Zaterdag 06/03/2021

Kunnen wij iets leren van de Walen?

Hoe veeg je extreem-rechts van de kaart. Een cursus in acht lessenZes jaar geleden veroverde extreem-rechts 26 zetels in diverse Waalse gemeenteraden. In Brussel waren het er 46. Media en politicologen hadden het over de zwarte olievlek die het zuiden van het land had bereikt en vast niet meer te stoppen zou zijn. Wat zou dat in 2000 worden, wanneer het Front National in zoveel meer gemeenten lijsten zou indienen? Zondag bleven er van die 26 zetels 6 over. In Brussel waren het er 2. Kunnen wij iets leren van de Walen?

DOUGLAS DE CONINCK

Toen Manuel Abramowicz maandag op zijn kantoor aankwam, moet hij even hebben gedacht: vaarwel, mijn levenswerk. Abramowicz is de wandelende encyclopedie van al wat zich afspeelt bij Franstalig extreem-rechts en heeft enkele boeken over het onderwerp op zijn naam staan. Grinnikend maakt hij de optelsom: "Drie zetels voor het FN in Charleroi en één in Farciennes. Verder nog eentje voor het FNB in Verviers en eentje in Moeskroen. Et c'est tout. Franstalig extreem-rechts bestaat praktisch niet meer. In Luik, waar we een paar jaar geleden nog zo bevreesd waren voor Agir, haalt extreem-rechts geen enkele zetel meer. Het is prachtig."

Zoals het deskundigen betaamt, ziet Abramowicz ook redenen tot relativering. "In Brussel zet het Vlaams Blok zijn opmars voort. In 1994 had het in vier gemeenten één verkozene. Nu is het met vijftien verkozenen aanwezig in acht gemeenten. Hier moet je dan nog de vier zitjes van Demol in Schaarbeek bij optellen." Het FN verloor in Brussel niettemin veel meer dan het Blok won. Van zijn 46 zetels, verspreid over 15 gemeenten, houdt het FN er welgeteld 2 over (allebei in Molenbeek). Tel je de resultaten van Blok en FN samen, dan is in Brussel het aantal extreem-rechtse verkozenen gehalveerd: van 50 in 1994 naar 21 nu. Het verheugende, vindt Abramowicz, is dat de Franstalige kiezer niet onverschillig is gebleven voor het fenomenale geklungel van de FN-verkozenen van toen. Zij haalden enkel het nieuws met vervalste kieslijsten, veroordelingen wegens het aanzetten tot racisme of pedofilie en onderlinge gevechten. In tal van gemeenteraden zijn ze ook zelden of nooit komen opdagen. "Dat is iets wat jullie misschien iets te snel vergeten", zegt Abramowicz. "Het Vlaams Blok is in Europa een bijna uniek verschijnsel. Buiten de FPÖ van Jörg Haider vind je nergens een zo professioneel gestructureerde extreem-rechtse partij. In Wallonië hebben we nooit iets vergelijkbaars gehad." In 1994 zag het er naar uit dat dat snel kon veranderen. Bij de verkiezingen die volgden, verwierf het FN zitjes in de Kamer, in de Waalse en Brusselse raden en zelfs het Europees Parlement. De olievlek breidde uit. Was er niet die spetterende ruzie geweest tussen voorman Daniel Féret en voorvrouw Marguérite Bastien, dan had de partij zich moeten kunnen organiseren, zoals het Blok. "In feite," zegt Abramowicz, "bestond het FN uitsluitend uit bietekwieten. Hoewel. In zekere zin kun je dat ook van het Blok zeggen. Daar heeft men ook interne twisten en schandaaltjes gekend. En dat is door de kiezer niet bestraft." Vreemd. Wat maakt Wallonië zo anders dan Vlaanderen?

