Zondag 26/06/2022

Koud als poolijs, heet als hellevuur

De Apocalyps volgens Godspeed You Black Emperor!

Godspeed You Black Emperor!

Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven, Kranky/Bang!

Teddy Thompson

Teddy Thompson, Virgin.

Johnny Cash

American III: Solitary Man, American/Sony. Johnny Dowd Temporary Shelter, Munich Records.

Teenage Fanclub

Howdy!, Columbia/Sony.

Als rock nog een toekomst heeft in de 21ste eeuw, dan zou die wel eens kunnen klinken zoals bij Godspeed You Black Emperor!, een negenkoppig collectief uit de Canadese stad Montréal dat de voorbije jaren al verraste met onwezenlijk mooie platen als f#a#oneindig en de EP Slow Riot for New Zero Kanada. Ook op de pasverschenen dubbelaar Lift Your Skinny Fists Like Antennas to Heaven maakt Godspeed lange, instrumentale noisesymfonieën met de kracht van een heavy-metaltornado en de grandeur van klassieke muziek. De composities, twee per cd, worden doorgaans onderverdeeld in bewegingen die op hun beurt van elkaar worden gescheiden door spoken word-interludia. De stemmen, van bijvoorbeeld een predikant of een winkelmeisje, worden ontleend aan televisiedocumentaires of gewoon uit de ether geplukt. En in combinatie met de muziek, die van lieflijk en windstil vaak zonder waarschuwing overgaat in verzengende crescendo's, leidt dit niet zelden tot omineuze, apocalyptische sferen waar je als luisteraar kippenvel van krijgt.

Godspeed You Black Emperor! schudt je onzacht door elkaar, verkoopt je vuistslagen in het gezicht, geeft je het gevoel alsof je tegelijk begraven ligt onder de poolijskap en verteerd wordt door het hellevuur, maar straalt tegelijk, met behulp van elektrische gitaren, oorlogsdrums, viool, cello, piano en Glockenspiel, zoveel avontuur en mysterie uit dat je er telkens opnieuw naartoe wordt gedreven, zoals een lemming naar de rand van de afgrond.

Over de groep zelf is weinig geweten. De muzikanten blijven bewust anoniem, geven zelden interviews, zijn ook actief bij bands als A Silver Mt. Zion en Fly Pan Am en houden er vrij radicale denkbeelden over de samenleving op na. Titels als 'Cancer Towers on the Holy Road Hi-Way', 'World Police & Friendly Fires' of 'She Dreamt She Was a Bulldozer She Dreamt She Was Alone in an Empty Field' spreken in dat verband boekdelen. De muziek van GYBE! suggereert gevoelens van vreugde en verdriet, van woede en ontreddering en toont vooral aan dat de begrippen mooi en lelijk of behaaglijk en desolaat soms heel dicht bij elkaar liggen. Boeiender dan de jongste platen van Sonic Youth, spannender dan het topje van Britney Spears: mocht T.S. Eliot ooit een soundtrack gedroomd hebben bij The Waste Land, dan klonk die gegarandeerd zoals Lift Your Skinny Fists... Bij voorkeur buiten het bereik van uw kinderen houden.

