Maandag 25/01/2021

Kunst tussen decoratie, ego en politiek

De kunstbiënnale van Venetië verrast en ontgoochelt. De controversiële bijdrage over de holocaust in het Poolse paviljoen is zeer sterk, net als de installatie van Christoph Schlingensief voor Duitsland. Ook in de rand van de Biënnale is er veel boeiends te zien, zoals een overrompelend Julian Schnabel-overzicht. Maar de twee groepstentoonstellingen die de kern van 's werelds grootste kunstevenement uitmaken stellen teleur: te veel blingbling, te weinig inhoud.

De Zwitserse curator Bice Curiger had het nochtans goed voor. Ze gaf de Biënnale als titel ILLUMInazioni / ILLUMInations en wilde focussen op het (zijige) licht, waarvoor Venetië zoveel bekendheid geniet, zeker onder kunstenaars. Bovendien nodigde ze veel jonge en vrouwelijke artiesten uit. Helaas heeft het niet mogen baten. De enorme tentoonstelling met meer dan tachtig kunstenaars waarvoor Bice Curiger verantwoordelijk is en die gehouden wordt op twee plekken - het Arsenale en het Centraal Paviljoen in het stadspark Giardini - is grotendeels een teleurstelling. Al te vaak gaat het om formele, esthetiserende en decoratieve kunst die weinig te vertellen heeft.

Curiger heeft het thema 'licht' ook iets te letterlijk opgevat: vaak gaat het om neonsculpturen, kunst met spiegels, lichtinstallaties - veteraan James Turrell (68) is met een zeer groot werk aanwezig - foto's en (veel te lange) video's. Of om een (overigens geslaagde) gimmick van Urs Fischer, die een levensgroot zelfportret en een klassiek Grieks beeld in was uitvoert en vervolgens laat branden als een kaars. Nog geslaagd is een installatie van de Italiaanse Elisabetta Benassi (44), die in oude microfichelezers krantenteksten en telexberichten laat oplichten zonder corresponderende foto's. Eén oude en één dode fotograaf maken indruk: de Zuid-Afrikaan David Goldblatt (81) met zijn strak geometrische foto's van townships en plakkerskampen, de Italiaan Luigi Ghirri (1943-1992) met zijn schijnbaar achteloze, bijzonder picturale en absurde fotografie. Een ontdekking.

Opmerkelijk is dat er op de officiële tentoonstelling geen of nauwelijks hedendaagse schilders te bekennen vallen. Toch heeft Curiger in de entreehal van het Centraal Paviljoen drie altaarstukken van de Italiaanse 16de-eeuwse schilder Tintoretto laten hangen omdat die onder meer studies van licht zouden zijn. Zijn schilders van nu niet meer met licht bezig? Nog opmerkelijk is dat, in tegenstelling tot de vorige Biënnales, tussen de 83 geselecteerde kunstenaars er niet één Belg zit, hoewel bijvoorbeeld internationaal gereputeerde kunstenaars als Ann Veronica Janssens en David Claerbout bij uitstek met licht bezig zijn. Is de afwezigheid van de Belgen toeval, ontbreekt het ons aan netwerken of aan een goede promotor? In de rand van de Biënnale zijn onze landgenoten wel aanwezig: de tentoonstellingen van Hans Op de Beeck, Koen Vanmechelen en Jan Fabre zijn veelbesproken en oogsten lof. En met de filmfries van Angel Vergara in het Belgische paviljoen hebben we een sterke blikvanger op de Biënnale zelf (DM 4/6).

Kritisch

Globaal bieden de paviljoenen, met de officiële inzendingen van 89 deelnemende landen (een record), meer kwaliteit. In nogal wat presentaties wordt kritisch omgesprongen met de geschiedenis van de natiestaat. Een van de boeiendste en meest aangrijpende inzendingen is die van Polen. Op drie schermen wordt een indrukwekkend filmisch epos getoond van de Israëlische, in Amsterdam en Berlijn wonende Yael Bartana. De (fictieve) Poolse beweging Jewish Renaissance Movement vraagt de terugkeer van 3,3 miljoen Joden naar Polen - zij werden slachtoffers van de Holocaust. De kunstenares speelt met de complexe relaties tussen Joden, Polen en Europeanen, en verwijst in haar films naar antisemitisme, nazisme, sovjetpropaganda en zionisme. Het resultaat is een veelgelaagd, stilistisch verbluffend en meer dan dubbelzinnig epos dat Polen en Israëli's tegen de haren in strijkt. Een bekroning met de Gouden Leeuw was terecht geweest, maar lag vermoedelijk politiek bijzonder gevoelig.

