Donderdag 28/10/2021

InterviewRockfotograaf Gie Knaeps

‘Kurt Cobain knielde, met zijn gitaar voor zich, en keek recht in mijn lens: le moment décisif’

The Rolling Stones in het Feyenoord-stadion, 1982 Beeld gie Knaeps
The Rolling Stones in het Feyenoord-stadion, 1982Beeld gie Knaeps

Drie decennia lang fotografeerde Gie Knaeps (68) een plejade van legendarische muzikanten voor Humo. Zo no-nonsense als zijn korte broek was, zo no-nonsense was zijn houding tegenover zijn job. Het doel was altijd simpelweg: de best mogelijke foto maken. Niet zelden deed hij dat met gevaar voor eigen leven. Goed 300 van zijn beste foto’s – genomen van 1970 tot 2010 en geselecteerd door hemzelf – zijn nu te zien op het culturele festival PPPUSH-IT in Stekene.

Gie. Hij viel op omdat hij anders was dan alle anderen. Iedereen voelde aan dat het hem maar om één ding te doen was: de foto. Naarmate de tijd verstreek en Magere Hein lelijk huishield in de popmuziek, zijn veel van zijn foto’s bovendien historische documenten geworden. Ik was dan ook geenszins verbaasd toen Elvis Presley gisteren tegen me zei, over Gies overzichtstentoonstelling in Oost-Vlaanderen: “Als ik nog had geleefd, was ik zéker komen kijken!”

Je nam je eerste foto’s op een Kempens rockfestival in 1868, toch?

“Négentienachtenzestig! Dat was op Kastival in Kasterlee. The Crazy World of Arthur Brown was de hoofdact. Security was onbestaande, ik kon gaan en staan waar ik wilde. Vergelijk dat met later: vanaf de jaren 90 mochten zelfs officiële persfotografen alleen nog de eerste drie songs van een optreden fotograferen. Nog later werd dat één song, en bij Beyoncé kon het uiteindelijk drie keer dertig seconden. Tussendoor moesten we ons met het gezicht naar het publiek draaien, zodat we zeker niet konden schieten! We moesten ook een waiver ondertekenen en beloven dat we de foto’s nergens zouden verkopen.”

“Meestal dook ik het publiek in en werkte daar verder. Mijn lief en mijn zus verborgen de lenzen in hun handtas: zij wilden desnoods een optater van de security riskeren, zolang ik maar foto’s kon nemen (lacht). En soms kleefde ik een telelens vast op mijn dij, verstopt onder de wijde pijpen van een harembroek. Bij Prince in Rotterdam ben ik zo betrapt. Toen heb ik mijn apparatuur moeten afgeven.”

Ik heb jou op festivals eigenlijk alleen maar gezien in korte broek.

Da’s ni wa, jom! Ik heb maar één keer een korte broek gedragen! (na zes uur discussie) Oké, enkele keren dan.

“Maar goed, in 1982 was ik gerant van café De Perel in Mol. Ik had voor mijn klanten een bus ingelegd naar het concert van de Stones in Rotterdam, en had een grote zilveren koffer met fotomateriaal bij me. ‘Niet toegelaten,’ bromde de security, maar ik mocht toch binnen. Zoiets is vandaag ondenkbaar! Hollanders, hè. Wellicht waren die mannen zelf al stoned.”

Nirvana op Pukkelpop, 1991
 Beeld Gie Knaeps
Nirvana op Pukkelpop, 1991Beeld Gie Knaeps

“Pas op: ik had toen nog geen perskaart, hè. Ik ben een plantrekker. Als iets niet mocht, trok ik me daar geen zier van aan. Ik ben maar één keer bedreigd: door het management van Guns N’ Roses, dat een rechtszaak tegen me zou aanspannen. En Björk keurde ooit mijn serie geposeerde foto’s van haar af: ik heb die wereldwijd verkocht, zonder haar toestemming.”

