Zondag 04/12/2022

Kroonjuwelen in een meubeltoonzaal

beeldende kunst

stedelijk museum amsterdam heropent povertjes op tijdelijke locatie

Het gaat al een hele tijd niet goed met het Amsterdamse Stedelijk Museum. Op 31 december 2003 moest het zijn deuren sluiten omdat het oude gebouw niet meer brandveilig was. Honderdentien jaar lang huisde het Stedelijk in de Paulus Potterstraat, op een toplocatie vlak bij het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum. Kort geleden opende het museum zijn tijdelijke vestiging in een voormalig postsorteercentrum op een steenworp van het Centraal Station. Er lopen drie aardige tentoonstellingen, maar van een wederopstanding is - voorlopig? - niet echt sprake.

Amsterdam

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

Ooit behoorde het Stedelijk tot het kransje van 's werelds beste musea voor hedendaagse kunst, samen met het Parijse Centre Pompidou, de Londense Tate en het New Yorkse MoMa. Maar het heeft de rol al een hele tijd geleden moeten lossen. Vorig jaar kreeg het een vernietigend rapport, waarin ook directeur Rudi Fuchs (1993-2003) met de vinger werd gewezen. Het museum werd van alles verweten: een onsamenhangende aankooppolitiek, slecht beheer (ook van de kunstobjecten zelf), warrige programmering en een gebrek aan internationale uitstraling. Het oude museum was bovendien dringend aan renovatie én aan uitbreiding toe.

Daarvoor ging, inmiddels alweer acht jaar geleden, Rudi Fuchs in zee met de Portugese toparchitect Alvaro Siza. Fuchs nam per 1 januari 2003 ontslag als artistiek directeur. Eind vorig jaar werd de samenwerking met Siza stopgezet, tot grote consternatie van de architect zelf. De Portugees kreeg van de gemeente Amsterdam intussen een afkoopsom van 330.000 euro, buiten twee miljoen euro al uitbetaalde 'aanloopkosten'.

"Aan het eind van deze zomer willlen we de naam van de architect bekendmaken die de taak van Siza overneemt", zegt Hans van Beers, directeur ad interim. Rond diezelfde tijd hoopt men de twintig miljoen euro te hebben gevonden die momenteel nog ontbreken op een budget van tachtig om het oude gebouw te renoveren. Maar het Stedelijk zit ook nog altijd zonder directeur. "Voorlopig zijn er geen namen", bevestigt Hans van Beers. Het SMAK (Gent), het Van Abbe (Eindhoven) en Boijmans van Beuningen (Rotterdam) stelden alledrie onlangs een nieuwe directeur aan en hebben het vijvertje blijkbaar leeggevist.

Toch is er ook heuglijk nieuws te melden over het Stedelijk. Sinds kort zit het in zijn nieuwe, tijdelijke vestiging op de tweede en derde verdieping van een voormalig Postgebouw aan de Oosterdokskade 5 in Amsterdam. Het 'Stedelijk Museum CS' (CS staat voor Centraal Station, ER), zoals het nu heet, kan daar tweeëneenhalf jaar 'overwinteren', maar daarna wordt het postsorteercentrum omgebouwd tot kantoorcomplex. Tussen het Centraal Station en het Stedelijk Museum CS zullen onder meer woningen, een bibliotheek en een conservatorium verrijzen. Het Stedelijk hoopt dat uiterlijk in de lente van 2008 de renovatie en de nieuwbouw klaar zullen zijn zodat het terug naar de Paulus Potterstraat kan verhuizen, maar dat is een bijzonder strikt schema, zeg maar een weinig realistische planning.

Vlees noch vis

Anderhalf miljoen euro heeft de verbouwing van de twee verdiepingen van het postgebouw gekost. "Het budget is krap", zegt conservator Leontine Coelewij verontschuldigend. De nieuwe museumzalen ogen inderdaad niet bijzonder fraai. Toch is het op zijn minst vreemd dat men met een niet onaardig bedrag zo weinig resultaat heeft geboekt. Toegegeven, de ingang ziet er goed uit. De museumwinkel en de ontvangsthal zijn ruim bemeten, en de rode 'slurf' die aan de buitenkant van het gebouw werd gehangen om een niveauverschil te overbruggen vormt een opvallende, sf-achtige toegang tot de tentoonstellingsruimten.

De zalen zelf doen helaas eerder denken aan een opslagplaats of een sjofele versie van een Ikea-woonsupermarkt. Met witte spaanplaten zijn alle ramen dichtgespijkerd en wordt het daglicht buitengesloten. De meeste ruimten worden kaaltjes verlicht met neonbuizen. En overal zijn er storende visuele elementen als brandslangen, ventilatiekokers, deuren en valluiken. Of je behoudt het industriële karakter van het gebouw en gebruikt dat in je enscenering, of je verbouwt alles ingrijpend tot heuse museale ruimten. Het huidige Stedelijk is vlees noch vis. In die weinig aantrekkelijke context toont het zijn kroonjuwelen. Tussenstand, een van de drie lopende tentoonstellingen, is gewijd aan de hoogtepunten van de vaste museumcollectie. Toch is het niet het sterkste werk dat er te zien is. Dat komt doordat een deel van de collectie op reis is. Het is allemaal snel moeten gaan, geeft Leontine Coelewij als verklaring. Een half jaar geleden wist men niet eens dat er een tijdelijke vestiging zou komen. Hoe dan ook zijn er in een handvol zalen wel degelijk prachtige schilderijen en sculpturen te zien: van Malevitsj en Beckmann tot Nauman en Koons. "We willen de gelegenheid gebruiken om te experimenteren met onze permanente collectie", zegt Coelewij. "Oud en nieuw door elkaar, schilderijen versus sculpturen en keramiek." Meestal zijn de ensembles die men gecreëerd heeft best geslaagd.

