Maandag 19/04/2021

Kosten en baten van een politiek loon

Worden de kersverse BV-politici gedreven door diepe politieke overtuiging of spelen er ook financiële drijfveren mee? Een rondvraag met de cijfers in de hand, over de financiële toekomst van de witte konijnen van de politiek.

Witte konijnen van de politiek kunnen financieel een goede zaak doen, maar ze nemen soms ook een risico

Als ze verkozen worden, krijgen de witte konijnen van de politiek straks 5.515 euro netto per maand betaald. Plus extra’s. De vraag is of dat opweegt tegen het risico dat zo’n laatste jobwissel met zich meebrengt. En de meningen zijn verdeeld.

“Als het me geld gekost had om op een kieslijst te staan, had ik het niet gedaan. Daarom heb ik dat gecheckt. Maar dat is wel de enige financiële overweging die ik me gemaakt heb voor ik de stap naar de politiek zette”, zegt de Gentse hoogleraar Eva Brems over haar stap naar de kieslijst van Groen! Rik Torfs zegt dat niet te hebben gedaan. “Ik zou niet weten hoeveel mijn loon bedraagt als ik verkozen zou worden”, klinkt het laconiek.

Wij wel. Een lid van het federaal parlement krijgt namelijk een geïndexeerde basisvergoeding van 53.511 euro bruto per jaar, plus het vakantiegeld en de dertiende maand van een topambtenaar. Afhankelijk van de partij moet tussen een tiende en een kwart daarvan trouwens naar de partijkas worden doorgestort. Bovenop het loon zijn er echter nog een belastingvrije onkostenvergoeding bij van bijna 15.000 euro, én een forfaitaire verplaatsingvergoeding van 120 keer het aantal kilometers tussen woonplaats en parlement. Bovenop gratis openbaar vervoer, een aantal tussenkomsten voor hun families en een volledig gezondheidsplan. Of ze nu één of twintig jaar in het parlement zitten maakt voor die verloning nauwelijks wat uit: het parlement houdt bij het bepalen van de vergoedingen van zijn leden geen rekening met anciënniteit.

Maar voorzitter worden van een parlementscommissie kan hen 800 euro extra per maand opleveren, of een ministerportefeuille 10.726 euro netto. Bovendien geniet elke verkozene een opstapvergoeding die tussen de één en de vier jaar parlementaire wedde ligt. Wie opstapt voor de legislatuur om is, krijgt evenveel doorbetaald als hij gezeteld heeft indien hij binnen het jaar opstapt, of minstens een jaar als hij langer dan 365 dagen zetelt.

Daarnaast genieten parlementairen ook nog een gunstige pensioenregeling: een loopbaan van 20 jaar geeft hen ad infinitum recht op driekwart van hun parlementariërsloon bovenop hun eventuele andere pensioenvergoedingen. Na één legislatuur bedraagt die bonus al 15 procent van dat loon. “Dat is mooi, maar het is niet het hele plaatje”, nuanceert Pol Van Den Driessche, die Siegfried Bracke jaren geleden voorging van de journalistiek naar het parlement. “U moet namelijk niet vergeten dat er tegenover een parlementair mandaat ook kosten staan. Campagne voeren, bijvoorbeeld, of een percentage afdragen aan de partij. Ik houd vandaag minder over als hoofdredacteur bij Corelio of bij vtm.”

Maar Van Den Driessche is wel voltijds parlementair. Veel van zijn collega’s zijn dat niet. Wettelijk mogen parlementairen de helft van hun loon bijverdienen uit andere politieke mandaten. Op wat ze verdienen met jobs in de privésector of met zelfstandige activiteiten staat geen bovengrens. Ook niet voor Rik Torfs of Eva Brems: het universiteitsdecreet stelt zwart op wit dat zij desgevallend de volgende acht jaar een parlementair mandaat met een academische carrière mogen combineren. De regels schrijven alleen een reductie van hun activiteiten voor. “Als ik verkozen word, reduceer ik mijn academische carrière tot de helft. Intussen blijf ik de hele verkiezingscampagne als hoogleraar werken”, zegt Brems. Zelfde verhaal bij Rik Torfs: “Paul De Grauwe, Mark Eyskens en Hugo Vandenberghe hebben ervoor gezorgd dat er aan de KU Leuven een lange traditie van docenten met een politiek mandaat bestaat. Les blijven geven is ook voor mij essentieel. Ik heb alleen niet uitgezocht hoe deeltijds mijn deeltijdse job dan wel wordt.”

Een mandaat cumuleren met een journalistenbaan bij de VRT is echter wel uitgesloten: als Siegfried Bracke ooit als journalist naar de openbare omroep zou willen terugkeren, dan moet hij eerst een ontluizingsperiode van vijf jaar doorspartelen. Ook gedelegeerd bestuurder Karel Uyttersprot van Voka neemt gedwongen ontslag, net als Philippe Muyters destijds. “Voka kan zich namelijk niet als politiek onafhankelijk profileren en terzelfdertijd zijn directieleden in het parlement laten zetelen”, zegt Voka-topman Jo Libeer beslist. Maar terwijl Muyters meteen aan de slag kon als Vlaams minister, voor een nettomaandloon van 9.731,73 euro per maand, moet Uyttersprot op zijn zestigste eerst verkozen geraken op de Oost-Vlaamse NV-A-lijst voor hij zijn vervangingsinkomen kan claimen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234