Donderdag 17/06/2021

Krachtig naar de tachtig: Fidel Castro

Het had een groots feest moeten worden, dit weekend in Havana. Maar Fidel Castro liet de plechtigheden voor zijn tachtigste verjaardag, morgen, afblazen. Het gonst dan wel van de speculaties over zijn toestand, zelf maakt de Líder Máximo zich sterk dat hij spoedig terugkomt. In afwachting daarvan, een blik op het leven van een man die meer dan wie ook zijn stempel op de geschiedenis van Cuba en Latijns-Amerika heeft gedrukt. Door Lode Delputte

Havana, een nacht in 1999

Het was een woensdagavond, een van de eerste dagen van 1999, de Revolutie was net 40 jaar oud. Enkele Belgische journalisten die het bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke aan Cuba versloegen, hadden eerder die dag vernomen dat ze stand-by moesten blijven in de lobby van het Habana Librehotel, het voormalige Habana Hilton waar Fidel Castro kantoor gehouden had in de eerste maanden na zijn machtsovername.

In het gezelschap van de Belgische excellentie zouden we die avond bij Fidel Castro ontvangen worden. Standaardwerken als Frei Betto's Fidel and Religion en vele andere hebben het vaak over dat trekje van hem: Castro is een workaholic die vooral 's nachts op dreef is en zijn gasten het liefst op de laatste knip ontbiedt, op een laatavondlijk moment dat hem het best schikt.

Persauto's van het Minrex, het ministerie van Buitenlandse Zaken, waren de journalisten plotsklaps komen afhalen. In vliegende vaart werden we naar het streng bewaakte Paleis van de Revolutie overgebracht, aan het gelijknamige plein.

Tussen de aankomst in het paleis en de kennismaking met Fidel lag een schier eindeloos wachten. De veiligheidsmaatregelen waren indrukwekkend, de spanning was te snijden - al deden sommige collega's nog zo hun best om de zaak als banaler voor te stellen dan ze voor de meesten van ons was. "Fidel? So what?"

Glimmende gangen en trappen, strak modernistische kunst aan de muur, gigantische tropische planten in de zithoeken: het paleis, gebouwd onder Batista en zoals de meeste bouwwerken in Havana gerecupereerd door de Revolutie, was bedoeld om te imponeren - en vervulde die functie met glans.

Wachten. Oeverloos wachten in een zaal. Tot aan het andere eind ervan de deuren openzwaaiden en Fidel Castro, op de hielen gezeten door een leger medewerkers en het corps diplomatique van Cuba en België, met even haastige als vaste tred op het journaille afstapte. Ook de relativisten onder de collega's veerden op, en haastten zich richting Comandante en Jefe.

Castro antwoordde breeduit op vragen, legde een monumentale mimiek aan de dag, bouwde pauzes en volumeverschillen in, stak zijn rechter wijsvinger daarbij als een waarschuwend leermeester in de lucht. Hij had van de Belgen net een soortement bronzen reuzeneuro gekregen, die hij als een hostie omhooghield. "Ik lijk wel een pastoor", grapte hij tot vermaak van 't algemeen.

"Met welke Cubanen hebt u dan wel gesproken?", vroeg hij berispend toen RTL-journaliste Marie-Rose Armesto op de misère en klachten van Jan Modaal wees. Op het gebrek aan vrije meningsuiting. Op de revolutionaire vermoeidheid van de straat.

Castro kneep de vrouw vriendschappelijk in de wang, en stelde voor haar een keertje mee uit eten te nemen. Marie-Rose was, helaas, te zeer onder de indruk om de Líder Máximo onverwijld 'ja' te antwoorden, waarna de bevoorrechte tête-à-tête nooit plaatsgevonden heeft.

Voor het tot de journalisten doorgedrongen was, bleek hun tijd bij Castro alweer om. Fidel was even snel achter de deuren van zijn paleis verdwenen als hij ze had laten openen.

