Donderdag 09/12/2021

Kunst redt Brussel

Arne Quinze kent u dezer dagen van zijn plannen met Tomorrowland en Rock Werchter. Maar hij heeft het ook groots voor met onze hoofdstad. 'Brussel is een dorp. Laat mij er een openluchtmuseum van maken. En laat architecten eindelijk eens aan hoogbouw doen.'

Is het kunst of spektakel dat hij maakt? En wat precies is het verschil tussen die twee? Is hij, zoals wijlen Jan Hoet ooit zei, een commerçant? En zou dat erg zijn? Ben je enkel kunstenaar als je dure woorden debiteert? Moet kunst in de openbare ruimte mooi of spraakmakend zijn? En wat is dan mooi? Misschien bestaat de kunst van Arne Quinze er wel in om je na een bezoek aan zijn atelier met nog meer vragen op te zadelen dan toen je er binnenkwam.

Een klein museum zou je zijn atelier in Sint-Martens-Latem kunnen noemen, vol met maquettes, doeken en sculpturen. Aan een lange muur hangen foto's van wat hij en zijn team tot nu toe voor elkaar gekregen hebben. In België, maar vooral ook in het buitenland. De sculpturen en installaties van Quinze zitten over heel de wereld: China, Frankrijk, de Verenigde Staten, Myanmar, Indonesië, de Filippijnen, Nederland, Brazilië, enzovoort.

In België woont hij op een niet onaardig stuk platteland, in Shanghai heeft hij zijn tweede atelier. Steden zijn de toekomst, maar een stad moet kwaliteit hebben, zegt Quinze. "Wat maakt een stad leefbaar? Als er een juist evenwicht is tussen stadsplanning, architectuur, cultuur, dynamiek, rustplekken en groen. Openbare ruimte is heel belangrijk om diversiteit te creëren. Londen is een mooi voorbeeld van zo'n stad. Parijs, New York en Shanghai ook. Brussel niet. Hier heerst nog steeds een dorpsmentaliteit: vooral niet hoger bouwen dan de kerk. Zo bekrompen.

"Brussel is de politieke hoofdstad van Europa, maar er leven ook een heleboel mensen in die stad, en dat aspect zijn ze volledig uit het oog verloren. Ik heb zelf een kleine twaalf jaar in Brussel gewoond. Wat is er in die tijd aan het Noordstation gebeurd? Er zijn gebouwen bijgekomen, maar daar zit geen enkele vorm van creativiteit of diversiteit in. Had men elk nieuw blok destijds aan een andere goede architect gegeven, dan zou dat de architecturale zoo hebben opgeleverd die Brussel nodig heeft. Een stad moet toch veel meer zijn dan beton, bakstenen en grijze, rechte straten?"

En daarom hebt u een eigen stadsplan ontwikkeld voor Brussel.

"Als ik het voor het zeggen had in Brussel, dan zou ik eerst een wet creëren die architecten en aannemers toelaat om zo hoog en creatief te bouwen als ze willen. Maar als ze boven de twintig verdiepingen gaan, moeten ze per blok van vijf etages een som geven aan de stad. Architecten wíllen hoog bouwen. En ze zullen moeten, als we willen vermijden dat Brussel in de breedte moet groeien en dus de omliggende velden en bossen gaat aantasten. Zo krijg je dan een fonds waarmee je parken kunt bouwen, en veel meer kunt investeren in sociale woningbouw.

"Maar goed, tot nu toe zijn hoge woontorens verboden in Brussel, dus dan moet je aan de onderkant beginnen. En daar kan ik misschien iets betekenen. Een stad kan ik Brussel niet noemen, ik vind het eerder een groot dorp. Een dorp wel met een grote sociale diversiteit, en dat is de perfecte voedingsbodem om iets mee te doen.

"Hoe lang wil men al deftige musea bouwen in onze hoofdstad? Al die jaren gepalaver hebben ervoor gezorgd dat een stad als Rijsel ons al is voorbijgestoken. Buitenlanders zijn ook niet geïnteresseerd in Brussel. Die willen Antwerpen of Gent bezoeken. Brussel heeft geen reputatie, daar valt niets te beleven op architecturaal vlak. Het is gewoon een politieke stad. Jammer, want er is veel potentieel.

"Daarom heb ik met mijn team een nieuw plan bedacht voor Brussel: we maken er een openluchtmuseum van. We hebben dertig belangrijke plekken in de stad geselecteerd, en op die plekken moet een spectaculair kunstwerk komen. Ik geef enkele voorbeelden. Op het Muntplein zou Jaume Plensa iets kunnen doen. Laat iemand als Olafur Eliasson los op het Rogierplein, Neil Dawson op de Warandeberg, Douglas Coupland op het Madouplein, enzovoort. En voor u het vraagt: daar is geld voor. Geld is er altijd. De politiek moet het alleen juist willen besteden."

