Woensdag 18/05/2022

'Kunnen de strijders dan niet gewoon vertrekken?'

Op het binnenplein van het ziekenhuis ziet de sneeuw bloedrood. Bij nacht en ontij zijn alweer tweeduizend strijders met hun gewonden en doden uit Grozny vertrokken. Op de grond staan draagberries, vijf lijken liggen op hun rug, het gezicht bedekt met lakens. Onder hen bevindt zich het lichaam van Aslambek Ismaïlov, de commandant die belast was met de verdediging van de hoofdstad. Nu en dan komt een van de soldaten aan een hoek van zijn lijkwade trekken. Hij bekijkt enkele seconden lang het ijzige gelaat en zijgt op zijn knieën voor een gebed. Tsjetsjenië zoals het is.

Alkhan-Kala

Libération

Anne Nivat

Het hele dorp beeft van de angst. Sinds maandagavond houdt de stroom onafhankelijkheidsstrijders die Grozny verlaten nauwelijks op. Intussen vallen de hele tijd bommen. In de bazaar, waar het anders op de koppen lopen is, staan vanmorgen hooguit drie vrouwen voor hun koopwaar. "Zij die niets hebben moeten toch ook wat te eten krijgen," zegt een van hen met een droevige glimlach.

Roeslan Guelaïev, de opperbevelhebber van de westelijke sector, is 's nachts met zijn manschappen aangekomen. Maar bij de terugtrekking hebben ze enorme verliezen geleden. "Aan beide zijden", zegt Zelimkhan, een dertigjarige strijder. "De corridor die we gebruiken is een echte val. De Russen wisten dat we naar buiten zouden komen. Ze hebben alles vol mijnen gelegd. Veel van mijn makkers hebben een been verloren."

De meerderheid van de gekwetsten die het ziekenhuis van Alkhan-Kala binnenkomen hebben verwondingen aan de onderste ledematen. Samen zijn ze met een honderdtal. "In Grozny was het zo erg dat we elkaar aankeken met de vraag wie de volgende zou zijn", herinnert Zelimkhan zich. "Natuurlijk waren we bereid om te sterven, en dat zijn we nog steeds. Maar onze menselijke verliezen zijn te groot: tussen vijftien en twintig mannen per dag worden door artillerievuur getroffen en sinds kort ook door aerosolbommen die erg krachtig zijn."

De Russische president ad interim, Vladimir Poetin, "heeft een overwinning nodig vóór de verkeizingen van 26 maart", denkt Zelimkhan. "Hij moest de stad dus voor die datum innemen. Daarom zijn wij naar buiten gekomen. Het zou goed kunnen dat er een geheim akkoord is ondertekend tussen de leiders in het Kremlin en (de Tsjetsjeense president) Alan Maskhadov."

Zelimkhan heeft nog maar net zijn zin beëindigd of er verschijnt een bommenwerpende helikopter in de lucht. "Verspreiden, jullie moeten je verspreiden," roept de directeur van het ziekenhuis. Vrouwen en kinderen rennen naar de schuilplaatsen.

's Anderendaags op de middag doet het gerucht de ronde dat Russische soldaten naar het dorp onderweg zijn om er de huizen te doorzoeken. Het artilleriegeweld lijkt dichterbij te komen. Aan de hemel zijn vliegtuigen verschenen en de inwoners hebben zich in hun kelders teruggetrokken.

Het bombardement is vreselijk: ramen vliegen aan stukken, overal vallen gloeiende splinters neer, de muren beven, de deuren gaan vanzelf open. De nachtmerrie zal meer dan vier uur duren. Uit elke woning komen zwarte rookkolommen opgestegen. Iakha, 26, woont bij haar grootmoeder. Het hele bombardement lang probeert ze zich bij haar huishouden te houden en stukken glas op te rapen. Nu en dan prevelt de oude vrouw enkele gebeden. "Zijn hier nog overlevenden?," schreeuwt ze het plots uit.

Bij het vallen van de nacht komen drie boïviki's, moslimstrijders die een gewonde met zich dragen, de plek bekijken. Moussa, een 22-jarige strijder die 's morgens uit Grozny is vertrokken, heeft zijn linkerbeen verloren. Een verpleegster met een groene islamsluier komt langs, haalt twee spuiten uit haar tas, pijnstillers en tranquilizers. Iakha verbergt haar onvrede en angst. Een gewonde binnen haar muren, die kan ze niet weigeren. "Anders zullen ze de oorlog tegen mij ontketenen. Dus ondergaan we ons lot. Trouwens, met deze strijder hier heb ik medelijden."

Iakha dekt de tafel voor het avondmaal. Twee buren die even langskwamen zijn gebleven en twee vrouwen wier huizen geen ramen meer hebben, zullen bij Iakha de nacht doorbrengen. Rond de borden met aardappelsoep ligt brood, aangebrand want vergeten op het fornuis tijdens het bombardement. Niemand heeft honger, maar iedereen doet zijn best. In het halfduister buiten weerklinkt het vuren van automatische geweren. "Wat doen ze daar nog?" klaagt Iakha. "Kunnen de strijders dan niet gewoon vertrekken?"

De Russische troepen die het dorp omsingelen riposteren met schoten. "Gewoon om te tonen dat ze ons nog niet vergeten zijn en om de burgerbevolking bang te maken", zegt Saittami, Iakha's buur. "Ze willen ons verplichten om de strijders te laten vertrekken, maar wij hebben niet de minste controle over ze. Het enige wat we kunnen doen is wachten."

De burgers van Alkhan-Kala maken zich ongerust: na de bombardementen vrezen ze een Russische inval nu de Tsjetsjeense strijders nog bij hen vertoeven. Moussa, die bij Iakha in een bed ligt, wordt geschoren, gewassen en in burgerkleren gestopt. Ze hopen hem weg te kunnen brengen zodra er een auto beschikbaar is. Er wordt geld opgehaald om hem door de verschillende controleposten te krijgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234