Maandag 14/10/2019

Krampachtig aanpappen met modieuze trends

muziektheater

de dwaalweg van 'wolf' en 'heliogabal' naar de ruhrtriennale

Op andere avonden was er wel meer publiek, verzekert Gerard Mortier ons na de voorstelling van Alain Platels Wolf in de Kraftzentrale van het Landschaftspark Duisburg-Nord. Nochtans zal ook de volgende avond, voor Heliogabal van Peter Vermeersch, de Gebläsehalle ernaast niet gevuld raken, ondanks een forse Vlaamse aanwezigheid. Het oude publiek lijkt voor dit soort voorstellingen grotendeels afgehaakt te hebben en het nieuwe is zo te zien nog niet gevonden. Bestaat het wel?

Duisburg

Van onze medewerker

Stephan Moens

In theorie moeten die twee voorstellingen nochtans een jonger publiek aanspreken. Beide gaan op die samplende, onhistorische manier met materiaal om, waarvan men zegt dat ze de tijdgeest weerspiegelt. Wolf is een multiculturele fabel met muziek van Mozart, bewerkt door Sylvain Cambreling. Een tiental dansers lijkt vooral zijn eigen verhaal te vertellen, een verhaal dat ieder meebrengt uit zijn of haar cultuur, de clichés die daarmee samenhangen en de manier waarop hij of zij daarmee omgaat in onze moderne funcultuur. Die mix van persoonlijkheden vormt de grootste sterkte van het stuk.

Contrapunt en verbindend element van al die verhalen is een stadsschuimer, die omringd is door een meute honden. In het begin wordt hij meedogenloos afgetuigd door de andere personages: de pretcultuur duldt geen outcast. De honden ontfermen zich over hem, likken zijn wonden, knagen aan zijn kleren, tegen het einde denk je bijna: en ook aan hem. Ook dat is een sterk beeld, zeker tegen de trieste coulisse van een vervallen en nagenoeg verlaten shoppingcenter, dat al evengoed een buitenmaats kippenhok had kunnen zijn en dan ook gedeeltelijk als hondenhok fungeert.

Soms komen die individuele verhalen bij elkaar: in een groteske homo- en travestietenorgie bijvoorbeeld. Maar vaak blijven ze solitair: grote dans- en acrobatiesolo's, de ene al beter dan de andere (de balletparodieën zijn de magerste gedeelten). Op zijn best zijn dat ontroerende scènes, op zijn slechtst komt het heel dicht in de buurt van pubertaire loltrapperij (en één keer, in een nationalistische vlaggenscène, zelfs van overjaars vormingstheater).

Men zal zeggen dat net die tegenstelling tussen ontroering en kinderachtigheid typerend is voor de persoonlijkheid van Mozart. Eigenaardig genoeg maak je, terwijl je naar de voorstelling kijkt, nooit die link. Mozarts muziek, soms weinig, soms wat meer en dan vooral pointillistisch bewerkt door Cambreling, lijkt eerder als een radioprogramma boven de voorstelling te zweven. Zelfs als de drie

zangeressen zich mengen in het scenische gebeuren (waarbij Platel hun ook hun, vaak breekbare, eigenheid laat), maakt hun zang er nog altijd geen deel van uit. Hier, en in de ontbrekende eenheid van de avond, liggen de zwakste kanten ervan. Waarom het publiek niet meteen hapt, is daarmee niet verklaard. Maar één ding is zeker: de door Mortier al jaren bezworen compleet nieuwe kijk op Mozart brengt Wolf niet.

Eenzelfde gevoel van ontoereikendheid overvalt je bij het zien van de bigbandopera Heliogabal van Peter Vermeersch. Ook hier was de ambitie hoog: de geschiedenis van de perverse Romeinse kindkeizer Heliogabalus heeft mythische proporties, en librettist Thomas Jonigk heeft die gelinkt aan de moderne mediamythologie die tot verschijnsels als Idool 2003 leidt. Na de kindkeizer de kindster, sozusagen.

Het gegeven biedt zeker mogelijkheden, maar zoals het hier is uitgewerkt blijft het al te vaak steken in het cliché. Het marionettenleger dat het orkest uitmaakt, de hofdames in avondjurk (uitstekende zangeressen: Livia Budai als Julia Maesa, Ursula Hesse von den Steinen als Aquilia Severa, Laurence Janot als Cornelia Paula), de hofmeier Claudius (Pieter Embrechts) in smoking met gsm: oeioeioei. De typering van Heliogabals opvolger Alexander (Wim Willaert) als accordeonspelende does: flauw. Heliogabal zelf (Wim Opbrouck) als blauwgeverfd afgodsbeeld: geen slecht idee, vooral als je aan zijn cultus van de zwarte Betyl denkt. Maar dat blijkt niet de bedoeling: eigenlijk is hij gewoon een smurf. Oeps.

Al die personages (daarbij ook nog Esmé Bos, Sara de Bosschere en Bernard Van Eeghem) voeren goed anderhalf uur een soort revue op, die op haar beste momenten een zwakker kleinkind van de Dreigroschenoper lijkt, maar dan zonder de dramaturgische eenheid van die laatste. Men wil zonder twijfel zeggen: het rijk van Heliogabalus was niets dan entertainment, net als onze maatschappij. O ja? Een beetje eendimensionaal, nietwaar?

Niet dat Peter Vermeersch geen aanstekelijke muziek geschreven zou hebben, niet dat zijn Flat Earth Society ze niet verbluffend virtuoos zou spelen. Maar ook hier weer voel je nergens de absolute noodzaak van net deze muziek bij dit stuk; zij is perfect bij tientallen andere gelegenheden denkbaar. Van echt muziektheater kan dus ook hier geen sprake zijn.

En er zijn nog zwakke kanten aan het ding. Het is erg mooi dat Mortier het Toneelhuis met zijn beste acteurs engageert, maar wil iemand eens uitleggen wat de meerwaarde is van Vlaamse acteurs die, op één uitzondering na (Opbrouck, die maar één monoloog heeft), in het Duits een soort gemodificeerd Rudi Carrell-accent hanteren?

Nog veel pathetischer dan in Wolf is men hier in de val getrapt van het krampachtige aanpappen met modieuze trends; precies wat het stuk wou ironiseren is er de kern van geworden. Net wat er vernieuwend aan moest zijn, het ahistorische gesample, is bijgevolg de grootste zwakte van beide producties. Men kan zich dan ook niet van de indruk ontdoen dat dit een dwaalweg is, en hopelijk een voorbijgaande mode. Een publiek, zo blijkt nu al, zul je er niet mee genereren.

Wat: Wolf Wie: dansers, zangers, Klangforum Wien. Alain Platel, Sylvain Cambreling naar Mozart Waar en Wanneer: Duisburg, Kraftzentrale, 7 mei. Nog voorstellingen tot 29 mei, in september in Gent (Vlaamse Opera), volgend jaar in Brussel (KunstenFESTIVALdesArts)Ons oordeel: Mooi in zijn uitbeelding van individuele danserspersoonlijkheden, maar het stuk mist eenheid en Mozart is maar achtergrond. Wat: Heliogabal van Peter Vermeersch en Thomas Jonigk Wie: zangers, acteurs, Flat Earth Society o.l.v. Peter Vermeersch en Koen Kessels; regie: Roy Faudree Waar en wanneer: Duisburg, Gebläsehalle, 8 mei. Nog voorstellingen tot 25 mei. Ons oordeel: Sterke, krachtig uitgevoerde muziek van Vermeersch zonder veel verband met het gegeven. Dat, en zeker de uitwerking ervan, is zwak en modieus.

De al jaren door Gerard Mortier bezworen compleet nieuwe kijk op Mozart brengt 'Wolf' niet

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234