Donderdag 12/12/2019

'Kunst is niet de kers op de taart. Het is de bodem ervan'

Zelfs in de lessen wiskunde zou kunst aan bod moeten komen, zegt psychiater Dirk De Wachter (56), wandelend door het Museum Dr. Guislain, dat deze zomer het Museum Dirk De Wachter wordt. 'De verhalen in romans leren mij meer over het wezen van de mens.'

Iemand vroeg: 'Dus nu hangt je privécollectie in het museum?'

Zo is het helemaal niet. Er hangt één werk, van Bruneau, een schilderij met daarop 81 koppen van Freud, uit Dirk De Wachters verzameling in de tentoonstelling die zijn naam kreeg. Maar niet toevallig dat. "Het is Freud, het is een psychiater en in de teksten rond de expo komt zijn naam vaak terug."

Er is nog een reden. In de catalogus zien we een foto van de consultatieruimte van de psychiater. Fotografe Vivian Joskim maakte die, en wie goed kijkt ziet de schim van Dirk De Wachter op de zetel van luipaardvel, erboven hangt een schilderij van Spinoza. Dat schilderde diezelfde Bruneau. Net zoals de andere portretten in deze ruimte. "Hij maakte die reeks in '94. Het zijn portretten van schrijvers die ik op dat moment aan het lezen was: James Joyce, Spinoza, Descartes, Machiavelli, Sartre, Michel Foucault... Nogal veel filosofen blijkbaar. Maar dus ook portretten en een verstandig journalist - die bestaan - heeft me daar ooit op gewezen. Dat bij schilderijen die ik graag zie, heel vaak portretten zitten."

Hij had daar zelf nog niet zo bij stilgestaan, maar toen legde de psychiater toch de link. "Mijn fundamentele visie op psychiatrie en de mens, en mijn filosofische visie zegt: 'Wij zijn in de blik van de ander.' Dat is levinasiaanse ethiek en allicht komt dat ook in die portretten samen. Hoe voorzichtig ik ook met die uitleg wil zijn, toch is het misschien geen toeval. Men vroeg me welk werk ik zou uitkiezen in mijn 'Imaginair Museum' en dat is toch zo'n paus van Francis Bacon. Alweer een portret."

Het is zaterdagavond, Museum Dr. Guislain heeft net de laatste bezoekers buitengelaten, het was het enige moment waarop hij kon afspreken. Patiënten moeten gehoord en studenten verhoord, het is die tijd, en sinds de verschijning in 2012 van zijn boek Borderline Times reist hij naar alle uithoeken van Vlaanderen voor uitverkochte lezingen. "Ik ben een heel boulimische man", zegt hij. "Ik doe alles tegelijk en alles samen en het stopt maar niet. Nu is dit er weer en het is allemaal fantastisch."

Dit is dus het Museum Dirk De Wachter en achter de psychiater, die zijn vrouw Karin heeft meegebracht, lopen we de trappen op en zien de expozaal zoals een winkelpand twee weken voor de opening. Je kunt je niet voorstellen dat hier straks cava zal gedronken worden en toastjes met krabsla geserveerd zullen worden bij de vernissage. "Maar dat komt allemaal in orde", zegt artistiek leider Patrick Allegaert.

Uitgepakte werken staan tegen de muur op bobbeltjesplastic. We zien Bras d'honneur van Walter Swennen, twee gestileerde armen die 'fuck you' zeggen, "misschien is dat wel mooi voor op de foto", zegt De Wachter. Op een doos lees je La psychiatrie tue!, werk van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Cheyney Thompson. Er staan foto's van Nan Goldin en Dirk Braeckman, zelfs met witte handschoenen niet aan te raken die laatste - je vraagt je af hoe ze dan aan de muur zullen geraken. Dan houdt hij Skin van Paul Blockx voor zijn eigen stilaan beroemde gezicht. Blockx overleed vorig jaar, dat dit een portret is, zal wel weer niet zo'n toeval zijn, in de catalogus lezen we later over Blockx: '... eerst werd zijn werk als kunstenaar en dichter doorkruist door ernstige psychische problemen, later kon hij precies door zijn creativiteit deze moeilijkheden overstijgen.'

Borderline

"Men vraagt heel vaak, ook aan mij - de psychiater - om kunstwerken uit te leggen", zegt De Wachter. "Wat betekent dat nu eigenlijk? Wel, dat doe ik niet. Ik ga dat ook voor u niet doen. Daar dient een psychiater niet voor."

En dan zien we een klein werkje van Koen Fillet. In de hoek. Het heet De man die de leegte voortduwt. Fillet maakte dit speciaal voor het Museum Dirk De Wachter, maar eigenlijk was hem gevraagd een tekst te schrijven. Net als aan acht anderen zoals Bart Stouten, Alicja Gescinska, Griet Op de Beeck, Kathleen Cools en Oscar van den Boogaard. Negen mensen over negen kenmerken van borderline.

"Het probleem met het succes van Borderline Times is dat het grote publiek wel eens heel eenvoudig interpreteert wat daarin staat. Mensen zeggen: 'Ah, we zijn dus allemáál borderline?' Terwijl ik kritiek geef op de psychiatrie, op de diagnostiek, en door die diagnostiek uit te vergroten naar de hele wereld, heb ik ook kritiek op de wereld. Maar door gemediatiseerde voorbeelden gaat die boodschap vaak verloren en dreigt het allemaal iets te simpel te worden. Daarom is kunst en is deze tentoonstelling goed.

"Er mag toch weer een laag complexiteit over, zodat duidelijk wordt: het is niet allemaal te verstaan. Ook de kunst niet."

Hij noemt dat één laag van de tentoonstelling die uitgesproken niét illustratief wil zijn ("het zijn geen 'beeldekes' bij de borderlinecriteria"). Een andere laag is die van de outsider/insiderkunst. "Naast werken van wereldberoemde kunstenaars als Marina Abramović en Bruce Naumann, willen we ook outsiders laten zien die even beklijvend, even belangrijk en even interessant kunnen zijn. Erik Thys (ook psychiater, groot kunstliefhebber en cocurator, RVP) heeft die nauwgezet uitgekozen en dan hebben we dat samen besproken.

"Het gevaar dreigt dat kunst van 'patiënten', in psychiatrische ziekenhuizen als sympathiek opgevoerd, kwalitatief niet altijd even interessant is. Waarmee het stigma nog eens bevestigd wordt. De publieke opinie oordeelt dan over iets als 'van een patiënt' en 'ocharme, dat is toch wel goed gedaan van die mens die niet anders kan'. Hier wilde ik echt grote kunst tonen van mensen die ernstig in de problemen zijn geraakt. Er zijn mensen die ongelooflijk veel talent hebben maar tegelijk ernstig ziek zijn. Vaak overlapt dat."

De schoonheid van het falen

Marina Abramović is zo iemand. De vrouw die met haar (toen al ex-)partner Ulay, elk vertrekkend van een andere kant, de Chinese Muur bewandelde. Na drie maanden ontmoetten ze elkaar om daar definitief afscheid te nemen. "Abramović heeft een heel getraumatiseerd leven waar ze kunst van maakt. Het verschil met de patiënt in de psychiatrische zin is zeer klein of afwezig en dat is dan weer de betekenis van mijn hele werk. Want wat is een patiënt? We zijn allemaal kwetsbare mensen en dat wij-zij-denken wil ik milderen. Zonder het lijden natuurlijk te relativeren."

Concreet, zegt De Wachter: "Ook veel kunstenaars zijn kwetsbare en gekwetste mensen en kunst geeft een zicht op dat lijden. Aan de andere kant kan het mensen het gevoel geven dat ze niet alleen zijn. Troostend zou ik dat niet noemen. Eerder temperend. Rust brengend. Goed voor verbindingen. Ik denk dat in 'herkenbaarheid' veel waarheid zit: 'Ik versta niet wat dat kunstwerk wil zeggen, maar ik herken het wel'."

Op de tafel ligt de drukproef van de catalogus van Museum Dirk De Wachter. Bladerend valt in zijn eigen tekst zijn slotzin op: 'Ik weet het niet.' Maar iets hoger, enkel een gedicht van Charles Bukowski splijt zijn eigen gedachten, schreef hij: 'Kunst toont de schoonheid van het falen, het eervolle sneuvelen, de geniale vergissing. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Onze tijd kenmerkt zich door een hoge nood aan betekenis, aan zin, aan zijnsgrond. Kunst is hier van groot belang. Ook.'

