Zondag 17/01/2021

Kunst terugvinden is een kunstop zich

Woensdag werd een van de gelukkigste dagen in het leven van Claire Goldschmidt (80). Toen ze het niet meer verwachtte, kreeg de dame een portret terug dat 65 jaar geleden geroofd werd.De familie Goldschmidt vluchtte in 1942 in zeven haasten van Brussel naar het platteland uit vrees voor een arrestatie door de SS en een transport naar een van de kampen. De familie overleefde de oorlog, maar terug thuis bleek hun huis volledig leeggeplunderd. Een van de gestolen schilderijen, Jong meisje met blauwe jurk, was een portret van dochter Claire van de hand van de Brusselse kunstenaar en vriend des huizes Anto Carte. De familie meldde de roof bij de Belgische overheid, maar die had na de oorlog andere zaken op orde te zetten.

Het is nooit toeval

Een maand geleden kwam het doek weer boven water. Goldschmidt wist niet waar ze het had. “Het is misschien geen groots kunstwerk, maar het heeft een grote emotionele waarde”, zei Michel Vasic, haar zoon, woensdag na de overhandiging van het schilderij. “Dit doek staat symbool voor het leed dat haar familie heeft moeten doorstaan.”Het schilderij was na vele omzwervingen verzeild geraakt in New York. Nu zijn we natuurlijk geneigd te denken dat iemand het bestofte doek ergens op zolder heeft gevonden tussen andere opgeborgen werken, het herkend heeft als een gestolen werk en het braafjes aan de eigenares heeft terugbezorgd? “Dat is een romantische mythe”, zegt Georgina Adam van The Art Newspaper. “Gestolen of verloren kunst terugvinden is een kunst op zich. En vooral: een lucratieve business.”Er zijn natuurlijk speciale politiediensten die zich bezighouden met het speuren naar verdwenen en gestolen kunst. Alleen beschouwen weinig overheden ‘kunstcriminaliteit’ als een prioriteit en zijn die diensten als gevolg vaak onderbemand. In België bestaat de federale politiecel bijvoorbeeld uit twee agenten. De lacune in het speurdersnetwerk werd de voorbije jaren dan ook gretig opgevuld door particulieren. Door privédetectives, maar ook door internationale bedrijven die van zoeken naar verdwenen kunstvoorwerpen hun broodwinning hebben gemaakt. Het was dan ook het Art Loss Register (ALR), eigenaar van ’s werelds grootste databank van verloren gewaande kunst en antiquiteiten, dat vorige maand de vondst van Jong meisje in blauwe jurk opeiste.

Treffende gelijkenis

Tijdens een ‘routinescreening’ van een kunstgalerie in Long Island zo’n half jaar geleden vond het ALR-kantoor in New York (ALR heeft ook vestigingen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland) naar eigen zeggen een overeenkomst met een vermist schilderij uit hun databank met 350.000 kunstvoorwerpen. “Jong meisje in blauwe jurk was ons door de Belgische autoriteiten gemeld als een verdwenen doek”, vertelt woordvoerster Louisa von Loringhoven. “We hebben een foto opgevraagd van het meisje toen ze nog jong was, omdat we zelf niet over beeldmateriaal beschikten. De gelijkenis was treffend.”De volgende stap was het schilderij terugkrijgen van de Israëlisch-Iraanse galeriehouder die het werk in zijn bezit had. Andre Sakhai, ooit veroordeeld tot twee jaar cel voor het vervalsen van kunst, was niet meteen van zin het doek, dat hij voor 15.000 dollar had gekocht, terug te bezorgen. “Toen hij alle medewerking weigerde, hebben we de Amerikaanse autoriteiten en douanediensten ingeschakeld”, vertelt Chris Marinello, directeur van het Art Losskantoor in New York. “Ik deed me voor als mogelijke koper van het doek terwijl een douanemedewerker het juiste moment afwachtte om hem te klissen.” Aangezien het meisje op het portret geïdentificeerd was als de Brusselse Claire, maakten de VS het doek over aan de rechtmatige eigenares in België. “Omdat het over een met de Holocaust gerelateerde zaak ging, hebben we ons vindersloon dit keer maar zo gelaten”, geeft Marinello nog mee.Voor alle duidelijkheid: Art Loss Register is geen non-profitorganisatie. Het werkt als volgt: al wie kunstdieven over de vloer heeft gekregen, kan de gestolen voorwerpen ingeven in de ALR-databank. Weliswaar tegen betaling van 15 euro. De kunsthistorici en privédetectives in dienst van ALR vergelijken de databank regelmatig met kunstwerken op veilingen van gereputeerde huizen en nieuwe vondsten in galeries.

Big business

Ook buitenstaanders over de hele wereld kunnen in de databank rondsnuffelen. Galeriehouders of verzamelaars kunnen bijvoorbeeld nagaan of het werk dat ze willen aankopen niet ergens gestolen is. Ook tegen betaling weliswaar. Een jaarlijks zoekabonnement - goed voor 25 zoekacties - kost 550 euro, een eenmalige check 50 euro plus btw. “Daarnaast hebben veilinghuizen als Christie’s en Sotheby’s en grote verzekeringsfirma’s een soort abonnement op onze diensten, waarvoor ze een bijdrage betalen”, klinkt het bij Art Loss. Opvallend is dat die veilinghuizen en verzekeraars ook aandeelhouder zijn. De voornaamste inkomsten worden echter gegenereerd uit de vinderslonen. Voor oorlogsbuit durft het bedrijf wel eens een uitzondering te maken, maar in alle andere gevallen geldt de regel dat het een percentage krijgt van de waarde van het teruggevonden werk. “Slechts een heel klein percentage”, verzekert Marinello. “Net genoeg om het hoofd boven water te houden. We doen dit werk voor een goed doel, niet om er geld mee te verdienen.” Volgens zijn collega in Londen gaat het om 20 procent bij kunst met een waarde tot 55.000 euro en om 15 procent bij meer waardevolle stukken. Niet slecht als je weet dat Art Loss sinds 1991 al voor 300 miljoen dollar kunst heeft kunnen terugvinden. Het rekensommetje is snel gemaakt. “Het opsporen van vermiste kunst is zonder twijfel big business”, zegt Georgina Adam. “Het vindersloon kan soms oplopen tot een enorme som geld. En daar is het deze privébedrijven -en detectives uiteindelijk om te doen. Het zijn geen liefdadigheidorganisaties. Ze onderhandelen met eigenaars van gestolen goed om een kunstwerk terug te krijgen zodat ze er zelf ook iets aan zouden verdienen. Om die reden is hun werk enigszins controversieel. Zeker als het om voorwerpen gaat die werden gestolen tijdens de Holocaust.”

Achter rug van politie

De Duitse historicus Clemens Toussaint is zo’n controversiële kunstspeurder. Toussaint maakte er een missie van om zoveel mogelijk kunstwerken terug te vinden die tijdens WO II door de nazi’s in beslag werden genomen. Zijn grootste succes was het lokaliseren van zes schilderijen van Kazimir Malevitsj in het New York Museum of Modern Art (MoMA) op vraag van 31 erfgenamen van de kunstenaar. Het speuren naar verloren kunst legde Toussaint alvast geen windeieren. De man zou in een prachtige villa aan de kust van Monte Carlo wonen en verplaatst zich volgens The Sunday Times met een helikopter. Een andere Britse krant noemde hem de ‘50 procentman’, omdat hij naar verluidt de helft van de waarde van het kunstwerk zou vragen als vindersloon.Kunstdiefstalexpert Ton Cremers vindt echter geen graten in de commerciële manier van werken van privédetectives of bedrijven als Art Loss. “Er heerst best animositeit tussen de federale recherche en bedrijven als Art Loss, omdat die laatste nu eenmaal geld proberen te verdienen aan een taak van de politie”, zegt Cremers. “Maar als de politie tekortschiet, is het niet meer dan logisch dat particulieren zich erop storten. Ze boeken ook resultaat. Soms op een manier die de politie niet leuk vindt.” Belgische speurdersbronnen klagen dat Art Loss regelmatig een deal probeert te sluiten met de dief of de eigenaar van het gestolen werk, achter de rug van de politie om. “In hun databank beschikken ze dan ook over alle contactgegevens”, zegt een betrouwbare politiebron. “Ze kennen de kanalen en weten zelfs waar veel werken zich bevinden. Sommige van hun privédetectives zijn ex-KGB-agenten en onderhouden contacten met criminele organisaties in ex-Joegoeslavië, die gestolen kunst gebruiken als ruilmiddel en onderpand in schimmige deals.” Bij de politiecel kunstcriminaliteit van Buenos Aires lopen ze evenmin hoog op met Art Loss Register. “Niet zo lang geleden waren we bezig met een zaak waarbij drie schilderijen uit het Nationaal Museum van Buenos Aires waren gestolen”, vertelt een hooggeplaatste agent bij de nationale recherchedienst ‘Bescherming van het kunstpatrimonium’. De man blijft liever anoniem. “We werden benaderd door Art Loss, dat ons 500.000 dollar vroeg in ruil voor informatie over de locatie van de doeken. Ze wilden ons niet in vertrouwen nemen, zogezegd omdat onze politie corrupt is. Wel, we hebben de drie schilderijen zelf gevonden en teruggehaald. Voor hen is het gemakkelijk: ze wachten gewoon tot een galeriehouder zich bevraagt over een aangebrand kunstwerk dat ze willen aankopen en nemen dan vlug contact met de eigenaar op om geld te vragen in ruil voor informatie.”Art Loss verzekert dat het bedrijf te allen tijde samenwerkt met de bevoegde autoriteiten om een kunstroof op te lossen. “Tenslotte is maar één zaak belangrijk: het werk opnieuw aan de rechtmatige eigenaar bezorgen”, aldus Marinello.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234