Perslui zijn ook maar mensen. Op weg naar het Habana Libre - het moet ongeveer één uur 's nachts geweest zijn - leken de Minrexauto's rijdende, maar vooral kakelende kippenrennen. Iedereen, ook de koele kikkers van enkele uren eerder, had de mond vol over de ontmoeting met de revolutionaire leider.

Vier jaar later, toen deze krant in Miami met socioloog, auteur en Varkensbaaiveteraan Juan Clark sprak en we hem over de ontmoeting vertelden, herkende de professor de koortsigheid wonderwel.

"Je kunt erg veel over Castro zeggen, je kunt voor of tegen zijn, maar je moet hem nageven dat hij een buitengewoon overtuigend redenaar is. Toen na de mislukte invasie van de Varkensbaai op 17 april 1961 de deelnemers aan de operatie gevangengenomen waren, zocht hij hen op in de cel. Die mannen, anticastristen in hart en nieren, zaten op de grond en werden verplicht naar Castro's lessen te luisteren. Eerst waren ze doodsbang. Uiteindelijk toonden ze zich echter zo geïntrigeerd dat ze hem na afloop een spontaan applaus gaven. Om maar te zeggen dat Castro zelfs zijn felste tegenstanders als een pannenkoek weet om te draaien. Het is een kentrek die we nooit mogen vergeten als we zijn leven proberen te duiden."

Was het nu 1926 of 1927?

Officieel werd Fidel Castro op 13 augustus 1926 geboren. Zelf zei de Cubaanse leider later dat hij "altijd al iets met het cijfer 26 gehad heeft". Op 26 juli 1953 bestormde hij de Moncadakazerne in de oostelijke stad Santiago, het beginpunt van de Revolutie. En het tweevoud van 26, jawel, is 52, het jaar waarin de later door hem omvergeworpen Fulgencio Batista zijn staatsgreep pleegde. Als je 26 deelt door twee, kom je bij 13 uit, Fidels geboortedag.

Toch bestaat er over Castro's geboortejaar onenigheid. De vroegere Britse ambassadeur op Cuba, Castrobiograaf Leycester Coltman, schrijft dat Fidel - derde van zeven kinderen, zoon van een Galicisch migrant die zich in Oost-Cuba tot landeigenaar had opgewerkt - niet in 1926 maar in 1927 geboren werd. Vader Ángel zou de administratie omgekocht hebben toen zoonlief 14 was, met de bedoeling hem sneller in de hogere graad van het Beléncollege in Havana ingeschreven te krijgen dan wettelijk mogelijk was. Volgens Coltman viert Fidel zondag dan ook niet zijn 80ste, maar zijn 79ste verjaardag.

Een rusteloze student

In 1945 schrijft de briljante Castro zich in aan de faculteit rechten van Havana. De universiteit is de enige plaats in de stad waar de politie zich bij wet niet mag vertonen, zodat de instelling behalve de kweekvijver van aanstormend politiek talent ook het brandpunt is van verboden activiteiten en gewapende afrekeningen. Fidel ageert meer dan hij studeert. Hij is een hevig nationalist, leest liever Nietzsche dan Marx en wil Zuid-Amerika bevrijden van de met Washington bevriende dictatoren en het Noord-Amerikaanse neokolonialisme. Alvorens hij zich als advocaat vestigt, heeft Fidel Castro deelgenomen aan een mislukte geheime expeditie tegen de Dominicaanse dictator Trujillo, en actief geparticipeerd in de Bogotazo, de volksopstand die in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá uitbrak nadat daar de erg geliefde, liberale leider Jorge Eliécer Gaitan bij een aanslag om het leven gekomen was. De feiten vonden plaats in 1948, het jaar waarin Fidel met Mirta Díaz-Balart huwde, dochter van een aan Batista gelieerde advocaat en stroman voor de Amerikaanse fruitgigant United Fruit, en latere moeder van Fidelito, Castro's eerste zoon.

Opstand tegen de Batistadictatuur

Fidel Castro, lid van de sociaaldemocratische Cubaanse Volkspartij (PPC, ook wel de Orthodoxen genoemd), is kandidaat voor de congresverkiezingen van 1952. Die kunnen echter niet doorgaan doordat Batista daar met zijn coup een stokje voor steekt. Castro, ontgoocheld door de volgens hem te lauwe reactie van zijn partij, keert de PPC de rug toe en richt een groep op die de maffiose, compleet naar de pijpen van Washington dansende dictator met de wapens zal bestrijden. Hij heeft het idee opgevat een strategisch doelwit aan te vallen in een strategische stad, waarna ook de provincie eromheen zal vallen en hij naar Havana kan oprukken.

De bestorming van de Moncadakazerne in Santiago, op 26 juli 1953, draait uit op een totale mislukking. Zestig van de 135 guerrillero's komen om, Fidel en Raúl Castro worden luttele dagen later gearresteerd en respectievelijk tot 15 en 13 jaar celstraf veroordeeld. Advocaat Castro voert zijn eigen verdediging, met wat het manifest voor de Cubaanse revolutie zal worden, de tekst De geschiedenis zal me gelijk geven.

De Revolutie is geslaagd

De broers Castro krijgen gratie. Op 7 juli 1955 trekken ze naar Mexico. Ze werven er fondsen, houden militaire oefeningen en maken er kennis met de Argentijnse dokter en revolutionair Ernesto 'Ché' Guevara. Met de bedoeling een revolutionaire brandhaard aan te steken op Cuba, plannen ze een invasie. In Mexico weet Fidel een jacht over te kopen van een Amerikaan die het naar zijn grootmoeder ('Granma' - 'wat hebt u grote ogen', zoals een Cubaans grapje luidt) genoemd heeft. Als haringen in een ton varen Fidel, Ché, Raúl en 79 andere deelnemers naar de buurt van Manzanillo, in Oost-Cuba. Ze stranden in een drassig gebied, waar ze meteen door het regeringsleger onder vuur genomen worden. Slechts 16 deelnemers, onder wie de drie leiders, overleven het avontuur.

Castro's 26 Julibeweging is lang niet de enige revolutionaire of voor verandering opkomende groep op Cuba. Hoewel de betrekkingen tussen de bebaarde guerrillero's uit het Sierra Maestragebergte en de stedelijke, intellectuelere revolutionairen moeilijk zijn, slaagt Fidel erin de meeste Cubanen achter zich te krijgen. Door de hulp van arme boeren groeit zijn leger uit tot een macht die Batista op de vlucht krijgt. Het regime valt op 31 december 1958.

Revolutionair programma

Door een handig gebruik van de media en een weergaloos pr-talent krijgt Castro zijn revolutionaire boodschap in de hele wereld verkocht. Bij een reis naar New York in 1959 ontvangt hij de Egyptenaar Nasser, de Indiër Nehru en de zwarte leider Malcolm X in een armetierig hotel in Harlem.

Machtswillekeur en corruptie moeten met wortel en tak worden uitgeroeid. Een succesrijke alfabetiseringscampagne, volwaardig onderwijs voor het achtergestelde platteland, een spectaculaire opwaardering van de volksgezondheid en een drastische verhoging van de levensstandaard dragen bij tot de populariteit van de revolutie.

Op 29 juni 1960 nationaliseert Castro de raffinaderijen van Texas Oil in Santiago. Ook Shell en Esso worden genationaliseerd. Even later wordt ook beslag gelegd op de eigendommen van Amerikaanse burgers en ballingen in de steden. Grootgrondbezit wordt verboden, ook de duizenden hectaren van Castro's vader worden staatsbezit.

Conflict met de VS, de oppositie gekneveld

Als gevolg van de nationaliseringen en eerdere spanningen kondigt Washington eerst een handelsembargo, daarna een totale boycot af. Op 3 januari 1961 worden de diplomatieke relaties verbroken. Op 16 april 1961, enkele uren nadat Amerikaanse B52's Cubaanse doelwitten zijn beginnen te bestoken als voorspel op de Varkensbaai-invasie, proclameert Fidel Castro het socialistische karakter van de Revolutie.

