Woensdag 17/07/2019

Kunst is het perfecte huisdier

actuele kunst

een unieke blik in de belgische privé-verzamelingen

Voor de mooiste hedendaagse kunst in België moet u niet naar de musea. Begeef u liever naar de slaapkamer, de garage of de hal van de privé-verzamelaar. Lieven Van Den Abeele en Veerle Van Durme slaagden erin de mooiste stukken tijdelijk uit hun biotoop te lokken en ze op drie plaatsen in Kortrijk samen te brengen. 'Privé-verzamelaars kunnen werken kopen die geen enkel museum in Europa zich kan veroorloven.'

Kortrijk / Eigen berichtgeving

Rudy Pieters

De witte uil van Roni Horn hangt gewoon boven een bed in het zuiden van West-Vlaanderen. Twee identiek lijkende foto's van een dode, opgezette vogel, net boven het houten hoofdeinde en het witte dekbed. Zo staat Dead Owl ook in de catalogus afgebeeld, niet in al zijn naaktheid zoals meestal gebeurt - hooguit wordt nog een stukje klinisch-witte museummuur getoond - maar in zijn bijna banale omgeving, in het huis dat hij met de privé-verzamelaar deelt.

Overal hokt de verzamelaar met zijn kunst samen, van kelder tot zolder, van salon tot slaapkamer, soms zelfs in de garage, nog onuitgepakt. Bjarne Melgaard vult een muur in een modernistische trapzaal, Panamarenko hangt boven de stoelen in de eetkamer, Ronny Delrue boven een antieken kast, Judith Samen boven een computer. De rubberen Kalvermuilen van Wastyn & Deschuymer sieren de muur naast het toilet, de kokosmatten van Pistoletto liggen in de woonkamer op de vloer, als tapijt.

Lieven Van Den Abeele en Veerle Van Durme kregen het allemaal te zien toen ze op vraag van de Jonge Kamer Kortrijk bij twintig privé-verzamelaars in het zuiden van West-Vlaanderen aanbelden. Ze kwamen bij gynaecologen, een speelgoedfabrikant (die weg is van Panamarenko) en industriëlen. "Voor collectioneurs zijn kunstwerken geen iconen, geen heiligenbeelden", zegt Van Den Abeele. "Het zijn dagelijkse gebruiksvoorwerpen, maar met een andere betekenis dan triviale gebruiksvoorwerpen."

Dankzij hun reputatie, en in ruil voor strikte anonimiteit, kregen beide tentoonstellingsmakers de mooiste stukken mee voor een tentoonstelling op en rond de Kortrijkse Grote Markt. Cragg, Richter, Bourgeois, Delvoye, Panamarenko, Pistoletto, Sherman, McCarthy, Lewitt, Koons, Muñoz, François, Gober... Als je dit allemaal samen ziet - en de opsomming is verre van volledig -, hap je naar adem. Zoveel keuze was er dat verschillende topstukken rustig uit de boot konden vallen omdat ze niet in de drie tentoonstellingsruimtes pasten. Het was niet eens erg dat een groot vlinderschilderij van Damien Hirst niet bij de eigenaar buiten geraakte omdat het er indertijd enkel binnen was geraakt door de ramen uit te breken.

"Privé-verzamelaars hebben gewoon veel meer geld dan musea", zegt Van Den Abeele. "Ze kunnen werken kopen die geen enkel museum in Europa zich kan veroorloven. Een museum zou er zijn hele jaarbudget aan moeten spenderen en dat kan niet, een museumaankoop is altijd een compromis. Een collectioneur koopt met zijn budget en met zijn hart."

In België wordt duidelijk naarstig kunst verzameld. Geen land in Europa telt verhoudingsgewijs zoveel collectioneurs. "Nederlanders consumeren kunst", zei MuHKA-directeur Flor Bex deze week nog bij de presentatie van het boek Kunst in België na 1975. "In het MuHKA komt 25, 30 procent van de bezoekers uit Nederland, wat erg veel is. Belgen gaan minder naar tentoonstellingen, maar als ze gaan en ze zien een werk dat hen bevalt, dan willen ze dat bezitten. Het is onze Bourgondische aard, Belgen hebben een bijna fysieke relatie met de dingen."

Lieven Van Den Abeele kan goed met Frankrijk vergelijken, het land waar hij woont en werkt. "In Frankrijk is kunst een affaire d'état, zoals alles in Frankrijk een affaire d'état is. Sinds Lodewijk XIV is alles er gecentraliseerd. Vroeger werkten de kunstenaars voor het hof, voor de kerk, nu heb je de FRAC's (Fonds Régional d'Art Contemporain, RP). Als je om de twee jaar een werk aan een FRAC kunt verkopen, dan ben je dertien jaar zoet, de kunstenaar is daar een soort ambtenaar. In België ligt dat helemaal anders. Daar draait de markt om kleine middenstanders, handelaars. Het is ironisch, maar omdat de Belgische staat zich lang niet met de kunst bemoeid heeft, zijn de kunstenaars verplicht het elders te gaan zoeken. De privé-collectioneurs zijn de spil van die economisch-artistieke bedrijvigheid."

