Donderdag 21/11/2019

Kraamkamer van EEN GOUDEN GENERATIE

Nooit eerder was het Belgische nationale team zo goed. Aanvallend, dominant en attractief voetbal gecombineerd met snelheid en techniek. Waar hebben die jongens dat geleerd?

Jeugdopleiding Brussel

Er hangt een ingelijst Feyenoord-shirt in het kantoor van Jean Kindermans, hoofd opleiding van Anderlecht. Cadeautje van de Rotterdamse topclub die vijf jaar op rij de Rinus Michels-award voor beste opleiding van Nederland won, aangeboden omdat de jeugdtrainers een kijkje mochten nemen op Anderlechts jeugdcomplex Neerpede.

Ook een afvaardiging van de Amerikaanse voetbalbond MLS wilde per se Brussel aandoen. En de Japanse bond vatte zelfs het plan op een trainer een jaar lang bij Royal Sporting Club Anderlecht te laten rondlopen. Ze zijn niet de enige. Het is in Brussel een komen en gaan van bonden en clubs. Tijdens lotingen voor Europese jeugdcompetities vindt Kindermans zijn zetel helemaal vooraan.

Aan de Brusselse westring gebeuren bijzondere dingen. Het is een van de voornaamste kraamkamers van de, volgens velen, beste nationale Belgische ploeg ooit. De door een blessure afgehaakte kapitein Kompany en de gebroeders Lukaku zijn er grootgebracht, Mertens en Batshuayi liepen er rond, terwijl de huidige hoofdscout Urbain Haesaert het kwintet Vertonghen, Vermaelen, Alderweireld, Nainggolan en Dembélé opleidde.

In de toekomst moet het paars-witte aandeel nog groter worden. In de baby-Champions League, de Europese competitie voor spelers onder 19 jaar, is Anderlecht al jaren een van de geduchtste tegenstanders. Tijdens de voorbije twee edities werd de halve finale gehaald door onder meer Barcelona uit te schakelen.

Op het door Ajax georganiseerde prestigieuze Future Cup-toernooi voor 16-jarigen versloeg Anderlecht de gastheer in de halve finale en was Arsenal in de finale pas na strafschoppen te sterk. Kindermans trots: "Terwijl onze jongens fel vermoeid waren van wedstrijden met de nationale ploeg."

Het kan altijd beter. Toen vicevoorzitter Collin het Feyenoord-shirt zag, zei hij tegen Kindermans: we doen het pas goed als hier een shirt van Real Madrid hangt. Kindermans met een grote glimlach: "Raad eens waar ik binnenkort naartoe ga voor een lezing?"

Juist, Madrid.

Elf jaar geleden begon Kindermans, zelf opgeleid door Anderlecht en tussen 1984 en 1986 selectielid, aan zijn opdracht om de Anderlecht-identiteit weer terug te brengen in het eerste. "Die identiteit is: aanvallend, dominant en attractief voetbal. Met snelheid en techniek. Hoe kan dat makkelijker en goedkoper dan die kernwaarden al in de jeugdopleiding te verankeren?"

Ajax-taal

Kindermans spreekt over de focus op de ontwikkeling van individueel talent om dat vervolgens in een team te laten functioneren. Ajax-taal. Grijnzend: "Ajax was altijd mijn grote voorbeeld, ik was verliefd op dat witte shirt met die rode baan in het midden. Ajax liep voorop in Europa. Mooi om te constateren dat we het nu minstens zo goed doen. Soms zelfs beter. Daar ben ik fier op."

Een verschil zit hem in het verloop in personeel. Het sportcomplex De Toekomst van Ajax is de laatste jaren een duiventil, bij Anderlecht zie je al jaren dezelfde gezichten, zeker in de leiding. "Moet je iets wijzigen dat goed draait? We zijn zelfkritisch en innoverend genoeg."