"Ik kom uit een klein dorp, Boom, een zeer gedepriveerde streek waar op het gebied van kunst niet veel te beleven viel. Niets, om juister te zijn. Thuis hingen wel reproducties van Vermeer en Bruegel en we gingen op reis in Italië naar musea en in Frankrijk naar kathedralen. Maar de moderne kunst ontdekte ik zelf. En hoe? Door, toen ik in Antwerpen ging studeren, galeries binnen te stappen. De reden was eenvoudig: ik had beperkt zakgeld en in galeries moest je niet betalen. Ik heb zo de Wide White Space (tussen 1966 en 1976 een legendarische galerie in Antwerpen, RVP) nog net kunnen meemaken, heel belangrijk waren de tentoonstellingen in het ICC op de Meir - ook gratis - en de grote doorbraak kwam in Parijs. Daar was ik vrij assistent, ik had er kost en inwoon, maar werd niet betaald. En dus ging ik ook daar op zoek naar wat gratis was. Naar galeries en rare musea, veel hedendaagse kunst dus, hedendaagse muziek én architectuur. Ook dat is gratis: je kunt het gewoon op straat zien."

U vertelt in de catalogus hoe later uw dochter van 12 van haar sokken werd geblazen door een ontmoeting met en het werk van de Limburgse kunstenares Liliane Vertessen.

Hebt u dat zelf meegemaakt als jongere?

"Ik ben een zeer 'van-mijn-sokken-geblazen-wordende' mens. Dat kan ik goed, van mijn sokken geblazen worden. Een paar jaar geleden had ik dat met de tentoonstelling van Francis Bacon in Düsseldorf, daar ben ik door blijven gaan, uren aan een stuk, ik vond het onwaarschijnlijk. Het werk van Marina Abramović kan dat ook. En Chambres d'Amis van Jan Hoet.

"In Parijs ga ik nog altijd naar Maison Rouge. Dat is een klein museum, je moet er geen tickets op internet voor kopen en als je daar aankomt, kom je niet bij een bord waarop staat: 'Vanaf hier nog 1 uur'. In Maison Rouge is niemand, je kunt kijken zonder dat iemand met een iPhone voor het schilderij staat en je kunt er veel outsiderwerken zien. Tien jaar geleden zag ik er, in de kelder, ineens een Belgische kunstenaar. Totaal onbekend. Een zekere Borremans... (lacht) Tiens, dacht ik, dat is een naam om te onthouden. Ook Helmut Stallaerts heb ik er voor het eerst gezien. En ze tonen er collecties van mensen. Van rijke mensen met een goeie smaak. (lacht) Ja, die bestaan ook."

'Als kenner van onze geest en ziel pleit hij voor kunst en literatuur. Meer dan voor therapie en pillen.'

Die 'hij' slaat op Dirk De Wachter en het is een zin van Chantal Pattyn, als inleiding op de catalogus.

Hij lacht. "Dat is een straffe uitspraak", zegt hij eerst.

Dan: "Chantal mág straffe uitspraken doen. Ik vind het goed dat er wat provocerend gesproken wordt. Met al te veel nuance gaat immers alles verloren. En kunst is echt niet de kers op de taart, het is de bodem ervan."

Al is er natuurlijk wel nuance. "Ik geef les in therapie, en ik geef therapie, en ik pleit daar natuurlijk voor. En ik ben kritisch voor medicatie, maar ik schrijf natuurlijk medicatie voor. Veel kwetsbare mensen zouden zonder medicatie niet kunnen leven. Ik ben er dus niet tégen. Maar de psychiatrie is wel te veel gemedicaliseerd en te veel getherapeutiseerd. Terwijl er wel een vermaatschappelijking bezig is, je hebt het Project 107, er wordt gewerkt met ervaringsdeskundigen. Vorige week hoorde ik een ervaringsdeskundige, nu zelf een grote naam in de psychiatrie zeggen: 'I don't want therapy, I want a life.' Ik pleit voor een hele brede visie waarin ook kunst en zeker literatuur heel inspirerend kunnen zijn. Vaak zeg ik dat ik meer geleerd heb van de grote romanliteratuur dan van The American Journal of Psychiatry en dat klinkt wat sloganesk, maar ik sta daar wel voor."