Heel wat mensen denken: op een knopje duwen en uit honderden foto’s de beste kiezen, hoe moeilijk kan dat zijn?

“Het is een stuk lastiger dan het lijkt. Met de huidige technologie kan iedereen een redelijk goede foto maken, maar een unieke foto van een humeurige superster, een gehaaste zangeres, terwijl een pr-manager ongeduldig op z’n horloge staat te kijken en zegt: ‘Je hebt 3 minuten en geen seconde meer’, da’s een ander paar mouwen. Mensen verkijken zich daarop. In de muziekbusiness was fotografen de voorbije decennia almaar minder tijd gegund in almaar moeilijker omstandigheden. De eisen werden hoger en de concurrentie werd groter. In de frontstage werd ik soms omringd door veertig collega’s, terwijl we met z’n allen subtiel manoeuvreerden om de beste plek te krijgen. En daar moet je dan nog de minimale belichting bij nemen, het publiek, en het gedrag van artiesten op het podium: als je destijds foto’s maakte van punkgroepen als de Sex Pistols, kreeg je gegarandeerd fluimen in je gezicht.”

WIE IS DIE ZOT?

Wie hing er aan de muur in je tienerkamer? Artiesten die je later zou fotograferen?

“Ja. Soft Machine, bijvoorbeeld. Maar ook Che Guevara en…”

Blote vrouwen?

“Nee, dat was illegaal in Mol.”

Je Franse collega Henri Cartier-Bresson had het over ‘le moment décisif’: de nanoseconde waarop een fotograaf instinctief afdrukt. Ik herinner me hoe Willy DeVille ooit op Werchter stond te zingen terwijl vanuit het publiek een ballon aan kwam zweven: het ding klapte kapot tegen zijn brandende sigaret.

“Dat moment moet je hebben, hè. Ik heb een foto van Marilyn Manson die zijn gat afveegt met de Amerikaanse vlag. Of John Hiatt die éven veinst dat hij zijn gitaar kapotslaat. Of zo’n sprong van Matt Bellamy van Muse: die illusie van gewichtloosheid duurt ook maar een halve seconde. Of Deborah Harry van Blondie die haar benen zo hoog in de lucht hief dat je haar witte slipje kon zien.”

Muse, Werchter, 2001 Beeld gie Knaeps
Muse, Werchter, 2001Beeld gie Knaeps

Pas op, je bent aan het kwijlen.

“Ik ben geen voyeur, hè. Haar rokje was sowieso héél kort. In elk geval: als je op zo’n moment niet afdrukt, heb je niks. Vroeger ergerde ik me blauw als een negatieffilmpje opgebruikt was en ik een nieuw in mijn toestel moest stoppen, want dan kon ik even niet opletten.”

Noem eens een paar gemiste kansen.

“In 1969 ben ik tijdens een sneeuwstorm naar Utrecht gelift om Jimi Hendrix te zien. Aan de ingang van de zaal hing een briefje: ‘Jimi kan niet komen. Hij heeft zijn been gebroken.’ Ik dan maar door de sneeuwstorm terug naar Mol.” (lacht)

“Ik heb ook foto’s van de prille Pink Floyd, maar die zijn heel flou: die jongens gebruikten zoveel rook en stroboscopen en psychedelische verfdia’s dat je hen amper zag staan. En in 1978 was ik op het legendarische concert van Bob Dylan in Stadion Feijenoord, Rotterdam, maar daar heb ik geen foto’s van omdat ik niet dichtbij genoeg raakte.”

Ik wel. Ik stond toen nuchter op de eerste rij terwijl mijn vrienden stoned op de tribune zaten. Maar goed, later ben je je meer gaan toeleggen op portretten. Welke artiesten hadden de grootste hekel aan poseren?

“Iedereen die niet kwam opdagen, zeker? Dat heb ik meegemaakt met Primal Scream, Eels, Fun Lovin’ Criminals… Het kostte me een uur om alles op te stellen: statief, licht, flitsen, lenzen, achtergrondscherm… Dat scherm had zijn nut, de White Stripes wilden bijvoorbeeld alleen poseren in rood-witte kleding én als de achtergrond rood was.”