Er is nog meer politieke kunst. Het Egyptische paviljoen confronteert een gefilmde performance van kunstenaar Ahmed Basiouny met beelden van het straatprotest op het Tahrirplein in Caïro en opnamen die de kunstenaar zelf met zijn gsm maakte. Hij werd neergeschoten tijdens een van de demonstraties. Het Deense paviljoen is een uiting van chaotisch en creatief protest: internationale kunstenaars hebben gewerkt rond de vrijheid van meningsuiting. De Duitser Thomas Kilpper bouwde buiten aan het paviljoen een houten staketsel als een soort speakers' corner, met op de grond afbeeldingen van onder meer politici als Bart De Wever. In het Israëlisch paviljoen zoomt kunstenares Sigalit Landau dan weer in op de Dode Zee, een geopolitieke grens en een ecologisch rampgebied, waarover ze een brug van zout tussen Israël en Jordanië wil bouwen.

Helemaal anders is de verstilde schilderkunst van de Canadees Steven Shearer, die vooral portretten en zelfportretten maakt. Hedendaags maar tegelijk in de traditie van Nolde, Picasso en Ensor. Nog een schilder, Markus Schinwald, palmt het Oostenrijkse paviljoen in met realistisch ogende, bizarre portretten van mensen die op een of andere manier letterlijk gemuilkorfd zijn. Hij vertimmerde het paviljoen tot een claustrofobisch labyrint en toont enkele video's, tussen burgerlijke verstikking en bevrijdende fantasie. Gouden Leeuw-winnaar Christoph Schlingensief, die vorig jaar overleed, ging nog verder en ensceneerde in het Duitse paviljoen zijn eigen begrafenismis met een chaotische vloed aan beelden, klanken en objecten. Ronduit aangrijpend (DM 6/6).

Leven en dood

éminence grise Christian Boltanski (66) bouwde in het Franse paviljoen een stellage op waarin een loop draait met babyfoto's - het heeft veel weg van een krantendrukkerij. De eerste aanblik van de installatie is sterk en het gaat Boltanski vermoedelijk om de eindeloze cyclus van leven en dood, maar zo te zien heeft hij zijn idee onvoldoende uitgewerkt.

Opvallend is dat te midden van het al overdonderende aanbod van kunst en kunstenaars op de Biënnale, in het randprogramma en op tientallen plaatsen in de stad zelf, de Venetiaanse stedelijke musea zich meer en meer doen gelden. Het Palazzo Fortuny is voor de derde keer op rij gastheer voor Axel Vervoordt. Deze keer presenteert de Antwerpse antiquair en collectioneur Tra. The Edge of Becoming. Zo'n driehonderd werken uit alle genres, periodes en windrichtingen moeten een beeld geven van universele creativiteit, van ontstaan en wording. De expo is overrompelend maar toch minder sterk en verrassend dan voorgaande jaren, hoewel een speciale sectie met oude theatermaquettes en een bijpassende video van Hans Op de Beeck overtuigen. Zeer sterk is een ensemble met een Bewening van Christus, een schilderij van Joos Van Cleef (1540), een doornenkroon van beeldhouwster Berlinde De Bruyckere (2011) en een reeks foto's van de handen van de overleden Amerikaanse kunstenares Louise Bourgeois door Alex Van Gelder (2010).

In het stedelijk museum voor moderne kunst Ca' Pesaro loopt een ruim overzicht met 25 installaties van de arte povera-kunstenaar Pier Paolo Calzolari van 1968 tot nu. De hoofdvogel wordt ongetwijfeld afgeschoten door het stedelijk museum Museo Correr aan het San Marcoplein met een tentoonstelling van veertig, vaak monumentale doeken van de Amerikaanse schilder, fotograaf en filmregisseur Julian Schnabel. De ronduit schitterende expo toont werken van 1970 tot nu en laat vooral de creatieve kracht, plastische inventiviteit en tomeloze diversiteit zien van Schnabel (59). Uit verscheiden invloeden als El Greco, Pablo Picasso en Cy Twombly puurt hij zeer persoonlijke kunst, die uitstekend getoond wordt in de context van de 19de-eeuwse residentie van Napoleon. De Schnabeltentoonstelling, de landenpaviljoenen en de opmerkelijke Pradacollectie (zie kader) zijn voldoende redenen om Venetië dit jaar te bezoeken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234