De Franstalige media zwijgen extreem-rechtse partijen al jarenlang consequent dood. Op één enkele uitzondering na heeft nog nooit iemand van het Front National (FN) het Nouveau de Belgique (FNB) van Marguérite Bastien, of wat voor vertakking ook, mogen deelnemen aan een tv-debat. De man in de straat heeft niet het geringste idee hoe deze mensen er zouden kunnen uitzien. Van Bastien, die van 1995 tot vorige zomer voor het FN(B) in het parlement zetelde, is dat een beetje verwonderlijk. Zij is een ex-magistrate, werkte ooit nog voor justitieminister Jean Gol, is welbespraakt en komt heel koket over. Jarenlang heeft Bastien de RTBf en RTL bestookt met brieven en processen om eens haar zeg te mogen komen doen op de buis. De zenders beantwoordden de brieven niet eens.

Pascal Vrebos, moderator van het populaire zondagmiddagprogramma Controverse op RTL zal die ene uitzondering nooit vergeten. "Ik voel me er verantwoordelijk voor. Vijf jaar geleden daagde Gérard Deprez Daniel Féret uit voor een tv-debat. Daar zijn we toen op ingegaan. Met het idee: Deprez zal wel weten wat hij doet. Achteraf voelden we ons rot. Het voorspelbare scenario kwam uit. Elke kijker met wat verstand in zijn hersens was akkoord dat Deprez op punten had gewonnen, maar we hadden Féret de gelegenheid gegeven om zich met een paar van zijn demagogische stellingen interessant te maken tegenover een paar honderdduizend kijkers. Ja, daar heb ik nachten wakker van gelegen." "Dus. Eén keer, en daarna nooit meer. Ik weet dat Philip Dewinter bij jullie bijna wekelijks op de televisie komt. Wel, al schieten ze mij dood: niet bij ons. Punt uit. Als madame Bastien mij een brief schrijft, dan gaat die recht de vuilnisbak in. Ik lees die niet eens en ik val nog liever dood dan te antwoorden." Vrebos heeft geen weet van een vaste afspraak onder journalisten. "Laat ons zeggen dat iedereen dat ziet als de normaalste zaak van de wereld." Thierry Fiorilli staat mee aan het hoofd van de politieke redactie van Le Soir. Ook daar: geen millimeter redactionele ruimte voor standpunten van extreem-rechts. "Neen. Ze mogen roepen, tieren en dreigen zoveel ze willen. Ze komen er niet in. Jamais. Oké, wij hebben makkelijk praten. Bij ons is er geen stad waar extreem-rechts 33 procent haalt. Sinds zondagavond vraag ik me wel af: wat is de oorzaak en wat het gevolg? Bij ons komt extreem-rechts alleen in de krant in geval van problemen met het gerecht of interne oorlogen. Naar hun persconferenties gaan we nooit, tenzij om hun persmappen op te halen en er dan een vernietigende analyse over te publiceren." "Wij hebben in Le Soir nog nooit een foto gepubliceerd van Philip Dewinter en zijn ook niet van plan om dat ooit te doen. Ik wil wel even navraag doen op de fotoredactie. Volgens mij hebben we niet eens foto's van Dewinter in ons archief. Hetzelfde geldt voor Bastien, Féret et compagnie. Zondag zaten we even met een probleem. We hadden een beeld nodig bij ons stuk over de score van het Blok in Antwerpen. Onze fotograaf had een mooie foto van een vervaarlijk ogende skinhead die in het lokaal van het Blok naar tv zat te kijken. We hebben die dan maar gebruikt." "Kijk, het is fundamenteel fout om een figuur als Dewinter in je krant voor te stellen als een gelijke van Elio Di Rupo of Jean-Luc Dehaene. Dat is hij niet. Wij willen niet de indruk wekken dat zij politici zijn comme les autres. Wij willen ons niet medeplichtig maken aan dat subjectieve gevoel dat na een aantal jaren kan ontstaan. Jarenlang hebben we hier gedacht: misschien zijn we naïef en helpt het geen donder, maar sinds zondag weten we het wel."

Thierry Fiorilli heeft zo zijn persoonlijke bedenkingen bij het Vlaamse cordon sanitaire. "Blijkbaar kan dat als remedie niet volstaan, hé. Zoiets kan volgens mij alleen werken als iedereen meedoet.

