Dinsdag 28/06/2022

Kunst l Anderhalve eeuw officiële en dissidente Chinese schatten in Londen

Schatten uit Pekings Paleismuseum zijn feest voor het oog

De verfijning van een barbarengeslacht

In de Londense Royal Academy of Art is de majestueuze expositie China: The Three Emperors, 16621795 te zien. Dit ware feest voor het oog toont niet alleen hofschilderkunst en -objecten, maar laat de bezoeker ook kennismaken met 'dissidente' schilderkunst en kalligrafie uit de zeventiende en achttiende eeuw.

Londen

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Wie in de komende weken of maanden Londen aandoet, mag de meer dan driehonderd schilderijen, kalligrafierollen, kostuums en kostbare objecten niet missen die ooit aan de Mansjoekeizers Kangxi (1662-1722), Yongzheng (1723-1735) en Qianlong (1736-1795) toebehoorden en die het Pekingse Paleismuseum voor de gelegenheid uitleende aan de Royal Academy of Arts. Behalve enige uren puur visueel genot verschaft de tentoonstelling ook een beter inzicht in de levens en overtuigingen van de eerste drie keizers van China's laatste imperium en in de kunst van hen die het hof de rug toekeerden.

Als Kangxi's vader Shunzhi zeventien jaar na de stichting van de Qingdynastie (1644-1912) overlijdt aan pokken, laat hij een verwoest en door zuidelijke rebellieën geteisterd rijk achter. Bovendien zijn de Qingheersers geen Han-Chinezen, maar uit het noordoosten afkomstige en militair superieure Mansjoes, die vooral door de literatenklasse gezien worden als barbaren. Daarom zal Kangxi, die als jongetje keizer wordt, er alles aan doen om de Chinese cultuur te assimileren. Hij oefent zich dagelijks urenlang in de Chinese kalligrafie en voert nauwgezet de confucianistische rituelen uit. Bovendien slaagt hij erin de hem vijandig gezinde keizerlijke ambtenarij voor zich te winnen door de lancering van een grootschalig woordenboekproject.

Uit zijn regeerperiode zijn tal van schatten uit de keizerlijke collectie en kalligrafieën van zijn hand te zien, en ook zijn staatsiegewaden en -portretten. Die laatste zijn, net als die van zijn zoon en kleinzoon, in veel gevallen geschilderd door de Italiaanse missionaris Giuseppe Castiglione (1688-1766), die meer dan veertig jaar aan het Qinghof verblijft, zonder zijn aanvankelijke missie van bekering te vervullen. Castiglione creëert in zijn portretten van de drie heersers een Europees-Chinese mengstijl, waarin de westerse perspectief en de realistische natuurweergave tot op zekere hoogte worden ingevoerd, terwijl de Chinese decoratieve motieven en de geijkte keizerlijke gezichtsuitdrukking bewaard blijven.

Het indrukwekkendst echter zijn de vele meters lange schilderrollen, die destijds steeds slechts in kleine stukjes werden bekeken maar die in Londen in grote kasten werden geëxposeerd. Daarop zijn de zuidelijke expedities van Kangxi te zien, of de festiviteiten voor zijn verjaardag. In tegenstelling tot de westerse panoramische doeken hebben deze Chinese rollen geen centrale perspectief, geen lens van waaruit de wereld bekeken wordt. Daardoor kan de toeschouwer zich door de minutieus geschilderde taferelen bewegen, langs de markt met haar kooplui en klanten, huizen, boten en parken, om uiteindelijk bij de muren van de Verboden Stad te belanden. De beroemde Britse schilder David Hockney noemde zijn kennismaking in 1983 met een dergelijke Chinese schilderrol "een van de beste middagen van mijn leven, drieënhalf uur lang op mijn knieën". Hockney beschouwt de rollen, die lange tijd onbekend waren in de westerse kunstwereld, als "voorlopers van film en video".

Terwijl Kangxi de zuidelijke gebieden gewapenderhand pacificeert en zich met een imago van kunstmecenas weet te handhaven in kringen van geletterden, zal zijn zoon Yongzheng zich onderscheiden door zijn deugdzaam en oncorrumpeerbaar bestuur. In tegenstelling tot zijn vader verlaat Yongzheng zelden het hof. Een van de opmerkelijkste doeken uit zijn regeertijd is Castigliones Vreedzame boodschap van de lente, waarop Yongzheng zijn zoon, de latere keizer Qianlong, een pruimenbloesem overhandigt, op die manier zijn keuze van troonopvolger officialiserend.

