Woensdag 18/05/2022

Kueil-Kueil Quebec

groot:Eerst was het van de indianen, dan heette het 'La Nouvelle France' en nu is het een stukje Amerika op een bed van fjorden en meren, rijk geparfumeerd met Franse klinkers en overgoten met Bourgondische gezelligheid. Een streek om in te bijten, vond Myriam Thys, en het smaakte naar meer.

C'est d(s)omage que vous ne re(i)ste(i)z pas plus longtemps au Canad(s)a.' Een hete aardappel in de mond en tegen de kou opeengeperste lippen bij een temperatuur van min twintig, zo is waarschijnlijk dit accent van Quebec ontstaan. Door dat accent is hun Frans soms moeilijk te verstaan, maar de Quebécois doen hun best. Ze voelen zich erg verwant met ons, Belgen, niet alleen door de tweetaligheid van hun land, maar ook omdat ze ontzettend graag eten en drinken. En daar ligt de basis van 'La route des saveurs'. Het enthousiasme van boeren, chef-koks en restaurateurs zorgt voor heel wat hoogstandjes in de keuken, hoewel het hier acht maanden per jaar vriest en de ingrediënten dus vrij schaars zijn. Ik verwachtte er dan ook niet meteen gastronomie met een grote G. Trappers die beren, herten, kariboes en elanden schieten en zonder veel poespas op de grill leggen, dat lag meer in de lijn. Maar vreemd genoeg maak ik kennis met een verfijnde keuken, eet ik blauwe aardappelen, roze rapen, quananiche (zoetwaterzalm) en emoe. De borden zijn een plezier om naar te kijken en de kilo's vliegen eraan. Maar "ge moet goed eten", zei mijn grootmoeder altijd - hier niet alleen om de koude te trotseren maar ook om de vele sneeuwsporten aan te kunnen.

De natuur is grandioos in Quebec. Uitgestrekte meren, enorme bomen, sneeuwvlaktes die eindeloos lijken, gezellige houten huizen. Vergissen kan je je niet, dit is het Hoge Noorden. Op sommige plekken ligt vier meter sneeuw. De zon doet erg haar best, maar raakt alleen het bovenlaagje dat zwetend begeeft. De hemel is helderblauw. Hier en daar verbreekt een kleurig huis de witte uniformiteit van de omgeving. We rijden door indianenreservaten die in niets verschillen van andere dorpen, zij het dan dat de politie er uit eigen rangen komt, een buitenstaander er zich moeilijk kan vestigen en de indianen geen belastingen hoeven te betalen. Canada is immers oorspronkelijk hun land.

Het museum Mashteuiatsh in een van de reservaten wordt vooral interessant door de ingeleefde verhalen van een indianenjongen die er als gids optreedt. Hij verwelkomt ons in zijn eigen taal: "Kueil, kueil!" Als hij het over de geschiedenis van zijn volk heeft, vertelt hij over zijn grootvader en diens vader. Dat maakt het passioneel en het lijkt alsof het decor er even tot leven door komt.

Tenten hebben de indianen niet meer. Nochtans is de mogelijkheid om in tenten te slapen in Quebec zeker niet uitgesloten. Tijdens een vierdaagse tocht met hondensleeën is het een van de opties. Jammer genoeg heb ik daar niet genoeg tijd voor en moet ik na een uur of twee, net wanneer ik de smaak te pakken krijg, de teugels alweer afgeven. De opleiding neemt precies twee minuten in beslag: "Er is een rem, in de bochten meeleunen en de teugels altijd gespannen houden. Zo, dat is het, veel geluk!" En daar sta je dan!

Als de huskies voor de slee worden gespannen, lijkt het alsof er adrenaline door hun aderen jaagt. Niets kan hen nog tegenhouden, alleen een stevige voet op de rem en een anker!

De baantjes lijken op bobsleeparcoursen. Het bochten nemen wil niet altijd lukken en sneeuw eten wordt één van mijn favoriete bezigheden. Remmen blijkt ook al niet mijn sterkste kant, mijn collega doet het beter. Bij een van de valpartijen waag ik me naast het pad en zak ik tot aan mijn middel in de sneeuw. Vreemd genoeg word ik helemaal niet nat: droge sneeuw in Canada!

Huskies zijn fascinerende beesten. Hun lichte, ijsblauwe ogen maken een bevreemdende, wat angstaanjagende indruk, het is alsof ze van een andere planeet komen. Maar het blijken erg aanhankelijke dieren. We krijgen er zes voor onze slee gespannen. Ze laten een urinespoor na dat kan tellen en dat gelukkig elke welopgevoede grizzlybeer ver uit de buurt houdt. Veel andere dieren komen we ook niet tegen, buiten een vosje en een paar uilen.

Het is moeilijk om je op iets anders te concentreren dan op het mennen, maar na een tijdje dringt de natuur zich op. Enorme witte vlaktes, niet aangetast door enig levend wezen, strekken zich uit aan beide zijden van het pad, met daarachter prachtige uitzichten over de vallei. Enkel het geblaf van de honden verstoort af en toe het natuurschoon dat zich op mijn netvlies hecht en de hele tocht mee reist.