“Tja, soms waren artiesten dronken, slechtgeluimd, hadden ze net ruziegemaakt… Of ze kwamen net uit Amsterdam: dan weet je hoe laat het is, hè. Dan zijn ze apestoned. Of ik moest hen in Amsterdam fotograferen – nog erger! Ik herinner me dat Slash van Guns N’ Roses tijdens een sessie lodderig uit zijn ogen keek. Maar soms, zoals bij de Foo Fighters, was de entourage lastiger dan de artiest.”

Ik zag ooit een foto van jou waarop Mauro Pawlowski een rosse griet op de mond zoent. Waar was dat?

“Dat is geen griet, het is Tom Barman. Die tongzoen was zijn initiatief. Ik herinner me dat hij naar mij knipoogde: zorg dat je dit niet mist!”

‘Tom Barman knipoogde naar me: zorg dat je dit niet mist! En hij gaf Mauro een tongzoen.’ (Foto: Tom Barman en Mauro Pawlowski in 1996)
 Beeld Gie Knaeps
‘Tom Barman knipoogde naar me: zorg dat je dit niet mist! En hij gaf Mauro een tongzoen.’ (Foto: Tom Barman en Mauro Pawlowski in 1996)Beeld Gie Knaeps

Welke opdracht heeft je, in verhouding tot het resultaat, het meeste werk gekost?

“Verplaatsingen waren meestal vermoeiend. Ik ben ooit naar Frankfurt gereden omdat het Nederlandse muziekblad Oor voor de cover per se een foto wilde van Chrissie Hynde van The Pretenders met haar blauwe gitaar. Chrissie had charisma.”

The Pretenders, 1987 Beeld gie Knaeps
The Pretenders, 1987Beeld gie Knaeps

Je moet veel legendarische artiesten gefotografeerd hebben vóór ze beroemd werden. Aan wie denk je daarbij zoal?

“Aan Nirvana, in 1991 op Pukkelpop. Zij waren totaal onbekend toen ze last minute invielen voor een groep die had afgezegd (Limbomaniacs, red.). Het was vroeg op de dag toen ze het festival openden – heel ondankbaar. Ik stond toevallig op het podium, en die zanger was zo expressief en fotogeniek dat ik blééf schieten. Op een bepaald moment knielde hij, met z’n gitaar voor zich, en keek recht in de lens: le moment décisif. Een paar weken later kwam ‘Smells Like Teen Spirit’ uit en bleek die zot dé Kurt Cobain te zijn. Jaren later, in Thailand, zag ik in een winkeltje T-shirts met mijn foto van Kurt erop! Ik heb er eentje gekocht, ja.” (lacht)

“Op Pukkelpop zag ik nog hoe de leden van Nirvana – strontzat – in de vip-eettent backstage de naamkaartjes van de andere artiesten verwisselden, zodat één of andere superster plots met negen muzikanten en managers aan een tafeltje voor twee moest zitten. Grapjassen.”

IGGY EN HET LADDERTJE

Ben je ooit bang geweest tijdens je werk?

“Pf, bang… Ik zou eerder zeggen: in nood. Op een concert van Blondie in Amsterdam ben ik op het podium geklommen om te vermijden dat het publiek me verpletterde.”

“Nog in Amsterdam ben ik in 1976 naar Bob Marley gaan kijken. Toen heb ik geen foto’s genomen. Ik vond het te link, ik was er zeker van dat mijn toestel gestolen zou worden. Die zaal was hopeloos uitverkocht en buiten hingen honderden Molukkers, Surinamers en Jamaicanen rond die geen kaartje hadden, die drugs dealden en met messen de ingangen probeerden te forceren – dat ze een mes bij zich droegen, zei al iets. De sfeer was agressief, beangstigend. Gelukkig had een struise Kempense kameraad me vergezeld, Den Bolle. Ik ben zelf ook struis maar – met mijn 1 meter 70 – klein.”

