. Wat is uw grootste angst?

“Ik wil hier op aarde op tijd weg. Voor er een hoop ellende op mij afkomt die ik niet wil. Ik heb mijn vader zien sterven aan kanker in de jaren stillekes, toen men nog niet eens aan de omringende familie zei wat iemand precies voorhad, toen men in hospitalen een patiënt zag als iemand op wie men kon experimenteren zodat hij zo lang mogelijk in leven bleef. Zelfs zo ver dat mijn moeder, die heel veel van mijn vader hield, riep: ‘Laat die man toch gaan!’ Dat was onmenselijk. Een man van twee meter groot, meer dan 100 kilo, waar 48 kilo van overbleef. Dat was nog een hoopje ijlende pijn. Dat was rekken, rekken, en maar doorgaan. Dit is echt een absolute, reële angst en het mag mij niet overkomen, zoiets.”

14. Heeft u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Geen enkele godsdienst is aan mij besteed. Ik vind ze allemaal even komisch. Ik heb echt het grootste respect voor gelovigen, maar ik mag er ook mee lachen. Als we dood zijn, groeit er gras op onze buik en keren wij terug tot stof en as. Men danst op ons. Ik weet niet hoeveel miljarden mensen er ondertussen op de aarde hebben geleefd, maar stel je eens voor dat die allemaal nog ergens in de hel of in de hemel zouden zitten op dit moment. Dat moet daar druk zijn. (lacht) De onnozelheid daarvan.”

15. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Gisteren. Ik huil veel, hoor. Ik denk dat iemand die goed kan werken ook heel goed lui kan zijn en iemand die goed kan lachen ook goed kan huilen.

“Ik werd in de auto geconfronteerd met een liedje van Herman van Veen. ‘Als liefde zoveel jaar kan duren, moet het echt wel liefde zijn.’ De Nederlandse versie van ‘La chanson des vieux amants’ van Jacques Brel. Nu heb ik in de jaren ’70 een jaar lang het management gedaan van Van Veen. Ik verkocht hem aan culturele centra. Ik zag hem 40, 50 keer optreden, 40, 50 keer zong hij dat nummer. Het was alsof er een film passeerde. Ik had het lang niet gehoord. Dus ik was plots weer dat mannetje dat in de coulissen stond en nog aan zijn carrière moest beginnen. Dat was een puur nostalgisch moment.”

16. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Je moet potverdikke al ver gaan om mij door het lint te jagen. Daarvoor moet ik terug naar de periode bij Klara. Ik ben ongelooflijk boos geworden toen er alweer vijf mensen werden ontslagen. Bij een kleine zender die al zijn kracht moet halen uit zijn mensen. Je kan niet blijven verbergen dat je het met steeds minder mensen moet doen. Dat is gastronomie bereiden met etensresten. Dat kan even lukken, maar veel vaker lukt dat niet. Daar heb ik mij ongelooflijk boos over gemaakt. Woedend. Ik heb gezegd: ‘Mannen, hou dat tegen. Jullie maken iets kapot waar mensen naar luisteren, waar mensen nood aan hebben.’ Het luistercijfer van Klara is wel een echt luistercijfer. Het luistercijfer van JOE FM, dat is een behangcijfer. Naar Klara wordt geluisterd zoals ook naar Radio 1 wordt geluisterd. Dát zijn luistercijfers.

‘Ik wil zo lang mogelijk in vrolijkheid, warmte en plezier leven. Maar als men zegt 
dat het gedaan is, dan moet het maar vooruitgaan.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik wil zo lang mogelijk in vrolijkheid, warmte en plezier leven. Maar als men zegt dat het gedaan is, dan moet het maar vooruitgaan.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Zoals wij nu met cultuur omgaan in het algemeen, daarvan ga ik door het lint. Theaters verdwijnen. Waarom? Omdat het budget voor cultuur in de voorbije tien jaar zelfs niet aan de index is aangepast. Als ik mensen tegenkom die daar verantwoordelijkheid voor dragen, word ik woedend. Blijf alsjeblieft van die dingen af en begrijp samen met de grootste filosofen ter wereld, dat het daar begint. Bij kunst. Bij cultuur. Waarom hebben wij zulke slechte Pisa-scores? Omdat kinderen geen creatieve vakken meer krijgen. Ze kunnen niet meer assimileren. Je moet kinderen laten zingen, spelen met creativiteit. Dan gaan ze ook veel makkelijker met algebra en taal aan de slag. Als wij natuurlijk onze huizen gaan versmachten, letterlijk afbreken, dan weten we waar we naartoe gaan, hé. We zijn heel erg fout bezig en dat neem ik de huidige beleidsmensen bijzonder kwalijk. Zeker diegenen die het zo graag opnemen voor ‘onze eigen taal’, ‘ons eigen volk’. Zij helpen het naar de kloten. Dus ja, als ik door het lint ga is het voor zulke dingen. Het moet de moeite waard zijn. (lacht)

17. Welk boek heeft een bijzondere betekenis voor u?

“Ik ga niet beginnen over de grote literatuur, want daar kan ik niet in kiezen. Dan komen er zoveel namen in mij op, van Oscar Wilde, via Roger Martin du Gard tot nu. Dat is veel te moeilijk. Ik ga naar Arendsoog en Witte Veder. De boekjes waarmee ik in bed lag toen ik een jaar of tien was. P. Nowee heette de man die ze schreef. Laten we zeggen dat die reeks toch wel voor een groot gedeelte mijn taalgevoel heeft ontwikkeld. Alle eer naar P. Nowee. Je kan hem maar één ding verwijten: hij heeft te weinig geschreven, terwijl het er toch wel wat waren. (lacht) Hij kon mij niet volgen.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Jongens, hé. Die zijn zo schoon. (lacht) Onschuld vind ik heel erotisch. Gespeelde onschuld misschien nog meer. Dat je denkt: ‘Hier kan nog van alles verkend worden’, en tegelijkertijd weet: ‘Onzin.’ (lacht) ‘Ik ga die eens alle kanten van de wereld laten zien.’ Later blijkt dan dat het omgekeerd was. Dat is toch wel heel erotisch, ja. Zeker weten.”

19. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Dat bewijst toch maar weer dat die Marcel Proust een ongelooflijke pervert was. (lacht) Dat zie je ook in zijn boeken. Hoe moet ik dit nu oplossen? Ik geef woorden: Midden-Frankrijk, laatgotisch, zijbeuk, biechtstoel. (lacht) En een vijfstemmig werk van Pierre de la Rue. Zoek het maar uit.”

20. Welke droom hebt u nog?

“Heb ik nog een droom? Dat verandert. Nu wil ik natuurlijk dat iedereen mijn boek leest en dat ze het goed vinden. En mooi ook. Daar zit toch iets van een zucht naar erkenning in, in mijn droom. Ik heb namelijk voor de eerste keer ook het idee van: ‘Hmm, dat heb je toch niet zo slecht gedaan.’ Bij het vorige boek had ik zoiets van: ‘Het is toch maar wat gepruts in de marge, hoor.’ Maar nu heb ik echt het gevoel dat ik een schrijver ben. (lacht)

Kurt Van Eeghem, 'Ciurlionis', Pelckmans, 304 p., 24,50 euro. De boekpresentatie is op 8 september bij veilinghuis Bernaerts in Antwerpen. Beeld rv
Kurt Van Eeghem, 'Ciurlionis', Pelckmans, 304 p., 24,50 euro. De boekpresentatie is op 8 september bij veilinghuis Bernaerts in Antwerpen.Beeld rv

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234