Als zoon van Richard & Linda Thompson ben je zo ongeveer genetisch voorbestemd ook zelf muziek te gaan maken. Alleen loop je dan wel het risico dat je prestaties zullen worden afgewogen tegen die van je befaamde ouders. Gelukkig opereert Teddy Thompson buiten het folkrockterrein en bewijst hij met zijn titelloze debuut-cd getalenteerd genoeg te zijn om de eer van de familie hoog te houden zonder in epigonisme te vervallen. Zijn doorvoelde stem en prima songs sluiten enigszins aan bij het oeuvre van Michael Penn en Crowded House, maar melancholische nummers als 'Wake Up', 'All I See' en het met strijkers omzwachtelde 'Brink of Love' dragen toch al zijn eigen stempel. De productie van Joe Henry is warm en to the point, het gitaarspel van vader Richard (op vijf van de tracks) imposant als vanouds en in het van de Everly Brothers geleende countrydeuntje 'I Wonder If I Care As Much' blijkt zelfs Emmylou Harris bereid met Thompson Jr een duet aan te gaan. Enkel het samen met Rufus Wainwright geschreven 'Missing Children' valt te licht uit, maar dat is slechts een kleine smet op een puntgaaf werkstuk. Ondanks berichten over zijn zorgwekkende gezondheidstoestand is country-outlaw Johnny Cash (68) duidelijk van plan in schoonheid te eindigen. Afgelopen zomer compileerde hij uit zijn omvangrijke oeuvre al het thematisch gerangschikte drieluik God Love Murder en na schitterende platen als American Recordings en Unchained heeft hij nu eindelijk, met de hulp van de excentrieke Rick Rubin, weer een écht nieuwe langspeler uit. Solitary Man is een sobere plaat die in een week werd opgenomen en waarop The Man in Black andermaal doordringt tot de essentie van zijn kunst. Rubin producet niet, hij registreert slechts. En net in dat naakte en ongekunstelde schuilt de grootheid van de zanger die, op enkele traditionals en eigen nummers na, vooral materiaal kneedt van "jongere" songwriters. Onder hen: Nick Cave ('The Mercy Seat'), Tom Petty ('I Won't Back Down'), Will Oldham ('I See a Darkness') en U2 ('One'). Die liedjes klinken uit de mond van Johnny Cash zo natuurlijk en tijdloos dat je zou zweren dat ze uit zijn eigen pen kwamen gevloeid. Misschien ligt dat aan het feit dat de thema's - zonde, vergeving, liefde en zelfvernietiging - zo perfect aansluiten bij 's mans eigen werk. "Ik dacht dat dit mijn laatste plaat zou worden," zegt Cash in de hoesaantekeningen. "Maar nu heb ik het gevoel dat de volgende er al aan zit te komen." Met andere woorden: een cowboy sterft met zijn laarzen aan.

Een andere artiest die inspiratie put uit de zelfkant van de Amerikaanse samenleving is Johnny Dowd, een man die enkele jaren geleden op zijn vijftigste debuteerde met Wrong Side of Memphis. Die cd leek wel een muzikale tegenhanger van Schuld en Boete, terwijl op Pictures from Life's Other Side vooral de donkere kantjes van de romantiek werden bezongen. Op het pasverschenen Temporary Shelter staat het geheugen centraal: Dowd duikt in zijn familiegeschiedenis, beschrijft het verlammende effect van onbeantwoorde liefde en vertelt over zijn leven zoals hij het zich herinnert. Het is fictie, zegt hij zelf, want soms is het niet duidelijk waar de herinnering begint en de droom ophoudt. In muzikaal opzicht komt Johnny Dowd swampier en bluesier uit de hoek dan op zijn vorige platen. Luister maar eens naar 'Cradle to the Grave' of 'Big Wave'. De inbreng van Kim Sherwood-Caso is ook dit keer erg groot en hoewel die zangeres over een prima stem beschikt, gaat haar vlakke vocale stijl op den duur irriteren. Dowd omschrijft de dynamiek van zijn derde cd als die van een King Tubby-plaat uit de seventies, zij het dan zonder de reggae- en dubinvloeden. Wie dat te cryptisch vindt, verzoekt de platenboer maar om een kleine demonstratie.

Glasgow heeft de naam een grauwe en druilerige stad te zijn. Toch zou je na beluistering van de nieuwe Teenage Fanclub zweren dat de zon er, op Californische wijze, voortdurend hoog aan het zwerk staat. De 'Fannies' begonnen ooit als een rip off van Dinosaur Jr, cultiveerden een Big Star-fixatie maar hebben intussen hun oude rafeligheid voorgoed geruild voor een clean geluid dat verwijst naar The Byrds, The Beach Boys en CS&N. Howdy!, hun zesde cd, is een ode aan de liefde, het leven en het simpele geluk. Van cynisme is in hun melodieuze, meerstemmig gezongen retropopsongs geen spoor. Tegenwoordig primeren charme en vakmanschap, met rijke instrumentaties en mooi uitgebalanceerde arrangementen voorop. Voor wie blijft zweren bij Bandwagonesque is het even wennen, maar deze Teenage Fanclub 'oude-nieuwestijl' heeft zeker bestaansrecht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234