Donderdag 13/05/2021

Kuifje in nachtmerrieland

Volgende week verschijnt X, een nieuw en opmerkelijk boek van de Amerikaanse tekenaar Charles Burns. Hoewel het eerste plaatje uit de strip niet meer is dan een vage schaduw van de kuif van een jongen, zullen Kuifjekenners meteen de link leggen met de rosse reporter van Hergé.

Ook de cover verwijst overduidelijk naar Hergés album De geheimzinnige ster. Maar Burns vindt zijn album allesbehalve een Kuifje-album. Integendeel. “Voor een stuk gaat het over mezelf. Er waren persoonlijke dingen die ik wilde verwerken in het boek.”

‘Dit is het enige wat ik me herinner. Het moment waarop ik wakker word en niet weet waar ik ben.’ Met die woorden begint X. Doug, het hoofdpersonage - een zwartharige jongen met een kuif en een pleister op zijn hoofd - wurmt zich even later door de uitsparing in de muur van zijn slaapkamer, om terecht te komen in een akelig uitziend dorpje waardoor een wilde rivier stroomt. Op een voorbijdrijvende boomtak klampt zich een klein monstertje vast. Nog even later betreedt hij een ruimte waarin witte eieren liggen waarvan de schalen eenzelfde soort helrode spatten vertonen als de reuzenpaddestoel op de cover van het Kuifje-album De geheimzinnige ster.

Vette kluif

Klinkt onschuldig, maar de typische Burnshorror - het specifieke genre dat hij zich op zo’n eigenzinnige wijze eigen maakte en waardoor hij wereldberoemd werd - maakt zich kenbaar in de volgende plaatjes: groene, reptielachtige wezens, mannen met een gapend gat in de plaats van hun neus, of een aan de muur gedrapeerde gigantische tong waar grote maden (met tranen in de ogen) in- en uitkruipen. Nog verderop transformeert het uiterlijk van het hoofdpersonage in een meer realistische versie, speelt hij gedurig met flashbacks en wordt het hoofddecor dat van de Amerikaanse kunstscène uit vervlogen tijden, waarin jongeren op hun eigenste manier kunst proberen maken. Dat doet de Amerikaan in een stijl die nog het meeste aanleunt bij ‘de klare lijn’-stroming van Hergé, Kuifjes geestesvader. Op pagina 18 siert zelfs het silhouet van Kuifje: mét de typische neus, mét de bekende kuif, maar ook mét een gigantische veiligheidsspeld in het oor.

Kuifje op speed, zou je denken, maar Burns ziet dat duidelijk anders. Een jaar geleden gaf hij al toestemming om in De Morgen de toen nakende cover van X (oorspronkelijke titel: X’ed Out) af te drukken. Het was zijn nieuwste werk na Zwart gat, een bijna 370 pagina’s tellende graphic novel waarin jongeren in het Seattle van de jaren zeventig geconfronteerd werden met een seksueel overdraagbare ziekte die hen letterlijk transformeerde in monsters. X is heel wat luchtiger, zegt Burns nu. “Het gaat over alles behalve seks, en als het er toch in voorkomt, is het diep begraven. (Met pretlichtjes in de ogen) Ik ben er zeker van dat psychiaters die het werk van Hergé hebben geanalyseerd, ook bij hem onderdrukte seksuele gevoelens zouden aantreffen. Ik hoorde van iemand die, naar aanleiding van de op stapel staande Kuifjefilm, suggereerde dat Kuifje gespeeld zou moeten worden door een vrouw. It makes sense, vind ik.”

“Eigenlijk heeft X’ed Out niets met Kuifje te maken”, aldus Burns. “Het gaat eerder over invloeden die in je onderbewustzijn sluipen. Kijk, nog voor ik kon lezen werden mij Kuifje-albums in de handen geduwd. Ik herinner me dat ze erg verleidelijk waren door de kleur en de klaarheid van de tekeningen. Voor mij was dat een intense belevenis. Ik had op dat moment andere, eerder goedkope Amerikaanse comics rond me, maar met Kuifje kwam ik terecht in een specifieke wereld. Ik reflecteer op die boeken, en dat geldt zeker ook voor mijn personage, de protagonist uit X. Laat ik het er op houden dat je in dit boek twee parallelle universums hebt: een Kuifje-achtige wereld en de normale wereld van de protagonist.”

“Maar goed”, gaat Burns verder, “in zekere zin herken je het Kuifje-universum wel. Dat gaat soms over details. Bijvoorbeeld: het eerste deel van X is een dun album, maar het is exact hetzelfde aantal pagina’s als tijdens de gloriejaren van de Franco-Belgische strips: 56 pagina’s.”

Hoelang hij wil verder gaan met deze reeks, daar is de auteur nog niet helemaal uit, maar hij mikt op minstens twee delen. “Ik laat immers het verhaal toe om organisch te groeien, ook al heeft het dan geen begin, midden en einde. Maar er zit een met mezelf afgesproken stop op het aantal pagina’s - 56 dus - en daar moest ik rekening mee houden.”

X is een typisch Charles Burns-verhaal, waar vreemde wezens en monsters als vanouds van de partij zijn, maar ondanks de mysterieuze decors en eigenaardige personages, verwijst het misschien nog meer naar zichzelf dan in zijn ander werk. “X vindt plaats tijdens de late jaren zeventig in de wereld van kunstschool: performance art, fotografie, punk... Dat zijn de dingen waarmee ik vroeger op een of andere manier verbonden was. Voor een stuk gaat het dus over mezelf. Er waren in dit geval zeker dingen over mezelf die ik wilde verwerken in het boek."

Burns kreeg in het verleden al vaker te horen dat psychoanalisten een vette kluif zouden hebben aan zijn werk. Daar is hij zich van bewust. Ontkennen doet hij in elk geval niet. Hij grijnst wanneer hij zegt dat X zich laat lezen als een Charles Burns-handboek. “Noem het een typisch voorbeeld van schizofrenie. Maar er zitten veel metaforen in, veel symbolisme ook en herhalingen van typische beelden die doorheen het verhaal circuleren.”

Schadeclaims

Dat de Europese stripscène er vooral linken met Kuifje in zal zien, beseft hij terdege. En hij knikt instemmend wanneer de titel De geheimzinnige sterren valt. “Ja, jij ziet misschien direct die link, en andere Europeanen wellicht ook, maar in Amerika zijn die tekeningen, of die symboliek waarvoor ze staan, niet zo in het collectieve geheugen ingebed.” Bang voor eventuele schadeclaims op copyright van Moulinsart, de erfgenamen van Hergé, is hij niet. Hij sprak het door met zijn Amerikaanse uitgever en diens juristen. “Daarvoor is het allemaal te surrealistisch en staat het te ver af van de wereld van Hergé. Dat iemands stijl ‘de klare lijn’ van Hergé benadert, kun je hem toch niet kwalijk nemen. En dat iemand is uitgedost met een gelijkaardige kuif - geen roodharige maar een zwartharige kerel dan nog wel - kan al helemaal geen voer zijn voor een proces? Toch?”

Charles Burns

n Geboren in 1955.

n Is tekenaar, illustrator en cineast.

n Werkt en woont in Philadelphia.

n Zijn bekendste werk is Zwart Gat, dat vorig jaar verscheen bij Oog & Blik/De Bezige Bij. Het werd wereldwijd vertaald. Ander werk: De vloek van de molleman, Dog boy, Skin deep en Big baby.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234