Dus die straffe uitspraak van Chantal Pattyn krijgt nuance, maar ook versterking: ja, Dirk De Wachter vindt dat zijn studenten naast een goede wetenschappelijke opleiding met veel neurobiologie en fysiologie en farmacologie, ook romans moeten lezen. In het derde jaar van de opleiding 'Systeemtherapie' is dat trouwens een opdracht. "Ze moeten een roman lezen in functie van hun therapeut zijn en daarover reflecteren. Sommigen hebben dat in geen jaren gedaan. Al die wetenschappelijke kennis moeten ze goed in hun achterhoofd hebben, maar met een open voorhoofd moeten ze naar hun patiënten luisteren. Vaak zijn er te veel cijfers en statistieken.

"Die zijn allemaal nodig, maar het individuele verhaal dreigt daardoor verloren te gaan. Daar moet het voorhoofd voor open staan: voor dat individuele verhaal. En die verhalen in romans leren mij meer over het wezen van de mens. Nu versmallen de universitaire opleidingen te zeer, terwijl ik vind dat studenten geneeskunde ook over kunst en literatuur moeten leren. Ik ben er overigens zeker van dat Rik Torfs die mening met me deelt."

Dat mag al vroeger, trouwens, bij uitbreiding over literatuur en kunst. Hij herinnert zich in de middelbare school een leraar Frans die soms een heel uur over kunstwerken sprak. "Die taal ging er veel makkelijker in. Mijn eindwerk Frans maakte ik over Archipenko, een beeldhouwer die toen in de mode was. En diezelfde leraar Frans was de enige die toeliet dat ik mijn maturiteitsproef over Freud en zijn Traumdeutung deed. Een leraar wiskunde liet ons kunstwerken zien tijdens zijn les over de fibonaccireeks ging. "Later leerde ik hoe wiskunde zelfs aan Bach gelinkt was. Wat ik bedoel: kunst zou geen apart saai vak moeten zijn, maar zou door alle andere vakken doorweefd moeten worden. Zonder daar eindtermen op te kleven. Niet van: er moeten drie schilderijen in die wiskundeles getoond worden. Niet: we hebben de Mona Lisa laten zien, punt, we kunnen dat afvinken."

We struinen verder door het Museum Dirk De Wachter en daar staat een schilderij van Jed Martin. Uit de reeks Elementaire beroepen zie je een man die alleen Michel Houellebecq kan zijn. Hij is het ook. Vier jaar geleden zat Dirk De Wachter bij Houellebecq thuis aan tafel. "Wie kan dat zeggen?", glimlacht hij. "Zijn jonge vriendin had een diner met zes gangen klaargemaakt, maar ik was ziek en kon dat allemaal niet goed eten. Het was ambetant en het was fantastisch. Maar ken ik hem goed? Neen. Wie zou die man goed kennen?"

Houellebecq had De Wachter gecontacteerd. Als psychiater, maar niet als psychiater voor hem: "Zeker niet. Bij uitstek niet." Houellebecq zat met vragen. "Hij krijgt regelmatig schrijfsels, cd's met rare muziek en dvd's met rare video's in zijn brievenbus. 'Wat is de diagnose', wilde hij weten, 'jij moet dat toch weten?' Ik moest hem ontgoochelen. Ik kan geen diagnose stellen op basis van een cd met obscure muziek. Zelf krijg ik die pakjes trouwens ook, bijna wekelijks. Meestal zitten er manuscripten in van mensen die hun leven vertellen en die vragen of ik er een voorwoord bij wil schrijven of mijn uitgever aanspreken."

Is Houellebecq bij uitstek zelf iemand die schrijven nodig heeft om te leven? Zoals Vincent van Gogh schilderen nodig had? En wat is het verschil tussen scheppen voor een groot publiek en dat doen terwijl je in heel je leven maar één werk verkoopt? Werkt kunst toch als therapie dan? Of creëren, zonder dat het daarom als kunst gepercipieerd moet worden?