Een groot nadeel als je tussen het publiek foto’s wilt maken.

“Helaas. (lacht) Om die handicap te compenseren heb ik een tijdje een trapladdertje meegenomen, ook in de frontstage. Ik herinner me nog dat Iggy Pop daarom moest lachen. Maar dat laddertje werd algauw door de security verboden. En mijn collega’s waren er ook niet blij mee – oneerlijke concurrentie.” (lacht)

Waren er artiesten die tijdens een fotosessie zelf regieaanwijzingen gaven?

“Ja, Stephen Dewaele van Soulwax greep een grote blauwe kleurenfilter en hield die voor zijn gezicht. En toen bij Therapy? één groepslid er wegens ziekte niet bij was, losten de anderen dat op door zijn naam te schrijven en zijn gezicht te tekenen op een lampadeire.”

Stephen en David Dewaele van Soulwax in 2000.
 Beeld gie Knaeps
Stephen en David Dewaele van Soulwax in 2000.Beeld gie Knaeps

Had je trucs om de artiesten te doen ontdooien?

“Ik had gehoord dat die van Rage Against the Machine lastig waren, maar dat viel goed mee. Toen ik hen de volgende keer fotografeerde, bracht ik prints van die eerste sessie mee: dat waardeerden ze erg. Daarna mocht ik hen altijd een concert lang vanaf het podium fotograferen. Red Hot Chili Peppers-bassist Flea heb ik ook een foto gegeven, van die keer dat hij in zennen bloëte baste op Werchter speelde. Dat deed hem plezier.”

(Foto: Flea van Red Hot Chili Peppers op Werchter, 1996) Beeld gie Knaeps
(Foto: Flea van Red Hot Chili Peppers op Werchter, 1996)Beeld gie Knaeps

“Soms was Lief erbij, mijn lief. Dat hielp weleens, maar het kon ook een nadeel zijn. Toen ik Willy DeVille in zijn kleedkamer fotografeerde, vond hij het boeiender om met haar te praten dan mijn richtlijnen te volgen.”

“O, en mijn grijze haren hielpen ook. Soms zag ik sterren denken: die ouwe grijsaard moet wel belangrijk zijn. Mensen als Mick Jagger keken opvallend vaak recht in mijn lens, ze deden iets extra’s voor iemand met veel ervaring.”

Ik heb fotografen gekend die de artiest van dichtbij recht in het gezicht flitsten terwijl de interviewer net een gevoelige vraag stelde. Jou heb ik nooit in de weg weten lopen.

“Onzichtbaar en subtiel werken is belangrijk. Je mag niet storen, geen pain in the ass zijn. Maar ik heb ook wel interviewers gekend die hun interview lieten doorlopen in mijn fototijd.”

Wie was de mooiste vrouw die je hebt gefotografeerd?

“Geike Arnaert is mooi én lief.”

Geike Arnaert in 2008
 Beeld Gie Knaeps
Geike Arnaert in 2008Beeld Gie Knaeps

Een West-Vlaamse en een Kempenaar: hoe communiceerden jullie?

“Lichaamstaal, hè. Non-verbaal. Professionals onder elkaar. Dat snap jij niet.” (lacht)

“In 1969 – année érotique – was ik zestien en had ik een zware crush op Jane Birkin. Ik heb haar pas gefotografeerd toen ze al 57 was, en ze kon me nog altijd doen zwijmelen. Maar de mooiste en de liefste vond ik Sheryl Crow. Met haar had ik een klik. Later liep ik haar backstage tegen het lijf op een festival. Ik had een fototoestel met een grote telelens vast, en Sheryl riep uit: ‘Wow, you’ve got the biggest one I’ve ever seen!’

En dan ook nog zo’n grote telelens!

‘Gie Knaeps: 40 jaar muziekfotografie’, nog tot en met 10/10 op PPPUSH-IT, Stekene. Info: pppush-it.be

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234