De confrontatie tussen een schilderij van Malevitsj en een beeld van Rottluff werkt, net zoals die tussen een schilderij en een beeld van Kirchner, twee keer een naakt. Na een wand met Léger, Malevitsj en Chagall hangt een reeks indrukwekkende portretten: Oskar Kokoschka en Kees van Dongen (een in harde, onwerkelijke kleuren, fors geborstelde Oude clown) worden uitgespeeld tegen Asger Jorn en Karel Appel. Te midden van de portretten en net naast de Van Dongen heeft men schijnbaar plompverloren een opengesneden karkas van een os gehangen, een schilderij van Chaïm Soutine. Het resultaat is ronduit aangrijpend. Met het beroemde werk van Rembrandt in het achterhoofd schilderde Soutine een opengesperd lijf, een brutaal landschap van dood vlees en ingewanden. Op zijn manier is ook dat een portret, het is vlees in verf net als de Clown van Van Dongen.

Vaak brengt men duo's en trio's samen: Dubuffet en Fontana; Marlène Dumas, René Daniëls en Philip Eglin; Arp, Schwitters en Werkman; Richard Serra, Elsworth Kelly en Frank Stella. Vooral de confrontatie tussen Hamish Fulton enerzijds en Bernd en Hilla Becher anderzijds is bijzonder geslaagd: de wandelende fotograaf Fulton brengt in The Boulders een reeks zwart-witfoto's samen die hij maakte van monumentale zwerfstenen in Schotland, de Bechers fotografeerden een serie oude kolensilo's op een steeds eendere manier. Of hoe industrieel erfgoed gaat lijken op desolate natuur en omgekeerd.

Zweedse meubelgigant

Rietveld versus Kramer. Contrasten in de meubelcollectie biedt eveneens een greep uit de eigen collectie. Directe aanleiding is de publicatie van een uitvoerige bestandscatalogus van meubels in het Stedelijk: 1850-2000. From Michael Thonet to Marcel Wanders. Het Stedelijk bezit ongetwijfeld een fantastische collectie (meer dan duizend stoelen, banken, tafels, kasten, enzovoort, van Thonet, Berlage, Mies van der Rohe, Aalto, Starck en Sottsass) maar de presentatie ervan spreekt nauwelijks tot de verbeelding. Rietveld en Kramer worden als elkaar tegenpolen uitgespeeld. Hun ontwerpen zijn te zien door uitsparingen in een wand van spaanplaten, terwijl de tientallen stoelen en banken van diverse internationale ontwerpers naast en door elkaar zijn gezet. De al eerder genoemde Zweedse meubelgigant doet het beter.

Buiten deze twee grepen uit de permanente collectie loopt de tijdelijke tentoonstelling 20/20 Vision. Die brengt werk van acht, meestal jonge kunstenaars samen, van wie de meesten niet eerder in het Stedelijk hebben geëxposeerd. De installatie Once upon a Time van Steve McQueen (Londen, 1969) is boeiend. McQueen kon de hand leggen op de 116 beelden die de Nasa in 1977 met de Voyager II de ruimte instuurde als 'objectief beeld' van de mensheid: nu lijken het wel toeristische plaatjes van een opvallend vreedzame mensheid. McQueen levert er sarcastisch commentaar mee op het heden. Hij vult het beeld aan met klank: onverstaanbare zinnen die uitsproken worden door hallucinerende mensen. Zo wordt het gevoel van vervreemding en surrealisme totaal.

Ander sterk werk is van de uit Antwerpen afkomstige maar al lang in Mexico werkende Francis Alÿs (1959). Hij toont de video-installatie Cantos Patrioticos (1999) met drie schermen waarop een stoelendans, een mariachi-orkest en een vreemdsoortig ritueel in de straten van Mexico gecombineerd worden. Ook hier roept de schijnbaar eenvoudige werkelijkheid vele vragen op.

Marc Bijl (Leerdam, 1973) ten slotte doet vaak performances in de openbare ruimte. In het Stedelijk heeft hij een muur aan twee kanten volgespoten met zwarte grafitti: citaten uit De steppewolf van Herman Hesse, een auteur die een inspiratiebron was voor zowel Hitler als de Rote Armee Fraktion. Uit een grote geluidstoren laat Bijl toespraken van Kennedy, Stalin, Churchill, Hitler en Bin Laden galmen en versmelten tot een lange klankenbrij. Een installatie over verloren onschuld.

Het overige werk - onder meer de kitscherige schilderijen van Yesim Akdeniz Graf en de weinigzeggende, met clichébeelden spelende foto's van Torbjørn Rødland - kan minder boeien. Ook in dit gedeelte valt de weinig geïnspireerde mise-en-scène op. Er zitten te veel dode hoeken en blinde muren in de tentoonstelling, de toeschouwer loopt rond in een saaie doolhof. Geen arte povera, maar armoedig gepresenteerde kunst.

Het Stedelijk moet nog groeien op zijn nieuwe locatie, zoveel is duidelijk.

Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5,

1011 AD Amsterdam. Dagelijks 10-18 u.

Donderdag tot 21 u. Entree: 8 euro.

Het museum ligt op vijf à tien minuten te voet van het Centraal Station.

Info: 0031-20/5732.911, www.stedelijk.nl. Kramer versus Rietveld loopt tot 29 augustus, 20/20 Vision tot 3 oktober, Tussenstand: een keuze uit de collectie tot 31 december.

De toeschouwer loopt rond in een saaie doolhof, en overal zijn er storende visuele elementen als brandslangen, deuren, ventilatiekokers en valluiken

(Foto Thijs Wolzak / RV)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234