Dinsdag 06/12/2022

Krokussen

Drie weken geleden schreef ik op deze plek dat poëzie, helaas, niet meer van deze tijd is. Blijkbaar gooit zelden iemand een knuppel in het hoenderhok der poëzie, want de column zorgde voor nogal wat ophef - van een echt debat was nooit sprake, want veel reageerders waren er vooral op uit mij het zwijgen op te leggen. "Gebruik je delete-toets, consoror, als je een dergelijke aanvechting hebt", schreef Johan de Boose in een open brief. "En beter nog: delete all." Ik dacht nochtans dat ruimdenkende literatoren het waardevol vinden dat tegengestelde meningen naast elkaar kunnen bestaan. Sommigen gebruikten bij hun aanval zelfs geen argumenten: Dirk Van Bastelaere repte met geen woord over de poëzie, maar noemde me een "slecht gekapte brunette met een voorhoofd genetisch geschept uit de trog van d'Udekem d'Acoz". Lang geleden dat ik zo hard gelachen heb om zoveel dichterlijke inventiviteit, en het werd nog beter toen zijn collega Marc Tiefenthal een moord op mij ensceneerde waarbij mijn lijk in een rivier werd gedumpt.

Blijkbaar ligt de poëzie deze twee mensen zo na aan het hart dat ze niet eens ingaan op de kern van wat ik schreef: dat poëzie jammer genoeg niet gewapend is tegen onze huidige tijd, waarin steeds minder mensen het geduld en de toewijding opbrengen om poëzie te lezen. Niemand kijkt op wanneer wordt beweerd dat oude tv-series vaak te traag zijn om ons nog te kunnen boeien, want onze geest is een snellere en continue stroom van prikkels gewend geworden. Maar zeggen dat gedichten lezen het soort geduld vergt dat nog maar weinig mensen in huis hebben, is blijkbaar een boude uitspraak.

De poëzie heeft er geen baat bij dat ze alleen met fluwelen handschoenen wordt aangeraakt. Wie de poëzie genegen is, moet het debat durven aan te gaan en haar geen heilige status toedichten. Dat deed ook Saul Bellow niet in zijn magistrale roman Humboldt's Gift (1975), waarin hij een beloftevolle dichter opvoert die na zijn eerste succes kapotgaat aan de verlokkingen van 'de wereld', maar ook aan het besef dat de moderne tijd hem niet langer nodig heeft. De treurnis en soms zelfs kwaadheid om het verlies van de poëzie zijn voelbaar in het boek, maar Bellow durft ook de zere plek aan te raken: "Orpheus bracht nog stenen en bomen in beweging. Maar een dichter kan geen baarmoeder verwijderen of een raket het zonnestelsel uit schieten. Het wonder en de macht zijn niet meer zijn deel."

Op het einde van Humboldt's Gift wordt Von Humboldt door zijn vriend Charlie Citrine herbegraven - en daarmee ook zijn poëzie, die op dat moment nog door niemand wordt gelezen. Wanneer Citrine de begraafplaats verlaat, schopt een andere vriend "een paar bladeren van het vorige najaar weg". Hij ziet een lentebloemetje en vraagt Charlie wat voor soort het is. "Geen idee", zegt die, "ik ben zelf een stadsjongen. Het zijn vast krokussen." Ik wens vurig dat onder de laag herfstbladeren waarmee de poëzie vandaag is bedekt krokussen schuilgaan - maar ik geloof van niet.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234