Woensdag 29/01/2020

Kunst in 't groen

'Stilleven': Goois licht op halve eeuw Belgische kunst

Rudy Pieters

Nederland kan voor het eerst kennismaken met de belangrijke kunstcollectie van het Gemeentekrediet. Het Singer Museum in Laren toont een zomer lang 65 schilderijen, tekeningen en sculpturen onder de noemer Belgische Kunst 1880-1930, met werk van onder meer Ensor, Permeke, Khnopff en Van de Woestijne. De werken voelen zich zeer goed thuis in het Gooise heidedorp, wat de tentoonstelling ook voor Belgen de moeite waard maakt.

Het Gemeentekrediet bezit een van de belangrijkste particuliere verzamelingen Belgische kunst van 1860, het geboortejaar van de bank, tot nu. Meer dan tweeduizend stukken beheert conservator Joost de Geest nu, en de collectie blijft groeien. De bank is de volledige verzameling trouwens op cd-rom aan het zetten; bovendien is een publicatie op komst die honderd meesterwerken uitvoerig belicht.

Slechts tweemaal reisde een ruime selectie naar het buitenland (Frankrijk en Luxemburg). Nu is Nederland aan de beurt. In Laren, midden in het Gooi, op een half uurtje rijden van Amsterdam, heeft het Singer Museum de succesvolle traditie ingezet om toonaangevende bedrijfscollecties te tonen. Tot nu toe kwamen de collectie van de Amerikaanse Sara Lee Corporation en de Duitse expressionisten uit de collectie-Ahlers aan de beurt.

Het Gemeentekrediet bracht 65 werken naar ginder: 50 schilderijen, en nog enkele beelden en werken op papier. Ruim een derde van de werken heeft de bank nog nooit verlaten. Dat de Nederlanders de tentoonstelling meer dan een tussendoortje of een aardigheidje vinden, blijkt in Amsterdam. In de straten van de hoofdstad, waar ze over de tentoonstellingen struikelen, zijn de grote affiches met het dromerig wegkijkend meisje van Fernand Khnopff (Portret van Gabriëlle Braun) prominent aanwezig.

Belgische Kunst toont een representatief beeld van de belangrijkste stromingen in de periode 1880-1930. Buiten het moeilijk onder één noemer te brengen werk van James Ensor zien we er het sociaal realisme van onder meer Constant Meunier en Eugène Laermans, het symbolisme van Fernand Khnopff en Léon Spilliaert, het neo-impressionisme van Théo van Rysselberghe en Emile Claus, het Brabants fauvisme van Rik Wouters en het expressionisme van Gust De Smet, Frits Van den Berghe en Constant Permeke.

Niet zelden zijn topwerken aanwezig. Behalve het eerder genoemde werk van Khnopff is dat bijvoorbeeld het geval met De dronkaards (1883), een vroege, naturalistische Ensor. Het Gemeentekrediet kocht het doek vier jaar geleden van verzamelaar Georges De Graeve, net voor die het aan het Prado wilde verkopen. (Door de grote Ensor-tentoonstelling in Brussel moeten de vier geëxposeerde Ensors al op 13 september Laren verlaten.)

De tentoonstelling is niet te missen en daar zijn twee redenen voor. De selectie koppelt hoge kwaliteit aan beknoptheid: in een handvol zalen hangt een uitstekend overzicht van een belangrijke halve eeuw Belgische kunst. De tweede reden is Laren zelf. Het Singer Museum is een van die wat verborgen, charmante musea waarover je eigenlijk zou moeten zwijgen opdat de rust er bewaard blijft.

De museumkern is de villa die de Amerikaanse schilder-verzamelaar William Singer in 1911 bouwde. De landelijke rust blijft voelbaar tot in de ruime zalen die na de Tweede Wereldoorlog werden toegevoegd. Voor een tentoonstelling die niet overreden wil worden door het voorbijrazende Van Gogh-, Van Dyck- en Rembrandt-verkeer, is zo'n museum de ideale vluchtheuvel, zeker als het ook nog eens over een perfecte infrastructuur beschikt. Het overvloedige maar toch goed gedoseerde zenitale licht laat de kleuren van een Wouters, de donkere kracht van een De Smet, of de mystiek van een Spilliaert uitstekend renderen. De hier geselecteerde kunstenaars zijn wellicht zelden in zulke goede omstandigheden geëxposeerd. Als orgelpunt kan de museumbezoeker in de grote tuin achter de villa wandelen - er staan enkele beelden, onder meer van Rodin - en nadien even in de villa of op het buitenterras verpozen.

Dat de Belgische werken zich in deze omgeving goed thuis voelen - zo goed dat je snel vergeet dat ze een uitwedstrijd spelen - heeft ook een kunsthistorische reden. Een belangrijk deel van de tentoongestelde kunstenaars behoorde tot de eerste Latemse groep (1898-1908): George Minne, Valerius de Saedeleer, Albijn Van den Abeele en Gustave Van de Woestijne. Laren en Latem (Sint-Martens-Latem) blijken veel gemeen te hebben. Net zoals het dorp even buiten Gent ontpopte Laren zich rond de eeuwwisseling tot een belangrijke kunstenaarskolonie, niet te ver maar toch ver genoeg van de stedelijke drukte. En de twee groene dorpen ondergingen nadien hetzelfde lot: ze werden beide ingepalmd door artistieke epigonen en rijke villabewoners.

Voor Gust De Smet en Frits Van den Berghe is de link nog sterker. Samen met Constant Permeke werkten ook zij een tijd in Latem, kort voor de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlog gingen de drie neo-impressionisten naar het buitenland, waar ze als expressionisten weer vandaan kwamen. Permeke trok naar Engeland. De ballingschap van De Smet en Van den Berghe speelde zich in Nederland af, waar ze na de oorlog trouwens nog enkele jaren bleven hangen. Eerst verbleven ze in Amsterdam, waar ze via de bevriende avant-gardekunstenaars Jan Sluyters en Leo Gestel aansluiting vonden bij het Europese modernisme.

Omdat het Amsterdamse leven te duur bleek, verhuisden ze in 1916 naar Laren en het vlakbij gelegen dorp Blaricum. Hier, in de Gooise kunstenaarskolonie, waar rond dezelfde tijd Piet Mondriaan zijn eerste volledig abstracte werken maakte, vonden beide Belgen hun eigen beeldtaal. Zowel in Het kerkje (Blaricum) (1917) van Gust De Smet als in De bannelingen (1919) van Van den Berghe is te zien hoe de donkere kleuren en grove vertekeningen de bovenhand hebben genomen. Voor een tentoonstelling die toont hoe de Belgische kunst langzaam zijn oude vormen losliet, is er eigenlijk geen symbolischer plaats dan Laren denkbaar.

Belgische Kunst 1880-1930 loopt tot 26 september in het Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. Open van dinsdag tot zaterdag van 11 tot 17 uur, op zon- en feestdagen van 12 tot 17 uur; gesloten op maandag. Toegang: 12,50 gulden (225 frank of 5,58 euro). Als catalogus geldt het jongste, extra dikke nummer van het Singer Bulletin, dat 10 gulden (180 frank of 4,46 euro) kost. Inlichtingen: 0031/35/531.56.56

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234