Klinkt mooi, maar zijn dertig kunstwerken de oplossing voor het tekort aan woningen en aangename plekken in de stad?

"Natuurlijk. Op voorwaarde dat het kunstwerk écht iets teweegbrengt. Het moeten ook de juiste mensen zijn, niet elke kunstenaar kan het aan om in de publieke ruimte te werken. Als Brussel een fantastisch openluchtmuseum wordt, dan krijg je toeristen van over de hele wereld op bezoek. Meestal zijn dat mensen die geld te spenderen hebben: ze nemen de taxi, slapen in hotels, gaan op restaurant, kopen souvenirs. Pure economische winst voor een stad, die in andere projecten geïnvesteerd kan worden.

"Bovendien gaat het niet om het kunstwerk alleen. Er moet iets rond gebeuren. Een plein heraanleggen, banken zetten, bomen planten, gras aanleggen, noem maar op.

"Kijk naar wat wij in Oostende hebben gedaan op het Zeeheldenplein. Voor de Rock Strangers er stonden, was dat een triestig plein. Er gebeurde niets. Nu trekt het bezoekers aan, er wordt over gepraat, er is beweging. Het heeft Oostende weer op de kaart gezet.

"De beelden staan er twee jaar, en ik krijg nog steeds mails van mensen die blij zijn dat er eindelijk eens iets veranderd is aan de lelijkste kustlijn ter wereld. Of van schippers die zeggen dat het zicht vanop de zee magnifiek is."

Sommigen vinden die oranje blokken lelijk en zelfs storend. Moet kunst in de openbare ruimte niet voor zo veel mogelijk mensen aangenaam zijn?

"Wij leven op een van de rijkste plekken ter wereld, en we zien het gewoon niet. Hoe rijker we zijn, hoe banger we worden. En wat doe je als je op een blauwe maandag opstaat en je ineens een vreemd object aantreft in je tuin? Hoe ga je daarmee om? Ga je het omhelzen of afstoten? Daar gaan die blokken over, over vervreemding. En trouwens: zijn het niet vooral de woonblokken aan de dijk die lelijk zijn?

"Maar of je die blokken nu graag ziet of niet, dat plein leeft weer sinds ze er staan. Dat is toch voor iedereen aangenaam? Zoiets moet je ook creëren in Brussel. We hebben dat bijvoorbeeld ook gedaan met de City Scape, aan de Louizalaan. Dat was een stadskanker, maar nadat wij dat hadden opgekuist met onze installatie, zijn de winkels daar beginnen te herleven, gingen er nieuwe restaurants open, kwamen er scholen kijken. Het werd een ontmoetingsplek van de Brusselaars. Het gaat dus niet alleen om de beelden, het gaat om het totaalpakket. Of ze het nu goed vinden of niet, mensen spreken met elkaar over wat ze zien. Onder mijn installaties is iedereen gelijk."

Wijlen Jan Hoet noemde u een commerçant. Komt dat niet binnen, dat u door sommigen steeds wordt weggezet als 'Ach, Arne Quinze weer'?

"Nee, want die kritiek krijg ik alleen in Vlaanderen. Ik heb u daarstraks verteld in welke landen we allemaal aan het werken zijn. De wachtlijsten zijn behoorlijk lang geworden. Maar het is typisch aan dit land dat de intellectualistische gemeenschap denkt te mogen beslissen wie goed genoeg is en wie niet. Die gemeenschap vindt ook dat Jan Fabre te commercieel geworden is. Alstublieft zeg, Jan Fabre! Als er iemand tot de Vlaamse grootmeesters behoort, is hij het wel. Maar nee, iemand die succes heeft, die kan blijkbaar geen echte kunstenaar meer zijn. Triestig vind ik dat.

"Ik weet ook wel dat ik niet het intellectuele discours heb van een Luc Tuymans of een Wim Delvoye. Maar, met alle respect voor beide heren, vandaag kan ik naast hen staan. Ook al voer ik binnen de kunstwereld een atypisch discours waarin ik zal blijven opboksen tegen vooroordelen, vooral vanuit de culturele sector."

Denkt u dat u ooit gelijk gaat krijgen? (fluistert glimlachend, terwijl hij naar zijn atelier gebaart) "Kijk dan. Ik heb al gelijk."

Alle info: www.arnequinze.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234