"Bij Van Gogh heeft zijn dokter toch in hem geloofd. Hij had een supporter. Echte kunstenaars gaan door en ook in mijn consultatie heb ik kunstenaars die als patiënt komen. Bekende mensen die over hun miserie vertellen. Dat overlapt. Hoe Van Gogh geweest zou zijn als zijn broer niet was gestorven, zijn vader geen predikant was of hij niet naar Frankrijk was gegaan, zou ik begot niet weten. 'Avec des si on mettrait Paris en bouteille.' Maar ik denk wel dat schilderen een manier was om te bestaan. Zoals het dat wellicht was voor bekende outsidekunstenaars uit de tijd van Jean Dubuffet. Duizenden tekeningen maken om het leven boven water te houden, die nood om te creëren en om te bestaan. 'Rester vivant', zegt Houellebecq. Ook hij schrijft om te bestaan. Als dat niet meer kan, is het met hem gedaan. Denk ik. En dat zegt hij zelf."

Is het mogelijk, voor u, om naar kunst te

kijken zonder die bril van psychiater? Of met, bijvoorbeeld, Houellebecq te praten zonder diezelfde bril?

"Ik probeer die bril zelfs af te zetten bij mijn patiënten. Dat klinkt raar, maar die bril zet ik op om een ziekteattest te schrijven of een formulier voor de juiste medicatie. Nadien zet ik hem af om naar de mens en zijn leven te kijken. Ik probeer kunstenaars, vrienden en mijn lief niet te psychiatriseren. Of als ik met u praat, denk ik niet: wat is die mens zijn probleem?

"Ik ben wel een curieuze mens, geïnteresseerd in levens en verhalen. Een narratieve therapeut. Wat soms haaks staat op de klassieke DSM-diagnostiek. Alles versmalt tot een diagnose. Tot een stigma. Soms een auto-stigma: mensen die binnenkomen en die mij vragen wat hun verhaal is. 'Ik ben borderline, zegt u het mij maar.' En dat is dus een groot probleem. We zijn de verhalen kwijt. Terwijl verhalen net gronden. En daarom is cultuur zo belangrijk omdat het een drager is van beworteling. We staren ons blind op de terreur van de moslimcultuur, terwijl we ons zouden openstellen voor de rijkdom ervan. Die zit in verhalen en zo creëren we verbondenheid. Ook de Rode Duivels zorgen voor verbondenheid en samenhorigheid. Dat voetbal is een 'spelleke', we kennen dat, en dat soort verhalen grondt. Ik denk dat het daar in zit. In verbondenheid."

Conclusie: begrijpen we de mens? En de kunst? Dirk De Wachter schreef: 'Ik weet het niet.'

Nu zegt hij: "Ik ben in de psychiatrie gesukkeld omdat ik de wereld wilde begrijpen. Niet dat ik me ziek voelde, maar ik liep in mijn dorp rond en vond het raar. Ik verstond het niet. Daar ben ik over gaan studeren en als je dat lang doet, wordt het bijna zenboeddhistisch. Want de conclusie is dat je er niks van kunt verstaan. Dat de wereld niet te begrijpen is. Zo is het ook met kunst. Door veel te zien en er veel over te lezen, stel ik vast: eigenlijk kunnen we het niet begrijpen. Maar dat is meteen ook rustgevend. Het uitgangspunt, het niet-begrijpen, is beangstigend en beklemmend. Maar op het eind wordt het niet-begrijpen louterend. Dat is eigenlijk de cyclus."

In de woorden van Oscar van den Boogaard klinkt dat zo: Je moet leren kijken zonder te denken. Daarvoor is moed nodig. Hoe meer je innerlijk leeg durft te kijken, hoe vrijer je blik.

Museum Dirk De Wachter opent op 25 juni en loopt tot 25 september 2016 in het Museum Dr. Guislain. www.museumdrguislain.be.

Abonnees van De Morgen kunnen vanaf 1 juli een gratis ticket downloaden via www.demorgen.be/plus/voordelen. Een tweede persoon kan aan de kortingsprijs van 6 euro mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234