Woensdag 25/11/2020

Kritiek op kunstpausen

Hij zou geknakt zijn omdat de betreurde Jan Hoet hem liet vallen. Maar de schilderijen die Marc Maet (1955-2000) maakte in de jaren voor hij uit het leven stapte, blijven ongemeen boeiend. De Brusselse Roberto Polo Gallery vond het terecht een overzicht en een boekuitgave waard.

"Alle schilderijen die ik heb gemaakt, zijn voor jou. Doe ermee wat je wilt, maar zorg ervoor dat ze niet in de handen vallen van de vele aasgieren en strontvliegen die het kunstwereldje rijk is. Als je heel erg kwaad op me bent - en daar is alle reden toe - verbrand ze dan."

Dat schreef Marc Maet in een afscheidsbrief aan zijn vrouw. De Bruggeling die na zijn studies in Gent bleef hangen, was een gevoelige ziel maar hij leed ook veel lichamelijke pijn. Wellicht was het dus niet alleen het gebrek aan erkenning in het kunstcircuit dat deze begaafde artiest ertoe aanzette zich in de zomer van 2000, een paar dagen voor zijn 45ste verjaardag, van het leven te beroven.

De ontwikkeling van Marc Maet verliep enigszins parallel met die van zijn Gentse vriend Philippe Vandenberg, die zich 2009 eveneens van het leven beroofde. Als jonge kunstenaar werd Marc Maet de hemel in geprezen. Hij kreeg uitnodigingen voor tentoonstellingen in Athene, de Biënnale van São Paulo en in New York. Musea kochten zijn doeken en in de Academie in Gent ontpopte hij zich tot een gedreven docent. Maar het begon aan hem te knagen dat schilderkunst nog nauwelijks een podium kreeg en moest wijken voor installaties en conceptuele kunst.

Vandaag is de schilderkunst echter weer helemaal terug, dat bewijst ook de postume expositie Aftermath met doeken van Maet uit de jaren 1990 in de Roberto Polo Gallery. Het werk dat in de Brusselse galerie te zien is, behoort tot Maets laatste periode. Aanvankelijk liet Maet zich gaan in een spontane, neo-expressionistische schilderwijze, waarna hij in de jaren tachtig in de trant van de Neue Wilde ging werken.

Deze beweging zette een heftig geborstelde terugkeer naar de figuratie in, als reactie op de soms koele en intellectualistische conceptuele kunst en het afgemeten minimalisme. Bij Maet evolueert deze benadering tot een schilderkunstige reflectie op de moderne kunst vanaf Vincent van Gogh, waarbij ook woorden en literaire fragmenten een belangrijke rol spelen.

Maet plaatste zichzelf te midden van een web van invloedrijke kunstenaars, onder wie ook zijn landgenoten René Magritte en Marcel Broodthaers, die hij openlijk citeerde in zijn werk. Behalve een persoonlijk gekleurde reactie op de moderne canon van de beeldende kunst, is het ook een kritiek op de heersende kunstpolitiek. Dat wordt meteen duidelijk als je de Roberto Polo Gallery betreedt.

Blikvanger is Maets versie van Picasso's Guernica. Het monumentale doek, geschilderd in bruine tinten en zwarte contouren, draagt bovenaan de titel Kleine Guernica op vrijdag visdag (1999). We zien een dynamische compositie met armen, benen en handen, verrijkt met iconen die verwijzen naar Magritte en andere kunstenaars: de schedel als vanitas-symbool, een pijp, een handspiegel, een kaars, een masker, een grote mosselschelp, een damesschoen met hoge hak,... Maet blijkt niet de ravage van de aanval op onschuldige burgers vast te leggen, maar de kleine oorlog die binnen in hem woedt.

Oogbollen

De iconen die hij door het beeldvlak laat dwalen, keren terug in andere schilderijen. Dat is ook het geval in De onthoofde schilder (1997) die met de handen op de rug gebonden op het kapblok ligt. De symbolen vormen een vocabularium waarvan de betekenis mysterieus blijft.

Soms helpt achtergrondkennis, zoals bij het schilderij van twee hazen met daaronder de vraag: moeten de beelden nog aan de hazen worden verklaard? (1998). Maet geeft hier ongetwijfeld commentaar op een performance van Joseph Beuys uit 1965. Daarbij liep de Duitse kunstenaar met een dode haas in de armen van kunstwerk naar kunstwerk terwijl hij een onverstaanbare uitleg murmelde. Maet zet je aan het denken door tussen zijn twee naar elkaar gekeerde hazen een schedel te schilderen.

Zijn werken vragen een trage, onderzoekende blik die ook de kunstenaar zelf typeerde. Vaak schildert hij oogbollen op het doek, waarbij stippellijnen kijkrichtingen aangeven. In de publicatie The Aftermath schrijft Ann M. Dijkstra dat Maet gefascineerd is door een vers van Paul Valéry: 'Je me voyais me voir, sinueuse, et dorais'. Ik zag me naar mezelf kijken, krijgt bij de kunstenaar een autonome betekenis. Volgens hem kijkt het schilderij terug terwijl de kunstenaar het maakt en later kijkt het ook de tentoonstellingsbezoeker aan. Het heeft iets unheimlich.

Marc Maet, The Aftermath 38 euro, www.roberto- pologallery.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234