Dinsdag 22/06/2021

Kunst genot

Een eeuw na de hoogdagen van zijn carrière doet de naam Jean Delville bij vrijwel niemand een belletje rinkelen. Dat is jammer, maar gelukkig wordt de excentrieke symbolist in Namen van onder het stof gehaald.

Met tentoonstellingen over de kunst uit het fin de siècle fietst het Ropsmuseum stilaan een indrukwekkend parcours bijeen. Het oeuvre van de eigenzinnige Jean Delville (1867-1953) past perfect in de reeks. De man is al lang dood en vergeten, maar rond 1900 animeerde hij mee het artistieke debat in de hoofdstad.

Daar kun je vandaag in het Fin-de-sièclemuseum naar enkele van zijn onbeschaamd symbolistische doeken gaan kijken: het hoofd van de dode Orpheus dat oplicht in een rivier, een smachtende Tristan en Isolde of een hoop krioelende lijven die door Satan op sleeptouw worden genomen. Dergelijke taferelen typeren de man ten voeten uit. Na een begin als sociaal bewogen realist omarmde hij het modieuze 'idealisme', een etiket voor al wie dweepte met esoterie, occulte praktijken, kabbala en Rozenkruisers.

Waar gematigde, salonfähige symbolisten als Fernand Khnopff, George Minne of William Degouve de Nuncques genoegen namen met glazig in de verte starende dames en mysterieuze landschappen in nachtblauwe tinten, gingen Delville en zijn kleine netwerk van volgelingen voluit. In hun meest bevreemdende werken goochelen zij met hogepriesters, oriëntaalse tempels en gebarende engelen, halfweg tussen mystiek en grandguignol - regelrechte camp dus, met een term die verwijst naar het Parijse theatertje dat zich specialiseerde in horrorverhalen.

Maar Delville méénde het. Hij schreef romantische gedichten, laboreerde aan traktaten over de esthetiek van het idealisme en stichtte tijdschriften die geen lang leven beschoren waren. De kunstenaar dacht en sprak in hoofdletters. Een goed deel van zijn oeuvre draait om de Harmonie van het Universum en de Deugden van het Mensdom. Dat is de twintigjarige dandy, die op een prachtig zelfportret uit 1887 zijn ogen sluit, niet aan te zien. Zijn jeugdige branie maakte plaats voor het al even eigengereide sérieux van de wereldverbeteraar, die een heel persoonlijke cocktail van oosterse en westerse religies, antieke mythen en regelrechte vrijdenkerij brouwde.

Onvermoeibaar zou hij artistieke onderscheidingen verzamelen, les geven en tentoonstellingen organiseren. Voor de laatste van zijn drie Salons d'Art Idéaliste kon hij in 1898 terecht in het exclusieve Maison d'Art van mecenas en senator Edmond Picard. Toch niet mis voor iemand die buiten het reguliere circuit opereerde.

Monumentaal geweld

Voor deze eerste overzichtstentoonstelling na Delvilles dood werd een tachtigtal werken bijeengebracht, en dat was geen gemakkelijke klus. Omdat hij in de marge van de officiële avant-garde opereerde en niet aan de bak kwam bij de invloedrijke Brusselse kunstkringen Les Vingt en La Libre Esthétique, richtte hij zich op de decoratie van grote officiële gebouwen.

Honderd jaar later zijn heel wat van deze werken verdwenen of beschadigd, terwijl andere niet kunnen verplaatst worden. Zo zal het kwetsbare, wandvullende De school van Plato (zes bij drie meter !) het Parijse Orsaymuseum allicht nooit meer verlaten. De vijf reusachtige allegorische panelen die Delville in het Brusselse gerechtsgebouw schilderde, bleven in de grote brand van 1944. Het geweldige doek Le cycle passionnel, dat Delville naar Dante realiseerde en dat sterk verwant is met het reliëf De menselijke driften van Jef Lambeaux, had de Eerste Wereldoorlog al niet overleefd. In Namen worden gelukkig voorstudies getoond waaruit blijkt dat Delville een uitzonderlijk getalenteerd tekenaar was.

Wat zien we als we naast al dat (sterk gedateerde) symbolistische geweld kijken? Een boer met lege handen als kolenschoppen, lang voor Permeke. Enkele tientallen verrassend moderne schetsen waar de zinnelijkheid van afspat - Delville wist heel goed hoe hij lijven moest laten kronkelen. Fascinerende en raadselachtige intriges in bizarre setting. Illustraties bij literair werk van tijdgenoten.

De expositie opent met een wervelende schets voor de Prometheus, die nog altijd op een muur van de Brusselse Université Libre prominent het vrije denken staat te verdedigen. Rare kwast, die Delville. Maar altijd interessant, ondanks of precies dankzij het patina van de tijd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234