Zondag 25/08/2019

'Kuifje blijft je achtervolgen'

gesprek met stripauteur & herg�-biograaf Beno�t Peeters

Met de obscure stripcyclus 'De Duistere Steden' schreef het duo Schuiten- Peeters geschiedenis. Scenarist Benoît Peeters, die ooit het laatste interview van Hergé afnam, leverde ondertussen ook een Hergé-biografie af. Een gesprek over Kuifje, architectuur en de bouwwerf genaamd Brussel. 'We zijn niet geïnteresseerd in een fictieve wereld, maar in onze wereld, met een gebroken realiteit, chaos en kafkaiaanse toestanden.' Door Geert De Weyer

François Schuiten & Benoît Peeters

De onzichtbare grens

Oorspronkelijke titel: La frontière invisible

Casterman, Brussel, 72 p. (twee delen), 14,75 euro.

Benoît Peeters

Hergé, zoon van Kuifje

Oorspronkelijke titel: Hergé, fils de Tintin

Vertaald door Ingrid Klijnveld

Atlas, Amsterdam, 480 p., 24,50 euro.

In 1981 stuurden tekenaar François Schuiten en scenarist Benoît Peeters de Belgische strip een nieuwe richting uit. In De muren van Samaris introduceerden ze de trompe-l'oeil om een schijn van dieptezicht op te wekken. Het idee, dat eerst nog moeizaam uit de pen van Peeters wilde kruipen, vormde de aanzet tot een obscure en eigenzinnige cyclus waarin een parallel universum geschapen wordt. Het vertrekpunt is dat de wereld zich zowel technologisch als architectonisch op een heel andere manier had kunnen ontwikkelen, als de juiste personen groen licht hadden gekregen om hun (bouw)plannen ten uitvoer te brengen. Schuiten en Peeters' fascinatie voor architecturale stijlen is daarin ongezien. Terwijl in De muren van Samaris de art nouveau, de Renaissance en de oosterse architectuur centraal staan, doemen in de daaropvolgende albums monumentale fascistische en stalinistische bouwwerken of futuristische gebouwen op. Nog later zoeken ze hun inspiratie in verschillende hoeken. Naast architecten leveren schilders (Breughel, Magritte of Delvaux), regisseurs (Fritz Lang, Terry Gilliam of Orson Welles) en schrijvers (Kafka, Borges, Georges Perec) een niet te verwaarlozen bijdrage. Voor hun grootste inspiratiebron verwijzen ze beiden echter naar Jules Verne. Niet voor niets dus dat ze zich liever omschrijven als ontdekkingsreizigers dan als stripauteurs. Ondertussen zijn we bijna een kwarteeuw verder, verscheen de reeks in tien talen en regende het prijzen.

Waar kwam eigenlijk de behoefte vandaan om u over zo'n moeilijk concept te buigen?

"Ik kwam uit de literaire wereld, had al twee novellen op mijn naam staan en was erg beïnvloed door schrijvers als Kafka en Borges. Schuiten groeide op in een architectenfamilie en was in het Brusselse Sint-Lukas, samen met auteurs als Sokal, Andreas en Goffin, betrokken bij de vorming van het nieuwe beeldverhaal. We waren gefascineerd door A Suivre, waarin onder meer Comès en Tardi publiceerden. Dat stripmaandblad streefde naar absolute artistieke vrijheid. Alles kon. We wilden een album maken dat niet ingegeven was door de zucht naar een breed of commercieel publiek. Het moest enkel ons interesseren. Ons idee was tamelijk vaag, maar de ingrediënten lagen vast: een snuifje fantasy, architectuur, utopie en steden. De muren van Samaris werd een klein succes, maar we besloten meteen een tweede boek in datzelfde universum onder te brengen."

De laatste jaren zweert u veeleer bij landschaps- dan bij stadsarchitectuur. Kwam die ommezwaai er nadat critici stelden dat u gebouwen boven personages verkoos?

"Nee, we hebben getracht de boeken te maken die we wilden maken. In het eerste boek was architectuur het belangrijkste. Maar onze thema's zijn veranderd. Het scheve kind is bijvoorbeeld totaal verschillend. Natuurlijk blijft de architectuur ook daar prominent aanwezig, maar het gaat verder dan dat. Er staat een meisje in centraal. Maar onze enige opzet blijft een apart universum te creëren, op welke wijze dan ook."

In hoeverre is 'De Duistere Steden' een aanklacht tegen de modernisering en huidige urbanisatie?