Met de motoneige is het helemaal anders, een luid protesterende motor verdrijft alle rust in mijn hoofd. Het lijkt op een wild dier waar ik in het begin geen macht over heb, de ski's vooraan doen helemaal hun zin. De bomen aan beide zijden van de weg worden gevaarlijke tegenstanders. De kunst is de krampachtige greep op het stuur te verminderen. Ik raak er al gauw aan gewend en drijf de snelheid bescheiden op. Voorzichtigheid maakt plaats voor lichte overmoed en een gevoel van sensatie maakt zich van me meester.

Vanop de top van de berg kijk ik neer op het meer van Saint-Jean in Saguenay. In de winter wordt het een eindeloze ijspiste van zo'n negentig kilometer breed, die je moeilijk kan onderscheiden van de rest van het landschap. Hier en daar lijkt het of het water betrapt werd door de vorst en het ijs daardoor een golfslagstructuur kreeg. Ik kan me moeilijk inbeelden dat hier over enkele maanden allerlei watersporten worden beoefend en hengelaars er naar hartelust hun lijnen kunnen uitgooien.

Ik heb nooit geskied, maar wat doe je als je in een skicentrum staat zoals dat van 'Le Massif' en je krijgt een goede leraar mee? Proberen natuurlijk.

De initiatie is al even kort als bij het hondensleeën. Ik hoop op een makkelijke piste die flauw naar beneden kronkelt, want het sneeuwt en dat is niet meteen beginnersweer.

Het eerste stuk valt mee, ik geniet zelfs van het landschap. De Sint-Laurens, de stroom die Johan Verminnen zo passioneel bezingt in 'Ik wil, ik wil ik' ligt beneden. Massa's ijsschotsen drijven er vreemd genoeg in twee richtingen - besneeuwd zien ze eruit als een leger slagroomtaarten.

Pas als de afdaling echt een afdaling wordt slaat de paniek toe. Bedreven skieërs zoeven voorbij, het zigzaggen werkt niet echt in de losse sneeuw en alweer word ik geregeld en ongewild zeer intiem met de enorme sneeuwmassa aan mijn voeten.

Na zo'n drie uur skiën of wat er voor moet doorgaan word ik samen met mijn twee medeleerlingen gered in regelrechte Rescue 911- stijl! Een jongen komt ons halen met een motoneige , een van de meisjes legt het laatste stuk van de afdaling af op de rug van de skileraar - zij liever dan ik. Als ik de twee steile hellingen zie die nog op het programma stonden ben ik blij dat ik mijn ski's heb afgedaan. Ik breek liever het record van de traagste afdaling dan mijn eigen benen. Op Mont-Saint Anne, op nog geen uurtje van Quebec, is er een nog veel groter skicentrum. Voor ervaren skieërs lijkt dit me een waar paradijs. Geen files, want er zijn zeer veel liften en pistes voor zowat elk vaardigheidsniveau.

Ik laat me terug in conditie masseren in een van de mooiste en gerenommeerdste hotels van Canada en de States: Le Château Frontenac, het kroonjuweel van de oude stad van Quebec. Meer dan honderd jaar al kijkt het vanop zijn klif neer op de brede Sint-Laurens en de gezellige Champlain-buurt. Sarah Bernhard, Edith Piaf, Alfred Hitchcock en Elisabeth Taylor, koningen en koninginnen van over de hele wereld gingen er mij voor en ik laat het me welgevallen.

* Sabena heeft sinds mei '98 de MD 11 die naar Dorval (Montreal) vliegt. Er zijn vier vluchten per week. Winterprijs: vanaf 12.450 frank.

Vanuit Montreal kan je met Inter Canadian naar Bagotville in de Saguenay-streek of naar Quebec-stad. Een andere mogelijkheid is de trein nemen. Van Montreal naar Quebec duurt tweeëneenhalf uur en in eerste klas kost het 100 Canadese dollar, maaltijd inbegrepen.

* Wanneer? Alle seizoenen hebben hun charme, de winter is betoverend en ook in de zomer valt er veel te beleven: paardrijden, watersporten, fietsen, vissen, jagen en walviskijken (!) in kleine bootjes op de Sint-Laurens.

* Formaliteiten: geldig paspoort, geen visum.

* Kleding: warm, in de winter kan het tot min dertig gaan met sneeuwlagen tot zes meter, de zomer is hier echt zomer met temperaturen tot vijfentwintig graden.

* Taal: in Quebec is de voertaal Frans, maar iedereen spreekt er ook behoorlijk Engels.

* Hondensleeën: Le Chenil du Sportif ENR heeft 140 huskies en is in Quebec het grootste centrum voor deze activiteit. Het organiseert tochten van verscheidene dagen, tijdens dewelke je zelf je slee bestuurt. Info op tel. 001/418/635 25 92.

* De motoneige is in de winter het vervoermiddel bij uitstek in Quebec. Het is een zware motorfiets met vooraan ski's en achteraan rupsbanden. Er is zo maar eventjes 33.000 kilometer motoneige-piste (de Transquebec) in Quebec. In de zomer wordt het een fietspad! Auberge Miscoutine verhuurt motoneiges en organiseert tochten; ze heeft ook een interessant millenniumprogramma; info op tel. 001/418/439 4820.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234