Vrijdag 10/04/2020

KU Leuven in India op zoek naar partners. En naar zichzelf

'De Morgen' trok in het zog van een academische delegatie naar een wereldnatie in wording

Een team academici van de KU Leuven is net terug van een prospectiereis naar India. Anderhalve week lang tastten ze de mogelijkheid van samenwerking af met universiteiten, onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen en researchafdelingen van bedrijven. Een nuttige, fascinerende ontmoeting in een land dat zich steeds nadrukkelijker ziet als een van de leidende

naties van morgen. 'De Morgen' reisde mee. Door Walter Pauli

'Eén regel: niet uit de hoogte doen, ons niet opstellen als Europeanen die het beter weten. We zijn hier als gelijkwaardige partners: we zeggen hen wat we te bieden hebben, maar we maken ook duidelijk dat we hier zijn omdat ook we te leren hebben."

Aan het woord is Karen Maex, vicerector en groepsvoorzitter exacte wetenschappen. Het is ver na middernacht, maar de slapeloosheid die elke jetlag voorafgaat, nodigt uit tot een laatste briefing. En ook al oogt de koffiebar van hotel The Claridges op dit uur net zo desolaat als Nighthawks van Edward Hopper, de meeting heeft haar nut. De Leuvense Universiteit heeft namelijk een select team naar India gestuurd. Vicevoorzitter Mart Buekers, verantwoordelijk voor internationale relaties, en Bart Hendrickx, directeur van het International Office, zijn vergezeld door twee vicerectoren (ingenieur Karen Maex en econoom Filip Abraham, groepsvoorzitter humane wetenschappen), twee topacademici uit de biomedische wetenschappen (onderzoeksdirecteur Peter Marynen en Bernard Himpens, decaan van de faculteit geneeskunde) en twee stafleden van het in Leuven gelegen Interuniversitair Micro Electronica Centrum (IMEC).

De groep heeft als opdracht in India een vervolg te breien aan de als succesvol omschreven missie naar China, vorig jaar (DM 16/4/2007). Toen leidde een prospectie van de beste Chinese instellingen tot een akkoord van de KU Leuven met Tsinghua University uit Peking, een van China's topinstellingen. En dus is Tsinghua wereldwijd een begeerde partner. En na China volgt India: dat is zowel op politiek als economisch gebied de impliciete hiërarchie op het Aziatische vasteland, zij het nog niet inzake academisch aanzien. Er zijn slechts twee Indiase instellingen die tot dusver een plaats kregen in de top honderd van het Asia-Pacificdeel van de bekende Shanghairanking van universiteiten.

India doet zijn best om de achterstand op Japan, Australië en China bij te benen. Dat is het globale plaatje waarin de KU Leuven in India peilt naar nieuwe kansen op een samenwerking. Ze hadden trouwens signalen gekregen dat het 'niets te vroeg' was. Of men slaagt er redelijk snel in tot een ernstig partnerschap te komen, of de Vlaamse universiteiten lopen het risico (veel) te laat te komen. Dat zou de volgende dagen ook blijken. Haast elke Indiase decaan of laboratoriumhoofd gewaagde wel van recent bezoek. Van Duitsers, Nederlanders, Denen. Maar niet van Belgen.

In New Delhi bezochten de Leuvenaars de University of Delhi en de Jawaharlal Nehru University. In de eerste instelling genoot de wereldvermaarde Nobelprijswinnaar economie Amartyra Sen zijn opleiding, en de campus ademt geschiedenis. Het ambtsgebouw van de vicechancellor (het equivalent van onze rector) was in koloniale tijden de lodge van Lord Mountbatten, de laatste vicekoning van India. En ook al oogden de andere gebouwen met laboratoria en onderzoeksgroepen veeleer sjofel, zeker naar westerse normen, toch stond de apparatuur op punt. Meer dan dat. De biomedici Marynen en Himpens botsten in het departement microbiologie, midden in zo'n aftands gebouw, op een top-end-freezer, een apparaat dat tot min 85 graden kan koelen. "Verschrikkelijk duur, vandaar dat wij ze niet meer aankopen."

