Woensdag 27/01/2021

Interview

Kunstenaar Peter De Potter: de Belg achter de Kanye-hoes

Beeld RV

Een Belg die de hoes van The Life of Pablo, de nieuwe Kanye West, maakte. Huh? Het werk van Peter De Potter staat nochtans al jaren in toonaangevende magazines en hij werkte jaren nauw samen met Raf Simons. Zijn beelden op internet trokken bovendien een ware cultus op gang.

"Ik was eerst fan van Peter De Potter, pas dan werden we vrienden. Het begon zo'n vijftien jaar geleden, met een serie badges van zijn helden - Guy Peellaert, Wolfgang Tillmans, Astrid Lindgren - die hij had gemaakt voor het Britse blad i-D. "Minibiografieën", noemt hij die badges nu.

"Dat was voor een issue van i-D waarvoor Raf Simons curator was", zegt hij bij hem thuis in Antwerpen. "Die badges had ik al gemaakt toen hij me vroeg om enkele pagina's te vullen. Ik wou aan een andere vorm van journalistiek doen, met beelden en objecten in plaats van volzinnen."

Vijftien jaar geleden schreef ik een ouderwetse, wat bedeesde, maar vastberaden fanmail naar de maker van die badges. Via e-mail en later telefoon, ontwikkelde zich een vriendschap. Bij elkaar op bezoek gaan, hebben we in al die jaren niet vaak gedaan, dit interview brengt ons zelfs voor het eerst sinds lang weer samen in één ruimte.

Ook ik viel uit de lucht toen het nieuws als een speer de sociale netwerken rondging: Peter De Potter had de hoes van The Life of Pablo, de nieuwe van Kanye West ontworpen. Eerst was er verbazing, dan euforie, véél trots, en toen: "Ja, natuurlijk." En niet omdat Kanye West van Belgische mode houdt en fan is van Raf Simons, met wie De Potter tien jaar lang een samenwerking onderhield als bedenker van beelden op kleren en posters. Eerder omdat West altijd met kunstenaars werkt voor zijn hoezen en continu op zoek is naar artistieke input.

Laat dit duidelijk zijn: Peter De Potter is niet ontdekt door Kanye West. De keuze voor deze Antwerpse beeldenmaker bewijst vooral hoe clued up Mr. West is, hoe bijdetijds én bijdehand hij is.

De keuze om in te gaan op de persoonlijke vraag van Kanye West was ook snel gemaakt bij De Potter. "Ik vind Yeezus van Kanye West een van de beste platen van de jongste jaren. Bovendien vond ik de tracks van de nieuwe plaat die ik te horen kreeg, zeer goed. En als je de kunstenaars bekijkt die onlangs zijn hoezen hebben ontworpen - Takashi Murakami voor Graduation', George Condo voor My Beautiful Dark Twisted Fantasy en Riccardo Tisci voor Watch the Throne: geen slechte lijst om aan te vullen, toch?"

Het ging snel en spontaan, Kanye vond het ook snel goed, en klaar. "Ik snap wel dat mensen schrikken bij de schaal ervan, de intergalactische superster Kanye en zo. Maar in this day and age, dat beelden circuleren: dat is toch de normaalste zaak van de wereld? Als je écht wilt weten hoe Kanye mijn werk kent, of door welk beeld specifiek, dan zal je dat aan hem moeten vragen. Dat mijn werk circuleert is heel normaal, het is het internet. Ik heb geen controle over die digitale circulatie, en dat is ook een beetje een frustratie van me, want er kan evengoed ook jaren géén reactie komen. Maar voor mij is de wereld echt plat. Of het nu om - ik zeg maar wat - Gus Van Sant of Rihanna of Luc Tuymans gaat, allemaal hebben ze apps op hun telefoon waarop ze dingen zien passeren. Ze zien exact hetzelfde als jij en ik."