"Kijk, je kunt of een volledig imaginaire wereld of een metafoor van je eigen wereld creëren. Wij doen het tweede. We zijn niet geïnteresseerd in een fictieve, sciencefiction-achtige wereld. Wij bewegen ons graag voort in een mogelijke wereld die in tijd en ruimte licht afwijkt van de onze, maar er veel connecties mee blijft hebben. Het album Brüsel is geïnspireerd op Brussel, maar tegelijk is het elke moderne stad die onder het mom van evolutie en vooruitgang steeds maar weer transformeert. De religie van de modernisering, zeg maar. We spreken daarin natuurlijk over de problemen van onze stad, maar in plaats van een reportage te maken, vertrokken we vanuit een metaforisch idee, dat we hopen te kunnen transponeren naar andere gebieden. Toen we De koorts van Urbicande maakten, ging dat over twee van elkaar afgescheiden steden. We hadden daarbij de Berlijnse muur in gedachten, maar jaren na de publicatie kregen we van lezers te horen dat het boek in feite over Beiroet gaat. Kortom: die ingebouwde metafoor geeft lezers in een ander land, in een andere situatie, de mogelijkheid om het verhaal te lezen vanuit hun eigen perspectief."

Zegt u nu dat er veel kritiek in vervat zit, maar dan gecamoufleerd?

"Ja, en soms merk je dat niet eens. Wel zeker is dat we ons verbonden moeten voelen met een of andere realiteit, zelfs indirect. Maar we werken niet met een directe emotie zoals Joe Sacco (zie Boeken van 7 juli, GDW). Dat is niet onze stijl. We willen meer afstand scheppen. Zo had De toren de Middeleeuwen als decor, maar in feite betrof het onze wereld, met een gebroken realiteit, chaos en kafkaiaanse toestanden. Het scheve kind bevat dan weer een vreemde connectie tussen de fotografische en grafische wereld. We kunnen alleen maar hopen dat de lezer dat bevat. Op die manier kan hij wel zijn eigen reis maken. Dat geldt ook voor de open eindes in onze albums. Sommige lezers hebben het daar moeilijk mee. Maar wat had je verwacht? Een Hollywood-einde? Misschien vind je het einde wel vreemd, maar ik ben ervan overtuigd dat de indruk die je op lange termijn krijgt, belangrijker is dan die op korte termijn. Ik hoop oprecht dat je elementen uit het boek vergeet, er nadien over discussieert en ernaar terugkeert. (enthousiast) Net zoals je Kafka leest. Al lees je De metamorfose slechts één keer in je leven, je vergeet het nooit meer, of je het nu een goed of slecht verhaal vond. Als over twintig jaar iemand je vraagt of je ooit dat verhaal hebt gelezen over die man die in een insect veranderde, zeg je meteen ja. En dat in tegenstelling tot heel wat Hollywood-films. Ook al vond je de film goed, je bent vaak meteen vergeten waarover het gaat omdat het de zoveelste variant op een variant betreft. Dat willen we absoluut voorkomen in 'De Duistere Steden'. We willen niet zomaar een verhaal vertellen. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door Jacobs en Hergé omdat ze zo'n sterke, vaak onvergetelijke indruk nalaten. Ook al kun je het Kuifje-verhaal De geheimzinnige ster niet navertellen, je zult je altijd bepaalde elementen als die vreemde dreiging van het einde van de wereld of de wit-rode paddestoelen herinneren. Idem voor Het gele teken. Je herinnert je niet het exacte verhaal, maar in je geest blijft dat vreemde teken hangen, het nachtelijke Londen,... Ik ervaar hetzelfde bij Fritz Lang of Orson Welles. Ook daar heb je die oneindige voortlevende beeldenstroom."

In het album Brüsel was de kritiek op Brussel, dat u een 'onleefbare, verminkte bouwwerf' noemt, wél erg openlijk. Het Justitiepaleis bleef het Justitiepaleis en bouwonder- nemer Freddy de Vrouw was overduidelijk een verwijzing naar Charlie De Pauw.

"(grijnst) Onze Freddy de Vrouw is geen portret van die man, veeleer een metafoor. Hij is samengesteld uit verschillende karakters en dus geen directe kritiek op één persoon. Nadien hebben we met de RTBF en Arte de documentaire Le Dossier B gemaakt, waarin Charlie De Pauw en Paul Vanden Boeynants en co. wel ter sprake komen. Dat resulteerde in een meer directe kritiek. Ik kan niet ontkennen dat het onze meest directe album is."

Hebt u daar nooit problemen mee gekregen? Met De Pauw, bijvoorbeeld?

"Neen, maar we kregen wel opmerkingen van invloedrijke Brusselse politici. Ze waarschuwden ons dat we voorzichtig moesten zijn. Ons werk zou het toerisme niet ten goede komen. We vochten tégen Brussel, luidde het. (spottend lachje) Belachelijk. Het waren de politici die indertijd streden tegen de hoofdstad. Wist je dat er jaren na dat album een op Le Dossier B geïnspireerde tour werd georganiseerd. Ongelooflijk, hé?!"

Terug naar Hergé. U had lange tijd een erg goede band met hem en zijn erfgenamen. Sinds kort, met het uitbrengen van uw Hergé-biografie, bent u voor hen persona non grata. Wat is er gebeurd?