Vandaar ook dat je in elk departement, elke universiteit dezelfde woorden hoorde "Money is not the problem." Want net zoals China ziet India zichzelf niet meer als een ontwikkelingsland, en dus stellen West-Europeanen zich ook maar beter niet op als missionarissen die hun ware geloof even zullen uitdragen, of als rijke donateurs die in de geldbuidel tasten en vandaar alles te zeggen hebben. Sinds het in oorsprong Indiase Mittal 'ons' Arcelor opkocht, is die verhouding trouwens veeleer omgekeerd. Maar voor knowhow zijn de Indiërs wel vragende partij. Want ook al is geld geen issue, de Leuvenaars vroegen zich af of elk aangeschafte hightech wel verstandig was, of werkzaam. "Het is hier veertig graden: zelfs met airco zijn er toestellen die bij dergelijke extreme temperaturen niet kúnnen functioneren."

Een andere ontgoocheling - misschien wel de grootste - van de Leuvense delegatie was de absolute versnippering van de organisatie van de wetenschap. Bij de Jawaharlal Nehru University bleken zowel het Center for Molecular Medicine, het Department of Plant Molecular Biology en de School of Life Sciences onderzoek te verrichten naar malaria en tbc. Elk vanuit hun eigen invalshoek, met hun eigen methodologie en dus hun eigen medewerkers en labo-infrastructuur. Als gevraagd werd naar een interdisciplinaire benadering, of naar enige samenwerking tussen vorsers die op een paar meter van elkaar werken op dezelfde lommerrijke campus in Delhi, volgden er meestal vage of ontwijkende antwoorden.

Soms was de openheid nog beperkter. In het befaamde All India Institute of Medical Sciences was de ontvangst uiterst voorkomend en strak georganiseerd. Tot een van de Indiase professoren zich liet ontvallen dat Sars een probleem was dat zij nauwelijks onder controle kregen en de vicechancellor de man toesnauwde dat hij zijn mond moest houden: "Dit is geen plaats om interne zaken te bespreken." En de rondleiding door de klinische afdeling deed op het eerste gezicht huiveren wegens ontoereikende hygiënische omstandigheden. De Leuvenaars twijfelden zichtbaar of dit een instelling was om artsen in spe hun buitenlandse stage te laten doen. Of stond het in de sterren geschreven? Meer dan veertig jaar geleden al schreef de befaamde wetenschapper en Nobelprijswinnaar John Kenneth Galbraith in zijn onvolprezen Ambassador's Journal, over een bezoek aan datzelfde All India Institute of Medical Sciences: "The buildings are fine. The maintenance, as so often in this part of the world, promises to be awful."

Maar niet alleen de Indiërs lieten steekjes vallen. Grappig was ook dat al vanaf de eerste dag bleek dat de in China opgedane Azië-ervaring beperkt was. China was hoogstens nuttig als vergelijkingsbasis. Voorts verschilde alles, van de structuur van het hoger onderwijs tot banale details als de dresscode. Chinese universitaire regenten droegen zijden dassen en dure pakken - en hoe belangrijker, hoe exclusiever de outfit.

In India was dat anders. Dresscode? Bijna alle vrouwen, ook de hoofden van academische afdelingen, hulden zich in sari's, de ene al kleurrijker dan de andere. Mannelijke academici, decanen en vicechancellors inbegrepen, droegen een hemd met korte mouwen en meestal ook sandalen. Minzaam keken ze naar de Leuvense delegatie, die tenminste tijdens haar eerste dag in Delhi de hitte van 40 graden al zwetend in pak en das trotseerde.

Wat de Indiërs evenwel niet te zien kregen, was het beeld dat de Leuvenaars normaal gezien bij hun presentaties gebruiken: een foto van de universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein, met de befaamde Scarabee van Jan Fabre, vastgeprikt op een reuzenaald. Precies dat laatste lag gevoelig, zo hadden Indiase studenten vooraf laten weten, in een land dat grotendeels vegetarisch leeft en een absoluut respect betoont voor elk levend wezen.