Het cliché van de cynische verzamelaar die in plaats van een Panamarenko-tekening evengoed een stapeltje aandelen had kunnen inslaan gaat niet op, zegt Van Den Abeele, toch niet voor de twintig gepassioneerde verzamelaars van wie hier stukken worden getoond. "Ze zijn erg goed op de hoogte van de kunstmarkt, ze reizen veel, vaak om professionele redenen, en bezoeken overal musea en galeries, ze lezen kunsttijdschriften, ze hebben een bibliotheek die groter is dan hun collectie, ja het is een fulltime bezigheid. Hoe ze het doen, ik weet het niet. Iedereen denkt dat de collectioneur kunst koopt om te speculeren. Dat is dus niet waar. Met deze tentoonstelling hebben we getracht dat beeld te corrigeren.

"Er is natuurlijk dat vluchtige, die nonchalance, maar die moet je hebben als handelaar. Ze kopen en verkopen. Ze consumeren een kunstwerk zoals een auto die je in vijf jaar afschrijft. Je hebt mensen die een huis kopen en er vijftig jaar in wonen en je hebt anderen die om de twee jaar een ander huis kopen. Collectioneurs zijn handelaars, ze beheren hun collectie als een bedrijfje, ze nemen risico's - ze kunnen zich ook vergissen - en dat risico hebben we willen tonen. Als iedereen alleen maar vaste waarden zou kopen, dan kregen jonge kunstenaars geen kans natuurlijk. Het was trouwens opvallend dat op de opening alle Belgische kunstenaars die in Kortrijk getoond worden ook aanwezig waren."

Privé-collectioneurs verzamelen anders dan musea. "Ze doen niet aan scouting. Ze gaan niet naar de kunstscholen en de ateliers, wat musea wel doen - of toch zouden moeten doen. Collectioneurs kopen op de markt, er is al een schifting gebeurd door de galeries en musea. Musea zijn natuurlijk zeer beïnvloedbaar door wat collectioneurs kopen. Anderzijds legt een tentoonstelling in het SMAK of het MuHKA gewicht in de schaal. Het werkt in beide richtingen."

Van Den Abeele en Van Durme slaagden er niet alleen in 120 prachtige werken uit hun biotoop los te weken, ze integreerden ze ook op een voorbeeldige wijze in hun nieuwe omgeving. In het Broelmuseum, een statig herenhuis, bewijzen ze hoe goed actuele kunst de huiselijke sfeer verdraagt. Bovendien ontstaan er boeiende dialogen met de museumstukken, een nogal hybride collectie van vooral plaatselijke kunstenaars. Catherine Opies foto van Frankie bijvoorbeeld, een jongeman met ontbloot bovenlijf en de armen vol tatoeages, hangt in de portrettengalerij van de trapzaal naast twee plechtig kijkende negentiende-eeuwse Kortrijkzanen. De stoere snor en sik van Frankie krijgen er iets negentiende-eeuws door. Tony Ourslers pratende bloemstuk zegt 'fuck you', 'you stupid shit' en ander fraais, en dat in het gezelschap van geschilderde bloemenstillevens uit de achttiende en negentiende eeuw.

Het toont aan wat ook de opstelling in Tate Modern al aantoonde: de oude vertrouwde genres (landschappen, stillevens, ...) doen het eigenlijk nog altijd. "Een zeventiende-eeuws stilleven met vlees en vliegen en zo'n Marble floor van Delvoye (vloer met tegels van charcuterie, RP): dat is toch hetzelfde. Het is kunst, punt. Toch maakt men zich druk over hedendaagse kunst, en niet over een Poussin waarvan veel iconografische elementen het publiek vandaag niets meer zeggen."

Nog meer oud en nieuw: Delvoyes herten krijgen in het Broelmuseum een hele kamer te hunner beschikking om in missionarishouding de liefde te bedrijven, terwijl aan de muur Savery's beesten nauwlettend toekijken. Het is trouwens opvallend hoeveel dieren uit al die privé-collecties opduiken, van de uil van Horn (waarvan ook Guggenheim een exemplaar bezit) over de raaf van Panamarenko tot de kevers van Jan Fabre. Het verzamelde kunstwerk is het perfecte huisdier, schreef Jean Baudrillard. Maurice Rheims noemde het kunstwerk "een dociele hond die geaaid wordt en onze liefkozing beantwoordt, als een spiegel die beelden weerspiegelt, niet van de realiteit, maar van ons verlangen". Op de affiche staat een grijze man, zo'n typische Muñoz-figuur, die in de spiegel kijkt.

Deze tentoonstelling is meer dan een voyeuristische tournee langs de West-Vlaamse verzamelaars. We kijken niet zomaar over de schouder van de privé-verzamelaar, in de spiegel van zijn verlangen. Wat we zien, is ons toekomstig patrimonium. In tegenstelling tot Frankrijk en Spanje groeiden onze musea niet uit koninklijke verzamelingen maar uit burgerlijke collecties. Daarom is het jammer dat België dat niet fiscaal aanmoedigt, zeggen Van Den Abeele en Van Durme. "In Frankrijk bestaat bijvoorbeeld de dation, waarbij men de erfenisrechten kan betalen met kunstwerken. Dat is niet altijd gemakkelijk, want hoe bepaal je de waarde van een werk, daar komen dan allerlei experts bij kijken, enzovoort. Maar het Musée Picasso in Parijs is wel enkel en alleen het resultaat van dations van de nabestaanden van Picasso."

De spiegel van het verlangen: hedendaagse kunst uit Zuid-West-Vlaams privé-bezit loopt tot 9 december in het Broelmuseum, de kapel van de Groeningeabdij en de BBL. De drie plaatsen hebben niet dezelfde openingsuren, in de middag zijn ze alledrie dicht. Gratis toegang. Catalogus: 400 frank.

Geen enkel land in Europa telt verhoudingsgewijs zoveel collectioneurs als België

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden