Zaterdag 22/01/2022

Kunst op zich: het tekstbordje

Binnenkort ook een museumstuk: tekstbordjes vol onbegrijpelijk vakjargon. Er wordt naarstig gewerkt om de toeschouwer zoveel mogelijk informatie te verstrekken op een vlotte manier.

Toen Wim Pijbes aan het hoofd van het Amsterdamse Rijksmuseum kwam, pakte hij meteen de tekstbordjes aan. De tekst bij een kunstwerk moest kort zijn: maximaal zestig tot tachtig woorden en hooguit tien woorden per zin. Geen vakjargon. Meteen met de deur in huis. Geen kennis etaleren, maar mensen leren kijken. Actief taalgebruik.

In het Rijksmuseum werd deze week zelfs een symposium aan het tekstbordje gewijd. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen KMSKA stuurde er medewerkers van twee afdelingen naartoe: collectie en communicatie. Want de curator zegt wat er op dat bordje moet staan en de educator gaat na wat de bezoeker wil lezen. Daartussen moet een brug geslagen worden.

"Er waren driehonderd deelnemers. Een overrompeling", zegt An Sijsmans, hoofd educatie van KMSKA. "Het tekstbordje is duidelijk een 'issue', waarover volop gediscussieerd wordt. Wij zijn vooral geïnteresseerd met het oog op de heropening van ons museum in 2018."

Vroeger waren er in KMSKA hoofdzakelijk labels met basisinformatie, maar het Rijksmuseum heeft gekozen voor tekstbordjes bij alle kunstwerken. "Een enorme klus", zegt An Sijsmans, "want het gaat om zo'n drieduizend tekstjes. Het maximum van zestig à tachtig woorden is bovendien een 'horror' voor de curatoren: die willen veel meer vertellen. De afdeling educatie moet er dan over waken dat de tekst een aansporing bevat om langer te kijken en zelf te ontdekken."

Op de vraag of het KMSKA het Rijksmuseum helemaal gaat volgen, houdt An Sijsmans de boot af. "Ik vind dat het in het Rijksmuseum werkt, hoewel ik merk dat mensen toch vaak eerst de bordjes beginnen te lezen in plaats van naar het werk te kijken. Wij hebben nog vier jaar de tijd om te experimenteren. In de tentoonstelling Rubens en zijn erfenis binnenkort in Bozar zullen we de bordjes niet naast het werk aanbrengen, maar op enige afstand en op een staander. In onze tentoonstelling Het gulden cabinet in het Rockoxhuis werken we niet met labels, maar met een tekstboekje. Alles hangt ervan af welk verhaal wij in ons museum willen vertellen."

Larie van De Botton

Het Rijksmuseum heeft aan schrijver-filosoof Alain de Botton gevraagd om bij tweehonderd kunstwerken nieuwe teksten te maken. Dat heeft tot nogal wat discussie geleid. "De Botton vertelt een ander verhaal", zegt An Sijsmans. "Hoewel zijn therapeutische blik op kunst soms larie is, ga je door zijn commentaar toch anders kijken. Vaak zet je je tegen hem af en dat heeft zijn waarde. In het KMSKA hebben wij ook al geëxperimenteerd met andere stemmen. Zo heeft onze jongerenploeg Jongbloed! de tentoonstelling Duo's in de serie De modernen naar haar hand gezet en nieuwe tekstbordjes geschreven. Dat leidde tot positieve commentaar: bezoekers vonden het fijne en toegankelijke informatie en gingen andere dingen ontdekken door de ogen van de jonge leek."

"Met dat soort aanpak gaan we zeker door. We hebben in het verleden auteur Joke van Leeuwen als gastcurator aangetrokken. Zo laten we de vaste collectie leven."

Bij het Museum aan de Stroom MAS in Antwerpen liggen de kaarten anders. "Cultuurhistorische tentoonstellingen hebben uiteraard nood aan begeleidende teksten", zegt directeur Carl Depauw. Het MAS heeft een ruime collectie, van scheepsmodellen tot precolumbiaanse kunst, en trekt een breed publiek aan. "Het verstrekken van geschreven informatie blijft essentieel en het publiek waardeert dat."

"De tekst wordt opgesteld door de curatoren. Een externe redacteur, met wie wij een langlopend contract hebben, bekijkt die en maakt de tekst vaak scherper, begrijpelijker en aangenamer. Hij is de verbindingsman tussen de wetenschapper en het brede publiek. We hebben een permanente evaluatie en houden rekening met de reacties van het publiek. Dat publiek moeten we maximaal bedienen."