Misschien met uitzondering van de mens. Dat was, achteraf gezien, het gevoel bij een bezoek aan Teri, wat staat voor Tata Energy Research Institute. Tata is een van de grootste industriële ondernemingen van India, Teri is vermaard om zijn geavanceerde biotechnologische knowhow, vooral in het klonen van planten. Het was echter een bizarre busrit, niet via de nabijgelegen autosnelweg, maar via een slingerweg door dorpjes en landerijen. Per kilometer dat Delhi achter de rug lag, steeg de armoede. Daar, tussen de dorre velden waar boeren zich krom werkten, lag het Teri-centrum, een oase van groen en welvaart. Op het domein zelf reden alleen elektrische wagentjes (om uitlaatgassen te vermijden) en het 'onderzoekscentrum' wordt omringd door "lush gardens", zoals in de Teri-folders staat, met een golfbaan met negen holes (en veel schoon Aziatisch businessvolk), plus een van de beste cricketgronden van het land.

Teri heeft alles: technologie, precisie, klanten wereldwijd, een modern imago. Het hoofdgebouw was een soort Living Tomorrow voor biotechnologie, met spectaculaire bevindingen in de recuperatie van warmte en CO2-uitstoot (via een ingenieus tunnel-systeem werd de ondergrond constant op ongeveer 25 graden gehouden, vandaar de groene tuinen). Het enige wat Teri miste, was betrokkenheid. Teri kan elk gewas verbeteren, werkt nauw samen met de Nederlandse tulpenindustrie, maar Teri is absoluut niet geïnteresseerd in pakweg rijst die beter tegen droogte bestand is. "Waarom? Dat verdient niet genoeg."

So far, so good: het is natuurlijk een private instelling. Maar de immense afstand tussen het semiparadijs van Teri en de omwonenden begon een ranzig trekje te krijgen toen het vermoeden rees dat Teri de bezoekers niet toevallig via de rurale omweg in plaats van de snelweg liet komen. In vergelijking met de schrale dorpjes errond wordt het contrast echt scherp en ziet de kandidaat-koper wat Teri in zijn mars heeft.

Ook al lopen de Leuvense professoren in het buitenland niet te koop met hun levensbeschouwing - dat zou in negen op de tien gevallen vooral contraproductief werken - toch wrong dit soort projecten. Zeker na een bezoek aan zuster Jeanne Devos, eredoctor van de KU Leuven en stichtster van de Domestic Workers Movement. Bangalore, dat stilaan acht miljoen inwoners telt, noemt men wel het 'Silicon Valley van India', en na een bezoek aan een paar van die instellingen en bedrijven krijgt de argeloze westerling inderdaad het gevoel dat India onze welvaart bijna bijgebeend heeft.

Tot de Leuvense delegatie met de neus op een andere realiteit werd gedrukt: de hemeltergende arbeidscondities van het huispersoneel van die nieuwe elite, academici incluis. Zij wonen tussen en achter de nieuwbouw van Bangalore, en moeten soms zelfs huispersoneel in dienst nemen (dat op zijn beurt tegen nog slechtere condities werkt) om het werk gedaan te krijgen, te voorzien in hun levensonderhoud en, als alles meezit, dat van hun kinderen. En als het niet meezit, zit er vaak niets anders op dan dat de kranige en bijzonder vastberaden Jeanne Devos en haar team zich ook (tijdelijk) over die kinderen ontfermen. Dat was even de andere kant van dat vooruitstrevende India, een bezoek aan zo'n opvangtehuis. Waar een twintigtal ukken bij gebrek aan ouders dan maar een ontroerende ouderdag in elkaar knutselt voor een groepje ersatzoompjes uit het verre België.

Het bezoek aan Jeanne Devos was allesbehalve een zoethouder voor het geweten. Het werkte wel als een eyeopener: zeker in een land als India kan of mag een universiteit zich niet afsluiten van de maatschappelijke context. Het maakte de delegatie ook beter bestand tegen wat in theorie een van de hoogtepunten had moeten worden: een bezoek aan Infosys, het paradepaardje van Bangalore. Infosys is een dienstverlenend bedrijf dat wereldwijd IT-ondersteuning en -consultancy geeft aan bedrijven. Het werd wereldberoemd toen Thomas L. Friedman op deze plaats, de Infosyscampus (zeg niet: bedrijfsterrein) in Bangalore, de titel bedacht voor zijn beroemde boek The World is Flat. Sindsdien bauwt iedereen bij Infosys die zin na. De campus mag inderdaad gezien worden, met soms spectaculaire architectuur, en boompjes die geplant werden door staatshoofden en regeringsleiders (Verhofstadt incluis). Het bedrijf is inmiddels hét icoon voor de nieuwe, geglobaliseerde, hoogtechnologische economie van vandaag, en zeker van morgen.