Beeld RV

Raf Simons

De Potter ziet de Kanye-hoes als een van zijn collaborations, samenwerkingen. Want vergis u niet: De Potter voert niet uit. Hij is géén uitvoerder, géén designbureau, géén campagnefotograaf. Of we het nu hebben over de tijdschriften waarin hij zijn werk publiceerde - na publicaties in i-D volgden onder meer Dazed & Confused, Arena Homme + en Dust - of die keer dat het Britse kledingmerk Fred Perry hem vroeg het werk van Jamie Reid (de man achter de platenhoezen van de Sex Pistols) te herinterpreteren of zijn samenwerkingen met Raf Simons: overal krijgt De Potter carte blanche.

"Ik heb voor Kanye niks anders gedaan dan wat ik altijd doe", vertelt hij. "Of ze nu gevonden zijn of zelfgemaakt, woorden zijn of beelden: ik maak beelden met beelden. Ik merk wel dat de buitenwereld het lastig vindt om een term op me te plakken. 'Hoe moeten we je noemen?' Ik heb graag het Engelse artist. Dat covert alles. Bij 'kunstenaar' denk je toch aan penselen en zolderkamers, bij 'artiest' aan Eddy Wally. (lacht)Visual artist vind ik ook oké. 'Je zou eens een goeie elevator pitch moeten bedenken om jezelf te omschrijven', zei iemand me eens. Maar voor mij is het simpel: I make images with images. En woorden zijn voor alle duidelijkheid ook beelden, die discussie moeten we niet voeren, meer dan tachtig jaar na Ceci n'est pas une pipe. Ik denk dat mijn ogen taal en beeld op dezelfde manier scannen."

De eerste die De Potter vroeg om beelden te maken, was Raf Simons in 2001. "Raf kende me van op de academie in Antwerpen, we waren al vrienden, dus hij wist dat ik met collages en tekst bezig was. Hij wilde meer T-shirts met woorden en visuals. En ik ben gewoon begonnen: foto's en knipsels vermengen, slogans en gedichten schrijven. Ik trok met alles naar zijn bureau, naar de fotokopieermachine. Want er stond wel een computer, maar daar kon maar één iemand mee werken. Ik toonde alles en Raf zei 'Oké, we gebruiken dat allemaal.'

"Tegelijk kon ik meedenken over de show, over de muziek. Ik heb ook de titel van de collectie verzonnen, naar een citaat van Jack Kerouac. In zijn 'Woe onto those who spit on the beat generation... the wind will blow it back' verving ik 'beat generation' door 'fear generation'. Toen Raf erop stond om die hele titel integraal op de uitnodiging af te drukken - nogal radicaal in het fast-forwardmilieu van defilés - wist ik dat we écht op dezelfde golflengte zaten."

De samenwerking met Raf Simons zou tot 2010 duren. "Dat was een periode in zijn carrière waarin hij zijn mode heel conceptueel aanpakte. Extreem en radicaal. Op dat gebied waren we erg eensgezind. Ik heb nooit met een andere ontwerper gewerkt, maar ben er zeker van dat niemand anders me die vrijheid had gegeven. Het was een heel goeie samenwerking. Ik was er een soort rare satelliet."

Beeld RV

Onheil in de lucht

De Kanye-hoes van vandaag - herhalingen van zinnen, kale frames, interpellaties van beelden - vertoont opvallende gelijkenissen met De Potters vroegste werk voor Raf Simons, in 2001. "Ik was toen helemaal in de ban van Carl Andre, William Burroughs, Jenny Holzer en vooral Wyndham Lewis en diens Blast-magazine uit 1914. Ik wilde ook één woord steeds laten weerkeren: Kollaps. Een Einstürzende Neubauten-referentie natuurlijk - het is de titel van hun eerste elpee - maar ook een woord dat a sense of foreboding heeft. Ook de rest van mijn artwork had dat waarschuwende gevoel, alsof er onheil in de lucht hing.