"(voorzichtig) Ik heb kritiek geuit op het beleid van Nick Rodwell (huidig zaakvoerder bij Moulinsart, GDW). Maar, (aarzelend) ondertussen kan ik me wel verzoenen met de grote beslissingen, om geen nieuw Kuifje-album meer uit te brengen, bijvoorbeeld. Ze respecteerden daardoor Hergés wens. Daar zal ik Fanny (de tweede echtgenote van Hergé, GDW) en zelfs Rodwell altijd dankbaar voor blijven. Het zou namelijk erg makkelijk zijn geweest om Blake en Mortimer- of Marsupilamigewijs, nieuwe albums te publiceren. Dat had wellicht miljoenen opgeleverd, maar Hergé wilde geen industrieel proces van Kuifje maken als Disney, Suske en Wiske of Asterix. Ach, kijk, zijn wens is gerespecteerd, de rest zijn details. Ik had kritiek, ze waren daar niet blij mee, maar nu zijn de gemoederen wat bedaard."

Nochtans kon u niet langer gebruikmaken van de befaamde archieven. De toegang werd u ontzegd.

"Maar ik had natuurlijk wel jarenlang toegang gehad. Ach, misschien was die werkwijze wel goed, want het verplichtte me andere bronnen aan te boren. Als ik wel toegang had gehad, was daaruit misschien een geautoriseerde biografie ontstaan, wat vaak doodsaaie boeken zijn. Ik hou van Kuifje en Hergé, ontmoette hem meermaals en nam zijn laatste interview af. Het gaat te ver om te zeggen dat ik een vriend was, maar mijn relatie met hem was close. Desondanks ben ik niet de hagiograaf van Hergé die zegt dat alles altijd even goed was en dat hij tijdens de oorlog altijd juist was. Ik voel me vrij hem te bekritiseren waar nodig. Ik denk dat Hergé - zeker in Frankrijk - soms te zeer wordt gerespecteerd en soms te zeer wordt bekritiseerd. Mijn houding in het boek is niet objectief, wel gebalanceerd. Ik hoop dat men na het lezen van deze biografie hetzelfde gevoel overhoudt als ik ten opzichte van Hergé heb. De man was zeker niet perfect, maar hij was misschien wel interessanter dan we dachten omdat hij een echte artiest was, niet zomaar een simpele man die leuke verhaaltjes tekende. Hergé was een depressieve en gecompliceerde man. Hij had een eigenaardige relatie met de geschiedenis, politiek en België."

Wat is het verschil tussen deze biografie en die van Pierre Assouline?

"Had Assoulines biografie me bevredigd, dan had ik er geen nieuwe geschreven. Ik vond dat Assouline niet erg close was met Hergé. Hij stond zelfs niet dicht bij strips, was niet geïnteresseerd in Kuifje noch in Hergé, noch in België. Dat is mijn eerste punt. Als je het katholicisme, Degrelle, de Tweede Wereldoorlog en de Belgische relatie met de monarchie bekijkt, dan is dat voor Fransen erg moeilijk te begrijpen. Dat zie je ook als je over Belgische politiek leest in La Libération of Le Monde. Punt twee: ik had de kans hem te ontmoeten. Hergé heeft me nooit het gevoel gegeven dat hij inderdaad die vreselijke fascist was. Hij was geïnteresseerd in moderne kunst en filosofie. Een fascist denkt anders. Ik kende ook veel van zijn vrienden uit zijn jeugd, tot zelfs zijn eerste vrouw Germaine. Assouline zegt zelf dat hij Hergé nooit ontmoet had en dat dat geen probleem voor hem was. Hij wilde vanuit een exterieur gezichtspunt schrijven. Ik vind dat je in een biografie op z'n minst moet empathiseren met je onderwerp. Ik zeg niet dat Assouline Hergé haatte, maar hij hield ook niet van hem. Assouline schreef een biografie over de artiest, ik over hoe deze Georges Remi de tekenaar Hergé werd en hoe hij wist te evolueren van Kuifje in de Sovjet-Unie tot een meesterwerk als Kuifje in Tibet. Hij slaagde er door zijn werk in als mens te veranderen."

Hoe reageerde Fanny Rodwell op uw biografie?

"Ik heb ze aangeschreven en ze reageerde redelijk afstandelijk, maar ik heb niet de indruk dat ze iets tegen het boek heeft. Nu, ik ben zeker dat in mijn boek elementen opduiken die ze niet wist. Ik heb namelijk privé-bronnen gevonden die meer inzicht verschaffen in Hergés kinderjaren, zijn huwelijk met Germaine of zijn depressies. Fanny wist niet alles. Hergé was een erg geheimzinnig man. Voor Fanny kan ik dan ook nooit discreet genoeg zijn. Bij Assouline had ze dat probleem niet, want hij ging als een historicus te werk."

Geert De Weyer

'Ook al kun je De geheimzinnige ster niet navertellen, je zult je altijd die vreemde dreiging van het einde van de wereld of de wit-rode paddestoelen herinneren'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden