Donderdag 22/08/2019

Kraken

Kraken om de stad sociaal te maken

"Kraken is geen misdaad, leegstand wel!": graffiti herinnert aan de boodschap die uitgezette krakers wilden geven, op een Gents kraakpand (1993). Beeld © Roland Van der Sypt

Einstürzende Neubauten legden in de kraakscene de basis van hun succes, ook Walter De Buck deed dat. Tussen die twee uitersten zit veel kraakgeschiedenis. Niet die van het gezin in de Holstraat in Gent dat deze week voor politieke heisa zorgde. Wel die waarbij kraken een rol speelt in creativiteit en activisme.

'Tot de politie het ontruimde.’ Dit verhaal begint met een einde, de laatste woorden van wat soms (even, een tijdje, vaak jaren) een sprookje is. Of je nu in een pand in Groningen, Antwerpen, Berlijn, Louvain-la-Neuve of zelfs Genk kraakt, altijd komt die dag. Met of zonder slag of stoot. Die dag is de laatste van wat een tijdelijk nest is. En dus was – ‘Tot de politie het ontruimde.’

20 augustus 1980 was zo’n dag in Gent. We kopiëren uit het verslag van onderzoekers Stijn Oosterlynck en Pascal Debruyne: “Terwijl burgemeester De Paepe van zijn vakantie aan de Belgische kust genoot, voerde een vijftig man sterke politiemacht zijn bevel tot uitwijzing uit. Bruine zeep op de trappen, de nauwe steegjes en de zelfgemaakte inbraakalarmen en barricades hielden de politie in gevechtsuitrusting nog even tegen, maar uiteindelijk verloren de pandinisten het pleit.”

Pandinisten? Prachtig woord. “Het verhaal van deze week van die mensen in de Holstraat is helemaal anders dan wat er toen gebeurde”, zegt Luc Rogiest. “De reden waarom het Pand (vandaag beter bekend als het Caermersklooster, RVP) bezet werd, had te maken met de uitdrijving van de oude bewoners door de stad. Dat was een actie. En uiteindelijk was het drie jaar later de aanzet tot de restauratie van het Patershol.”

Goede sfeer

Rogiest was zo’n ‘pandinist’. Eind jaren 70 trok het oude klooster in het Patershol hem aan als woonplek, nieuwe buurt, gemeenschap van gelijkgezinden, dicht bij de Academie, spotgoedkoop. Net zoals Luc Emmery die daar al in 1972 was beland. En net zoals Piet Creve, vandaag aan de slag in de publiekswerking van het Amsab (Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging). “Het Patershol was toen een van de kankerplekken van de stad”, zegt Creve. “Maar het Pand, waar nog oude bewoners woonden, werd wel een geliefde plek. Er gebeurde altijd wel iets, de sfeer was er plezant én het was een goedkope woonplek.”

500 frank betaalde Creve, na een tijdje op een wachtlijst te staan, 12,50 euro dus voor een woonplek in het Pand. Voor dat geld had hij geen stromend water, geen toilet, wel elektriciteit: “Goed om twee peertjes te laten branden.” Creve woonde er niet alleen. In de herinnering had kunstenaar Frans Gentils er een atelier, net als Dan Van Severen. Schrijver Bert Popelier liep er rond en vlakbij woonde Stefan Hertmans, die zich wel nog de acties en de uitzetting op 20 augustus 1980 herinnert, maar geen pandinist was. Laat staan kraker.

Zachte en harde kraker

“Maar we maken onderscheid tussen een zachte en een harde kraker”, zegt postdoctoraal onderzoeker Pascal Debruyne (UGent). “Eigenlijk waren de mensen die in het Pand gingen wonen en een minimale huur betaalden strikt genomen geen krakers.” Maar toen eind september 1978 het bericht van de provincie Oost-Vlaanderen kwam dat alle huurders er weg moesten, trok dat nieuwe bewoners aan. Die na een tijd de huur in een pot stortten in plaats van aan de provincie, die huurgelden weigerde. “Maar wij betaalden toch om onszelf eigenlijk te legaliseren.”

We keren straks terug naar Gent en naar die dagen, maar de geschiedenis van het kraken kan niet zonder een korte reis naar Nederland. De lijst met gekraakte panden en gebouwen daar is lang en had altijd snel de functie van creatief broeinest. Een brief van 3 oktober 1980: “Eindelyk is het dan zover, het Poortgebouw heeft een bestemming gekregen! Afgelopen nacht hebben wy, Rotterdamse Kraakgroepen, met zo’n 50-70 man/vrouw het al jaren leegstaande Poortgebouw gekraakt.” Nu heeft het een eigen website: ‘We host many events all the time.’

In Groningen werd het Grand Theatre ooit gekraakt, in Amsterdam De Groote Keijser en Vrankrijk. Later traden er groepen als The Scene op. “Veel kunstenaarsinitiatieven komen uit de kraakbeweging”, zegt de Nederlandse architecte Ine Poppe die in 2000 samen met Sandra Rottenberg De kraakgeneratie schreef, portretten van krakers uit de lichting 1955-1965. “Maar de kraakbeweging zorgde er ook voor dat veel gebouwen niet werden afgebroken. Veel pakhuizen werden bijvoorbeeld verbouwd tot woonhuizen en de gemeente Amsterdam kocht panden aan voor sociale woningbouw.”

Meteen wordt de dubbele functie van het kraken, zeker toen, blootgelegd. Het ging niet zozeer om het huisvesten van daklozen, men wilde aanklagen, bewaren, met oog voor erfgoed, stimuleren van sociale voorzieningen, maar dus ook voedingsbodem zijn voor creatief talent. Weze het schrijvers, jonge kunstenaars, muzikanten en de botsing van ideeën.

Dat in (dan West-)Berlijn de band Einstürzende Neubauten uitgerekend in 1980 ontstond, is geen toeval. Het was die periode en Wikipedia vermeldt: “Aanvankelijk produceerden ze industrial, in de zuivere zin van het woord, muziek gemaakt met drilboren, winkelkarretjes etc. In de begintijd ging de band uit van het idee dat vernietiging een voorwaarde was voor creativiteit. Oude objecten, gebouwen en muziek werden verwoest, omdat volgens de band alleen door destructie echt iets nieuws kan worden gemaakt.” Al botst die verwoesting en vernietiging net met het idee van hergebruik en nieuw inzetten van gebouwen, de groep gedijde wel in die beweging.

De typische dingen

Het is twintig jaar later als in Leuven Villa Squattus Dei opent. Het gebouw in de Schapenstraat was eigendom van Opus Dei, was een zeer groot studentenhome geweest met een nog véél grotere tuin waarin dan weer een openluchtzwembad en een tennisveld aangetroffen kon worden. “Maar sinds 1996 stond het leeg”, zegt David Dessers, vandaag gemeenteraadslid voor Groen in de stad. “Vanaf 2000 werd het bezet door krakers. Zelf woonde ik vlakbij. De hoofdbedoeling van de krakers was niet meteen wonen op zich. Het was een plek waar je de typische dingen zag: infotheek, weggeefwinkel, politieke meetings, op woensdagavond volkskeuken met veganistisch eten. En in de grote zaal, in lokaaltjes en in de tuin vaak concerten en fuiven. Wie kwam daar? De typische dingen.”

Hoor je wel vaker: de typische dingen. Dan wordt hardcore en punk bedoeld, maar in Villa Squattus Dei (we zijn in een studentenstad) toch ook stand-upcomedy en folk.

“Een traditionele afspraak was het ‘Boycot-Marktrockfestival’”, herinnert Dessers zich. “Terwijl in de binnenstad Marktrock aan de gang was, was dit de alternatieve versie. En dat trok toch duizenden mensen. Je hoorde er groepen die je nergens anders hoorde.”

Ook de namen klinken anders. Intestinal Disease. Usual Suspects. Zerstorung. Foetus Party. The Zundapp Brothers. Bunnies on Strike. En John Merrick: turbo grind de Wallonie. “Misschien hebben daar ook mensen als Anton Walgrave gespeeld, dat zou kunnen, maar natuurlijk was het vooral underground. En verder waren er veel mensen die met schilderkunst of beeldhouwen of installaties bezig waren.”

Confrontatiestrategie

Villa Squattus Dei had aan de gevel een oude beschilderde 2pk hangen, die werd weleens van de muur gehaald, om in 2001 te betogen toen toenmalig minister Magda Aelvoet een Europese top naar haar stad haalde of wanneer extreemrechts de straten van Leuven kwam bevuilen. Maar ook hier kwam een eind aan. Zeven jaar duurde het sprookje. ‘Tot de politie het ontruimde.’ Dat was 18 juni 2007.

Ben Van der Bauwhede noemt zich een kraker van de tweede generatie en is tot vandaag actief. En wat in Leuven gebeurde, zag hij ook in Gent. “Er werden een tijdlang optredens georganiseerd in de vroegere metaalfabriek Tubel in Gentbrugge, waar ook de oude plasticfabriek Sidaplax werd gekraakt”, zegt hij. “Vooral in dat laatste pand. De vzw Charcuterie organiseerde daar veel optredens en andere culturele evenementen. En zeker, het zijn vooral punkbands die in die beweging actief zijn. Echt mainstream worden die meestal niet, maar een band als Agathocles is in bepaalde kringen toch een naam geworden.”

Maar belangrijker nog dan enkel en alleen cultureel is dat de kraakbeweging, bijvoorbeeld in Gent, voor oppositie staat. Of stond, voegt Paolo eraan toe. Tussen 1990 en 2005 woonde hij in verschillende Gentse kraakpanden. “Het grootste verschil met kraken vandaag, is dat wij veel meer een confrontatiestrategie voerden”, vindt hij. “Wij kaartten leegstand aan, speculatie met gebouwen, opvang voor daklozen. Vandaag lijkt kraken meer op verzoeningen. Bijna wordt er een huurcontract afgesloten.”

Volgens Paolo was het de verdienste van hun generatie dat ze dingen in gang zetten: de doorgeefwinkel, fietsreparatie... “Veel van wat wij toen deden, is later door de stad overgenomen. Je kunt zeggen dat we een pioniersrol speelden. We namen ook leegstaande panden in die dan in gebruik genomen konden worden door kunstenaars en artiesten allerhande. Er kon repetitieruimte gedeeld worden. Al die principes zijn overgenomen door een initiatief als Nucleo.”

600 frank voor een huisje

Dat treft, want daarmee komen we via een omweg eigenlijk terug bij het Pandinistisch Verblijvingsfront van rond 1980. Via Luc Emmery: hij begon na het Pand als zelfstandige houtbewerker en werkt nu onder meer, als interimmer, voor Nucleo. “Zij stellen gebouwen die lang leeg staan tijdelijk ter beschikking van kunstenaars of andere creatievelingen, tot de dag dat het pand een herbestemming krijgt”, zegt Emmery. “Het oude gebouw van de veeartsenij bijvoorbeeld. Of een oud schoolgebouw aan de Lindelei.”

Het lijkt een beetje of voor Emmery zelf daarmee een cirkel rondgemaakt wordt. Al wist hij dat natuurlijk niet toen hij in 1972, toen hij 18 was, zijn intrek nam in het Pand in het Patershol. In 1980 werd hij er mee ‘uitgedreven’, maar uiteindelijk bleef hij er ook nadien nog tien jaar. “Eigenlijk was dat een vorm van cohousing avant la lettre”, zegt hij. “En later heeft de politiek dat omgevormd tot een sociaal woonproject. Dat is wel een goeie erfenis. Uit nostalgie spring ik er nog weleens binnen, maar de sfeer van vroeger is er natuurlijk niet meer.”

Voor een kamer betaalde je er 400 frank. Dat is 10 euro. Een huisje kostte 600 frank. 15 euro dus. “Zelfs toen was dat een belachelijk laag bedrag”, zegt hij. “Vrienden die in Amsterdam woonden, betaalden toen al twintig keer meer.” Eén van de bewoners, met zijn gezin, was zanger Walter De Buck. Piet Creve herinnert zich dat De Buck ’s nachts doedelzakspelend thuis aankwam, maar samen met Luc Emmery’s broer Jan maakte de in 2014 overleden Gentse bard ook een protestsingle met deze oorwurm: ‘'t Es veur ons allen een echte schand/wat er gebeurd es in ons Pand.’

Fernand Huts

“Vandaag klinkt burgerparticipatie als vanzelfsprekend”, zegt Pascal Debruyne, “maar dat was toen helemaal niet zo. De actie van de bezetters van het Pand was de eerste grote slag van de stadsbeweging van onderuit. Tegen burgemeester Placide De Paepe, die ze een betonboer vonden. In schepen Jacques Monsaert, een oude scoutsman, vonden ze wel iemand met wie ze konden praten. Maar in 1979 werd er betoogd en dat bracht zeker 1.500 mensen op de been. Voor dit doel. Dat was uniek. (lacht) Grappig is dat in die betoging zelfs mensen als Guy Verhofstadt en Oswald Van Ooteghem van de toenmalige Volksunie mee stapten.”

Piet Creve woonde er een jaar of twee. “Maar toen kreeg ik een job en dat werd lastig. ’s Morgens vertrekken uit een ijskoud huis en ’s avonds terugkeren in opnieuw een ijskoud huis.” Maar 20 augustus 1980 kwam de politie dus en oude en jonge bewoners werden uit het Pand gezet. Kunstenaars als Roger Raveel en Kamagurka kwamen het nog ‘uitschilderen’. Vandaag is het Caermersklooster bekend als Provinciaal Cultuurcentrum. “Het is toch een beetje paradoxaal dat daar nu tentoonstellingen worden georganiseerd door Fernand Huts”, zegt Debruyne.

Was wat in die periode in Gent gebeurde uiteindelijk écht te catalogeren onder de term kraken? In haar scriptie uit 2006 schrijft architecte Renée Steyaert: “Krakers betreden een huis zonder rechtmatige toestemming van de eigenaar, terwijl de ‘Pandinisten’ hun woning niet wilden verlaten. Deze situatie leidde ook niet tot andere kraakacties, want pas tien jaar later, in 1991, hoorde men van de eerste ‘echte krakers’.”

Die laatsten namen een huis in de Gentse Ketelvest in. Nadien volgden andere, weze het niet altijd van dezelfde activistische makelij. Zegt Steyaert, tien jaar na haar scriptie, aan de telefoon: “Ik heb jongeren gezien die zogezegd in een kraakpand woonden, maar die ’s morgens twee straten verder door hun ouders met de grote wagen werden opgehaald om hen naar hun villa in Sint-Martens-Latem te brengen.”

Maar misschien trad Instestinal Disease daar in de kelder wel op. Tot de politie het ontruimde?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden