Dinsdag 06/12/2022

Kunst en de onmisbare taal

Hugo Bousset

Hugo Bousset

In de stille periode van de zomer word ik geconfronteerd met een ander soort boeken: catalogi van exposities. Die catalogi hebben een nieuwe functie gekregen: het zijn niet langer verzamelingen van afdrukken als geheugensteuntje voor wie de expositie heeft bezocht, maar boeken waarin woord en beeld op elkaar inspelen, boeken waar is over nagedacht, composities van de curator of van de kunstenaar zelf.

Ook voor het individuele doek is taal soms onmisbaar. Zo vindt Luc Tuymans de titel het hart van het beeld, dat wat niet geschilderd kan worden, the missing image. Op de tentoonstelling The Purge in het Bonnefantenmuseum van Maastricht viel het me op: er gaapt vaak een kloof tussen de titels en de werken zelf, en in die leegte heeft de verbeelding van de kijker veel ruimte. Een man met gekruiste armen heet Himmler, een ouderling met bril en baard A Flemish Intellectual, een kinderkamer Silent Music en een uitvergroot insect voor een lichaam Superstition. De titels geven een déclic bij het kijken. De eerste twee vermelde schilderijen deconstrueren het mythische nationalisme. Himmler kennen we, en de Vlaamse intellectueel is Ernest Claes. De kinderkamer heeft niets idyllisch: het lijkt eerder een claustrofobische ruimte waar alles op misbruik en paniek wijst. In de koele doeken van Tuymans krioelt het van betekenissen. Het zogenaamde estheticisme van zijn werk is de bedrieglijke kant van een oeuvre dat reflecteert over brandende kwesties. Een eerste blik op zijn werk kan een indruk genereren van herkenbaarheid en welbehagen. Maar de tweede keer gaapt de afgrond van obsessies en neuroses. De banaalste voorwerpen, gezichten en scènes - het is een vondst om van de Bonnefantencatalogus een krant te maken - ademen onbehagen, agressie, vervreemding en paniek. Behalve de vreemde kadrering, het plaatsen van de objecten in een vacuüm en de vale kleuren spelen ook de titels een beslissende rol.

Kijken we naar Superstition. We gaan op zoek naar de (lege) kern van het werk. Tuymans: "It's an element through which you can disappear, through which you could be displaced or swallowed. In a painting there is always a weak spot; a painting should always have an entrance or hole through which you can enter." Ik denk dat Superstition treffend aangeeft waar de schilder mee bezig is: het wegzuiveren van de horror van het bestaan. Het donkere, wanstaltig uitvergrote insect bevindt zich voor een menselijk lichaam, waarvan de armen en benen zijn gespreid. Iemand wordt bedreigd en aangevallen door een demon in de vorm van een insect. Het is een vormeloos, opgezwollen ding dat de man of vrouw penetreert. De dikke kop en rare oortjes bedekken eventuele vrouwenborsten. Met de linkerpoot wordt een been hoger getild, om de penetratie te vergemakkelijken. De lijn van de rechterpoot valt samen met de bovenkant van het andere been, waardoor het effect van opslokking groter wordt. Door de kadrering is de mens al gereduceerd tot een romp, die nu ook dreigt te verdwijnen onder het gewicht van de neukende klopgeest. De klopgeest staat dan voor de zwaarte van onze moordende traumas en obsessies. We bezwijken onder onze eigen neuroses.

Maar als je het scenario nu omkeert? Juist doordat het duivelse insect geschilderd wordt, verwijdert het zich, het menselijke hoofd is vrij en het lichaam gaat open. Of nog anders: als je wordt leeggezogen en opgeslokt, is de zuivering nabij. Tuymans: "Superstition could be a nom de plume for art. Art that transgresses, that transmits. The insect in Superstition sucks you in; its almost shamanistic." Luc Tuymans is een kunstenaar bij wie taal en schilderij verbonden zijn zoals de twee figuren in Superstition.

Soms dienen teksten in catalogi om je tegen af te zetten. Neem nu de catalogus De Verzameling van het S.M.A.K. in Gent. Het werk dat me het meest boeide was een installatie van Zoe Leonard: Untitled. Ze hangt foto's van vagina's tussen achttiende-eeuwse rococoportretten. De tekst van Ingrid Commandeur daarover: "Leonard maakt hier gebruik van het uitvergrote contrast tussen de verbeelding van een persoonlijke fysieke werkelijkheid - in dit geval onmiskenbaar verbonden met de problematiek van het aidsvirus in de VS - en de depersonaliserende krachten van de gevestigde orde. Wat Leonard in feite doet, is spelen met de verschillende codes en conventies van afbeeldingen: dat wat bij uitstek als een taboe gold bij het afbeelden van de vrouw, wordt als keiharde zwart-witte fotografische realiteit onthuld, in scherp contrast met de klassieke representatie van de vrouw." De auteur van deze tekst maakt uitvoerig gebruik van reeksen tegenstellingen, die kennelijk helder zijn als water, en bovendien vertellen wat Leonard in feite doet.

Mijn blik heeft andere en vooral paradoxaler dingen gezien. De rococovrouw zou moeten staan voor de burgerlijke code van de preutse moraal. En daar lijkt het natuurlijk op. De hele setting wijst op welstand, afstand, verhulling, onaantastbaarheid, en sluit in die zin perfect aan bij de code van de zeventiende en achttiende eeuw: sluiting van de bordelen, introductie van nachthemden, vertroebeling van het badwater door zemelen en melk, verbod op alle seksuele handelingen behalve het paren met de vrouw op haar rug, gebruik van poeders, reukwerken en pruiken. De betere klasse wou zich door kuisheid onderscheiden van de grove lichamelijkheid van de lagere standen. De nieuwe elite wou door een verfijnd en smetteloos voorkomen duidelijk maken dat ze niets te maken had met de wereld van perversiteit en geslachtsziekten. Daartegenover staat dan de close-up van een vagina. De obscene blik van de mannelijke (en vrouwelijke) kijker ziet een gebruiksklaar genotsmiddel van een vrouw die tot een kut is gereduceerd, en misschien al door aids is aangetast. Tot hier klopt het zwart-wit plaatje. Maar er zijn andere lezingen mogelijk. Neem die achttiende-eeuwse vrouw. De tijd waarin ze leeft is gekenmerkt door een dubbele moraal, die haar hoogtepunt kent in het oeuvre van Markies de Sade, de encyclopedist van de perversie. Het gaat om een wormstekige samenleving, waarvan de schittering een uitputtende leegte verbergt. De dames en heren van de rationele Verlichting gaan ten onder aan een koketterie van stervenden. In tegenstelling daarmee zien we dan de verrukkelijke vagina van een moderne vrouw, die zich ongegeneerd in haar volle glorie laat fotograferen. De kijkende man/vrouw ziet eerst natuurlijk de smakelijke vrucht, maar daaronder ziet hij/zij ook de geheime grot, die leidt naar een andere aanlokkelijke opening. Geen decadentie, geen onderdrukking, geen ziektebeeld. Wel genot van het vlees, trots over de vrouwelijke sekse, uitzinnige vitaliteit.

Taal en kunst. Bij Luc Tuymans maken de titels deel uit van de schilderijen, en bij uitbreiding ook zijn teksten over die titels. Een installatie als die van Zoe Leonard bestaat niet echt zonder de geschreven reacties van wie kijkt.

In deze rubriek blikt criticus Hugo Bousset terug op recente of minder recente literatuur. Hij maakt ons attent op een door de kritiek veronachtzaamd boek of verbaast zich over een te hoog geprezen werk. 'De afdronk' verschijnt om de twee maanden.

over woord en beeld

in kunstcatalogi

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234