Donderdag 06/08/2020

Kunst per kilo

Omdat u nu dit stukje zit te lezen, rijst bij mij het vermoeden dat u in hetzelfde bedje ziek bent als ik. Daarmee bedoel ik dat u volgens mij tot het menstype behoort dat zijn zaterdagochtenden doorbrengt met het lezen van de stapels bedrukt papier die men gemeenzaam 'de weekendbijlagen' is gaan noemen.

Vroeger bestonden ze niet, tenminste niet bij ons. Als eerder fanatieke lettervreter en parttime wereldreiziger was ik jaloers op de glossy magazines, reisgidsen en literaire supplementen die je zomaar bij The New York Times, het NRC of diverse Duitse of Zwitserse Zeitungen kreeg. Ik snakte naar de dag dat onze kranten daar ook mee zouden beginnen.

Die dag is sinds enige tijd aangebroken en sedertdien werk ik mij op de voorlaatste dag van elke week braaf door de bijlagen van de zes beste Vlaamse kranten. Ik ploeter dan van bij de eerste koffie tot ver na de middagsoep door de talrijke aanhangsels van Gazet Van Antwerpen, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, De Standaard en natuurlijk deze eigenste De Morgen. Ik lees letterlijk elk stuk dat op de papieren bladzijden van dat omgehakte bos verschijnt, bekijk elke tekening, monster iedere foto.

Soms vraag ik me natuurlijk af waarom ik denk dat ik alles wat op zaterdag gedrukt staat, ook zou moeten weten. Soms sla ik wat over. Ik moet niet écht weten in welke sushibar de eerste de beste bimbo graag de magere knieën onder tafel steekt. Ik ben ook zuinig op columns, een uitdrukkingsvorm die niet iedere beoefenaar ervan tot in de punten van zijn/haar vingers beheerst.

Wat ik nooit oversla, zijn de verticale vertellingen van Eva Mouton in DS Magazine, alsmede 'Altijd ergens', in dezelfde publicatie. Het betreft hier omzwervingen van Michiel Hendryckx, die zowel fotograaf is als woordman, en die telkens een mooi verhaal levert bij een altijd intrigerend, door hemzelf vastgelegd, fotogram. Ik ken Michiel een beetje, sinds meer dan dertig jaar, en eet soms ergens een visje met hem. Ik mag hem bij die zeldzame gelegenheden ook graag horen praten. Over alles. Een onderwerp waar hij veel over weet.

Vorige week hing ik dan ook aan zijn lippen toen hij bij Kathleen Cools te biechten ging over de zaak Tuymans vs. Van Giel. Zonder enige goedkope corporatistische reflex nam hij het op voor zijn collega-fotografe Katrijn Van Giel die zich, zoals algemeen be-kend, serieus benadeeld voelt door het uitmuntende schilderij A Belgian Politician dat de kunstenaar Luc Tuymans met een beeld van haar als evident voorbeeld vervaardigde.

Hoewel ikzelf, zoals Michiel, over van alles en nog wat een mening heb en die mits milde betaling ook wel publiekelijk wil verkondigen, heb ik me in de discussie Tuymans/Van Giel bewust afzijdig gehouden. Een reden was zeker dat ik het betreffende schilderij voor zover ik weet nog nooit met eigen ogen heb gezien, een andere was dat ik het vooral geen halszaak vond, maar iets wat de juridische dienst van bijvoorbeeld Sabam in drie minuten had kunnen regelen.

Wat ik wel jammer vind, is dat de bewuste fotografe nooit aan het woord is geweest en dat ze zich vanop een afstand liet verdedigen door de kille advocatuur, waarvan toch bekend is dat ze alles en het tegendeel kan bewijzen of tegenspreken, naargelang de opdrachtgever is. Als ik Katrijn Van Giel was, had ik ook een beetje toegegeven dat ik ergens wel wat trots was dat een artiest als Luc Tuymans haar mooie foto niks minder dan eeuwigheidswaarde wilde schenken via zijn schilderij. Ze bestaat nu ook, die Katrijn. Geen kleine verdienste in een wereld waar iedereen die over een gsm beschikt ook denkt een fotograaf te zijn.

Wat ik helemaal niet be-greep, was waarom Jean-Ma-rie Dedecker aanwezig moest zijn bij de Reyers laat-discussie over schilderkunst en fotografie. Zijn présence was even relevant als wanneer men bij een debat over de voor- en nadelen van het veganisme anderhalve kilo filet americain op tafel zou hebben gezet.

Nog iets: in de mooie, maar wat slepende langspeelfilm die Mike Leigh onlangs aan de laatste levensjaren van J.M.W. Turner wijdde, komt een fijne scène waarin de grote schilder zich, bijna voor de grap, laat fotograferen door een vroege bediener van de mysterieuze machine die daguerreotypes (lichtbeelden, voorlopers van de foto, red.) produceert. Turner spreekt de jonge fotograaf wat meesmuilend toe, laat hem met zijn lichaamstaal aanvoelen dat hij de nieuwe kunstvorm maar een kermisattractie vindt. Maar hij is er toch door geïntrigeerd en komt al snel terug om van hem en zijn geliefde een dubbelportret te laten vastleggen. De scène zegt alles over de vreemde re-latie die schilders bijna altijd gehad hebben met de fotografie. Misschien hebben ze het er moeilijk mee dat een goede fotograaf met één druk op de knop een wereld kan vastleggen in een beeld waar zij soms een heel leven naar zoeken.

Ik vind tenslotte dat Katrijn Van Giel en Luc Tuymans maar eens samen de vredespijp moeten roken en daarna elkaars portret moeten ma-ken, elk volgens de regels van de door hen gekozen kunstvorm.

Wat ik ook ergerlijk vond, is dat tijdens de hele hierboven besproken crisette in kunstland, er weer voortdurend op gewezen moest worden welke schandalig hoge bedragen succesvolle kunstenaars ontvangen voor hun werken. Dat ze dat succes vaak pas beleven na vele jaren in het verborgene te hebben gewerkt, lees je zelden. Dat het meestal ook wel goeie kunstenaars zijn, wie faam en fortuin overvalt, hoor ik ook nooit. Dat buitenlandse erkenning ook inhoudt dat men om te overleven plotseling volgens de regels van de internationale kunstmarkt moet gaan leven, daar staat evenmin iemand bij stil.

Verder kijk ik uit naar een korte treinreis naar Mons/ Bergen, een stad die ik allang koester. Ik voel me er altijd een beetje in Dijon. Er lopen daar in de regel ook weinig soldaten door de straten en de mensen die ik er tegenkom, zijn altijd vriendelijk. In het mooie museum daar werd ik onlangs nog in perfect Neder-lands aangesproken door een bevallige receptioniste die zich ervoor excuseerde dat ze geen perfect Nederlands sprak. Ik heb haar gekust, maar niet op de mond. Dat gekus vinden Walen overigens heel normaal. Coole mensen.

Toen Vincent Van Gogh hen lang geleden wilde komen evangeliseren, deden ze alsof ze hem niet begrepen en wezen ze er fijntjes op dat hij beter wat zou gaan schilderen. Zou hij tussen al dat vroe-ge kladwerk ook al iets vervaardigd hebben wat A Bel- gian Politician heette? We zullen het nooit weten. Hij heeft bijna alles weggegooid wat hij toen gemaakt had. Naar wat overblijft ga ik straks kijken. Ik hoop dat die bevallige receptioniste nog steeds in functie is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234