Het mantra van Kindermans: val niet in slaap, anderen zijn aan het komen. En hij heeft het niet alleen over de binnenlandse concurrentie die met AA Gent en Club Brugge de laatste twee seizoenen de landskampioenen leverden. Maar ook internationaal gezien. "We worden nu gezien als de vaandeldragers van het jeugdvoetbal, omdat ook onze nationale jeugdploegen veel talent bevatten. Maar de huidige nationale ploeg is bovenal een unieke verzameling van talent, denk ik. We moeten al verder kijken."

Zo werden op Neerpede onlangs de trainingstijden onder de loep genomen. Wekelijks krijgen alle spelertjes 540 minuten aan divers onderricht, het dubbele van toen Kindermans begon. Kon daar niet nog een uurtje bij? Ja, maar dat zou dan ten koste gaan van de kwaliteit. "We moeten die uren gewoon beter benutten, concludeerden we na lang beraad met onze eigen jeugdtrainers, allerlei specialisten, wetenschappers, toppers uit andere sporten. We gaan nog meer individueel trainen, of met groepjes van vijf, zes. Puur spelers beter leren over wat ze op hun positie moeten doen. Er specialisten van maken."

Rolmodellen

Net als de nationale ploeg is ook Anderlecht almaar gekleurder geworden, hoewel de club niet actief in de (achterstands)wijken is gaan scouten. "We organiseren talentendagen, vakantiestages en hebben een zondagsschooltje die voor iedereen toegankelijk zijn. Dat is vanzelf steeds multicultureler geworden. Een rolmodel als Vincent Kompany en later Romelu Lukaku in het eerste scheelt natuurlijk."

De inpassing van talent gaat bij Anderlecht zelfs zo ver dat een speler van 18 jaar al niet meer als 'jeugd' wordt gezien. "Bij ons spelen er 16- en 17-jarigen in het eerste. Tegen Galatasaray speelden we anderhalf jaar geleden met de jongste CL-ploeg ooit."

In België werd lang gezworen bij ervaring. Het minimumsalaris voor niet-EU-spelers is er met nog geen 80.000 euro per jaar relatief laag. Bij sommige clubs ontstonden zelfs ware enclaves van ex-Joegoslaven of Ivorianen. Vanuit de Belgische bond werden impulsen gegeven: probeer het nu met eigen middelen, dat is uiteindelijk winstgevender. Denk aanvallender, avontuurlijker. Anderlecht investeerde in het in 2010 opgeleverde jeugdcomplex Neerpede tussen de 10 en 12 miljoen euro. Kindermans: "Heb ik hard voor moeten vechten. Maar we kunnen niet anders. Wij wilden bijvoorbeeld Dries Mertens ook wel kopen van Utrecht. Hij is bij ons opgeleid! Maar PSV telde 9 miljoen neer, dat kunnen wij niet. Wij moeten hem zelf kweken en proberen vast te houden."

Fabrieksgeheimen

Tegenover het ingelijste Feyenoord-shirt staat een bord met daarop foto's van huisgemaakte toppers als Tielemans, Praet, Roef, Dendoncker en Lukebakio. "Dat laat ik vaak zien als ik jongens moet overtuigen om te blijven. We bieden daarnaast niet alleen de, in onze ogen, beste trainingen, maar dankzij ons Purple Talents-programma behaal je een diploma waarmee je tot je 65ste je brood kunt verdienen."

Net als de Nederlandse clubs balen ook de Belgische dat de vergoeding voor jeugdspelers omlaag is gegaan. "Een schande. Welke club wil nu nog jongens van de straat halen om ze te begeleiden, om te kaderen en op te voeden als je niet weet of je er zelf nog wat aan hebt? We verliezen één à twee toptalenten per jaar. Laatst zelfs een aan Crystal Palace. Dat zijn serieuze klappen."

Kindermans geeft later een rondleiding. Pronkstuk is de fitnesszaal van liefst 500 vierkante meter. "Die heb ik nergens in Europa beter en groter gezien. Hier kunnen we met twee, drie jeugdploegen tegelijkertijd aan de gang."

Is het slim om alle fabrieksgeheimen te delen?

