Dinsdag 07/07/2020

'Kunst heeft mij leren zien en ruiken'

Adriaan Raemdonck over veertig jaar galerie De Zwarte Panter in Antwerpen

Adriaan Raemdonck leidt al veertig jaar lang De Zwarte Panter in Antwerpen, de oudste galerie voor hedendaagse kunst van België. Ze is gevestigd in het schitterende dertiende-eeuwse Sint-Julianusgasthuis aan de Hoogstraat. 'Ensor is een god. Als hij God was, dan zou ik geloven.'

door Eric Rinckhout

ANTWERPEN l Adriaan Raemdonck (63) is niet in de eerste plaats een commerçant, hij ziet zijn galerie als een dienst aan de gemeenschap. "Ik heb geprobeerd mensen samen te brengen, met respect voor hun verschillen. Ik heb kunst ook nooit kunnen scheiden van het leven. Ik hou niet van dogma's, ook niet in de kunst. In kunst moet niets."

"De maatschappij bevordert te veel de dood en te weinig het leven, de creativiteit en de kunst", stelt Raemdonck. "Ik ben heel blij dat hier, in De Zwarte Panter, het Arkcomité samenkomt en dat we de Arkprijs van het Vrije Woord aan iemand als Christine Van Broeckhoven (internationaal gerenommeerde alzheimeronderzoekster, ER) hebben kunnen uitreiken. Research is belangrijk, of het nu in de wetenschap gebeurt of met verf en doek."

Gedreven en kleurrijk, bescheiden maar beslist. Adriaan Raemdonck is moeilijk weg te denken uit het Antwerpse kunstleven van de voorbije veertig jaar. Raemdonck omringt zich ook graag met kunst. De muren van zijn woonkamer hangen vol met werken van 'zijn' kunstenaars: enkele mooie grote schilderijen van Jan Cox en opmerkelijk veel van Fred Bervoets. "Ik omring me met de dingen waarvan ik hou en waar ik een verhaal bij heb", zegt Raemdonck. "Dit is de film van mijn leven."

Er hangt ook een opmerkelijke hommage van Bervoets aan Ensor. "Ik ben tevreden dat er zoveel rond Ensor staat te gebeuren. Het is een van de grootste figuren die we hebben gehad, hij staat naast Van Gogh. Ensor symboliseert datgene waarvoor De Zwarte Panter ook staat: de ongelooflijke schilderkunstige traditie. In de jaren zestig zijn er andere richtingen gekomen, de conceptuele kunst, maar dat was niet mijn weg. Ik heb mij daar ook nooit vijandig tegenover gedragen. Het was eerder omgekeerd. Uitdrukkingen als 'zo dom als een schilder' en 'verf stinkt' staken de kop op. Dat kwam hard aan. Er was ineens geen plaats meer voor de schilder. We hebben verdomd moeilijke jaren gekend. Ik heb jonge mensen wel steeds kansen gegeven, onlangs Sara Pessoa en Nick Andrews. Ik zou deze viering van veertig jaar anders niet hebben aangenomen, ik doe voort. De viering is ook een hommage aan Antwerpen, de stad die dit alles mogelijk heeft gemaakt."

Is De Zwarte Panter in het mythische jaar 1968 ontstaan als verdediging van de schilderkunst?

Raemdonck: "Nee. (lacht) Ik ben begonnen met het idee dat ik zelf kunstenaar wilde worden. Ik kwam uit een boerengat in het Pajottenland. De lerares Frans vertelde regelmatig over Cézanne en Bonnard, en voor de rest ging mijn kennis van kunst niet verder dan Jordaens op de koekjesdozen en Ensor op de kalenders. Door de krant had ik een boekje gekocht over de jonge Belgische schilderkunst van Jan Walravens. Ik had al een expositie gehad in het kasteel van Gaasbeek en besliste om voort te studeren aan de academie in Antwerpen. Ik verzeilde op een kot aan de Veemarkt, te midden van de hoeren en de kunstenaars, en werd verliefd op de stad."

Je hebt mee schilderijen gered bij de brand van de Sint-Pauluskerk.

"Ja, ik heb mee die Rubens losgewrikt met een legerschop. In een trance, we zijn de hele nacht doorgegaan. Die emoties, een echte chaos, en er is niets gestolen. Ik was een hele handige jongen. Ik werkte mee als decorbouwer bij de BRT, ladder op en af was geen probleem voor mij."

De Veemarkt was toen een andere buurt dan nu.

"Dat was één atelier, alle kunstenaars zaten daar. De Muze was het centrum, daar kwam je iedereen tegen. De academie en de sfeer van de stad betekenden een bevrijding voor mij. Waar ik de eerste Zwarte Panter vestigde, op de hoek van de Oude Beurs en de Hofstraat, was een bekend bordeel geweest. Ik had de naam De Zwarte Panter behouden omdat het allemaal maar tijdelijk was. Ik wilde daar feesten geven en werk van academiestudenten laten zien. De eerste avond trad Wannes Van de Velde op, een van de schoonste mensen die Antwerpen heeft voortgebracht. Zijn liedjes hebben mee de oude stad gered van de sloop.

"We maakten zelfs een expositie met Lennaert Nijgh, de tekstschrijver van Boudewijn de Groot. Maar het was niet mijn idee om galeriehouder te worden. Ik wist niet eens wat een collectioneur, een galerie of fiscaliteit was."

Wanneer is de klik dan gekomen?

"Alles is heel organisch gegaan, ik heb me mijn hele leven door mijn intuïtie laten leiden. Op een ochtend kwam Fred (Bervoets, ER) verf halen bij mij. Hij maakte toen post-Cobraschilderijen, zwaar in de materie, zo'n beetje Basquiat avant la lettre. Hij gooide zijn doek op de grond en in nog geen vijf minuten waren die tubes leeg. Alles stond er 'juist' op. Een explosie. Ik geloof nog altijd dat dat het begin van het einde van mijn kunstenaarschap was."

Hoe ben je in de kapel van de Hoogstraat terechtgekomen?

"Op dat moment waren er niet veel galeries. De Wide White Space was er, met Beuys en de gemeenschappelijke projecten van Hugo Heyrman en Panamarenko. Maar die galerie vertrok vanuit een heel andere context en entourage dan ik.

"De omstandigheden in de stad waren in 1968 helemaal anders. Een kwart van de binnenstad stond leeg. De kapel aan de Hoogstraat was eigendom van het OCMW en men was blij dat iemand ze wilde gebruiken en er ook nog huur voor wou betalen. Men was alleen maar bang voor drugs en vrouwen. Ja, het was in volle hippietijd. Zo is het sprookje begonnen. Er was toen nood aan een biotoop, een ruimte waar kunstenaars en liefhebbers bij elkaar konden komen. Die kapel gaf een kick, maar ik besefte dat ik er ook iets mee moest doen.

"Wat een verschil is er in de stad tussen toen en nu. Wij zijn nu een radertje te midden van alle musea hier. Het is ook goed dat het hele complex niet van mij is. Het is van de gemeenschap en ik huur het nog altijd van het OCMW. Ook in de kunstwereld is er veel veranderd. Er gaat veel meer geld om, je hebt de sponsoring, de beurzen, de globalisering."

De Zwarte Panter is geen gewone galerie.

"Ik hou van kunst, ze stelt veel ter discussie. Ik vind mijn heil niet in het geloof. Ik heb geen antwoord op de grote levensvragen en ik zoek ook niet naar de waarheid, dat is tijdverlies.

"Het belangrijkste voor mij is vrijheid, weliswaar een gedisciplineerde vrijheid. Mensen die het altijd maar over 'internationalisme' hebben, zitten ook met hun dogma's. Ik heb me kunnen verrijken met mensen en hun creativiteit. Ik zocht ook een antwoord op vragen als: waarom vinden we die kathedraal nog mooi? En Rubens? In die zoektocht werd ik gestaafd door Jan Cox, die begin jaren zeventig gedesillusioneerd terugkwam uit Amerika. Zijn humanisme en zijn omgang met de traditie waren voor mij een verrijking."

Mag ik je een katalysator noemen?

"Ik breng mensen samen. Noem mij een cultureel ondernemer. Kijk, het grootste deel van het leven is miserie. Jan Cox heeft zelfmoord gepleegd. Maar hij heeft als kunstenaar geprobeerd alles uit zijn leven te halen. Net als Van Gogh. Dat is de kern voor mij. Succes is niet alles. Soms ben ik al blij dat de schilderkunst iets aan een kunstenaar geeft. Jan Cox zei dat hij veel respect had voor de zondagsschilder. Die blijft zijn hele leven lang schilderen, succes of niet. Dat klopt."

Wat is de taak van een galeriehouder?

"Een galerie is een groep. Ik wil graag de tussenpersoon zijn tussen kunstenaars, collectioneurs, musea, de kritiek - die hele biotoop in stand houden. Wat is er mooier dan die anonieme koper die thuis in stilte van zijn kunstwerk geniet?

"Galeries doen veldwerk. Wij investeren, bereiden dossiers voor en oogsten. De galerie is het laboratorium van de kunst. We nemen persoonlijke risico's. Of de huidige bankencrisis een invloed zal hebben? Het onbekende verkopen is altijd moeilijk geweest. En iemand die iets mooi vindt, koopt het toch. Ik heb mezelf trouwens financieel altijd bescheiden opgesteld.

"Het is onbegrijpelijk dat een galerist nog nooit een staatsprijs heeft gekregen. Nochtans hebben galeries, al sinds vorige eeuw, een niet te onderschatten rol gespeeld, zeker in de ontwikkeling van het expressionisme en het surrealisme.

"De galeriehouder speelt ook een gevoelige rol. Je kent het cliché van de galerist als poenschepper en de kunstenaar als hongerlijder. Wij hebben niet alleen de opdracht om te verkopen, je moet trots zijn op je kunstenaar. Een artiest leer je het best kennen in zijn atelier. Die strijd met doek en verf levert de mooiste momenten op. Dan spreek je niet over geld. In Fred Bervoets ben ik altijd blijven geloven. En toen Jan Cox in het ziekenhuis lag, heb ik hem papier gebracht, zodat hij weer kon tekenen.

"Als ik in een museum ben, dan denk ik: 'Dit is familie.' Je bent deel van de traditie die daar hangt. Paul Delvaux en George Grard, die heb ik zelf nog gekend. Ensor, Picasso, Bonnard... Ik ben gek op alles wat mooi is.

"Kunst heeft mijn ogen geopend. Als ik op zaterdag ga koersen met mijn fiets - dat houdt mij gezond - zie ik in de barsten van het asfalt een Jackson Pollock, een Roger Raveel, een Jean Brusselmans. Door de kunst heb ik leren zien, de taal van de stad en de bewegingen van lichamen begrijpen. Ik heb zelfs leren ruiken."

De Zwarte Panter: een andere avant-garde, tot 30 november in de Koningin Fabiolazaal, Jezusstraat, en tot 25 januari 2009 in Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Vrijdagmarkt, Antwerpen.

Een artiest leer je het best kennen in zijn atelier. Die strijd met doek en verf levert de mooiste momenten op. Dan spreek je niet over geld

Adriaan Raemdonck:

Wat is er mooier dan de anonieme koper die thuis in stilte van zijn kunstwerk geniet?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234