Nu zitten jullie in een situatie waarin alle democratische politici zeggen: 'Zij mogen niet meespelen, want zij zijn geen echte politici.' Anderzijds hoeft de kiezer zijn tv maar aan te zetten of daar verschijnt een grijnzende en zelfverzekerde Dewinter in een debat, zij aan zij met de voorzitters van andere partijen. Hoe kun je zo iemand nog meer bestendigen in die zo lucratieve slachtofferrol?"

"Ik vind het vreemd dat je in sommige Vlaamse kranten commentaren leest waarin staat dat het cordon sanitaire een goede zaak is en enkele pagina's verder een interview met Philip Dewinter aantreft. Sorry, dat begrijpen wij niet."

Zes jaar geleden was La Louvière de zwarte vlek bij uitstek op de Waalse politieke landkaart. Het FN behaalde er 14,4 procent van de stemmen en 6 verkozenen. Zondagavond zorgden de resultaten in La Louvière overal in Franstalig België voor tranen. Tranen van geluk, deze keer. FN: 3,1 procent. Aantal zetels: nul.

De held van 8 oktober 2000 was Willy Taminiaux. Eind vorig jaar kondigde de 61-jarige PS-minister in de Waalse regering in een pathetische toespraak aan dat hij naar La Louvière zou terugkeren met de woorden: "Moi, je vais casser les reins au FN!" Vrij vertaald: de minister zou elke FN-kiezer persoonlijk de nek omdraaien. Olifant Taminiaux ging met zoveel gedaver door de porseleinwinkel dat zelfs het elders in Wallonië overal boomende Ecolo op twee zetels bleef steken. "Je kunt inderdaad spreken van een Taminiaux-effect", geeft Antonio Caci, de lokale Ecolo-voorman toe. "Ik weet dat de naam Taminiaux u in Vlaanderen niet veel zegt. Voor de man in de straat was het hier van: waw, een minister die zich om ons komt bekommeren." Taminiaux leidde zijn PS naar 56 procent van de stemmen en 29 van de 44 zetels. Acht zetels meer dan in 1994. "De analyse is snel gemaakt", zegt Caci. "Dat het FN het destijds zo goed deed, kwam door het ontslag van de drie Guys in de Agusta-affaire en ook door de plannen voor een asielcentrum, hier vlakbij. C'était le ras-le-bol. Een momentopname. Al wat de PS in 1994 heeft verloren aan het FN heeft Taminieux zondag teruggewonnen." Caci heeft het een beetje lastig met de plotselinge algehele verering van Willy Taminiaux. "Per slot van rekening is hij een populist, zo'n man met een heel actief sociaal dienstbetoon. Niet echt een toonbeeld van nieuwe politieke cultuur quoi. De strijd tegen extreem-rechts is hier aanvankelijk vooral gevoerd vanuit de culturele sector. Maar toegegeven: Taminiaux kwam en het FN verdween."

Liever dan de meer dan bevredigende scores van zijn eigen partij te bejubelen, gaf PS-voorzitter Elio Di Rupo zondagavond in een eerste reactie onmiddellijk uiting aan zijn bezorgdheid over wat er in Antwerpen en enkele andere Vlaamse gemeenten was gebeurd.

Volgens Pascal Vrebos (RTL) wist Di Rupo drommels goed waarom hij dat signaal de wereld instuurde. "Wat hij eigenlijk wou zeggen was: 'Vlaamse vrienden, kijk nu eens naar ons.' Het valt mij op dat geen enkele Franstalige politicus ooit op de kar van extreem-rechts is gesprongen, zoals Tobback en Vande Lanotte dat op een gegeven moment hebben gedaan. Mensen als Di Rupo, Busquin en Maystadt hadden altijd een omgekeerde reflex; als we ze nu ook nog eens gaan napraten, dan is dat voor de kiezer alleen een aanmoediging om de volgende keer weer extreem-rechts te stemmen. Want men kiest toch altijd voor het origineel."