Gaandeweg beginnen de 'democraten' onder de revolutionaire strijders Castro af te vallen. Ze zijn misnoegd over zijn autoritaire optreden. Castro zelf zuivert leger en administratie van revolutionairen die niet pal op zijn lijn staan. Duizenden Batistamedewerkers, CIA-complotteurs, gewapende contrarevolutionairen en afvalligen kregen na haastige processen of schijnprocessen de kogel - de prijs voor het vrijwaren van een onophoudelijk belaagde Revolutie.

Intellectuelen nemen intussen het hazenpad. Tussen de opdoeking van de onvoldoende revolutionair bevonden cultuurbijlage Lunes de Revolución (1960) en de arrestatie en gedwongen schuldbekentenis van auteur Hediberto Padilla in maart 1971 ligt een geschiedenis van vertrokken schrijvers, van opsluiting ook van homoseksuelen, priesters en getuigen van Jehova in Militaire Eenheden ter Ondersteuning van de Productie (UMAP's), een soort werkkampen.

De Revolutie geïnstitutionaliseerd

Om de Cubanen naar de revolutionaire doelstellingen te stuwen en permanente betrokkenheid en mobilisatie te verkrijgen, worden massaorganisaties zoals de Confederatie van Cubaanse Arbeiders (CTC), de Cubaanse Vrouwenfederatie (FMC), en de Comités ter Verdediging van de Revolutie (CDR) opgericht.

Die laatste organisatie bestaat uit buurtcomités die contrarevolutionaire activiteiten opsporen en daar preventieve maatregelen tegen nemen. Maar de CDR's zijn ook cruciaal in alfabetiserings- en vaccinatiecampagnes en helpen bij het evacueren van wijken bij orkanen en natuurrampen.

Op 3 oktober 1965 wordt de Communistische Partij van Cuba (PCC) opgericht. Elf jaar later, in 1976, krijgt Cuba een nieuwe grondwet, waarin de Partij "de georganiseerde voorhoede van de Cubaanse natie en de stuwende en hogere kracht van Maatschappij en Staat" genoemd wordt.

De Revolutie geëxporteerd

De mislukking en dood van Ché Guevara in Bolivia in 1967 had het einde betekend van een eerste, op plaatselijke brandhaarden gerichte 'revolutionaire exportgolf'.

Het neemt niet weg dat het kleine Cuba, amper 10 miljoen inwoners groot en economisch weinig ontwikkeld, gigantisch veel knowhow en mankracht naar de derde wereld heeft uitgestuurd. Tot begin de jaren negentig namen liefst 350.000 mannen en vrouwen deel aan talrijke missies in Afrika. In 1982 had Cuba 70.000 soldaten zitten in niet minder dan 23 landen. Naar landen als Angola, Ethiopië, Mozambique, Congo-Brazzaville, Algerije, Irak, Libië en Vietnam werden behalve militairen ook dokters, leraren en coöperanten afgevaardigd. Zowel het communistische regime in Ethiopië als de Sovjetgezinde regering van Agostinho Neto in Angola dankten hun voortbestaan in niet geringe mate aan Cuba. In de jaren tachtig zond het land ook talloze medewerkers naar het sandinistische Nicaragua en andere landen in Latijns-Amerika. Vandaag werken - zij het in ruil voor goedkope olie - 20.000 Cubaanse dokters en tandartsen in het Bolivariaanse Venezuela.

Crises en het einde van de Sovjethulp

De Cubanen hadden al crises doorgemaakt, met als hoogtepunt de mislukking van de suikeroogst in 1970. In de aanloop naar die gigantische zafra waren alle sectoren uit de Cubaanse maatschappij geactiveerd om brigadegewijs suikerriet te gaan kappen op de velden. Toen Fidel bekendmaakte dat de meet niet gehaald was, ging er een schokgolf door de natie, en steeg zowaar het aantal zelfmoorden.

Ook de vluchtelingencrisis van 1980 had een golf van onbehagen door de Cubaanse maatschappij gejaagd. Toen namen tienduizenden Cubanen de wijk naar Miami en liet Fidel in één ruk door ook misdadigers, geesteszieken en homo's naar de VS trekken,

Maar de glasnost en perestrojka die zich in de Sovjet-Unie aandienden, en het aangekondigde wegvallen van de hulp uit Moskou, dreven het regime pas echt in het nauw. Havana's wanhopige zoektocht naar deviezen deed menig welmenend topkader de grenzen van de legaliteit aftasten. In een onopgehelderd verhaal waarin zowel de Cubaanse inlichtingendiensten, delen van de legertop als drugstrafikanten à la Escobar genoemd worden, rollen de koppen van legergeneraal Arnaldo Ochoa, van kolonel Antonio de la Guardia en twee andere militairen. De executies lokken wereldwijde verontwaardiging uit, maar moeten de Cubanen het signaal geven dat er zelfs, of vooral, in tijden van crisis geen mededogen kan bestaan. Het socialisme of de dood, luidt Castro's nieuwe leuze.

Eerst hervormingen, dan terug naar het orthodoxe centralisme

Het einde van de Sovjet-Unie, die Cuba altijd op erg preferentiële voet behandeld heeft, tast alle verworvenheden van de Revolutie aan, en dreigt ook de basis van Fidels legitimiteit teniet te doen: een universeel, gratis en hoogstaand onderwijs- en gezondheidssysteem, erg gunstige sociale indicatoren op het vlak van herverdeling van de rijkdom, kindersterfte en levensverwachting.

Om te redden wat er te redden valt, en de inkrimping van de economie met bijna 40 procent op te vangen, stelt de Líder Máximo de Speciale Periode in Vredestijd in. De prille jaren negentig worden gekenmerkt door zware besparingen, de invoering van alternatieve energiebronnen en bemestingsmethodes, de beperkte liberalisering van een 500-tal beroepscategorieën, de sluiting van joint ventures in de toeristische industrie, de openstelling van de Communistische Partij voor gelovigen, de rechtstreekse verkiezing van de gemeenteraden en last but not least, de legalisering van de dollar.

Vele van die vrijheidsstimulerende maatregelen worden sinds 2004, nu het land de Sovjethulp vervangen heeft door handel met China en Venezuela, stukje bij beetje teruggeschroefd. Fidel Castro is als de dood voor toenemende klasseverschillen en wil terug naar het strikte egalitarisme van vroeger. Ook de strijd tegen de corruptie is fel opgedreven. Met de zogeheten Ideeënstrijd moeten ook de jongere generaties weer aansluiting vinden bij de Revolutie. Castro, zeggen waarnemers, wil een schone lei achterlaten als hij straks verdwijnt.

Nieuw diplomatiek prestige

Het geheime recept van Castro is het gemak waarmee hij zich aanpast aan een veranderende wereld. Zijn recentste succes is de aansluiting die hij vond bij de Latijns-Amerikaanse volksbewegingen en andersglobalisten. Voor de Venezolaanse leider Chávez en zijn Boliviaanse collega Morales is Fidel een voorbeeld. In een regio waar de neoliberale hervormingen van het voorbije decennium de ongelijkheid enkel hebben doen toenemen, beschouwen velen hem als een held.

Ook de tijd van het grote onderdrukken lijkt voorbij. De dissidentie blijft het aartsmoeilijk hebben, een vrije pers blijft een volstrekte illusie, maar over thema's die vroeger helemaal uit den boze waren lijkt het regime nu te willen praten. Vorige maand stuurde Havana de dochter van Raúl zowaar naar de Outgames in Montreal. Daar zei ze dat de repressie van seksuele minderheden op het eiland tot het verleden behoort. Of die aanpassingsbereidheid voldoende is om de Revolutie na Fidels dood intact te houden, is echter een andere vraag.,Het geheime recept van Fidel Castro is het gemak waarmee hij zich aanpast aan een zich veranderende wereld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234