Nog uit de Yongzhengtijd zijn de pas in de jaren vijftig herontdekte Twaalf schoonheden in hun vrije tijd te zien, grote schilderijen van sensuele vrouwen, omringd door kostbare objecten. Wellicht betreft het geen historische concubines maar imaginaire lustobjecten die de keizer voor zijn troonsbestijging moesten verstrooien. Dat Yongzheng het überhaupt, en na veel moeilijkheden, tot keizer schopte, heeft volgens sommige historici te maken met grootvader Kangxi's voorkeur voor zijn zoon, de latere keizer Qianlong. Volgens de overlevering was hij overigens geen natuurlijk kind van Yongzheng, maar een geadopteerde telg.

Als jongen al blijkt Qianlong erg getalenteerd: hij schrijft en spreekt tal van talen, bekwaamt zich in het boogschieten en de kalligrafie en ontpopt zich als een nog groter kunstmecenas dan zijn vader. En hoewel zijn Mansjoevoorvaderen traditioneel het sjamanisme aanhingen, heeft Qianlong een voorliefde voor het Tibetaanse boeddhisme. Op de tentoonstelling is een hele zaal gewijd aan het lamaïsme. Een van de mooiste stukken, naast de talrijke boeddhabeelden en thangka's, is ongetwijfeld het ceremoniële kostuum van een keizerlijke lama, uitgevoerd in zijden borduurwerk en behangen met koralen snoeren.

Wie de selecties van keizerlijke stukken zag die de voorbije jaren in Rotterdam, Parijs, Bonn en Berlijn werden geëxposeerd, kent de staatsieportretten van Castiglione, de fabelachtige kostuums en de vele schatten en snuisterijen uit de Verboden Stad. China: The Three Emperors heeft echter een extra troef: de prachtige verzameling van 'dissidente' schilderkunst en kalligrafie, rollen die wegens hun indirecte kritische ondertoon nooit deel uitmaakten van de hofcollecties maar die aan het einde van het keizerrijk erg in trek raakten.

Werk van tal van grote namen is voor het eerst in Londen te zien, kunstenaars als Jin Nong, Luo Ping en Huang Shen. Twee van de allerinteressantste kunstenaars zijn de zogenaamde monnikenschilders Shitao en Zhu Da (beter bekend als Padashanren). Zij stammen uit invloedrijke Minggeslachten, voor wie de aanvang van de Qingdynastie een totale neergang betekende. Zowel Shitao als Zhu Da weigerde een ambt aan het keizerlijke hof. Shitao sleet zijn dagen in een klooster, Zhu Da, die vooral beroemd werd met zijn vogels die de toeschouwer lijken uit te lachen, verbrandde uiteindelijk zijn monnikspij en vestigde zich in het Oost-Chinese Yangzhou. Hoewel deze zaal zich haast helemaal op het einde van de tentoonstelling bevindt en de kijker, vermoeid van zoveel visuele pracht, de neiging heeft om zijn of haar pas te versnellen, is dit het ware hoogtepunt van de expositie. In tegenstelling tot de hofschilderkunst zijn deze doeken en albumbladen geen uitingen van keizerlijke macht en glorie. Ze leggen de ingehouden emoties van hun schilders bloot, die zich in veel gevallen uit het openbare leven hebben teruggetrokken. Hun weemoed en eenzaamheid weten de schilders krachtig uit te drukken in taferelen van mistige bergen en meren in de regen, waarop geen of erg nietige personages opduiken.

De Chinese president Hu Jintao knipte vorige week met premier Tony Blair het lint door. Officieel geldt de tentoonstelling als een ode aan de tachtigste verjaardag van de oprichting van het Paleismuseum en aan de zeventigste verjaardag van het eerste uitlenen van stukken uit de collectie aan de Londense Royal Academy. Wat er niet bij wordt verteld, is dat het gros van de collectie van 1925 in de jaren veertig naar Taiwan verhuisde, toen Nationalistisch president Chiang Kai-shek de oorlog tegen Mao Zedongs troepen verloor. Het Nationaal Paleismuseum in Taipei, dat driekwart van de oorspronkelijke keizerlijke stukken herbergt, plant overigens ook festiviteiten voor zijn tachtigste verjaardag.

China: The Three Emperors, 16621795 is nog te zien tot 17 april in de Royal Academy of Arts in Londen. Zondag tot donderdag van 10 tot 18 uur, vrijdag en zaterdag van 10 tot 22 uur. Bij de tentoonstelling hoort een schitterend geïllustreerde catalogus en ook de audiogids is erg aan te bevelen.

www.eurostar.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234