Het MAS werkt met verschillende categorieën teksten die elk een maximaal aantal woorden tellen. "Een A-tekst is een algemene inleiding op een thema, een B-tekst behandelt een onderdeel daarvan, een C-tekst geeft bijkomende informatie bij een voorwerp, en een D-tekst bevat de puur technische informatie over een object." Carl Depauw benadrukt dat een goed evenwicht nodig is: "Er moet een goede verhouding zijn tussen het aantal objecten en het aantal teksten."

Het MAS evolueert stilaan naar minder zaalteksten, althans teksten die op zaal hangen. "Toen wij in mei 2011 open gingen, stond de QR-technologie nog in zijn kinderschoenen." QR-codes zijn de doolhofachtige vierkantjes, die de bezoeker met zijn eigen smartphone of een iPod van het museum kan scannen. "Zo kunnen we niet alleen informatie in andere talen aanbieden," zegt Depauw, "maar kan de toeschouwer zelf kiezen tussen korte, algemene informatie en specifieke, meer diepgaande details. De bezoeker kan bijkomende informatie opvragen, filmfragmenten bekijken en zelfs linken krijgen naar websites. Wij hebben een zeer divers publiek: sommige bezoekers willen alleen maar kijken, anderen willen zich helemaal onderdompelen in één thema of object. Door die verschillende informatielagen kan dat dus allemaal."

In de tentoonstelling Heilige plaatsen, heilige boeken, die op 19 september opent, zullen alleen nog A-teksten op zaal hangen. "Daarnaast bieden we een gratis bezoekersgidsje en de QR-codes aan", zegt Depauw. "Met minder teksten kan een presentatie meer ademen. Ons grote streven is dat de bezoeker kijkt, ruikt en de scenografie ervaart."

Beloning na het lezen

In het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent S.M.A.K. beseft men ten volle dat hedendaagse kunst een specifieke aanpak vereist. "Hoe hermetischer de tekst, des te meer wordt de indruk bevestigd dat hedendaagse kunst voor een incrowd is. Daar willen wij radicaal tegen ingaan", zegt Peter Aerts, diensthoofd communicatie. "Wij willen dat potentiële bezoekers kunst komen ontdekken en àndere dingen te zien."

"Het is typisch voor hedendaagse kunst dat de toeschouwer zijn eigen verhaal kan maken", gaat Aerts voort. "Een bezoeker mag ook twijfelen: is dit kunstwerk waardevol of niet? We gaan in onze teksten dan ook niet alles uitleggen. Wel willen we motiveren en inspireren. We gaan ervan uit dat de bezoeker geen voorkennis heeft, wat niet betekent dat we voor verkleutering kiezen. We mogen wel een inspanning vragen. Onlangs heeft een onderzoek van de Leuvense universiteit uitgewezen dat onze gemiddelde bezoeker hoger opgeleid is. Maar dat betekent niet dat hij of zij het typische jargon van de kunstkritiek begrijpt. Onlangs hadden we nog een discussie over het begrip 'ready made' in een zaaltekst. Uiteindelijk hebben we het gebruikt en in de volgende zinnen geduid. In de bezoekersgids hebben we plaats om daar dieper op in te gaan."

Beloning na het lezen

"Uit een bevraging blijkt dat onze bezoekers het meest de zaalteksten consulteren. We zien er ook goed op toe dat zo'n tekst niet te lang wordt. De bezoeker staat en leest, dat is niet makkelijk. We houden ons dan ook aan circa één minuut leestijd, langer mag het niet duren. Wie zo'n tekst leest, moet beloond worden voor zijn inspanning: hij mag zich niet dom voelen."

In een andere enquête vroeg het S.M.A.K. of de teksten verhelderend, leerzaam en niet-academisch zijn. "De reacties van het publiek waren een aangename verrassing. Omdat we de mensen online contacteerden, zou je kunnen zeggen dat het om bezoekers gaat die zich sowieso nauw betrokken voelen bij het museum. Misschien moeten we de test ook eens doen bij een willekeurige groep bezoekers. Maar we houden ons altijd voor ogen dat we een open, geïnteresseerd publiek moeten bedienen. We willen hen laten proeven en hopen dat ook de nasmaak goed is."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234