Leuven wilde nagaan of uitgerekend op die markante campus studenten hun opleiding konden voltooien. Maar in het Zuid-Indiase Bangalore werden de klassieke noord-zuidverhoudingen in minder dan een halfuur op hun kop gezet. Toen de Leuvense delegatie 'toegelaten' werd bij een van de stichters van het bedrijf draaide het uit op een examen eerste bachelor. Met de vicerectoren op de stoel van de eerstejaars. "We streven naar excellency", probeerde Buekers. Waarop de Infosysbaas: "Oh ja? Hoeveel Nobelprijswinnaars heeft jullie universiteit al geleverd?" De kerel kende het antwoord natuurlijk, want dat is het pijnpunt van Leuven: geen. Dat is een gevolg van de splitsing in een Vlaamse en Franstalige universiteit, want Christian de Duve, Nobelprijswinnaar Geneeskunde in 1974, deed al zijn onderzoek in Leuven, maar was toen hij laureaat werd net verhuisd naar Louvain-la-Neuve. 'Leuven Vlaams' betekende ook 'Walen buiten', De Duve incluis. Dat kost Leuven tot vandaag plaatsen op rankings. Buekers gaf geen krimp.

"Je moet je waardigheid bewaren. Die kerel wou even laten zien dat hij de absolute top was, dat een bedrijf als het zijne geen universiteiten meer nodig heeft. Dan moet je niet kruipen, smeken om alstublieft toch maar één student te laten komen." Vooral omdat er in Bangalore en Mumbai nog uiterst interessante ontmoetingen waren, waarbij het wel klikte en met alle kansen op concrete en goede samenwerking. Met het Indian Institute of Management, bijvoorbeeld, of het Indian Institute of Science.

Maar als de Leuvense delegatie iets opgestoken heeft, dan - opnieuw - dat de tijd voorbij is dat Vlaamse universiteiten kunnen doen alsof hun horizon stopt in Europa, of zelfs in de VS. Vandaar dat Leuven actiever dan vroeger naar potentiële partners zoekt in die nieuwe landen. "Er is geen andere weg", klinkt het. "Of we verstevigen onze internationale contacten, of we stoppen met de ambitie om een topuniversiteit te willen zijn."

China, India, Zuid-Korea, Singapore ook: ze dringen zich elk jaar inderdaad een stukje dichter bij de top. En ze zijn niet van plan om af te remmen. Dat bleek, merkwaardig, nog het best bij een (beleefdheids)bezoek aan het Pontifical Athenaeum of Philosophy, Theology and Canon Law, een instelling waarmee de KU Leuven via haar faculteit Theologie al langer banden heeft. De paters die de kraaknette en moderne campus runnen, plaatsten in hun kapel een reusachtige Christusmozaïek. Jezus staat op Indiase bodem en zegent alles rond zich: het wetenschappelijke onderzoek, de technologische innovatie, de nieuwe kennis... India, quoi.

Kurian Kachappilly, decaan van de faculteit filofosie, haalde zijn doctoraat in Leuven en is nog altijd een fan van zijn oude Alma Mater. Maar nu werkt hij in India, en hij zit daar goed: "Nog een jaar of tien, en samen met China zal India tot de leidende naties ter wereld horen. Die ontwikkeling is niet meer te stoppen."

En vervolgens wenste hij ons, allerhartelijkst, een behouden terugreis richting België.

Haast elke Indiase decaan of laboratoriumhoofd gewaagde van een recent bezoek. Van Duitsers, Nederlanders, Denen. Maar niet van Belgen

Leuvense delegatie:

Of we verstevigen onze internationale contacten, of we stoppen met de ambitie om een topuniversiteit te willen zijn.

Er is geen andere weg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234