Naast La Louvière was ook Charleroi een absoluut wingewest voor het FN. Charleroi is industriële archeologie. Weinig steden zijn zo arm, werkloos en zo hopeloos slecht bestuurd als deze. Nergens in België lijkt een vruchtbaarder voedingsbodem aanwezig.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 behaalde het FN in Charleroi 10,5 procent van de stemmen, goed voor 5 van de 51 zetels in de gemeenteraad. Zondag bleef daar 6,9 procent van over. Drie zetels. Hiermee is Charleroi nu de bruinste stad van Wallonië, maar dat is relatief, vindt Patrick Moriau, burgemeester in buurgemeente Chapelle-lez-Herlaimont en voorzitter van de PS-federatie van Charleroi: "Voor dit resultaat had elke democraat vooraf getekend. Ik had vooraf een goed gevoel. We zouden ze klein krijgen. Toch blijf je op zo'n avond natuurlijk met een bang hartje naar dat tv-scherm staren." Vanuit puur bestuurlijk oogpunt hoefde de PS nergens zorgen over te maken. In Charleroi regeert ze al sinds mensenheugenis met absolute meerderheden. Dat bleef ook na 1994 zo. Zondag verloor de PS in Charleroi twee van haar 32 zetels (op een totaal van 51). De vreugde om het verlies van het FN was echter groter. "Je moet vooruit kijken", benadrukt Moriau. "Als zoiets als het FN de kop opsteekt, dan moet een partij als de onze onmiddellijk in staat van groot alarm verkeren. Kijk naar Antwerpen, waar men veel te lang heeft gedacht dat het vanzelf zou verdwijnen. Ons recept? De mensen uitschelden (lacht). Daar komt het een beetje op neer." In Charleroi heet de burgemeester Jacques Van Gompel. Hij is het prototype van de PS-apparatsjik, de totale incarnatie van wat het FN zo graag omschreef als de "corrupte en door sclerose aangetaste politicus". Patrick Moriau: "Een stom voorbeeld. Begin vorig jaar meldde men ons dat er in een bepaalde wijk een vergadering was belegd door boze bewoners. Hun wijk was door een stuk autosnelweg van de rest van de stad afgesneden. Ze voelden zich geïsoleerd. De wijk bestond vooral uit potentieel OCMW-cliëntèle. We vernamen dat een paar FN-militanten op die mensen aan het inpraten waren geweest. We organiseerden meteen een nieuwe vergadering. Stopten uitnodigingen in alle brievenbussen. Wij daar naartoe. Er waren 150 mensen. Ik heb Van Gompel aan zijn oren moeten meesleuren. 'Ze gaan mij uitjoelen', piepte hij. Ja, zei ik. Et alors? Weet je wat uiteindelijk de aanleiding was tot al dat ongenoegen? Het feit dat Belgacom een telefooncel was komen weghalen. Daarover zaten ze te zeuren." "Wij hadden vooraf wat inlichtingen ingewonnen bij Belgacom. Die telefooncel, zo bleek, werd al jaren niet meer gebruikt. Nul conversaties per dag. We toonden die mensen de statistiek. Toen begon iemand in het publiek te morren over een verkeersdrempel die te veel lawaai veroorzaakte. Waarop een ander: 'Ja maar, ik heb kinderen. Er moeten juist meer verkeersdrempels komen.' Denk nu niet dat wij neerbuigend hebben zitten te doen. Over bepaalde kwesties hadden die mensen echt een punt. Het was meer zo van: 'Kom, we gaan praten.' Een betere remedie tegen misverstanden is er niet. Blijkt dan dat ze onzin uitkramen, draai dan ook niet rond de pot. Dat heeft niemand graag." "Ik ga altijd vreselijk te keer wanneer iemand mij in de bistro aanspreekt om te zeuren over 'al die migranten die onze banen inpikken'. Je kunt twee dingen doen: met een air van 'laat mij gerust' je spaghetti opeten en nooit meer naar die bistro terugkeren of in de tegenaanval gaan. Ik vind: een beetje pathos mag. Probeer hun taal te spreken. Je moét zo'n bistro ook binnen durven te gaan. De vrees dat je daar als bekende politicus hoe dan ook op je donder krijgt, blijkt achteraf altijd onterecht. Kijk naar Van Gompel. Hij heeft het geleerd. Voor anderen, zoals onze fantastische Willy Taminiaux, is het alleen een kwestie van even de knop omdraaien."

"Ik zweer van op deze plaats dat ik nooit meer deel zal uitmaken van een extreem-rechtse partij en dat ik er voortaan alles aan zal doen om die te bestrijden."