"Je wordt pas rijker als je dingen deelt. Je moet je niet afsluiten. Dat hebben de Fransen en de Duitsers ook ingezien. Ik zag de wedstrijd Nederland-Frankrijk. Het voetbal van Nederland van achteruit was zo stereotiep en achterhaald. En het was ook wel: jongens tegen mannen. Maar omdat jullie je nu een keer niet hebben gekwalificeerd, plaatsen jullie ineens overal vraagtekens bij. Dat is goed, maar stel jezelf wel de juiste vragen en gooi niet alles weg. Nederland heeft nog steeds fantastische voorwaarden om topspelers af te leveren. Het kan snel omdraaien. Daarom moeten wij ook scherp blijven. De anderen komen."

Jeugdopleiding Luik

"Al wat ik nodig had, was een bal", zegt Eris Kismet, een steviggebouwde Luikse middenveertiger met Turkse roots, in perfect Nederlands. "Met een bal kun je alles doen."

Hij wijst naar een omkaderd voetbalveldje met een zandondergrond waarop kinderen met verschillende huidstinten voetballen. "Hadden we niet toen we begonnen, zo'n veldje. Maar we hadden de straat. En een bal."

We zijn in Droixhe, de minste wijk van Luik, wat misschien wel de minst uitnodigende stad van België is. Maar tegelijkertijd een voorname voedingsbodem voor chique jeugdcomplexen als Anderlechts Neerpede.

Het gemeentebestuur doet er trouwens alles aan Luik een fraaier aangezicht te geven. Zo zijn de vijf foeilelijke flats tegenover het zandveldje gesloopt. De constructie was abominabel. "Overal was vocht en tocht", schetst Kismet, die er zelf woonde.

Tegelijkertijd was het een schatkamer. Vijf- à zesduizend kinderen die na schooltijd weinig te doen hadden. Met over het algemeen atletische lijven dankzij de exotische roots. Kismet bracht ze twaalf jaar geleden in aanraking met voetbal door een bal mee te brengen en op doel te gaan staan. Hij kon die bal betalen doordat hij zich de blaren werkte bij de pizzeria, de Chinees en op de vlooienmarkt. Kismet ging studeren, spreekt nu zes talen vloeiend en klom op tot leraar Engels en Nederlands. Hij was de communicator tussen alle verschillende bevolkingsgroepen, organiseerde straat-WK's door op een groene strook vier palen in de grond te slaan, lijnen te trekken en een karretje met frisdrank en wafels ernaast te stallen. Jongens speelden voor het volk van hun roots. Ook al was dat in sommige gevallen statenloos.

Abi Eris, vriend Eris, zoals hij in de wijk door iedereen begroet wordt, begon sociale projecten, een zaalvoetbalploeg, een voetbalacademie en koppelde toptalenten aan amateur- en profclubs. "We zijn naar Ajax geweest, omdat ik Beenhakker kende. Naar Genk, naar Standard. Konden we aan de jongens laten zien hoe tof het is om daar te spelen. Dat ze er echt voor moesten gaan."

Enkelen van hen begeleidt hij nog steeds, zoals de EK-ganger Christian Benteke. Hij volgt de Liverpool-speler door heel Europa. "Als ik iemand begeleid dan doe ik het goed. Daarom neem ik er niet veel spelers meer bij. Of het moeten echt heel goede gasten zijn. En met 'goed' heb ik het over hun karakter, niet over hun talent."

Oorlogsgebieden

Wandelend door grauw Droixhe verbaast Kismet zich af en toe over de snelle verandering van de buurt. "Daar hebben ze ook een nieuw pleintje. Hier ook. Goh, ze zijn het wel aan het opknappen. Als je hier vroeger viel, speelde je vier weken niet meer, zo slecht was het."

De straatvoetballers hielpen elkaar opstaan. "Je hebt hier heel veel verschillende religies, kleuren, nationaliteiten, maar het is een grote familie. Velen komen oorspronkelijk uit oorlogsgebieden of werden onderdrukt; dat schept een band."

Naast Benteke zijn de bekendste namen Nacer Chadli (Spurs), Zakaria Bakkali (Valencia), Mehdi Carcela (Benfica) en Axel Witsel (Zenit). "Ze komen hier nog steeds graag."

Het kostte Kismet, die werd bijgestaan door de inmiddels overleden voetbalminnende priester Père Paul, de nodige zeggingskracht om ouders hun kinderen te laten voetballen. "De eerste generatie immigranten was analfabeet. Voor hen was voetbal tijdverspilling. Als hun kinderen voetbalden, dachten zij: we moeten meer vuile kleren wassen. Met onze zaalvoetbalploeg zijn we vier keer de beste van België geworden. Andere ploegen hadden fonkelnieuwe tenues, schoenen en geld van de sponsor. Ik regelde gratis chocoladebroodjes als premie. Scheelde de ouders weer een maaltijd."

De aanpak van Kismet in drie woorden: discipline, discipline, discipline. "Op de juiste manier overgebracht, dat is cruciaal. Ik kom hier vandaan, ben een van hen. Dat scheelt. Belgische ploegen zouden begeleiders moeten hebben die de taal van die jongens spreken. Dan is er veel minder uitval. Vooral Standard heeft zo veel toppers laten lopen."

Hij vertelt over een toernooi in Marokko, drie jongens wisten van tevoren dat ze geen minuut gingen spelen. De reden: hun schoolrapporten waren niet goed. "Geen wanklank gehoord. Ik legde het op de goede manier uit. Gaf ze later privélessen. Als je goed in je hoofd bent, ben je goed in je benen. Als ze bij ons te laat komen, zitten ze op de bank en krijgen ze een boete. Dat is opvoeden. Als je op je werk te laat komt, verlies je ook je baan. Dat willen we ze bijbrengen."

Er moet hoop zijn, predikt Kismet. Een kans op de top. Maar waar de Franse en Nederlandse nationale ploegen almaar meer kleur kregen, bleef de Belgische vooral een roomblanke aangelegenheid. "Wij konden onze kleur niet veranderen. Zij moesten ons accepteren. Ze hebben het heel lang met blanke jongens geprobeerd. Zelfs Joegoslaven genaturaliseerd. Het is niet gelukt. Nu met gekleurde jongens erbij wel."

Racisme

Was er sprake van racisme? "Ik weet niet hoe je dat anders moet noemen. En het is zo stom geweest. Want kijk wat er nu gebeurt: je versterkt niet alleen je ploeg, maar ook de samenhorigheid. Er zijn nu donkere mensen die buiten rennen met de Belgische vlag. Dat deden ze vroeger niet. Als jij niemand in die ploeg hebt die op jou lijkt, dan voel je je ook niet verwant."

Nog steeds is in Droixhe troosteloosheid troef. "Er is hier niks te doen. De enige die naar je toekomt, is de ronselaar die dealertjes zoekt. Als je geen geld hebt en geen doel, dan ben je daar vatbaarder voor."

Kismet rijdt in een Mercedes AMG en draagt kleding en parfum van Tommy Hilfiger. "Ik heb niet te klagen. Ik koerierde pizza's voor 2 euro per uur. Nu verdien ik wat meer. Maar ik weet waar ik vandaan kom en zal me altijd om deze buurt blijven bekommeren. Ik ben te druk met de spelers die ik begeleid en sociale projecten die ik op scholen organiseer, dus ik heb nu een ploeg die de academie voor me runt. Met dezelfde mentaliteit. Want daar draait het allemaal om. Mentaliteit."

Terug bij het zandveldje komt Mohammed aangelopen. Hij is een neefje van Zakaria Bakkali, de speler die PSV eerst in extase bracht met zijn dribbels en daarna tot wanhoop vanwege afgebroken contractonderhandelingen. Zakaria is in de buurt, vertelt Mohammed, want hij gaat niet naar het EK. Maar hij rijdt rond in een mooie auto. Dat wil Mohammed ook. Snel trekt hij zijn jas uit. "Nu is het nog rustig. Straks niet meer."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234