Zondag 24/10/2021

Kuifje in de ban van de inca's

expo

'met kuifje naar peru' in brusselse musea voor kunst en geschiedenis

Zowel grootmeesters Hergé als Edgar P. Jacobs waren trouwe bezoekers van de Brusselse Musea voor Kunst en Geschiedenis en lieten zich door de eeuwenoude voorwerpen aldaar inspireren voor hun verhalen. In de zopas geopende tentoonstelling Met Kuifje naar Peru wordt het accent gelegd op Hergés studies en voorbereidingen voor Het gebroken oor, De 7 kristallen bollen en De zonnetempel. Pronkstuk van de expositie is evenwel de mummie Rascar Capac.

Brussel / Van onze medewerker

Geert De Weyer

Een zware donder galmt door de kamer. Bliksemschichten tekenen zich af tegen de wanden. In het midden van die met boekenrekken gevulde ruimte zit achter een glazen vitrine de verwrongen mummie Rascar Capac hallucinant te wezen. Het morbide sfeertje wordt nog een extra benadrukt door enkele felle spots op de zeven eeuwen oude grimassende mummie te richten, wiens vreemde houding - opgetrokken knieën, op de schouders rustende handpalmen - het geheel nog wat angstaanjagender maakt. Om de klein mannen niet onnodig de daver op het lijf te jagen, worden in diezelfde tombe enkele Kuifje-films geprojecteerd. De zevenhonderd jaar oude mummie Rascar Capac, het pronkstuk van deze expositie, blijft er - gelukkig maar - onbewogen bij.

Zoals bekend was grootmeester Hergé een fervent bezoeker van het Jubelpark, waar onder meer de musea van Kunst en Geschiedenis een onderkomen vonden. En niet alleen Hergé, ook Blake en Mortimer-vader Edgar P. Jacobs, tevens medewerker van Hergé tussen 1944 en 1946, versleet er uren om research te doen. Beiden verwerkten talloze ideeen en vondsten in hun verhalen. Zo zijn veel voorwerpen die opdoken in de Blake en Mortimer-albums afkomstig uit deze musea en liet Jacobs zelfs de toenmalige conservator Jean Capart figureren in Het mysterie van de grote piramide. Hergé van zijn kant beeldde zichzelf dan weer af in Het gebroken oor (in 1935 voorgepubliceerd in Le petit vingtième) en inspireerde dat verhaal op een beeldje uit het Etnologisch Museum, dat in de strip de rol kreeg van 'een uiterst zeldzame Arumbaya-fetisj'.

De curatoren van de expositie Kuifje in Peru hadden zich tot doel gesteld een brede waaier van pre-Columbiaanse archeologische vondsten uit Peru naadloos te laten aansluiten op het oeuvre van Hergé. Dat bleek in eerste instantie echter niet simpel. Toen Hergé en zijn medewerkers zich in de helft van vorige eeuw over de research bogen van hun op stapel staande albums De 7 kristallen bollen en De zonnetempel, bleek de informatie over die Zuid-Amerikaanse cultuur erg schaars. Ze baseerden zich naar verluidt op het uit 1880 daterende werk Pérou et Bolivie van de antropoloog Charles Wiener (die na een Peru-expeditie terugkwam met meer dan 1.000 gravures), een kleurrijk artikel uit de National Geographic Magazine, alsook door de roman L'épouse du Soleil van de Franse auteur Gaston Leroux, die eerder al het Spook van de Opera aan zijn kleurrijk cv mocht toevoegen.

De Fondation Hergé en uitgeverij Moulinsart, die zich zoals bekend als ware kloekhennen over Hergés oeuvre ontfermen, zijn gelukkig niet te beroerd geweest de stelling te ontkrachten als zou Hergé historisch gezien correct en waarheidsgetrouw te werk zijn gegaan. 's Mans eerste bekommernis was, zo stellen ze zelf, een mooi en degelijk gedocumenteerd verhaal af te leveren dat "niet gevangen is in de onbuigzaamheid van de geschiedenis".

Op deze tentoonstelling worden dan ook die (grappige) lacunes en onregelmatigheden ontbloot. Zo kwam de gestolen eenarmige Arumbaya-fetisj wel degelijk uit het Brusselse museum, maar heeft het oorspronkelijk beeldje nog steeds twee armpjes. En ook de Arumbaya-cultuur lijkt een volk dat ontsprongen is uit Hergés rijke fantasie. Verder koos de stripauteur ervoor om in zijn verhalen niet de spots te richten op de wreedheden van de incacultuur. Zo wordt bijvoorbeeld een zogenaamd tumi-mes, dat in realiteit werd aangewend voor rituele offerandes, in Hergés verhaal een onschuldige totempaal.

Centraal in De 7 kristallen bollen staat dan weer de mummie Rascar Capac, die 's nachts in de dromen van Kuifje, kapitein Haddock en professor Zonnebloem verschijnt, waarbij die laatste erin slaagt zich de wraak van de inca's op de hals te halen door de armband van de mummie om te doen. In werkelijkheid belandde de mummie in ons land dankzij de Belgische natuurvorser Jean-Baptiste Popelaire. Eerst nog in het Nationaal Instituut voor Natuurwetenschappen, later in de opslagplaatsen van de musea van het Jubelpark. Toen Hergé die akelige vondst onder ogen kwam, wist hij de mummie meteen een geslaagde bijrol te geven in zijn album. De naam van Rascar Capac zou dan weer gevormd zijn uit lettergrepen uit de namen die voorkwamen in bovengenoemde roman van Leroux. En zo wordt elke schakel, elke naam en plaatsbepaling die voorkomt in Kuifje voorzien van een degelijke uitleg. De honderden archeologische stukken staan er statisch achter glas om te bewijzen, te ontkrachten of om simpelweg op te helderen.

De tentoonstelling Met Kuifje naar Peru is op eerste gezicht niet meteen kindvriendelijk. Vreugdekreetjes worden wellicht meteen geslaakt bij het binnentreden van de sfeervolle (gelegenheids)graftombe, waar de mummie met opgetrokken knieen zijn toeschouwers opwacht, en grote oogjes zullen er ook getrokken worden bij het bekijken van de Kuifje-animatiefilms die tegen de wanden worden geprojecteerd. Verderop zal het jonge grut zich echter hoogstwaarschijnlijk beklagen over de te droge opstelling van de voorwerpen, studieobjecten en originele tekeningen. De expositie lijkt dan ook meer geschoeid op de leest van de (jong)volwassen Kuifje-liefhebbers die hun rosse held even uit het papier willen losrukken om hem te verplaatsen naar eeuwenoude culturen, die plots niet eens zo gek veraf meer lijken. Daar is de relatief kleine expositie dan ook met glans in geslaagd. Wie zich de moeite getroost deze omgeving en genoemde Kuifje-albums in zich op te nemen, ziet met een beetje fantasie meteen zijn voorste lokken in een puntje naar omhoog krullen.

Tot 27 april 2003 in het Brusselse Jubelparkmuseum, Jubelpark 10. Dagelijks (behalve maandag) open van 9.30 tot 17 uur. In het weekend open vanaf 10 uur. Inkom: 6 euro. Info: 02/741.72.11 Op 8 en 22 april, 6 mei, 3 en 17 juni worden er speciaal voor blinden en slechtzienden rondleidingen gegeven. Op 28 april is er een wandelvoordracht o.l.v. Klaartje Casteleyn.

Hergé eerste bekommernis was om een verhaal af te leveren dat 'niet gevangen is in de onbuigzaamheid van de geschiedenis'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234