Dat was, 23 november 1999, de enige keer dat het Henegouwse FN-provincieraadslid Françoise Vereecke de krantenkolommen haalde. Ze was een arbeidersvrouw die zich in een stomme opwelling op de lijst van het FN had laten zetten en tot haar eigen verbazing verkozen was geraakt. "Ze kwam alleen naar de provincieraad omdat de drank in de bar gratis was", weet Antonio Caci (Ecolo). "Geen enkel democratisch provincieraadslid heeft ooit een woord met haar gewisseld. Zelfs de barman trok een zuur gezicht wanneer ze kwam bestellen. Opeens stond ze daar dus op dat gestoelte. En daarna was iedereen vriendelijk (lacht)." We hebben wel meer van die figuren gekend. Bij ons, in de gemeenteraad in La Louvière, was een zekere Christian Gelay fractieleider en grote man van het FN. Hij was gehuwd met een Italiaanse. Daar pestten we hem altijd mee. Ook Gelay heeft slechts één moment de gloire gekend. Toen hij in een toespraak verklaarde dat zijn aansluiting bij het FN de grootste vergissing van zijn leven was geweest." "Een tragische figuur trouwens, die Gelay. Hij was ooit nog gedelegeerde geweest voor de socialistische vakbond. Ook hij heeft het hard te verduren gehad. Doordat het FN zes zetels in de raad had, verplichtte de wet ons om een vertegenwoordiger op te nemen in de raad van bestuur van ons cultureel centrum. We zijn daar en bloc tegenin gegaan. Het FN heeft zijn vertegenwoordiger nooit gekregen. Onwettig? Tja. Jammer. Voor mensen die de wet op de culturele vereniging toch willen verkrachten. Daar was iedereen het meteen over eens."

Niets is zo vermakelijk als twee fascisten die elkaar de oorlog verklaren. Dat is het moeilijkst te organiseren. "De media kunnen daar wel gezamenlijk op inspelen", merkt Thierry Fiorilli (Le Soir) op. "Wij spiegelen ons vaak aan Frankrijk, waar Le Pen en Mégret elkaar naar het leven staan, wat daar tot de implosie van het Front National leidde. Wij hebben, op kleinere schaal, hetzelfde zien gebeuren met Féret en Bastien. Van dat moment af mag het FN dan wel in de krant, hoor. Niet met hun gezichten en zeker niet met hun standpunten. Toen het gebeurde, hoorde dat wel te worden uitvergroot. Heel Franstalig België moest dat weten en er de volgende dag over praten. Wat ook gebeurd is."

Als een Vlaming xenofoob is, dan is hij dat op een andere manier dan een Waal. KUB-hoogleraar Lieven De Winter (zie ook Opinies, pagina 36) wees enkele jaren geleden al op het onderscheid tussen het Vlaamse etno-nationalisme, gestoeld op culturele ontvoogding, en het Waalse eco-regionalisme. Franstaligen doen vervelend tegen hun Marokkaanse buurman om dat ze die ervan verdenken dat hij en zijn familie arbeidsplaatsen komen pikken. Bij Vlamingen ligt het accent iets meer op de vrees voor de teloorgang van het ras.

Manuel Abramowicz: "Haalbaar is het natuurlijk niet meer, maar dat had de oplossing kunnen zijn. Week de Vlaams-nationalistische agenda los van het Vlaams Blok. Bij ons zie je dat het nationalisme het monopolie is van de traditionele partijen. Van Guy Spitaels kun je zeggen wat je wilt, maar door het inlijven van José Happart bij de PS, heeft hij een Waalse tegenhanger van het Blok al meer dan tien jaar geleden elke kans op overleven ontnomen. Het is nu een beetje laat. Ik vind de situatie in Vlaanderen en Wallonië ook fundamenteel verschillend. En toch. Enkele lessen zijn misschien wel te trekken."

'Ik zweer van op deze plaats dat ik nooit meer deel zal uitmaken van een extreem-rechtse partij'

(FN-verkozene in de Henegouwse provincieraad, na vijf jaar lang te zijn gepest)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234