"Het was een vrij heftige collectie: Raf had hoofdsjaals voor zijn modellen getekend, ze liepen de show op blote voeten, de muziek was van The Fall, en dan het woord 'Kollaps' overal op kleren en op metalen platen die dienst deden als juwelen... Een soort onaantastbare, vervreemdende sekte. De presentatie was in juni en in september gebeurde 9/11. Niet dat we ook maar iets voorspeld hadden, uiteraard niet, maar dat huizenhoge cliché van 'er hangt iets in de lucht', daar is soms wel echt iets van aan. Maf."

De Potters werk was toen heel sloganesk, doe-het-zelf, manifesto- en pamfletachtig. "En tot op zekere hoogte is het dat ook altijd gebleven. Zeker qua gevoel."

Peter De Potter werkt alleen, thuis in Antwerpen, en haast artisanaal. Denk vooral niet aan een powernetwerk, een jetsetbestaan van heen-en-weervliegen naar wereldsteden, of een bedrijf met een flashy team van planners en assistenten. Het heeft iets van monnikenwerk, de manier waarop hij in zijn 'cel' verwoed beelden produceert en verzamelt, om die te herschikken tot zijn nieuwe beelden. Het duurt lang eer hij vindt dat iets af is. Of preciezer: eer het beeld dicteert dat het af is. Het is met een haast spartaanse zelfdiscipline dat hij heel zijn leven ondergeschikt maakt aan zijn werk - er is een dagelijks ritme van sporten, werken, eten, slapen. Iedere ware kunstenaar zal dit beamen: dit is geen kwestie van niet anders willen, maar simpelweg van niet anders kunnen.

Het spreekt voor zich dat dat ook offers vergt van een mens. "Alleen maar offers, als ik erover nadenk. Maar ik ben me lang niet eens bewust geweest dat er andere manieren van werken bestaan. Dat klinkt naïef, maar ik ben zo geboren: ik vind dat mensen voor zichzelf moeten kunnen instaan. Niet alleen dat je eindverantwoordelijkheid moet kunnen dragen, maar ook dat je het begin en einde bent van iets. Dat is ook mijn probleem met sommige disciplines. Film bijvoorbeeld, er wordt één naam opgekleefd, maar het is werk van honderd mensen. Ik heb liever mijn methodiek: ik heb dit gedaan. Ik vind zelfs dat het zo moet. Zelfs indertijd bij Raf: ik werkte onder een 'paraplu', maar heel autonoom."

Beeld RV

Beeldenstorm

Hij doet dit ook al zo lang hij zich kan herinneren. Op zijn tienerkamer in de jaren 80 in de Oost-Vlaamse provinciestad Oudenaarde al bedacht en maakte hij slogans, letters, woorden bij zijn tijdschriftenposters aan de muur. "Mijn moeder zegt dat ik als peuter in mijn park alleen rustig te houden was door me een tijdschrift toe te stoppen, waaruit ik één voor één pagina's kon scheuren. Ik moest kunnen bladeren en uitscheuren." (lacht)

Als tiener op een college waar men gedrild werd om dokter of advocaat te worden, had hij al andere plannen. "Er was buiten een echte beeldenstorm bezig: Anne Teresa De Keersmaeker, Coil, Einstürzende Neubauten, Derek Jarman. Mensen die vrij multidisciplinair bezig waren - theater, noise, dans, performance, film - en dat bovendien met een enorme levensnoodzakelijkheid. Dat waren mensen die erin slaagden een 'zone' te creëren, een soort eigen wereld.

"De Welshe rockgroep Manic Street Preachers iets later was misschien wel het perfecte voorbeeld van hoe ik toen vond dat een hedendaagse culturele entiteit moet opereren. Ze maakten eigenlijk traditionele pubrock, maar door de hoezen, teksten, video's en de figuren van Nicky Wire en vooral Richey James was dat veel méér dan de typische rockgroep. Een soort nucleus - radicaal, scherp, pointu. Zo heb ik mijn wereld het liefst. En zo wou ik ook zijn. Ik begrijp de nood van hedendaagse kunstenaars niet om iets likeable te maken. Raf, Jamie Reid, Kanye ook: ze zijn niet creatief om likeable te zijn."

Waarbij we weer aanbelanden bij het hierboven al aangehaalde pamflet-, manifesto-achtige van De Potters iconografie. Dat riotgehalte is geen gratuit, laat staan schreeuwerig gegeven, want het opruiende wordt continu gecounterd door die grote fijngevoeligheid, tederheid zelfs die zijn esthetiek kenmerkt. Verlangen en romantiek staan oog in oog met oproer en opstand. De serie My Blood Tomorrow Land uit 2014, die werd gepubliceerd in het toonaangevende Berlijnse magazine Dust, toont naakte jongens die van bekers drinken tegen een achtergrond van wat een militaire bezetting lijkt. Een naakt lichaam houdt een steen vast, het wapen van de volksopstand.

"Die werken zijn beïnvloed door de opstand in Oekraïne. Die hele reeks ging over de hernieuwde invulling van het begrip geopolitiek. Termen als 'de staat' en 'grenspolitiek' leken even alleen nog te bestaan in oude schoolboeken, tot ze plots weer actueel werden, toch in onze contreien. Vrijheid was even niet meer de holle slogan van dancefestivals, maar bittere ernst. Mensen werden doodgeschoten op het Maidan-plein. Ik wou daar iets over zeggen, niet op een pamfletachtige, maar op een poëtische manier."

Beeld RV

Niet erotisch

De serie Two Beggars and Four Hands uit 2015, ook voor het eerst gepubliceerd in Dust, gaat onder meer over de lust en het afscheid eigen aan oneweekendstands. "Een heel weekend in bed liggen met iemand die je net hebt ontmoet: fantastisch, maar ook bittersweet. Want er komt snel een eind aan."

Van een homo-erotische lading in zijn werk wil De Potter niet echt weten. "Mijn probleem met de term homo-erotisch, is misschien vooral het woord erotisch. (lacht) Mijn werk is in elk geval niet bedoeld als erotisch. De jongens die ik afbeeld, zijn voor mij symbolen, emblemen om een bepaalde emotie of boodschap te ondersteunen, eerder dan dat ze mijn pure onderwerp zijn. Eigenlijk gaat het me vooral om 'twilight momenten' vangen. Mensen hebben de neiging om alleen hun prestaties en resultaten te documenteren, de rest beschouwen ze als onnodige vulling. Maar ik vind net al die tussenmomenten die iedereen kent maar niet genoeg erkent, interessant: dronken zijn, lui zijn, opgewonden zijn. Ze liggen veel dichter bij het leven."

Een van De Potters favoriete kunstenaars is niet toevallig de 17de-eeuwse schilder Adriaen Brouwer, die vooral dronken cafégangers schilderde. Behalve geboortestad Oudenaarde heeft De Potter een voorliefde voor scabreuze taferelen gemeen met hem. "Brouwer verhief zijn dronken personages, dat vind ik nobel. Je onderwerp niet uitkleden, maar verheffen. Ik had hetzelfde met die Ibiza-kids waarover de media indertijd zo'n schande sprak. Ik vond die kids krachtig, nog niet eens op een gesublimeerde manier."

Toen het internet enkele jaren geleden begon te exploderen van de sociale netwerken, stootte De Potter daar op foto's van Britse studentenverenigingen en hun bacchanalen, die hij verwerkte in zijn beelden. "Elke soort van besloten genootschap vind ik fascinerend. En bacchanalen: zo zie ik ze niet eens. Anderen noemen ze shockerend, ik vind ze vooral eerlijk."

Intussen is er van gevonden beelden amper nog sprake. De jongste jaren bestaat zijn werk haast uitsluitend uit eigen foto's, terwijl dat voorheen ten hoogste om een 50/50-verdeling ging. "Ik heb gewoon een fototoestel gekocht", zegt hij daarover. Een opheffing van een beperking. Interessant, gezien zijn parcours tot nu toe sterk werd bepaald door beperkingen. "Ik heb het altijd gedaan met de weinige middelen die ik had. Geen statement, gewoon eerlijkheid. Gilbert & George: al hun foto's zijn in dezelfde straat gemaakt, veertig jaar lang. Ik vind dat logisch. Je moet zo dicht mogelijk bij jezelf blijven."

Beeld RV

Als een naald in de arm

Door eigen fotografie toe te voegen aan zijn methodiek, worden zijn werken alsmaar gelaagder - al doet De Potter er alles aan om de grenzen tussen eigen en gevonden beelden te vervagen. "Ik stop veel tijd en moeite in een beeld maken dat bij de kijker als geheel naar binnen gaat, dat je niet meer de nood voelt om het te dissecteren. Nog te vaak wordt een beeld gezien als niets meer dan de som van zijn delen, onderwerp plus achtergrond plus techniek. Daarom maak ik de scheidingslijnen tussen fotografie en appropriation en collage en tekst binnenin één beeld zo vloeibaar mogelijk. Mijn doel is 'iets' te maken dat zo nucleus is, zo gebald - a little pocket of perfection. In mijn ideale scenario werken de beelden eerder op het spirituele dan op het puur rationele of visuele. Voelen en dan pas zien. Ik zie mijn werk ook als een zone waarin ik op een andere, heel eigen manier met de kijker communiceer. Als ik aan mijn eigen werk denk, dan zie ik geen specifieke beelden voor me. Ik denk alleen aan die zone, dat specifieke spanningsveld."

Zo rond 2010 begon hij zijn werk intensief via internet te publiceren, Tumblr werd daarbij zijn uitverkoren platform. Deels - alweer - uit noodzaak: het was een goedkope manier om zijn werk te verspreiden. "Maar ik heb dat vooral gedaan omdat het mijn werk op de meest directe en snelle manier in de visuele cultuur injecteert. Als een naald in een arm. Het contextloze beviel me ook. Als je een galerie binnenkomt, weet je dat er kunst aan de muur hangt, je protesteert niet. Op het internet is er nul context. Om je werk in het totale niks te gooien: dat was spannend. Als de beelden opgepikt zouden worden, zou dat door hun kracht komen. En ze werden ook heel snel opgepeuzeld - er kwamen persoonlijke reacties, buitenlandse tijdschriften die me wilden profilen (lachje), geïnteresseerde kopers.

"Op een dieper niveau had ik er ook een bedoeling mee: ik wou dat mijn beelden in communicatie traden met andere beelden. We weten allemaal dat we in een beeldcultuur leven. Maar wat doen die beelden? Wel, ik heb het ondervonden nu: dat ondergestofte cliché van 'beelden leven' - op het internet leven ze dus écht."

Misschien wel mijn favoriete Tumblr-reeks van Peter De Potter, I Am an Image Machine uit 2010, telkens twee beelden gecombineerd tot één, ging letterlijk over het internet. "Ik beschouwde het internet als een soort altaar en wilde altaarstukken maken, beelden die zo sterk waren samen, dat ze awe inspiring zouden worden naarmate de kijker naar beneden scrolde."

Missie geslaagd.

Beeld RV

Overleven

Het mag niet verwonderen dat buitenlandse publicaties Peter De Potter een 'internetartiest' noemen, en dat vindt hij niet eens erg. Al keert hij nu ook terug naar vroeger. Bij wijze van eerbetoon besloot het magazine Dust pas om De Potters meest recente reeks in hun blad, Young King New Castle, op T-shirts te drukken.

De Potter: "De cirkel is op die manier rond, als je weet dat ik ooit begon met 'exposeren' op T-shirts. Al wordt het daardoor ook weer verwarrend voor de mensen: internet, tijdschrift, kleren? Wat is het nu?"

Ook een galerie heeft De Potter op dit moment niet. Alweer geen statement, en hij sluit een galerie in de toekomst ook niet uit, hij heeft simpelweg nooit genetwerkt in die richting. "Ik vind dat mijn taak erop zit als een werk af is, en als ik het in een tijdschrift of op mijn Tumblr kan zetten. Of op T-shirts. Wat voor mij telt, is dat die beelden op die manier overleven. Of dat hoop ik toch."

Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234